19-05-17

Nieuwe reisblog - Sur ma route

De Skynetblogs hebben nu echt wel hun beste tijd gehad, daarom heb ik alle reisverslagen overgezet naar een nieuwe site: Sur ma route.

Je vindt hem hier: https://t.co/92cdStHNrd

DCJtPzpXsAAfj8X.jpg

 

08:05 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

24-11-16

Zo 6 nov 2016 - En ze leefden nog lang en gelukkig

IMG_1162.JPG

Pretparkgezinnen lopen als een volwaardige mierenkolonie af en aan tussen het hotel en de parking. Het is spitsuur in de inkomhal van het hotel. De securityregelneef die ons de voorbije dagen scande met een handscanner laat ons nu zonder meer binnen.

Aan zo'n stroom jolige vakantielui is geen beginnen aan, zie ik hem denken.

Als de security het echt zou menen, zou net nu gecontroleerd moeten worden, als iedereen met potentiële bomkoffers alle richtingen uit wandelt. Net als de militairen die je tegenwoordig overal tegenkomt, zijn de securityjongens er alleen maar voor het 'gevoel van veiligheid'.

Het ontbijt is op deze dag des Heren nog steeds hetzelfde als de voorbije dagen. Met een zwaar nostalgisch gevoel denk ik terug aan de laatste zondagsbrunch met bijhorende champagne terwijl het haardvuur aanstekelijk knettert.

Het propje papier dat overblijft wanneer ik m'n plateau droog heb geveegd, deponeer ik op exact dezelfde plaats aan het buffet als gisteren, en ja hoor: mijn propje van gisteren ligt er ook nog steeds. We zonderen ons een beetje af in een tweede deel van de eetzaal en besmeren voor de laatste keer enkele afbakbroodjes. 

Het inpakken van onze koffers duurt nog geen 5 minuten. Het aanmelden aan de security gate van Santa Fe, wanneer we Belinda en de kids opzoeken, neemt net iets langer in beslag. De securityvent vraagt naar papieren, gebaart om de koffer te openen en doet moeilijk over een aankomstdatum die niet blijkt te kloppen. Nogal logisch trouwens, want we komen helemaal niet aan vandaag. We vertrekken, en geen dag te vroeg, me dunkt.

We laten de auto achter op de parking van het hotel en wringen ons in de shuttlebus richting Disneyland. Het is zeer rustig in het park. De kinderen kunnen vier keer na elkaar in de Indiana Jones zonder noemenswaardig oponthoud. 

Ondertussen bestellen we een koffietje in het winkeltje aan de uitgang van de attractie. We krijgen lichtbruin water dat geurt naar koude koffie en smaakt naar koude koffie die drie dagen geleden is uitgeschonken. Na een teug kieper ik het goedje tussen de struiken. Bah, wat een viezigheid. De laatste keer dat ik nog zo'n gore bak koffie dronk, moet tijdens mijn eerste jaar als leraar op het VTI van Lier geweest zijn. 

Toen de onderdirecteur me op de eerste dag wegwijs maakte in de school, arriveerden we na een kwartiertje in de leraarskamer waar een groot deel van mijn toekomstige collega's rondliep in een stofjas. Roken deden leerkrachten toentertijd nog gewoon in de leraarskamer en de laaghangende mist boven de tafels waar iedereen 's middags zijn boterhammetjes binnen speelde zou me het daaropvolgende jaar blijven kenmerken. Na een dag lesgeven geurde ik net hetzelfde als na enkele uren op café zitten. 

De onderdirecteur wees kort naar een grote citerne. 'Daar kun je koffie nemen,' zei de man op leeftijd. Op een andere plaats in de leraarskamer aan de bakjes van de leerkrachten, zag ik een koffieautomaat staan waar je voor 10 frank een koffiebekertje kon tappen. Ietwat verwonderd door de overdosis aangeboden cafeïne, vroeg ik waarom er een automaat stond, terwijl er ook gratis koffie werd aangeboden.

'Dat zul je wel merken als je je eerste kop koffie van de tank drinkt,' gniffelde de olijke vijftiger.

En inderdaad. Wanneer ik later die dag bij wijze van experiment een bodempje koffie dronk uit de citerne, had ik mijn besluit gemaakt voor de rest van het jaar: ik betaal liever 10 frank voor een doordeweekse koffie dan deze zwarte smeerolie nog een keer te moeten drinken, hoe gratis deze vrije donatie van de mannen van de 'garage' ook moge zijn.

Terwijl Belinda en Lars nog enkele attracties meepikken, ga ik met de andere kids naar The Village. Ik parkeer me in de Disney Store om wat gedachten te ordenen voor het reisverslag, terwijl de jongelui zich laten gaan in de winkels. Met enkele monteerbare laserzwaarden en andere Disney-goodies keren we rond de middag terug naar het park.

We sluiten af met nog maar eens een boottocht tussen de sprookjestaferelen met bonsaiboompjes. Een zuchtje van geluk wanneer ik voor de laatste keer een attractie instap, ontsnapt niet aan de aandacht van Belinda. De kinderen hadden zich gisteravond op de kamer blijkbaar hardop verwonderd over hoe ik maar niet begeesterd geraakte door de Disneymagie. Ze waren aan het fantaseren geslagen en hadden pistes bedacht om het voor mij een stuk aangenamer te maken in het park. 

'Wat als er ook scènes van The A-Team tussen hadden gezeten? Zou Tom het dan wel leuk vinden?'

Zo super lief dat ze het me naar mijn zin willen maken, maar het wederzijdse gevoel van niet begrijpen blijft. Alle kids hebben de tijd van hun leven, en daar kan ik alleen maar blij om zijn, maar ik snap er niks van: ze hebben in totaal een dik uur in attracties gezeten, maar wel al 3,5 dagen wachttijd achter de rug. Disney is duur en inefficiënt georganiseerd. Het eten is er doorgaans slecht tot zeer slecht en heel wat attracties zijn gesloten. Het is voor mij erger, dan ik had kunnen bedenken. 

Onze vier dagen Disney eindigt tussen de prinsessen, tijdens een uitgebreide fotolunch in de buurt van het kasteel van Doornroosje. Ariël, Assepoester en Rapunzel glimlachen zich van tafel tot tafel en gaan met veel plezier met iedereen op de foto. Ook de prins die Assepoester begeleidt, stelt zich voor aan onze tafel: 'Hello, I'm Prince Charming.' 

Wanneer de jonge Disneymedewerkers binnenkort solliciteren bij een andere werkgever, omdat er kraaienpootjes boven hun tandpastalach zijn gekomen, beeld ik me in hoe de HR-verantwoordelijke zijn monkellachje probeert te verbergen als die de rubriek 'ervaring' leest in het c.v.: 'prince charming (2015-2017)'.

Want ook al leeft iedereen hier 'happily ever after', de tand des tijds doet hier ook genadeloos zijn ding.

16:43 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

17-11-16

Za 5 nov 2016 - Benny Bax gevraagd aan kassa gortdroge slowfood

IMG_1144.JPG

Reisverslagen schrijven doe ik zelden op de dag zelf. Ik noteer wat we meemaken in enkele korte woorden op mijn smartphone, laat het geheel een beetje ‘mousseren’ en brei er dan nadien een tekst van.

Het extract van vandaag schrijf ik meer dan een week na de reis.

Tijdens de Allerheiligenvakantie was het blijkbaar redelijk doods op de uitgeverij. Iedereen genoot van de laatste dagen nazomer om er nog even met de kinderen op uit te trekken. De standaardvraag van iedereen die ik nadien tegen het lijf liep op de eerste werkdag na de vakantie was dan ook: leuke vakantie gehad?

‘Bwa, de eerste drie dagen Parijs waren super, maar de vier dagen Disneyland daarna waren echt niet mijn ding.’ *

‘4 dagen? … VIER?’

De reactie van iedereen die mijn pad kruiste, loog er niet om. Alleen al op hun gezichtsuitdrukking afgaande, schatte ik in dat de collega’s 4 dagen Disney ongeveer op eenzelfde niveau plaatsen als een bevalling van 4 dagen. Er komt geen einde aan en het wordt er niet beter op tot het er finaal op zit.

Niet dat er geen Disneyfans rondlopen in dit educatief oord, integendeel, maar 4 dagen voor een eerste keer Disney achtte iedereen even ambitieus als een halve marathon ongeoefend lopen.

Wie ben ik om hen tegen te spreken?

We zitten nu aan het begin van dag 3 en ik loop hier al meer dan een dag te lang rond. Ik ben doodmoe en kijk geweldig op tegen weer een dag gesloom. Het vraagt geweldig veel energie om ook maar een zweem van ‘oké’ te faken naar mijn reisgenoten. Ik bedenk me ook voortdurend wat ik allemaal niet zou kunnen doen in alle tijd die ik hier verlies en loop hoe langer hoe mee gefrustreerd rond omwille van het gore eten.

De voorbije maand was mijn traditionele dieetmaand: geen koolhydraten, geen suiker, geen alcohol, veel water en alles afwegen. Ascetisch leven om de lente- en zomerkilo’s er terug af te krijgen, terwijl ze er nu spectaculair snel opnieuw bij komen. En mocht het nu lekker zijn, of nog beter ‘gortig lekker’ (lees: hartig, gefrituurd, met sausje, en zout) dan zou ik er geen probleem mee hebben, dan was dat het lijden meer dan waard, maar de natte afbakbroodjes en de koude dikke pizzategels zijn voor mij even ontnuchterend als de laatste adem van een volbloed katholieke bejaarde die heel zijn leven braaf zijn zondagochtend heeft opgeofferd aan de zondagsmis om uiteindelijk vast te stellen dat er niks op volgt.

Vanmorgen exact hetzelfde tafereel aan het ontbijtbuffet als gisteren. Als volwaardige Sisyphos rol ik enkele afbakblokjes op mijn drooggedepte plateau.

Samen aan tafel zitten met mijn twee jongens doet dan weer veel plezier. Het valt me iedere keer op wat een scheuten ze krijgen. Finn laat zijn Franse r weelderig rollen en dat staat hem beeldig. Rune is super gemotiveerd begonnen aan het secundair en aan alles merk je dat hij zich super in zijn vel voelt.

Enkele dubbele espresso’s en dubbele warme chocomelken later staan we terug aan de inkom van Disneyland.

De dag start als een copypaste van de voorbije 48 uur: opnieuw naar het eerste park (zoals dag 1) en weer regen en veel volk (zoals dag 2).

Main Street voor de elfendertigste keer door, het kasteel van Doornroosje nog eens zien, ondertussen navigeer ik probleemloos van de ene naar de andere attractie. Een plannetje hebben we dus niet nodig om Belinda en de kids terug te vinden op de paardenmolen waar we hebben afgesproken.

De eerste attractie van de dag is de ‘Pinokkio’. Na een half uur kunnen we met een wagentje door het bordkartonnen verhaal van de schattige houten leugenaar.

De Peter Pan is iets spectaculairder qua opzet. Op een moment ‘vliegen’ we boven Londen en tussen de piraten, maar uiteindelijk blijft het concept hetzelfde: je beleeft het verhaal van de tekenfilm in enkele scènes waar je met je bakje door glijdt, terwijl je nostalgisch terug denkt aan de film die uiteindelijk veel beter is. De details van de decors van de Peter Pan zijn verfijnder, mogelijk is dat de reden waarom de attractie één van de hoogtepunten van het park is. Het feit dat je er drie kwartier voor moeten staan schuifelen voor je erin komt, blijft me verbazen, maar ondertussen berust ik in deze waanzin.

We trekken opnieuw naar Disney Studios. Voor de Armageddon die ons zal inwijden in de speciale effecten die in films gebruikt worden, is het volgens de app amper aanschuiven, dus doen we deze softe attractie eerst aan. Na de uitleg van een van de acteurs uit de film op een schermpje die afgewisseld wordt met een op de minuut getimede intro door een Disneymedewerkster die deze uitleg vandaag al voor de achtste keer doet, worden we binnen geleid in een soort ruimteschip en worden we geraakt door een meteoriet die zich niet aan de ruimtelijke verkeersregels houdt.

De effects zijn weinig spectaculair, wat niet gezegd kan worden van de Extreme Stunt Show die we van op de tribunes meemaken. Ik kan me inbeelden dat de stuntlui die door de decors sjezen elke ochtend ook een ‘wees voorzichtig’ mee krijgen van hun vrouw als ze naar hun werk rijden, maar de invulling van hun werkdag is net iets spectaculairder dan die van de gewone sterveling die niet meer doet dan filerijden.

Het doet me plezier dat ze de schans van The A-Team gerecupereerd hebben in de attractie. Het moet het meest rendabele stuntattribuut zijn dat ooit in de V.S. dienst heeft gedaan: alleen al in mijn favoriete jeugdserie deed ze in elke aflevering van de vijf seizoenen een auto spectaculair op z’n zij terecht komen, of, nog beter, helemaal op z’n kop, zonder dat er ook maar één slechterik ooit het leven moest laten.

De achtervolgingsscènes zijn indrukwekkend, de auto die doormidden breekt lachwekkend. Finn geraakt na de show niet uitgepraat over de truc met de auto op afstandsbediening die uiteindelijk bediend blijkt te worden door een stuntpiloot die uit beeld het ding bestuurt terwijl hij in een bakje zit dat gemonteerd werd naast het portier van de chauffeur.

In tegenstelling tot de vuurzee waar de auto’s zonet nog doorreden, is mijn pizza ijskoud. We staan ondertussen een kwartier aan te schuiven in een van de vele eettenten van het park. Na 10 minuten wachten leg ik mijn pizza terug in de buffetkast omdat hij ondertussen koud geworden is. Het exemplaar dat ik ervoor in de plaats neem en afreken is er niet minder frigide aan toe. De pasta van de kinderen is verhard en ook koud.

Dat hier nog geen voedselinspectie is binnen gevallen, begrijp ik niet.

Enkele uren later maken we hetzelfde mee in de grote inkomhal van de Studios. Deze keer zijn wij niet het slachtoffer, maar een brave huisvader met een hongertje in de late namiddag. De man die het duidelijk minder op zijn heupen krijgt van het wachten, bestelt vlak na mij een friet met een hamburger. Terwijl ik na 10 minuten van mijn koffie slurp, zie ik een van de 8 (!) medewerkers van de frontdesk een bakje uitgeschepte friet nemen waarop al even lang als we staan aan te schuiven een doosje staat waarin de hamburger vermoedelijk ligt. Of de man de namiddag overleefd heeft, weet ik tot dusver niet.

Benny Bax zou dit soort tenten zonder twijfel sluiten. Ik weet dat ik occasioneel een lichtelijke neiging tot overdrijven heb in mijn reisverslagen, maar deze keer is niets van wat ik hier neertyp overdreven.

Het gaat immers niet over één, maar over 20 (!) bakjes uitgeschepte friet met daarop telkens een hamburgerdoosje. Er is zelfs geen warmhoudlamp om de ranzige slowfood warm te houden, laat staan dat er ook maar iemand van de 8 keukenprinsen en -prinsessen de moeite doet om na een tijdje de uitgeschepte frituurkost die over tijd is weg te gooien.

Dit is de gort voorbij.

Ik had me vooraf voorgenomen geen heftige attracties te doen na het debacle deze zomer in Phantasialand. Het voortdurende gezeur van Finn dat hij een keer naast mij in de Space Mountain wil zitten om samen met mij ook op de foto te kunnen die hij later in zijn kamer zou houden, is tegelijk zo superlief maar ook zo enerverend dat ik uiteindelijk toegeef en naast hem plaats neem in het gevaarte. De Space Mountain ziet er prachtig uit langs de buitenkant: de witte rook die bij elke lancering van ver te zien is, is absoluut spectaculair en ook de weg naar de attractie zelf is tot in de kleinste details in het thema van de Jules Verne-achtige attractie. De gedachte om zo meteen afgeschoten te worden, niet wetende wat er zal volgen, maakt me bloednerveus.

Van de attractie zelf zie ik behalve een rode koker die ik me herinner niets, omdat ik met m’n ogen dicht door het gevaarte dender.

Een dikke minuut later staan we terug heelhuids aan de uitgang. Finn is super tevreden, ik ook … dat ik er uit ben.

Vanavond eten we niet in een restaurant, maar bij Buffalo Bill tijdens diens Wild West Show.

Na 20 minuten aanschuiven, mogen we onze vouchers achterlaten bij een hyperopgewekte cowboy die ons navigeert richting hoedenafdeling. Iedereen krijgt een hoed. Er zijn vier kleuren, want blijkbaar wordt het publiek straks in vier teams opgedeeld.

Wij zijn team rood vanavond.

Voor de show begint, is er nog een country-optreden met Goofy. Het is druk aan de toog en in tegenstelling tot het slowfoodrestaurant van vanmiddag staat er maar één medewerker om de dorstigen te laven, een doodzonde me dunkt. We bestellen twee keer bier en frisdrank voor de kinderen en een fles wijn voor bij het eten. Dat we alles aan tafel opgediend zullen krijgen, hadden we blijkbaar moeten weten, want de barmoeder van dienst reageert met niet meer dan een armbeweging wanneer ik haar na enkele minuten vraag achter onze bestelling.

Vanavond ondergaan we geen buffetformule, maar worden we aan tafel bediend. We nemen plaats aan een lange tafel die voor ons klaar staat aan de rode kant van de tribune.

Even later komt er een rood uitgedoste cowboy aan de tafel met grote pullen bier en frisdrank en een fles wijn.

Of hij het papiertje van de bestelling nog even kon zien.

God, Jezus, allemachtig. Dat papiertje. Waar heb ik dat gestoken? Ik probeer eerst m’n jaszakken, niets. Mijn portemonnee, ook niks. Misschien nog ergens in mijn broekzakken?

Ik leg het ene na het andere bonnetje op tafel dat ik de voorbije dagen heb gekregen voor koffies, koude snacks en andere vaste en vloeibare dingen die elk het equivalent zijn van minstens tien minuten wachttijd.

Ik sta recht en doe het rustig. Nu is het aan Disney om eens te wachten.

Elk bonnetje haal ik zorgvuldig uit alle vestimentaire openingen en lees ik kalm voor, steeds gevolgd door een ‘nee, dat is het niet’ of ‘waar zou het nu toch kunnen zijn?’. Dommage ...

De cowboy begint zenuwachtig rond zijn as te draaien. Ik lees ondertussen verder uit verzameld werk.

Net op het moment dat ik het winnende ticket opvis uit mijn rechter broekzak, geeft de brave medewerker het op en geeft hij met een joviaal handgebaar aan dat het niet meer nodig is.

Hij spurt terug naar de keuken voor de eerste gang. De show en de bediening zijn immers strak geregisseerd.

Het voorgerecht met chili con carne en maiscake valt in de smaak. Terwijl er bizons, indianen en premiejagers ten tonele verschijnen, komt onze bonnetjeslievende cowboy nog eens rond om onze pullen te vullen.

Tijdens het hoofdgerecht komt Buffalo Bill een oude jeugdliefde tegen in de arena. De cowgirl schiet vrolijk rond en raakt alle doelen die ze voor ogen heeft, tot verwondering van de meeste kinderen.

Na de worst, de ribbetjes en de kip is het tijd voor de wedstrijd. De vier gekleurde teams worden opgejut door een volksmenner in aangepaste outfit. Onze menner heeft er duidelijk al een zware dag op zitten, getuige zijn schamele pogingen om de sfeer er in te krijgen. De menner van het groene team is hyper en krijgt iedereen van zijn team mee. Al snel staan de groenen te loeien naar de groene cowboys in de arena en imiteren ze allerlei vreemde bewegingen die de groene volksmenner demonstreert.

Ik ben blij dat we in het rode team zitten, temeer omdat onze cowboys het er finaal beter van afbrengen dan de andere en winnen met de vingers in de neus. We krijgen elk een munt uit het Wilde Westen, die uiteindelijk van chocolade blijkt.

Getooid met cowboyhoeden met een rood lint stappen we de shuttle op richting onze hotels. Niemand op de bus kijkt vreemd op ons neer. We zien er al bij al nog redelijk normaal uit naast de bomma van 70 met Mickey Mouse-oortjes.

_________________

* (understatement van het jaar)

22:13 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

15-11-16

Vr 4 nov 2016 - Cafeïnevrij en ook bijna wijnvrij wachten bij Disney

IMG_1049.JPG

De wekker is nodig om ons uit onze winterslaap te halen. Een dag pretparkplezier en we zijn met moeite uit ons bed te krijgen. Dat belooft voor de komende dagen.

Het is een stuk kouder dan gisteren en de lucht kleurt onheilspellend grijs. Het is een soort novembergrijs dat je fijn vindt als je gezellig binnen kunt blijven met de warmte van de houtkachel als lazy partner.

De vuurplek van het cowboydorp waar we verblijven, is verlaten.

Volgens het geplastificeerde grijze kaartje dat we gisteren bij de check-in ontvingen, worden we tussen 9 en half 10 aan het buffet verwacht. De eetzaal krioelt van het volk. Het moet hier goed vertoeven zijn, overtuig ik mezelf.

Een blik op het schamele ontbijtbuffet doet me snel van gemoedsrust veranderen. Waar de rest van het hotel baadt in westernstijl, is er in het buffetaanbod weinig van te merken. Onsmakelijke afbakbroodjes, twee soorten vlees, geen kaas, cornflakes en een arsenaal Danone-zoet. Geen eitjes, spek, worst, bonen of andere vetzakkerij die ons, cowboys met een stevige ochtendtrek, zou kunnen plezieren.

We nemen een natte plateau van een van de torens met plateaus die al een tijdje staan te drogen na een machinale wasbeurt. Afbakbroodjes die lekker wak worden, terwijl je je een weg moet banen tussen de andere cowboydorpelingen die het buffet bestormen als uitgehongerde wolven, daar word ik niet direct vrolijk van.

Wanneer we onze andere reisgenoten terugzien aan de ingang van de Disney Studios begint het licht te miezeren.

‘Gelukkig dat je je jas draagt, hé Lune?’

De prille tiener kijkt haar moeder koud aan. In een film zou nu een flashback volgen waarin je Belinda en Lune ziet strijden over het nut van het dragen van een jas. Een strijd die uitloopt in luid getier en gebrul van het kleine blonde meisje die finaal het onderspit moet delven voor de wijze, rechtlijnige ouderlijke raad. Ook al heeft ze uiteindelijk moeten inbinden, we zullen nog even moeten geloven dat ze dit niet uit vrije wil heeft gedaan.

Het gezicht van Lune blijft nog even op buiig staan, net als het weer zelf.

Het is opvallend drukker dan gisteren. Aan Ratatouille staat er een wachtrij van 75 minuten en zelfs voor het bekomen van een fast pass voor de attractie moet je aanschuiven. Aanschuiven om vervolgens nog eens aan te schuiven. Ik hoop dat we in een candid camerashow terecht zijn gekomen.

Rune ziet gelukkig dat er ook een ‘single row’ is, waar de wachttijd maar vijf minuten bedraagt. We kunnen dan wel niet samenzitten, maar we hoeven niet lang aan te schuiven.  Een dikke tien minuten later (de Disney-klok werkt nog steeds niet), vliegen we door keukens en onder tafels door met onze 3D-bril. De attractie is best amusant, maar ik zou me toch redelijk bekocht voelen om hier 75 minuten voor aan te schuiven.

De Studio Tram Tour is een veilige rondrit achter de schermen van de filmwereld in een overdekte uit de kluiten gewassen tram. De wachttijd valt hier reuze mee. We schatten dat er nog één tram voor ons moet inchecken en dan zijn wij aan de beurt. Enkele minuten later klinkt eerst een Franse en daarna een Engelse onheilstijding door de speakers. Eén van de vorige trams heeft een technisch defect en dus moeten we … je raadt het nooit … wachten.

Een half uur later zijn we eindelijk aan de beurt. De tramtour leidt ons via allerlei filmattributen en decorstukken met authentieke auto’s naar een knappe set met explosies en watervallen. Echt de moeite voor een pretparkbezoeker die niet zo tuk is op brute rollercoasters.

Terwijl iedereen daarna kurkentrekkers draait in de Rock 'n' Roller Coaster starring Aerosmith geniet ik van een koffietje in de overliggende eettent. De koffie is nog net warm als ik uiteindelijk mijn bestelling kan betalen. En dat terwijl er slechts twee klanten voor mij zijn.

In The Art of Disney Animation ontdekken we het geheim van Disney-tekenfilms: hoe worden figuurtjes bedacht en hoe vertel je een verhaal in Disney-stijl? Het recept is eenvoudig. Je gebruikt steeds dezelfde elementen: een slechterik, een koppeltje, een geliefd personage dat sterft of dreigt te sterven, finaal gevolgd door een happy end. Een goede oude Shakespeare dus, al sterven bij Disney Romeo en Julia nooit om de kinderzieltjes niet te veel ondersteboven te halen.

We zijn ondertussen een stuk over de middag en verlaten de Disney Studios even om bij Annettes langs te gaan. Annettes is een burgerzaak die compleet gestyled is zoals eetzaken er volgens onze fantasie uitgezien moeten hebben in de jaren 50 in de United States. Semi-vintage meubeltjes, zwart-witte ruitjesmotieven, een gezellige jukebox en serveuses op rolschaatsen die met grote dienborden vol burgers rondsjezen tussen de vele eetlustigen. Reeds na een half uur krijgen we een tafeltje toegewezen.

Het burgeraanbod ziet er zeer smakelijk uit in de beschrijving. Er zijn zeer vreemde combi’s te krijgen, zoals een avocadoburger met guacamole.

Niet dat de burger slecht was, maar hij voldeed niet echt aan mijn verwachtingen. Het broodje was een sponsje met een flinterdunne gladde ‘korst’, het vlees was ok, maar niet bijzonder en de guacamole heb ik niet geproefd.

Ik voel me hoe langer, hoe meer een zeur in het gezelschap. Toch probeer ik mijn stijgende frustratie naar m'n reisgenoten onder controle te houden om hun plezier niet te vergallen. De kids en Belinda genieten immers wel onwaarschijnlijk van het pretpark.

De kinderen leven helemaal op in de shops van Disney Village tussen de Star Wars-goodies, de monteerbare laserzwaarden, de bergen knuffels en de wonderlijke creaties in de Legoshop. Toch wordt er nog maar weinig gekocht. De kids zijn nu bezig met een grondige prospectie zodat ze zondag langs de juiste winkels kunnen gaan om hun finale slag te slaan.

We keren terug naar de Studios, want blijkbaar is Mickey en de magiër een prachtig spektakel waarvoor iedereen in de rij staat.

Ik ben zelf niet zo’n musicalfan omwille van het eindeloze gedans en gespring tussen de zangstonden door, maar deze Frans-Engelse show zit best goed in elkaar. Opnieuw surfen we door enkele bioscooptoppers van de Disneystal zoals Aladdin, Frozen en The Lion King. De choreografie is perfect getimed, het decor wordt creatief ingezet en de acteurs die de personages tot leven wekken, gaan keihard op in hun rol. De twee dansers die de kop en de kont van de zebra uit de Lion King spelen, wacht een roemrijke toekomst in het cabaret. 

Enkele maanden geleden bezochten we voor het eerst Phantasialand, als voorbode voor de pretparkmarathon die we nu beleven/ondergaan*. We waren nog maar net het park binnen of de kinderen hadden al een eerste attractie in het vizier met een wachttijd van maar vijf minuten. Ik geef toe dat ik niet echt oplette toen we via een lange weg met een loopbrug finaal een burcht binnen wandelden en moesten gaan zitten in zetels met stevige beugels die over onze schouders werden getrokken. Ik weet nog dat ik net iets begon te vertellen toen we met een rotvaart de lucht in werden geschoten. Er scheen geen einde te komen aan de lancering. Mocht ik m’n ogen open gehad hebben op dat moment zou ik ook wel gezien hebben dat we ondertussen nog lang niet halfweg Mars waren, ook al voelde ik de rode planeet al bijna. En net op het moment dat ik dacht dat het niet erger kon, stopten de zitjes bruusk. Ondertussen had zelfs ik al door dat er ook een weg terug moest volgen. De hoop dat de attractie alleen in stijgende zin weerzinwekkend zou zijn, werd onverbiddelijk platgeslagen toen de bakjes pijlsnel weer naar beneden vielen, opnieuw naar boven schoten en nog eens naar beneden raasden. Welke gek vindt zoiets uit? De kinderen waren enthousiast, al vond iedereen met Disneylandervaring de Tower of Terror in de Disney Studios een stuk spectaculairder.

Koffietijd dus, wanneer de kids hun zorgeloze leven riskeren op de Tower of Terror en er nog plezier aan hebben ook.

In de overdekte inkomhal van de Studios proberen Belinda en ik een koffie te pakken te krijgen. De wachtrij aan de koffiestand gaat echter zo tergend traag dat cafeïnevrij moeten terugkeren naar de attractie om de kinderen op te wachten. Uiteindelijk blijkt dat we nog gerust hadden kunnen genieten van een espressootje en zelfs nog een keer hadden kunnen aanschuiven, want de vooropgestelde wachttijd aan de Tower of Terror is geen 20 minuten, maar een klein uur. Op de tv’tjes met de foto’s die getrokken worden in de attractie zien we geen van de 5 kinderen verschijnen. Er zal toch niet echt iets misgelopen zijn?

De andere bezoekers zijn al even uitgelaten als onze kids op die bangelijke augustusdag wanneer ze de toren verlaten. Na een halfuur wachten zien we ze eindelijk verschijnen op een schermpje. En inderdaad, geen spat schrik.

En om aan te tonen dat ze nog lang niet genoeg hebben van supersnelle attracties, gaan ze nog twee keer in de Space Mountain, weer zo’n ding waarin je wordt afgeschoten.

Ook mijn tweede poging om een koffietje te bekomen, valt in het niets. De wachtrij aan de kassa’s van Café Hyperion moet niet onderdoen voor die van daarnet.

Terwijl de kinderen voor een tweede keer gelanceerd worden, valt de regen met bakken uit de lucht.

Net voor we naar het restaurant van ons hotel trekken, kunnen we nog net de lichtshow op het kasteel meepikken. In tegenstelling tot het vuurwerk gisteren is alles nu wel perfect getimed. De waterspuwers spuiten metershoge waterkolommen de lucht in op maat van de muziek en ook het vuurwerk volgt naadloos de happy grooves.

Omdat we stilaan verkleumd raken en de mensenmassa voor willen zijn, verlaten we iets voor het einde van de show het park. 

Wanneer we de eetzaal binnenkomen waarin we vanmorgen copieus (not!) wakke afbakbroodjes hebben gegeten, dienen we deze keer niet voucher 37bis tot 44bis te tonen aan een jongedame die naar vertrouwde Disneytraditie al heel de avond staat wortel te schieten, want deze maaltijd hebben we niet vooraf betaald, wel gereserveerd. De vouchers zijn er niet, de dame staat er wel. Met onze reservatie is gelukkig niets mis, we kunnen binnen. So far, so good.

De eetzaal in het hotel biedt ’s avonds alleen een dinerformule in buffetvorm aan, à la carte kun je er niet eten en er is ook maar één formule mogelijk. Waarom we ons eerst tussen allerlei linten moeten wringen om echt binnen te geraken en waarom er na al dat gehaarspeld opnieuw een medewerkster ons staat op te wachten om ons een groen armbandje om te doen, is me een raadsel.

Voor we aan het buffet komen, moeten we langs de kassa passeren. We hebben er geen idee van wat we van het buffet mogen verwachten of wat we willen drinken bij het eten. Een oudere, uitgebluste Disneymedewerker die ondertussen geen Mickey of Donald meer kan zien, kijkt ons ongeïnteresseerd aan van achter zijn kassa. Hij zegt niks.

Als we met z’n zevenen nogal dicht in z’n comfort zone komen omdat een gevoel van honger zich meester maakt, zegt hij ijskoud dat er een drankje is inbegrepen in het buffet. Waar is de tijd dat je in Frankrijk wijn kon tappen in een karaf (of zelfs in de beschikbare vazen tijdens uitstappen met de lerarenopleiding, maar dat is een ander verhaal)? Nee, frisdrank kun je kiezen.

'We willen graag wijn bij het eten.'

De man heeft er genoeg van. Wat een vragen stellen die toeristen, toch? Wijn, godbetert!

Du vin? Cabernet sauvignon?

Hij gorgelt een druivensoort en gaat ervan uit dat we zomaar ‘oui’ antwoorden. Waar staan we? Op een vleesmarkt of wat?

Uiteindelijk krijgen we een kaart van de kamerplant.

Ik neem m’n tijd om te kiezen, duidelijk tot ergernis van de verlepte kassier. Doodjammer is het dat er geen mensenrij achter ons staat zoals bij elke andere attractie in het park, anders zou ik ondanks de honger m'n plezier halen uit een rondje eindeloos kiezen, twijfelen, veranderen en opnieuw kiezen van wijnen alvorens een flesje af te rekenen. Tot de man er krankjorum van zou worden. Twee dagen Disneyland doen iets met een mens, dat is duidelijk.

We rekenen af. In totaal betalen we 180 euro zonder ook maar te weten wat we mogen verwachten.

Een tafel wordt ons niet toegewezen, we moeten rechtstreeks naar het buffet waar opnieuw kletsnatte plateaus ons netjes gestapeld in 6 torens staan op te wachten. Ook het bestek is nat en verre van schoon. Ik schuif twee stuks opzij voor ik een propere vork en een gaaf mes op mijn met een papieren serviet gedepte plateau leg.

Het buffet is gelukkig een stuk gevarieerder dan de koolmijnenkost van vanmorgen. En er is voor elk wat wils. Wil je ranzig, dan vind je effectief heel gore worstjes en lauw geworden bain-mariekost. Maar, eerlijk is eerlijk, ik eet ook lekkere hapjes vanavond, zoals een mooie visterrine en ook enkele kazen zijn best lekker.

Finaal krijgt de ongezellige eetzaak Tripadvisor-gewijs toch net een onvoldoende wegens het complete gebrek aan service en gastvrijheid. ‘Sfeer en gezelligheid’ heet dat tegenwoordig.

Voor ze onder de wol gaan, duiken Rune en Finn nog even in een warm bad om terug op temperatuur te komen. Voor de tweede dag op rij gaat iedereen vroeg op stok. 

_____________________

*(schrappen wat niet past)

01:59 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

13-11-16

Do 3 nov 2016 - Disneyland, it's a small world after all

IMG_1035.JPG

Zonder het op dat moment te weten, typeert de file die onze heenrit naar het pretpark inluidt de komende dagen in Eurodisney perfect. Het tweede deel van de reis zal immers vooral bestaan uit wachten. Wachten om attracties te kunnen bezoeken, wachten aan de kassa van de eetzaken, wachten aan de security, wachten in het hotel, overal zullen we moeten wachten. 

4 dagen Disney vormen het orgelpunt van de vakantie. De kids en Belinda kijken er zo hard naar uit dat ze instant gelukkig worden bij de gedachte dat ze binnen een uur kunnen inchecken in een Disney-hotel.

We verblijven in twee verschillende hotels: Rune, Finn en ik in Cheyenne en Belinda, Robbe, Lars en Lune delen een kamer in Santa Fe.

Santa Fe is volledig gestyled in Cars-thema. Eens we voorbij de securitypost aan de inkom zijn en de auto geparkeerd hebben, begint het wachten. We moeten slingeren tussen linten die een haarspeldroute afbakenen. De eerste hotelmedewerkers vragen ons om papieren aan te vullen. Bij de boeking zijn er al heel wat gegevens doorgegeven, maar blijkbaar moeten ze ook weten wat onze favoriete kleur van sokken is en of we ons wc-papier vouwen of proppen. Met de ingevulde fiche 147bis melden we ons aan bij de tweede golf hotelmedewerkers die ons nog meer papier geven. Wie gelooft dat we in een digitale tijd leven, moet dringend eens naar Eurodisney trekken. Hier lopen net geen monniken meer rond in een scriptorium. 

We krijgen naast de sleutel van de kamer ook een voucher voor een fotopass. Die moeten we gaan omwisselen voor een echte fotopass in de souvenirwinkel. Daarnaast krijgen we per maaltijd (zelfs ook voor ons vieruurtje) een voucher en dit voor elke volwassene en elk kind, wat ons totaal aantal vouchers op 49 brengt. Om 's ochtends te kunnen ontbijten hebben we geen vouchers nodig maar gekleurde bonnetjes die ijverig geplastificeerd zijn door waarschijnlijk een derde golf hotelmedewerkers. Ze geven aan in welk slot we kunnen eten.

Vervolgens wordt er ook een zogenaamde ‘easy pass’ gegeven zonder veel uitleg en uiteraard de inkomtickets.

Voor iemand die gruwelt van bonnetjes en administratie, zoals ik, is dit de grootst mogelijke afknapper als verwelkoming die er is. Wat een verschil met de cruise die ik 15 jaar geleden maakte: bij aankomst werd er een foto van je getrokken, deze kwam op je deurpas te staan die ineens diende als betaalkaart. Het saldo kon je gewoon checken op je tv of bij elke bestelling aan de bar of in een winkeltje. Ondertussen zijn we 15 jaar later, zijn er smartphones uitgevonden en andere spullen die ons het leven eenvoudiger kunnen maken, maar blijkbaar is dat nog niet doorgedrongen in Marne-la-Vallée. 

Hetzelfde circus moeten we door wanneer we ons inchecken in Chayenne, alleen krijgen we daar zo mogelijk nog minder duiding bij alle paperasserij. 

Eindelijk kunnen we naar het park. Elk hotelcomplex van Disney wordt meerdere keren per uur aangedaan door een comfortabele en verzorgde shuttledienst die je tot de parken brengt en naar Disney Village, een stuk Disney waarvoor je geen inkom moet betalen.

Voor je ergens binnen kunt, moet je ook voor Disney door de security. Elk niet geoefend oog ziet dat de security zo lek is als een mandje. Wie echt slechte bedoelingen heeft, geraakt volgens mij zonder enig probleem binnen en kan het pretpark in no time herleiden tot het hol van Pluto (excuus voor de zeer flauwe woordspeling). Het enige effect dat de security dan ook heeft, is dat mensen met mondjesmaat richting de parken worden gelost in plaats van in grote groepen.

Het Disney Hotel is een gigantisch pand dat dienst doet als hotel, maar ook als inkom van het grote park. Ook daar worden de met Disney-attributen uitgedoste fans door fuiken geleid waar je inkomkaart gescand wordt. Opnieuw wachten dus.

De eerste keer dat je in de verte het kasteel van Doornroosje ziet, kun je niet anders dan enthousiast worden, zeker als het weer zo nazomers is als vandaag. De lucht kleurt prachtig blauw wat ook de vele kleurrijke gebouwen van Main Street tot hun recht laat komen. 

Ik ben redelijk trots wanneer ik als eerste van het gezelschap Donald Duck spot. 'Wie wil er met Donald op de foto?' vraag ik redelijk naïef. Pas dan wordt me duidelijk gemaakt dat je niet zomaar op de foto kunt met Donald. Niet dat je moet betalen, maar je moet er wel voor in de rij gaan staan. Op dat moment vallen de tientallen bezoekers me op die netjes achter een witte koord staan wortel te schieten om meer dan een half uur later even met The Donald op de foto te kunnen. Blijkbaar moet je de wachttijd verdrievoudigen om een keer met een prinses op de digitale plaat te kunnen. Anderhalf uur? My God!

In de Cable Car Bake Shop op Main Street genieten we van de lunch. Deze is niet inbegrepen in onze boeking, dus let ik even mee op de prijzen. Iedereen kiest een broodje, een croque of een bruscetta en een drankje. Aan de kassa krijg ik m'n eerste hartverzakking van de reis. Als bovendien blijkt dat niemand zijn eten echt lust, voel ik me serieus bekocht.  

Heel wat attracties zijn in het laagseizoen in onderhoud en dus gesloten voor het grote publiek. Omdat zowel de Big Thunder Mountain als de Thunder Mesa Riverboat Landing toe zijn, valt er in Frontierland niet veel te beleven, wat jammer is want de wereld die er gecreëerd wordt, ziet er heel realistisch uit en tegelijk fantasierijk. Er zijn veel fotogenieke plekjes en de inrichters hebben echt wel nagedacht over de details. 

Een van de oudste attracties van Disneyland is It's a small world. Volgens de app met de wachttijden is het 'maar' een kwartier wachten om ze te kunnen bezoeken. Belinda en Lars worden lyrisch tijdens het wachten, ik stoor me hoe langer hoe meer aan de extra wachttijd die je voor elke attractie in de realiteit moet bijtellen bij wat de app aangeeft. Uiteindelijk duurt het een half uur voor we binnen kunnen.

It's a small world is een reis door een wereld van bordkarton en jaren zeventig-popjes die allemaal uitgelaten 'It's a small world after all' zingen en er afhankelijk van het land of werelddeel instrumenten aan toevoegen. Het nummer is een van de bekendste Disney classics en weet ik wel te appreciëren, alleen wordt het zo vaak herhaald en zo hoog gezongen, dat ik spontaan moet denken aan de folterscène in A Clockwork Orange wanneer ze iemands geest tot het uiterste willen drijven met onder andere muziek.

Het geheel ziet er ook zo oubollig uit dat ik ervan schrik dat Rune de attractie geweldig vond omdat er zoveel culturen in te zien waren en dat de sfeer zo happy was. Finn vond de figuurtjes maar vreemd.

Ook in de andere werelden valt de verfijnde afwerking van de huisjes, piratenboten en loopbruggen op. Het verzacht ten dele de pijn bij het lange wachten. De kapitelen van de zuilen zijn niet Dorisch of Korinthisch, maar op z'n Disneys met Knabbel en Babbel.

Disneyland bevat nog veel meer beton dan pakweg vijf Center Parcsen, maar het komt helemaal zo niet over dankzij de originele inkleding met oog voor detail. 

De Disney Parade moet je een keer gezien hebben als je naar Disneyland komt. We zoeken een plekje op het einde van Main Street om een goed zicht te hebben op al het jolijt dat voor onze voeten zal passeren. 

Alle figuurtjes uit het rijke Disneyverleden krijgen een plekje in de stoet, de meest populaire hebben zelfs hun eigen praalwagen. 

Eenzelfde respect voor wat Walt Disney betekend heeft, overviel me de eerste keer dat ik Plopsaland bezocht. Op dat ogenblik bestond Studio 100 nog maar een jaar of tien en in die korte tijd hadden Gert en Hans al een klein imperium weten uit te bouwen met figuurtjes die op dat moment al klassiekers waren geworden. En ineens hadden die mannen een goed draaiend pretpark. Ondertussen is hun wereld nog groter geworden met pretparken in andere landen, overnames van buitenlandse productiehuizen, de bouw van zwembadcomplexen en andere grote keuzes die de man met de hond waarschijnlijk twintig jaar eerder niet voor mogelijk had kunnen houden. 

Wanneer je al die Disney-figuurtjes ziet passeren, besef je pas wat voor een erfenis Walt Disney heeft nagelaten: tientallen filmclassics, popnummers die wereldhits geworden zijn, themaparken over heel de wereld en prullaria, je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat.

En toch heeft Disney lang in slechte financiële papieren gezeten. Vroeger was er elke dag vuurwerk in het park om de dag af te sluiten, tegenwoordig is er maar op enkele vaste dagen een vuurwerkshow.

Het vuurwerk brengt een massa mensen op de been. De oevers van het meer van Disney Village staat volgepakt met ouders en kinderen. Het is een klank- en lichtspektakel waarbij de vuurpijlen niet steeds mooi op de muziek de lucht in knallen. Het vuurwerk is groots en heel luid. Zelden zo'n Fourth of July gezien als vandaag in Disney. Toch zijn Rune en Finn niet echt onder de indruk van het vuurwerk. ‘Op YouTube zijn er veel mooiere vuurwerkshows te zien waar de muziek wél klopt.’ Tja, hoe kunnen onze kinderen nog verbaasd geraken als ze alles, letterlijk alles, online vinden?

We dineren vanavond in het Disneyland hotel, een statig pand dat perfect als decor gediend zou kunnen hebben voor Gone with the wind.

En als we binnenkomen, zien we dat alles deze sfeer ook effectief moet uitstralen, tot het personeel toe. Iedereen die er de handen uit de mouwen moet steken om ons buffet geregeld bij te vullen, drank naar de tafels te brengen en alles op te ruimen is zwart. Niet het zwartepietenzwart van een schoorsteen, maar echt ‘negerzwart zoals in de films uit die tijd’. De slavernij is back bij Disney want in het selectieproces is duidelijk zwart de geprefereerde huidskleur geweest voor alle ondersteunende taken, de leidinggevende was een blanke. Ik weet niet of dit zelfs wettelijk mag en of je mensen niet primair om hun competenties moet aantrekken, in plaats van omwille van hun huidskleur. Eerlijk? Ik ben nog steeds een beetje gechocqueerd van deze reis in de tijd die we vanavond mee maken.

De in pluche geklede Disneymedewerkers, waarvan de huidskleur me niet echt duidelijk is, trekken zich van dit rassenverschil niets aan. Goofy, Gepetto, Iejoor, Tijgetje, Mickey en Pluto komen dartelen aan elke tafel, zoals het in hun contract staat en gaan telkens enthousiast op de foto met iedereen die daar zin in heeft. Deze fotoservice zit mee in de prijs van het dure diner, dus profiteren we ervan tot de laatste snik, waarschijnlijk tot grote frustratie van de pluche medewerkers, die gelukkig volgens hetzelfde arbeidscontract ongewapend op de foto moeten.

Het buffet is copieus en biedt voor elk wat wils: lekkere verse schaaldieren, mooie salades, allerlei koude en warme vlees- en visbereidingen, gefrituurde spullen, enkele lopende meters dessertenbuffet en ga zo maar door. Zelfs Robbe weet een voor hem perfect voorgerecht samen te stellen: een sneetje ham en kaas op een broodje. Robbe blijft maar groeien in lengte en gaat er van gewicht niet echt op vooruit. De jongen wordt hoe langer, hoe knokiger. We sporen hem daarom aan om nog eens naar het buffet te gaan wat hij ook zonder morren doet en achteraf heeft hij er niet de minste spijt van.

Het vele poseren, kruipt serieus in onze kleren en we keren moe naar onze hotels. Ik hoop dat de pluche medewerkers van Disney voldoende betaald worden hiervoor want het is ‘a hell of a job’.

13:57 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

11-11-16

Wo 2 nov 2016 - Gezocht: wassenbeeldenmedewerker (m/v)

IMG_0773.JPG

Vandaag staat het Louvre op het programma. Correctie: vandaag staat de Mona Lisa op het programma. Wat heeft die Da Vinci toch dat tienjarigen er zo wild van zijn? Ik geloof zelfs dat Lars recent voorzitter van de fanclub geworden is.

Aan de omgekeerde glazen piramide is net een bus Japanners gelost die elkaar verdringen om het topje ervan met hun hand te onderstutten terwijl man- of vrouwlief met de smartphone probeert dit unieke beeld op de digitale plaat te vereeuwigen, ondertussen luid vloekend en heftig gesticulerend naar de vele busgenoten die voortdurend door het beeld lopen terwijl man- of vrouwlief probeert het camera-appje te openen. Hier kan Lars alvast heel wat fanclubkaarten slijten, vermoed ik.

Kunst is big business. La Gioconda, het onooglijke schilderwerkje van Da Vinci wordt al van in de inkomhal bewegwijzerd. Uiteindelijk kom je terecht in een gigazaal waar het portretje achter gewapend glas elk jaar miljoenen selfiesticktoeristen ziet passeren. Ook in alle shops is de Mona Lisa aanwezig: de ogen op brillendozen, alles behalve de ogen op een waaier voor tijdens warme dagen, Mona Lisa-koffietassen, -muismatten (ja hoor, nog steeds), -puzzels, -sjaaltjes en alles waar elke gemiddelde Theofiel Boemerang nog geld uit zou weten te slaan.

Over de enorme wand waar slechts 1 schilderijtje hangt, hebben de galeriehouders van het Louvre een wandvullend schilderwerk gehangen dat zo indrukwekkend is dat niemand ernaar kijkt.

Het Louvre is zo gigantisch groot dat je het onmogelijk volledig gezien kunt krijgen. Na de Mona Lisa staat alleen de Venus van Milo nog op het programma van de kinderen. Ook de Venus oogt onooglijker dan de kinderen zich vooraf hadden ingebeeld.

Vreemd genoeg zijn het vooral de restanten van de muren van het oude kasteel die indruk maken. De evolutie van het Louvre tot wat het nu is, spreekt tot de verbeelding. 

In de vleugel met Egyptische kunst kweken we Schaufensterfussen wanneer we van de ene sarcofaag naar de andere gaan, honderden potjes en relikwieën uitgestald zien in glazen kasten waarvan de glazen legplanken duidelijk eens afgestoft moeten worden en na een tijd bijna door hebben hoe we hiërogliefen moeten lezen na de vele papyrusrollen en bas-reliëfs te hebben bestudeerd.  

In het Louvre loont het echt de moeite om af en toe ook eens naar boven te kijken. De kids zijn onder de indruk van de weelderig versierde plafonds met schilderijen, beeldhouwwerk en goud, veel goud. De grandeur spat er af. Dit heeft geld gekost en geen klein beetje. Finn vraagt geregeld mijn iPhone om foto's te kunnen maken van deze overvloed aan ornamentjes.

Toch bereiken we allemaal na een dikke twee uur een verzadigingspunt. Bij sommigen begint ook een klein hongertje op te komen. 

We wandelen in de richting van Musée Grevin, onze eerste halte van de namiddag. Bij Paul doen we ons eerst nog te goed aan slaatjes en eclairs. We eten licht omdat we vanavond vroeg en redelijk copieus zullen eten, onze laatste kans voor we richting Disney trekken waar het eten, zelfs volgens de grootste Disney-fans, ranzig is, tenzij je heel veel geld neertelt.

Voor onze citytrip naar Parijs had Belinda opzoekwerk verricht om de kosten onder controle te kunnen houden. Ze stootte op een citypass-formule waarmee je toegang krijgt tot heel wat attracties en ook kunt gaan varen op de Seine, onbeperkt kunt reizen met de metro en ook de hop-on-hop-off mag nemen voor een dag. De kinderen hadden vooraf hun highlights doorgeven en uiteindelijk bleek de citypass een stuk voordeliger dan alles apart te betalen.

Bij Musée Grevin wacht ons echter de onaangename verrassing dat de inkom voor de kinderen niet inbegrepen is in het type pas dat wij hebben aangekocht, wel met een ander soort citypass van een andere aanbieder die ongeveer hetzelfde aanbiedt en alleen verschilt van kleur. 

We kunnen er dus niet in, tenzij we betalen. Musée Grevin zou nooit op onze shortlist staan als we met z'n tweetjes enkele musea zouden bezoeken, maar voor de kids was het wel een must-do. 

De twee securitylui aan de straat die ons het slechte nieuws van de pas hadden gegeven, wijzen ons door naar de kassa, maar niet voor we door een scanner zijn gegaan waar ook een onvriendelijke medewerker van het museum zijn tijd staat te verdoen. Aan de kassa zitten drie dames achter evenveel kassa's te praten met elkaar, bij gebrek aan werk om zich mee bezig te houden. Terwijl Belinda op zoek gaat naar haar portemonnee zegt een zwartje van in een nis waarboven in gouden letters 'vestiaire' staat op een luide, maar monotone manier dat we aan de kassa tickets voor de vestiaire moeten kopen als we onze spullen bij haar willen achter laten. We vertikken principieel om nog extra te betalen voor de vestiaire. Wanneer we eindelijk de kaartjes hebben, zetten we drie passen tot we voor het volgende medewerkersduo staan. Een ervan heeft een scanner in de hand, de andere staat erbij zodat de scanner van dienst zich niet eenzaam hoeft te voelen.

9 mensen die betaald moeten worden om bezoekers gewoon nog maar toegang te geven tot een museum, niet moeilijk dat de prijzen voor een ticket hier skyhigh zijn.

In het museum zelf zijn er trouwens nog eens minstens evenveel medewerkers aanwezig die al dan niet verkleed de bezoekers wegwijs maken of gewoon even laten schrikken.

De man die ons binnen leidt in de spiegelzaal vraagt de bezoekers die samenscholen in de traphal van waar ze afkomstig zijn. Blijkbaar zijn er redelijk wat Engelstaligen in deze groep. Na een 'good afternoon' van de gastheer, gaat die onverstoord verder in een razendsnel Frans alsof hij zijn Thalys in het Gare du Nord nog moet halen. Geen hond die verstaat waar de man het over heeft.

De deuren van de spiegelzaal gaan open. Het weinige dat ik begrepen heb van de treinloper is dat we onze ogen goed moeten open houden omdat we van de ene verbazing in de andere zullen vallen.

In de spiegelzaal worden we slachtveegewijs samengedreven voor een lichtspel dat er geen is. De geluidstechnicus heeft zijn cd-box met geluidjes uit de jaren 90 nog eens boven gehaald en opeens - zitten jullie goed? - kwam er toch wel een doek uit het plafond zeker? Inderdaad, zelden zo van de ene in de andere verbazing gevallen.

De meeste wassen beelden in het museum zelf zijn zeer realistisch zoals Di Caprio en Louis de Funès. Andere lijken meer gebotoxt dan hun origineel. Ik ben nooit eerder in een wassenbeeldenmuseum geweest en weet dus niet of het de bedoeling is, maar ik ben met menig celebrity op de foto gegaan: aan de piano bij Ray Charles, een dikke duim in de lucht steken met onze huidige volkspaus en Stromae gekke bekken laten trekken.

Voor de figuren en scènes uit de Franse geschiedenis en de Franse sport-, cultuur- en mediawereld moet ik toch geregeld even het naambordje bekijken voor ik weet over wie het gaat. Het geeft nog maar eens aan hoever we verwijderd zijn van onze zuiderburen.

Op het einde van het bezoek, dat korter uitvalt dan we hadden verwacht, kunnen we ons nog laten vereeuwigen met Frankenstein in een Halloween-setting. Iedereen de doodskist in en wachten tot de afdrukjes uit de photoboot komen. 

Naast Musée Grevin ligt het Hardrock Café. Het is alweer een tijdje geleden dat ik in een Hardrock Café was, maar ik kan me niet herinneren dat er de vorige keren grote tv's hingen waarop videoclips werden afgespeeld. Een oord waar classic rock tot in de essentials beleefd moet worden, lijkt nu op een of andere kebabzaak waar enerverende clips en stomme tv-shows worden uitgezonden terwijl je extra look op je snijvlees giet. Het volume van de muziek wordt ook netjes onder de 80 db gehouden. Ik herinner me mijn eerste Graspop-ervaring van twee jaar geleden. Daar dreunden mijn ribben net niet uit mijn borstkas toen ik op minder dan 100 meter van de senioren van Sepultura kwam. Het Hardrock Café is salonfähig geworden en dus bestellen we geen halve liter bier, maar een cocktail, want ook dat kan tegenwoordig. We hebben geluk: het is net happy hour. De cocktails die anders 17 euro en meer kosten, kunnen we nu slurpen aan net geen 6 euro.

Ondanks onze tussenstop in het Hardrock Café is het nog steeds te vroeg om te gaan dineren. Het bezoek aan Grevin heeft echt wel kort geduurd, blijkbaar.

We struinen nog wat rond in de straatjes in de buurt met de kleine winkeltjes vol (semi-)brocanterie, poppenhuisinterieurs, oude boeken en schilderijen. Behalve Lune, koopt niemand iets. Ze investeert in de zoveelste knuffel met breed opengesperde ogen, naar analogie met de wijde ogen van de oosterse tv-figuurtjes die vreselijk luid en hoog de Nickelodeons van deze wereld teisteren. Blijkbaar is het beestje deel van een ruimere collectie en heeft het zelfs een verjaardagsdatum. Voor zij die het beestje willen verwennen: op 16 augustus is het jarig.

Naar Franse normen arriveren we zeer vroeg in Bouillon Chartier al stoort het niemand want de zaak is tussen lunch en diner heel de tijd open. Het is er nog zeer rustig wat ons de tijd geeft om te acclimatiseren. 

We krijgen de menukaart. De prijzen zijn nog steeds zeer schappelijk en de gerechtenkeuze is authentiek. Een echt kindermenu is er niet. Lune en Finn hebben steeds heel wat reserves als het op eten aankomt en zouden als het van hen mocht afhangen blijven steken bij enkele favoriete gerechten. Als we voorlezen wat er te krijgen valt, trekken ze bijna bij alles hun neus op. Toch blijkt nadien dat ze echt wel lusten wat er door de serveuse als bestelling op het papieren tafellaken genoteerd wordt. Ze proberen ook een wijngaardslak in lookboter van ons voorgerecht en schijnen het beestje nog te lusten ook. 

Naarmate de tijd vordert, raken alle stoeltjes bezet. Naast de sfeer die de zaak uitstraalt, is het ook altijd fijn om de rekening te krijgen. Ze valt steeds lager uit dan je verwacht. Deze keer betalen we 140 euro voor 7 personen voor drie gangen, inclusief een halve fles rosé en een fles rood. 

In de metro zeggen we tijdens deze laatste rit niets over waar we moeten afstappen. Na enkele dagen hebben de kids toch hun routine gevonden in de edele kunst van het metro rijden, zo blijkt, want we stappen op de juiste plek van het metrotuig. Ook de weg naar het hotel vinden ze naadloos. Opdracht volbracht.

Vanavond gaat iedereen zeer vroeg op stok, want vanaf morgen begint blijkbaar the real stuff. Doemscenario's worden me voorgespiegeld dat enkele dagen Disneyland zeer vermoeiend kunnen zijn. Mijn reisgenoten zijn ervaringsdeskundigen, dus durf ik niet te twijfelen aan hun woorden, al bekruipt me zo mogelijk een nog onhebbelijker gevoel bij het nakende tweede deel van de reis.

19:25 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

09-11-16

Di 1 nov 2016 - Hop-on-hop-off in Parijs

IMG_0411.JPG

Zonder noemenswaardige brokken deze nacht verschijnt iedereen fris en monter aan het ontbijtbuffet. Het is naar Franse normen uitgebreid met ook charcuterie en vers fruit. Eitjes kun je zelf koken, warme chocomelk komt net als de dubbele espresso uit de machine. De kinderen gaan meerdere keren naar het buffet, terwijl ze thuis soms het ontbijt proberen over te slaan in de weekends of tijdens vakanties. Misschien moeten we ook een buffettoog voorzien?

Vandaag verkennen we de highlights van Parijs met een Hop-on-hop-off. Voor mij de eerste keer, voor Belinda niet. Zij vindt dit de ideale manier om een stad te verkennen. 

De dichtst bijzijnde Hop-on ligt aan de Moulin Rouge waar we naartoe wandelen. De vele seksboetieks in de buurt van de molen zorgen voor hoge giechelsalvo's van Lars. Lune en Finn amuseren zich op dat moment boven de verluchting van de metrolijn met een Marilyn Monroe-impressie. Als dat maar goed komt.

Onze eerste busstop is aan metro Anvers, gelegen aan de straat met de meeste toeristenwinkeltjes per vierkante meter in Parijs. Een mekka voor Lars en Lune die liefst volledige winkels meenemen naar huis. De oogst blijft voorlopig echter beperkt tot 5 mini-Eiffeltorens voor Lune die ze voor 1 euro overneemt van een rommelneger aan de voet van de Sacre Coeur

Net zoals gisteren aan de Eiffeltoren wemelt het ook van de militairen op de trappen van de moderne basiliek en op Montmartre. Omdat je ze overal tegenkomt, schrik je er al lang niet meer van, maar beeld je in dat je vijf jaar geleden naar een winkelcentrum ging of naar de bioscoop en van de ene op de andere dag stel je vast dat er militairen rondlopen in de zaak waar je lingerie koopt of waar je snel nog wat taco's inslaat voor je naar een fictieprent over een aanslag gaat kijken. Op zo'n moment denk je toch dat er een staatsgreep of zo aan de gang is, niet? 

Onze kinderen kijken er al niet meer van op. Die grens is weer verlegd, denk ik dan. Nog een dikke week en waarschijnlijk wordt Trump dan de 45ste president van de Verenigde Staten, een man die zo polariseert dat zijn land en zijn partij hopeloos verdeeld zijn geraakt. Binnenkort volgt waarschijnlijk de rest van de wereld met alle gevolgen van dien. 

Tot die tijd proberen we er het beste van te maken en ontdekken we stukken Parijs waar ik tot nu toe nooit geweest ben. 

We passeren voorbij de opera die prachtig ligt te zonnebaden en al haar goud enthousiast laat schitteren. De bus houdt halt aan La Madeleine, een Grieks ogende tempel die nu dienst doet als katholieke kerk.

Voor we ze bezoeken doen we een reuzebestelling in de Subway. We kiezen een menuformule met broodje, frisdrank en een koek als dessert. Voor mij is het m'n eerste Subwaybezoek, dus weet ik niet of de gigantische hoeveelheid broodjesbeleg standaard is of uitzonderlijk genoemd mag worden. Ieder kiest de ingrediënten van zijn smos naar eigen voorkeur. Voor sommigen blijft het bij enkele schijfjes tomaat en komkommer. Rune en ik gaan voor the full monty. Een raadsel hoe de broodjesman dit ingepakt gaat krijgen, bedenk ik me wanneer hij aan zijn achtste etage begint en vooral: hoe krijgen we dit binnengespeeld zonder iedereen in de nabije omgeving onder te spatten? De man draait het geheel stevig in een papier en legt de 7 broodjes netjes in de volgorde van bestelling. Om het voor ons handiger te maken om ze op te eten, snijdt hij ze vooraf nog even middendoor. En ja hoor, zonder noemenswaardige klachten van onze buren slagen we er in de gigantische broodjes binnen te werken.

De Subway is vier servietten groot, dus een toilet voor de bezoekers is er niet. Gelukkig is er een openbaar toilet vlakbij. Het is gratis, maar smerig, ook al krijgt het na elke beurt een beurt. Anderzijds is het wel fijn dat er tenminste openbare toiletten zijn. In Vlaanderen zijn ze uit het straatbeeld verdwenen wat in tijden van hoge nood en gesloten horecazaken best wel lastig is en wildplassen uitlokt. Niet dat er niet wildgeplast (of is het gewildplast?) wordt in Parijs, de metroingangen en -trappen ruiken er meestal onfrisser dan een toilettencomplex in een pretpark voor leeglopende peuters.

We stappen terug de bus op richting Notre Dame en passeren nog eens langs het prachtige operagebouw dat we zeker bij een volgende citytrip eens van binnen willen bekijken. 

De bus rijdt door een poort in een van de 'armen' van het Louvre. Aan de rotonde op de binnenplaats blijven we even stil staan. Het geeft ons de kans om het impressionante gebouw op ons af te laten komen. Vanop het dak van de bus zie je heel mooi de lijn die Haussmann getrokken heeft vanuit het Louvre naar de Arc de Triomphe via de Place de la Concorde en de Champs-Elysées. Nu ja, of Rune en Robbe veel gezien hebben van al dat fraais valt te betwijfelen omdat ze voortdurend op hun gsm bezig zijn, tot ergernis van de anderen. Ze zeggen dat ze alles gezien hebben en als we enkele vragen stellen, blijkt dit ook te kloppen, maar wat is 'gezien hebben'?

Is de klik van een Instagram of een Snapchat 'zien'? Het doet me terugdenken aan een collega die vroeger op een klassenraad aan het foeteren was over een welbepaalde klas en de schamele resultaten van de jongelui. 'Ik weet zeker dat ik datgene wat ik gevraagd heb op de toets gegeven heb, ze hebben het zeker gezien, die mannen.' Iets 'geven' en iets 'zien' betekent niet dat er ook iets gebeurt in de hersenkoker van de pubers die voor je zitten. Er is meer interactie nodig om hen te begeesteren en mee te nemen in een groter verhaal.

Wanneer ik gisteren in de Tuilerieën vertelde over de megalomane aanpak van Haussmann in de 19de eeuw, leken Robbe, Rune en de anderen in zekere mate geboeid omdat ze zelf parallellen trokken met het nu en met hoe dat in die tijd moet overgekomen zijn toen mensen onteigend werden zonder al te veel inspraak of rechten.

De Notre Dame stond ook hoog op het verlanglijstje van de kinderen. Ze kennen de kathedraal alleen maar van de door Disney bewerkte versie van De klokkenluider van Notre Dame van Victor Hugo.

De kerk blijft een enorme indruk op me maken iedere keer dat ik er voor sta. Wat moet dat voor de gemiddelde middeleeuwer niet geweest zijn? In die tijd torende de kathedraal een enorm stuk uit boven de rest van Parijs. Alle andere hoge gebouwen die de hoofdstad nu typeren zijn immers veel later gebouwd. 

De grootte doet de kinderen weinig, al vinden ze het wel een mooi gebouw. Ook de kleurrijke glasramen maken indruk. Er worden heel wat foto's gemaakt in de kerk, wat toch aangeeft dat het iets is dat interesse wekt.

Alle kinderen willen ook de torens bezichtigen. Zitten de waterspuwers uit de Disney-prent daarvoor iets tussen?

Het is wel even wachten om binnen te kunnen. Om de tien minuten wordt een nieuw groepje toeristen toegelaten op de eerste etage waar ze even moeten wachten in de souvenirshop voor ze verder kunnen. De gelijkenis met de aanpak in Disneyland is treffend, al komt de souvenirshop daar telkens na de attractie en na het lange wachten.

Deze souvenirshop is er eentje waar ik zelf gelukkig van word. Veel fraaie boeken over de bouw van de kathedraal, over bouwkunst in het algemeen, bladerboekjes voor kinderen die in 24 paginaatjes per seconde de bouw van de kathedraal reconstrueren, enz. Er was een tijd dat ik gepakt en gezakt met deze boeken zou terugkeren, maar de boekenkasten zitten ondertussen vol en tegenwoordig ben ik ook veel digitaler ingesteld. Iets wat ik deel met de kinderen. Onze digital natives kennen de tijd niet meer dat ze moesten wachten tot de bibliotheek eindelijk nog eens open ging om iets te gaan opzoeken in gevestigde werken met verouderde data. Kinderen zoeken op Wikipedia, via Google of nog liever op YouTube, want dan wordt alles eenvoudig uitgelegd met een filmpje. De meest efficiënte weg naar informatie haalt het van de knusheid van boekengeritsel als er iets opgezocht dient te worden. 

Na een tijdje mogen we verder. Aan de trappenkolom lijkt geen einde te komen. Nog voor we goed en wel vertrokken zijn, horen we andere toeristen zuchten en kreunen. De Donald Trumps van deze wereld zouden niet twijfelen om hiervoor Parijs als hell hole te bestempelen waar ze er zelfs niet in slagen om hun op een na drukst bezochte monument te voorzien van een lift. 

Het is van mijn eerste buitenlandse schoolreis van Sint-Jan geleden dat ik nog eens op de torens van de Notre Dame ben geweest. Op de plaats waar we vroeger ongehinderd ons konden vergapen aan de uitgestrekte stad moeten we nu turen door de gaten van een veiligheidsnet. Op sommige plaatsen hebben onverlaten de gaten uitgerekt om foto's te kunnen nemen zonder dat er een wazige lijn door de Eiffeltoren lopen. Handig voor minder op vandalisme uit zijnde toeristen zoals ondergetekende.

We klimmen nog hoger naar de top van de zuidelijke toren waar we een prachtig zicht hebben op de stad en het gebinte van de kathedraal. De ondergaande zon maakt het plaatje compleet

Het Pantheon, onze laatste stop voor we gaan eten, zien we van op de Notre Dame uitnodigend liggen. Het gebouw heeft uiterlijk wel wat weg van het Capitool in Washington met dat verschil dat het blijkbaar geen praktisch nut heeft. Het is de laatste rustplaats van enkele grote namen uit de Franse geschiedenis zoals Victor Hugo en Alexander Dumas die in nissen ondergronds worden gestockeerd. Op de imposante gelijkvloerse verdieping is er behalve een souvenirwinkeltje geen fluit te beleven, behalve de slinger van Foucault die er al sinds 1851 hangt te bengelen, weliswaar met een andere bol ondertussen. Jammer dat er met zo'n groots leegstaand pand niet meer gedaan wordt. Wat zou dit een schitterende locatie zijn voor een grote chef om in te huizen. Als Sergio Herman ooit Frankrijk wil gaan inpalmen zou dit een mooie opvolger voor The Jane kunnen zijn.

Over eten gesproken. We moeten nog op zoek naar een eetplek voor de avond. Het kompas van de jongens wijst richting kebab.

Aan kebabzaken is er in de buurt van ons hotel geen gebrek. Het ligt immers midden in een multiculturele wijk waar tot 's avonds laat kleine winkeliers open zijn die bij ons ten laatste om 18 uur sluiten: bakkers, groentewinkels, enz.

Maar in welke snijvleeszaak gaan we eten?
  Op de foto's aan de buitenkant van de eerste zaken te zien, is de kebab er niet gewoon goor, maar ook compleet wansmakelijk. Vreemd toch dat er geïnvesteerd wordt in reclamepanelen, maar niet in een fotograaf om de gerechten er ook een beetje appetijtelijk te laten uitzien. In andere zaken zit amper volk, ook geen goed teken.

Uiteindelijk vallen we een zaak binnen waar een gezellige drukte heerst, heel wat mensen bestellen er kebab alsof ze op Wall Street aandelen aan het verhandelen zijn. Op leven en dood dus. Voor ons zevenen is er beneden geen plaats, we mogen ineens doorsteken naar de eerste verdieping.

Het duurt gezien de dalende aandelenkoers even voor het eten ons bereikt, maar het is het wachten waard. Het vlees is kwalitatief meer dan ok, alleen op sausvlak blijven we op onze honger zitten. Looksaus kennen ze niet en het yoghurtalternatief is niet onze meug.

Tijdens het eten polsen we naar een tussentijdse evaluatie. Met stip op 1 staat het beklimmen van de Notre Dame en ook het lekkere eten tot nu toe vonden ze geweldig. 

Met het lange wachten bij de kebab en de lange wandeling naar de kade aan de voet van de Eiffeltoren zijn we maar net op tijd voor de boottocht op de Seine.

De kinderen zijn het er unaniem over eens: by night is de verlichte Eiffeltoren nog mooier. De meer dan 300 meter hoge toren heeft 's avonds een beetje weg van een vuurtoren die zijn stralen kilometers ver over de miljoenenstad laat schijnen. Dat hij af en toe ook even druk flikkert alsof er duizenden mensen foto's aan het nemen zijn, vindt vooral Finn geweldig. 

Het is fris, maar het is klaar en vooral droog. We genieten bovendeks van de voorbij schuivende trekpleisters die zich mooi verlicht etaleren: de Assemblée, het Musee d'Orsay, de luchtbogen van de Notre Dame en de bruggen over de Seine.

Naarmate de boottocht vordert, verdwijnen er meer kinderen naar het benedendek. Ook Belinda gaat even wat warmte opzoeken. De dag was lang, de vermoeidheid begint zijn tol te eisen. 

20:21 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

08-11-16

Ma 31 oktober 2016 - The times they are a-changin' in Paris

IMG_0281.JPG

We lieten de kinderen de keuze enkele maanden geleden: willen jullie deze zomervakantie een weekje naar een gite met een zwembad of liever in de herfstvakantie op reis? 

De overvolle zomeragenda met reeds geplande kampen, uitstappen en andere reizen maakte de keuze voor hen iets waar ze niet wekenlang voor in conclaaf moesten. De unanieme beslissing lag er nog voor de vraag goed en wel was uitgesproken. Een extra week 'vakantie' zou de minderjarige gezinsleden zo uitputten dat er hoogstwaarschijnlijk zuurstofflessen aangerukt dienden te worden om in dat geval de eerste schooldag na de zomer te overleven. 

De Allerheiligenvakantie zou er eentje worden met zwarte, ronde oortjes, prinsessenkleedjes, sensationele attracties en ander fraais. Disneyland stond met stip op één bij iedereen, al had Lars evengoed een weekje Efteling willen boeken. Lars is de dromer van het gezin die bij tijden in een sprookjeswereld leeft. Kaatsheuvel moet een beetje thuiskomen voor hem zijn, denk ik. 

Rune en Robbe hadden nog een add-on in gedachte bij al dat Disney-geweld: een aantal dagen Parijs. Niemand van de kinderen had de lichtstad al eerder gezien en, los van het fortuin dat je nodig hebt om een week op het domein van Assepoester door te brengen, we vonden een cultureel kantje aan de reis een prima idee. Een weekje Frankrijk dus met drie dagen lichtstad en vier dagen Mickey en z'n vrienden.

Ons eerste grote reisavontuur met z'n zevenen vorige zomer moesten we nu anders aanpakken. Met een giga dakkoffer de parking van een Parijs hotel binnenrijden zou immers heel wat herrie geven en boze blikken van de conciërge als die zijn openklapslagboom enkele meters verder zou moeten oprapen. Alle bagage voor een week ìn de auto dus, in plaats van erbovenop. Een opdracht om u tegen te zeggen. De jassen onder de kont, de wijnflessen in de netjes achteraan de voorste zetels, iedereen één rugzak tussen de benen en voor de rest niks. 

Voor de meeste kids is dat geen probleem: tenzij een externe kracht hen hierom verzoekt, dragen ze een week lang exact dezelfde kleren. Gelukkig hebben ze 'the force with them' om hen diets te maken dat ze op z'n minst proper ondergoed en sokken moeten meenemen voor een week, samen met maximum drie outfits. Finn was als eerste klaar met z'n taakje om z'n rugzak in te pakken. Hij was over heel de lijn geslaagd en had alles ingepakt volgens de instructies, wat zeer lovenswaardig is, wetende dat hij doorgaans op dagbasis meer van outfit wisselt dan Beyoncé tijdens een extravagante show in het Sportpaleis. 

Een offline Spotify-playlist met Franse chansons en de Tijdloze gunt ons een reclame- en leuterendepresentatorvrije rit richting Franse hoofdstad. Steeds vaker kies ik voor de rust van de playlist dan voor de paar liedjes die er nog tussen de reclameblokken en zinloze telefoongesprekken met luisteraars door worden gespeeld.

Les Champs-Elysées van Joe Dassin, het nummer dat door Rune en Lars nu al enkele weken geneuried wordt, trapt de playlist en ook de vakantie in gang. Dassin is een Franse grossier in het betere smartlappenwerk. Hij schreef enkele decennia geleden ook L'été indien. De nazomer die we dit jaar meemaken, boost het vakantiegevoel eind oktober naar ongeziene hoogten. Overal waar we rijden, kleurt het gebladerte 50 tinten oranje, rood en geel. De temperatuur is 's ochtends kil, alsof de weergoden ons voorzichtig willen laten wennen aan een eerste winterprik, maar nog geen drie uur later gaan we flirten met 20 graden op de thermometer. 

Op de achterbanken van de Dacia blijft het rustig. De kinderen proberen zolang ze kunnen de mobiele data tot aan de landsgrens op te souperen. We zitten met een native digitale generatie thuis. In totaal circuleren er 7 tablets bij ons en 5 gsm's. De onfortuinlijken die nog niet over mobiele data beschikken, surfen letterlijk over de schouders van de anderen mee.

De grens met Frankrijk betekent voorlopig nog een onoverkomelijke extra kost om mobiele data te verbruiken. Of we al bijna aan de grens zijn, is dan ook de meest gestelde vraag in de heenrit. 

Toch breekt het vakantiegevoel pas los wanneer Lars vaststelt dat we vertragen om een ticket voor de péage te nemen. 'Jeuj, de péage, nu zitten we écht in Frankrijk!'

De voorbije maanden waren redelijk slopend met de switch naar een zelfstandigenbestaan, enkele grote opdrachten, mijn eigen project dat hoe langer hoe groter wordt en de verhuis van de moeke die er tussen is komen fietsen. Ik voel aan alles aan dat ik steeds meer nood heb aan rust. Vorige week nog ben ik er even tussenuit geglipt om op een strand in Zeeland te gaan uitwaaien. Na zo'n moment kom je opgeladen terug, zeker met Orlandus Lassus als reset-knop.

Of een citytrip in combinatie met een pretparkmarathon van vier dagen hetzelfde heilzame effect zal hebben, daar heb ik sterk m'n twijfels over. Een citytrip is op zich zwaar, want een mens legt wat kilometers af en doet wat indrukken op tijdens een blitzbezoek aan een stad. Pretparken zijn voor mij ook absoluut geen oord van plezier, integendeel: eindeloos gegil, mensenmassa's die krioelend zich een weg banen tussen attracties, eindeloos lang wachten voor enkele minuten plezier, nee, mij doe je geen cadeau met deze in beton en staal opgetrokken ecosystemen waar broodjes lijken op de sponsjes waar je je autoruiten mee kuist en de meest eenvoudige frisdrank al gauw 4 euro kost, laat staan dat je er een deftig glas wijn kunt drinken. 

Ik begin mijn vakantie dan ook met een grote scepsis. Een schrik zelfs dat ik nog meer uitgeput zal terugkomen dan ik eraan gestart ben. 

We zetten koers naar Parijs. De stad ligt elk jaar weer een stukje dichter bij Zoersel, althans zo lijkt het. Het fijne cruisen over het Franse asfalt heeft daar ongetwijfeld mee te maken. Het is een stuk van de vakantie dat ik niet zou willen wegknippen, omdat het de vakantiebatterijen al grotendeels oplaadt nog voor de vakantie begint. 

De Parisiens die we enkele uren later tegenkomen op straat, hebben deze oplaadbeurt duidelijk gemist en lopen met hun smartphone en een externe batterij die dubbel zo groot is als de telefoon zelf met het hoofd neerkijkend tegen iedereen aan die ze tegenkomen. 

De omzet van de externe batterijenfabrikanten is deze zomer met 400% toegenomen door de Pokémon Go-rage. Iedereen ging op zoek naar virtuele nostalgie maar stelde al snel vast dat de data en de batterij van zijn telefoon er razendsnel door ging. Jongeren, maar ook massa's volwassenen kwamen er dan wel door op straat, in de ontwikkeling van de mens zal de zomer van 2016 voor toekomstige biologen gebrandmerkt zal staan als het moment waarop de mens opnieuw meer gebogen door het leven is beginnen gaan. Terug naar af dus in de ontwikkeling van aap tot mens. De Pokémon-nek zal de muisarm en de tenniselleboog snel voorbijsteken in menig kinesistenpraktijk.

Het hotel waar we verblijven de komende dagen is een basic Ibis hotel. We parkeren de auto in de enorme garage onder het hotel en laten hem daar tot we naar Disneyland gaan.

Drie kamers hebben we geboekt: twee voor de kinderen en een voor ons. Het is de eerste keer dat de kinderen een hotelkamer delen zonder dat we er zelf bij zijn. De kamers liggen vlakbij elkaar en in gevallen van broedermoord, uitgetrokken plukken haar of ander jolijt is een snelle interventie mogelijk.

Voor we de dichtstbijzijnde metro induiken, kronen we onszelf als Burger Kings met bijhorende kartonnen kronen. Binnenkort zal België eindelijk ook overspoeld worden door de betere burgerrestaurants nu Burger King de Quick-keten heeft overgenomen. Quick is een concept dat ik nooit echt goed begrepen heb: het vlees van de burgers smaakt naar niets, de frieten zijn verlept en frietsaus kennen ze er niet. Vreemd toch, als je een burgerrestaurant hebt, niet?

Dé associatie die kinderen maken met Parijs is by far de Eiffeltoren.

Bij de meeste gebouwen kunnen de kinderen zich iets voorstellen bij de reden waarom ze er gekomen zijn. Bij de Eiffeltoren begrijpen ze het praktisch nut niet. De vergelijking met het Atomium maakt een en ander duidelijk, maar toch verwonderen ze zich erover dat er zoiets groots werd neergepoot voor één evenement, de wereldtentoonstelling van 1889.

Het stalen gevaarte is als bekendste hotspot van Parijs de gedroomde plek voor een aanslag. Bij aankomst worden we gescand en andere bezoekers moeten hun bagage openen. Het gaat gelukkig goed vooruit, maar de tijd dat je ongehinderd tot onder het gevaarte kon wandelen, is duidelijk voorbij.

Nog even een groepsselfie onder de toren voor we naar de Arc de Triomphe wandelen. De indrukwekkende poort werd in opdracht van Napoleon gebouwd na de overwinning in Austerlitz. Architect Haussmann liet hierop een groot stuk van Parijs herbouwen zodat grote lanen ontstonden. Volledige wijken werden afgebroken.

Van de charmante boulevard schiet nog maar weinig over. De Champs-Elysées is nu een dure winkelstraat met enkele terrassen waar je je blauw betaalt voor een soda of een glas wijn. De lui die er hun Bentley kopen, draaien er waarschijnlijk hun hand niet voor om. Met ons zevenen kijken we wel op de uitgaven.

Om de tijd iets of wat onder controle te houden, besluiten we een stukje met de metro af te leggen tot aan de Tuilerieën. Voor de meeste kinderen is het de eerste vakantie dat ze met de metro rijden. 

'Waar moeten we afstappen?'

Met vijf kinderen op reis gaan, betekent dat je meestal vijf keer iets moet uitleggen voor iedereen het gehoord heeft. Om de een of de andere reden blijkt er bovendien iets mis met het kortetermijngeheugen van de jongeren van nu, want even later kun je opnieuw exact hetzelfde zeggen om het daarna nog eens vier keer te herhalen. Wat we nu gaan doen, is veruit de meest gehoorde vraag, gevolgd door 'waar moeten we afstappen?', 'hoe laat is het?', 'wat gaan we eten?' en 'wanneer gaan we eten?'.

De tijd van de achterbankgeneratie is voorbij. Deze generatie, de externgeheugengeneratie, doet voor bijna alles een beroep op externe bronnen zonder zelf iets op te slaan, wat hen klaarblijkelijk ook ontslaat van de moeite om eerst zelf even na te denken alvorens een vraag te stellen aan anderen die op dat moment met iets anders bezig zijn zoals het beantwoorden van vragen van andere kinderen. 

In de najaarszon genieten we van een glas rosé en de kids van een frisdrankje. De houten chalet in de tuin van het Louvre doet gouden zaken met dit mooie weer. 

Ondertussen gaan we online op zoek naar een eetadres voor vanavond. Sinds een jaar ben ik fan van TripAdvisor. De kinderen hebben zin in Italiaans, 'Chez gusto' krijgt op Tripadvisor goede ratings en commentaren, dus twijfelen we geen moment om er naartoe te gaan, zeker omdat het vlakbij ons hotel ligt.

Daar waar restaurants in het verleden peperdure advertenties moesten plaatsen, zijn het nu vooral de social media en de daaraan gekoppelde apps die het 'm doen, of om het met de woorden van een Nobelprijswinnaar literatuur te zeggen: the times they are a-changin'. TripAdvisor laat ook weten dat Uber ons voor 4,5 euro in 3 minuten tot aan de voordeur van het restaurant brengt. Uber, ook een relatief nieuw bedrijf dat in geen tijd het grootste taxibedrijf ter wereld is geworden zonder zelf ook maar over één taxi te beschikken.

Chez Gusto oogt klein, wanneer we door de vitrine naar binnen kijken. Wanneer we met z'n zevenen binnen staan, blijkt het ook heel klein te zijn. De zaak is meteen voor de helft gevuld.

Het is Halloween vanavond. De gastvrouw van dienst is volledig opgetuigd als vampier. Even later komt ook de gastheer aan onze tafel verkleed als monnik. Is het dat Halloween zo leeft als verkleedavond in Parijs of hebben de eigenaars van het Italiaanse restaurant er bij hun vast cliënteel vooraf reclame voor gemaakt, want zowat iedereen die de zaak binnenstapt is verkleed. Één koppel ziet er qua outfit nog redelijk normaal uit, maar beiden dragen ze een bordje met 'naturisten in staking!'

Iedereen krijgt snoepgoed van de gastvrouw. Wij ook trouwens, die niet meedoen, maar wel genieten van de setting.

Over het eten kunnen we kort en duidelijk zijn: bij Chez Gusto eet je lekkere, vers klaargemaakte gerechten aan een zeer lage prijs. De hoeveelheden zijn copieus te noemen. De 'kleine' pizza's van de kids hebben volgens de kaart een diameter van 31 cm, volgens de politie ruim 40 cm. De risotto met eend smaakt voortreffelijk net als de penne met paddenstoelen en de penne carbonara. En voor de prijs moet je het al zeker niet laten: een dikke 70 euro, inclusief een degelijke fles bordeaux.

Aan tafel begint het ene na het andere kind in de ogen te wrijven. De optie om na het eten nog een boottocht op de Seine te maken, parkeren we voor een andere dag.

20:45 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

23-06-16

za 11 juni 2016 - Champagne slurpen in de kennel

IMG_8281.JPG

Sabrina heeft de ontbijttafel binnen gedekt. Verschillende soorten brood, vlees, kaas, confituur. Het valt op dat ze zich richt op vooral Belgische bezoekers.

De Belgen drinken jaarlijks zowat de meeste champagne ter wereld en dan worden alleen maar de champagnes die in België verkocht worden meegenomen in de statistieken. De volledige markt van Belgen die voor enkele uren zuidwaarts rijden om met een koffer champagne terug te rijden, moet hier nog bijgeteld worden. 

Veel kleine wijnboeren verkopen alleen op hun domein en verdelen zelf niet over de landsgrenzen. Waarom zouden ze? Als de Belgen zelf al alles komen halen?

Het wijntoerisme in de Champagne groeit dan ook elk jaar en het feit dat Sabrina en Camille nu vier luxueuze kamers hebben ingericht is daar een mooi bewijs van. Het koppel heeft de voorbije jaren zelf alles verbouwd in de donkere wintermaanden. En het resultaat mag gezien worden. Enig minpunt voorlopig is het gebrek aan wifi.

Na het ontbijt zetten we koers richting onze eerste proeverij van de dag. Sinneke had een adres van een champagneboer doorgekregen waar ze een aantal dozen moest oppikken. Louis Casters in Damery is een champagnehuis met Belgische roots, en dat is eraan te zien.

De degustatieruimte is een soort van champagnecafé in Belgische stijl met vlaggetjes achter de toog en barkrukken ervoor. Voor ons is het de eerste keer, maar de meeste bezoekers zijn duidelijk klant aan huis. Er wordt gekust en handen vliegen hartelijk de lucht in als er weer een kleine roedel dorstige Belgen de deur van het champagnecafé open zwiert. "Pascalleke, mijn merk!" Mensen komen en gaan, maar blijven vooral ook lang zitten en genieten van de bubbels.

De champagnes zelf zijn voor mij geen hoogvlieger, behalve dan de Cuvée Eugène, de enige van de champagnes die geen volbloed is, maar een mix van 70% Chardonnay, 15% Pinot Meunier en 15% Pinot Noir.

Even later staat Epernay op het programma.

Een bezoek aan de grote commerciële champagnehuizen laten we voor wat het is. Met een treintje door de ondergrondse gangen rijden, gevolgd door een glas middelmatige champagne kost tegenwoordig bijna 25 euro. Daar kun je bij kleinere boertjes bijna 2 flessen godendrank mee kopen. Vorig jaar na de wijntrip hebben we de proef op de som genomen of mijn gevoel correct was dat ik een commerciële champagne zou kunnen onderscheiden van, in mijn ogen, veel betere bubbels van kleinere boertjes en dat de meerderheid van de aanwezigen op een blinde proeverij tot dezelfde conclusie zou komen. 

We namen voor de blind tasting elk twee flessen bubbels mee. Wie wat meebracht, wist alleen Wim, de zoon van Jef en May die vorig jaar mee op wijntrip was.

Iedereen van het gezelschap moest minstens komen tot een top-3. Deze resultaten werden samengeteld en de eindranking was zeer opvallend. De dure fles Moët & Chandon van meer dan 30 euro kwam er als laatste uit. Eerst eindigde een Cremant de Bourgogne van 5 euro. Een resultaat dat ik zelf nooit had verwacht. Mijn aanvoelen dat ik de commerciële champagne van de rest zou kunnen onderscheiden, kon ik gelukkig wel bevestigen. Al die jaren intensief proeven hebben dus toch nog tot iets geleid.

Even langs de imposante champagnehuizen passeren zonder er binnen te gaan, is op zich ook wel een belevenis. Ik stippel een wandeling uit van ongeveer 4 kilometer die ons onder andere door de Avenue de Champagne zal leiden.

Het eerste deel van de wandeling gaat richting de Eglise Notre-Dame, een imposante kerk die oud oogt, maar pas op het einde van de 19de eeuw werd gebouwd.

Toch gaat de aandacht van het gezelschap vooral naar de vitrines van verschillende boucherieën en traiteurs die we onderweg tegenkomen. De bereide gerechten zien eruit alsof Jeroen Meus ze net op schalen heeft gedresseerd voor een geweldig dorpsfeest: Epernay Proeft of zoiets. De instinctieve hongerreflex en de steeds donker wordende hemel zorgen ervoor dat we de wandeling veel vroeger dan gepland afbreken en op het terras belanden van Brasserie Le Khedive waar we smakelijk lunchen.

In de namiddag valt de hemel naar beneden op z'n Asterix. De ruitenwissers doen overuren op weg naar Villers-Marmery, een onooglijk dorpje in het noordoosten van de Champagne. Sinds enkele jaren staat Boutillez-Vignon op m'n lijstje van champagnehuizen, maar ik ben er nog nooit geraakt.

Bij aankomst begint er bij Jef een belletje te rinkelen. Hij denkt dat hij er in het verleden wel al is geweest. We drukken op de bel.

Een oude man komt in de schaduw van de overdekte ingang moeizaam naar ons toe gestrompeld. Wanneer hij dichterbij komt blijkt hij geen hij maar een zij te zijn. Stevig uit de kluiten gewassen, een sterk naar achter schrijdende haarlijn en een iet of wat ongeïnteresseerde blik in de ogen. Ondertussen blaft een grote hond zenuwachtig om haar heen alsof hij haar wil behoeden voor de zonderlinge noorderburen die in dit troosteloze weer toegang willen krijgen tot de binnenplaats.

We volgen de korte volumineuze massa naar een degustatieruimte waarin de hondenmand ongeveer even veel plaats inneemt als de degustatietafel zelf. Het stinkt er naar hond. Voor iemand die het concept 'huisdieren' niet vat, is dat redelijk moeilijk te plaatsen. Op een plek waar geur en smaak centraal staat, ligt een natte hond te stinken en de vrouw des huizes vindt dat niet meer dan normaal.

Ze haalt glazen boven. Een reflex, of noem het een afwijking, van me is dat ik steeds kijk of glazen proper zijn en ik ruik ook telkens of een glas al niet vooraf een geur heeft. Boven de geur die de ondertussen comateuze viervoeter afgeeft, denk ik dat het op zich wel goed zit met het glas.

De vrouw haalt twee champagnes boven, de andere staan niet koel omdat ze recent op een wijnbeurs heeft gestaan. Waar hebben we dat nog gehoord?

Ze schenkt de glazen vol in proefformaat en zwijgt. Alles is er te veel aan, zo lijkt het.

Pas wanneer ze onze enthousiaste blikken ziet en iedereen even later vrolijk zit te jeppen over hoe goed de champagne is, verschijnt er een monkellachje. Ze is ontdooid. De premier cru kost 14 euro en is niet alleen de goedkoopste champagne die ik al gedronken heb tot nu toe, maar ook de beste in die categorie. Onze nieuwe huischampagne is een feit. 

Bij het inschenken van de tweede champagne, de cuvée prestige, geeft ze wel tekst en uitleg. De champagne heeft op eik gelegen en is iets duurder. Op zich lekker, maar minder mijn meug dan de premier cru.

Ook de andere disgenoten zijn onder de indruk van de smaak van de champagne en bestellen royaal bij de oude vrouw. Eén van de drie dochters helpt ondertussen om de bestellingen klaar te zetten.

Een eerste indruk kan soms bedrieglijk zijn. Een natte hond, een norse vrouw en een degustatieruimte die weg heeft van een kennel zijn redenen genoeg om af te haken, maar zoals bij alles moet een mens doorzetten. En dan komen de echte parels boven.

De terugweg verloopt langs en zelfs even door de wijngaarden. De gps staat duidelijk op sightseeing-modus.

Bij aankomst in Cuis, gidst Sabrina ons rond bij Camille Grellet. Voor Sinneke, tante Leen en Jurgen is het de eerste keer dat ze in de kelders komen waar champagne wordt gemaakt. Sabrina is een volleerde gids en legt elke stap van het productieproces haarfijn uit. We krijgen kleine proefglaasjes om de vin tranquille te proeven en ook die valt in het gezelschap al goed in de smaak.

De proeverij die volgt op de rondleiding is zoals steeds royaal met koekjes als pairing. We bunkeren aardig wat rosé in en ook voor enkele dorstige thuisblijvers nemen we kartons mee.

Gisteren had Sabrina reeds een tafeltje gereserveerd bij La Banque in Epernay, één van haar favoriete brasserieën in de buurt. La Banque ligt in een oud bankgebouw en werd omgetoverd tot een gigantische zaak. Wanneer we aankomen is het nog redelijk rustig in de oude geldtempel. Een bezwete garçon begeleidt ons naar onze tafel en loopt voorbij alle ingedekte tafels tot hij bij een deur komt. Achter de deur bevindt zich onze persoonlijke gelagzaal voor de avond. Een grote tafel in een witte, oud ogende ruimte met bloemen, een fotogenieke schoorsteenmantel en een tafel die vol ligt met bestekken, propere glazen en ander tafelgerei.

De man is zeer haastig en praat zoals een mitrailleur. Voor wie net voldoende schoolfrans heeft gehad om de lokale bevolking en haar accent te kunnen vatten, is zijn woordenwaterval bij momenten onbegrijpelijk. We krijgen de kaart en besluiten voor de menuformule met aangepaste champagnes te gaan.

De champagnes parelen vrolijk in de glazen terwijl de zweetdruppels op het voorhoofd van de corpulente mitrailleur ook aan het parelen slaan. Hij is zo gehaast dat hij bij iedereen die hij inschenkt of bijschenkt een deel van het godenvocht morst op het witte tafellaken. De schijn van druk-druk-druk die hij wil opwekken, is blijkbaar belangrijker dat het correct inschenken van de glazen wat even lang duurt en veel hoffelijker zou zijn.

Het eten is zeer mooi gepresenteerd en smaakt lekker. De combi met de champagnes klopt, zelfs met de zeer zoete rosé champagne bij het dessert. Voor het profijt moet je echter geen aangepaste champagnes bestellen bij de menu's, in La Banque bestel je ze best apart per fles. Je komt dan goedkoper uit en je krijgt meer. Een minpunt toch wel bij een dergelijk menu.

Wanneer we terugkomen in de gite is het weer nog steeds te vochtig om af te sluiten op het terras. We knallen met een scheetje enkele bruts open en genieten dan maar binnen. Zonder dat we het goed en wel beseffen, is het opnieuw redelijk laat wanneer we naar onze kamers gaan. En net op dat moment, ontvangt Belinda een sms'je van Emery: check youtube. We klikken op de link van de Hitler-parodie die hij maakte naar aanleiding van de ATV-reportage over Antwerpen Proeft en zitten nog geen drie tellen later met de tranen in de ogen van het lachen.

 

19:20 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

21-06-16

vr 10 juni 2016 - Hallo, met Sanne van ATV

groepsfoto.jpg

Dat Olivier en Tinne Belgen zijn, merk je aan het ontbijt. Reeds in de traphal komen geuren je tegemoet die je doen verlangen om de oorsprong ervan te achterhalen. Koffie, dat is duidelijk, maar er wordt ook duidelijk iets gebakken.

Bakken, daar doen de Fransen niet aan, toch 's ochtends niet. Een gekookt eitje is echt wel het maximum dat Franse gastheren en -dames van hun fornuis halen in de ochtendlijke uren, laat staan dat ze iets zouden gaan bakken in boter of olijfolie.

Olivier gidst ons door het ontbijtbuffet: zelfgemaakte confituur, kakelvers brood, yoghurt, enz. Tot zover kunnen onze zuiderburen nog volgen, maar dan komt het: verse muffins, Brusselse wafels die wegsmelten op je tong met een kwakje heerlijke slagroom, lokale kazen en paté. Ja, dit is toch echt wel een graad of vijf hoger.

We kijken uit op de vallei terwijl Louis Armstrong 'La vie en rose' uit z'n keel schraapt om dan het muzikale stokje door te geven aan Aretha Franklin en andere muzikale goden. De ontbijtplaylist van het koppel is in combinatie met de spontane aanvoer van Nespressootjes het ideale tegengif tegen ochtendhumeur. 

Een ochtendhumeur is bij ons verre van te bespeuren. We hebben onze cognac ingeslagen, hebben genoten van de b&b, ook al was het maar voor één nacht, en nu zetten we koers naar de Champagne.

We zijn nog maar net op de autostrade wanneer een onbekend nummer ons probeert te bellen. 

Hallo, met Sanne van ATV.

Belinda en ik kijken elkaar verbaasd aan. 

Ik wil graag jullie reactie op de rechtzaak die Antwerpen Proeft tegen jullie inspant.

Blijkbaar is vanochtend door de organisator van Antwerpen Proeft een persbericht verstuurd via Belga over de polemiek waar we nu al drie weken onder de radar mee bezig zijn. Eind mei ontvingen we een aangetekend schrijven van hen waarin ze aankondigen dat ze exuberante bedragen van ons eisen als we niet afstappen van de naam 'Halle Proeft'. Op alle communicatie vanuit Antwerpen Proeft hebben we steeds correct en tijdig gereageerd, maar op onze vragen naar duiding was tot op heden geen antwoord gekomen. We zijn dan ook verbaasd dat Antwerpen Proeft het ineens in de pers gooit.

Een interview met ATV is echt niet iets waar we nu op zitten te wachten. We zitten zelf op honderden kilometers van huis en we hebben geen zicht op de agenda van de andere mensen achter Halle Proeft. 

Ik raad toch aan om te reageren, want ik ga het nieuws sowieso brengen en dan komt alleen Antwerpen Proeft aan het woord.

Vanaf dat moment begint een telefoonmarathon die ervoor zorgt dat de batterij van mijn iPhone in energiebesparende modus moet gaan ter hoogte van Epernay.

Fries neemt de honneurs waar voor het interview, ondertussen hangt Het Laatste Nieuws aan de lijn en start Gazet van Antwerpen met mailen. Ondertussen proberen we ook het thuisfront te verwittigen dat er niemand in paniek slaat en hebben we telefonisch overleg met Fries.

Eén voordeel: de tijd vliegt vooruit. Het lijkt of we maar net in de auto zijn gestapt en we zijn al bijna in Cuis waar we voor dit weekend de 4 chambres d'hôtes hebben gereserveerd van Camille GrelletCamille Grellet is al enkele jaren onze 'huischampagne': degelijk spul voor een zeer betaalbare prijs.

Een kwartier later komen Jurgen, Sinneke en tante Leen aan en even later ook May en Jef. Elk van ons heeft er de nodige verkeersellende opzitten, maar toch komen we bijna samen aan. Er zijn terreurcontroles, politiebusjes proberen zich in colonne tussen het andere verkeer te wringen op weg naar een of ander voetbalstadion voor een EK-match en uiteraard is er ook het regenweer dat bij de meeste onervaren chauffeurs een remreflex oproept.

Toch is de sfeer van bij de eerste tel perfect. We kunnen gaan proeven en starten onmiddellijk met een toppertje. Dhondt-Grellet in Flavigny is een van de vaste proefadresjes in de Champagne. En voor wie denkt: wat heeft dat nu voor zin om elk jaar bij dezelfde langs te gaan? Het is belangrijk om goed en grondig te ruiken, te kijken en te proeven en in voldoende mate, want elk jaar verschilt de smaak lichtelijk. De millésimmés van Dhondt-Grellet zijn niet goedkoop, maar smaken goddelijk en ook de instapchampagnes zijn de ideale opener voor een champagneweekend.

Voor Jurgen, Sinneke en tante Leen is het de eerste champagneproeverij bij een champagneboer. En die valt duidelijk in de smaak. De smaken in het gezelschap liggen niet in dezelfde lijn en de favorieten van de een blijken niet de favorieten van de ander, maar dat is niet erg. Sterker nog: het is de beste manier om van het vooroordeel af te geraken dat bubbels bubbels zijn. De smaakverschillen zijn er wel degelijk.

De wijnboer die ons laat proeven, is dit duidelijk niet gewoon. Waar in het verleden zijn vrouw ons door de champagnes gidste, honderduit meejepte en steeds een glaasje meenipte, zit hij er een beetje verloren bij. Toch in het begin. Wanneer hij door heeft dat een aantal van ons hier al een aantal keren geweest zijn, begint hij te ontdooien. Op het moment dat hij mijn wijnkelder ziet op VinoCell en zijn vroegere millésimés ziet blinken op foto, is hij gelanceerd en begint hij goed mee te praten en duiding te geven.

Gepakt met enkele kartons checken we in bij Camille Grellet. Sabrina, de gastvrouw leidt ons rond in ons huis voor de komende dagen. We hebben elk een fraaie kamer met boxspring, regendouche, wc en een klein zithoekje. De verduistering is elektrisch te regelen en er is ook airco op de kamers. Daarnaast is er een keuken, een eetkamer, een salon en een groot privéterras met een lange tafel en een loungeplek voor ons allemaal. In de ijskast heeft ze alvast twee flesjes bubbels koud gelegd van het huis, letterlijk en figuurlijk.

We kraken alvast één flesje als aperitief. Sabrina reserveert ondertussen voor ons in La Sardaigne in Epernay, een zeer betaalbare zaak waar je voor 14 euro een volledig menu kunt eten inclusief dessert en koffie. Het eten is prijskwaliteit zeer ok, ook voor wie zelf een voorgerecht en hoofdgerecht kiest.

Tijdens het voorgerecht belt Fries me op. Of ik ATV al gezien heb? Hij is zelf aan het musiceren op een festival en heeft de reportage zelf maar snel kunnen bekijken, maar hij dacht wel dat hij het er goed vanaf had gebracht en dat Halle Proeft er goed was uitgekomen.

Wanneer we 's avonds afsluiten op het terras met de nodige bubbels kijken we samen naar de reportage. Het contrast tussen de geïnterviewde antagonisten kan niet groter zijn: waar Fries met argumenten komt op een sympathieke manier, blaft de Antwerpse organisator de micro toe. Zijn taalgebruik choqueert onze reisgenoten en wij zijn er ook wel even stil van: 'argumenten van mijn kloten', 'geld in de Schelde gooien', 'de opbrengst opzuipen'. Even later checken we even de facebookpagina van Halle Proeft. Die blijkt te ontploffen. Ook in Halle wordt duidelijk verontwaardigd gereageerd.

Iedereen is het er over eens: Fries heeft het subliem goed gedaan en we zijn zeker goed uit de reportage gekomen. We klinken erop met enkele glazen bubbels terwijl anekdotes worden opgerakeld uit lang vervlogen tijden.

17:22 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

20-06-16

do 9 juni 2016 - De rode telefoon van Batman in de Cognac

IMG_8202.JPG

Over de Brexit hadden we het deze week al aan de ontbijttafel met een Brits koppel, vandaag gaat het over Donald Trump, terwijl we een croissantje bestrijken met de zelfgemaakte jam van Vanessa. Onze tafelgenoten van vanmorgen zijn twee Amerikaanse dames op leeftijd, allebei pro-Hillary. Ze vragen zich vooral af hoe Europa denkt over Trump en over het e-mailschandaal van Hillary. En hoe voelen wij ons nu met al die vluchtelingen en hoe reageren onze kinderen op de aanslagen, is er geen groeiende haat tegenover moslims? Bij tijden lijkt het alsof we ondervraagd worden door de CIA, zo indringend zitten de dames ons aan te kijken. Anderzijds zijn ze oprecht bezorgd.

Terwijl wij aan ons tweede broodje beginnen, stellen we ze gerust dat de wereld echt nog niet de soep indraait, zelfs in België niet, maar dat we ons wel zorgen maken over de verkiezingen in Amerika. Een wereld met Trump aan het roer gaat sowieso anders draaien, enerzijds omwille van domme dingen die hij zou kunnen aanvangen, anderzijds omwille van zijn keuze om Amerika voorop te plaatsen en minder aandacht te schenken aan wat er wereldwijd gebeurt. Op vier jaar tijd kan dat de grote natie serieus achteruit zetten bij internationale crisissen. 

Gewoon maar even om aan te geven, beste lezers, dat een wijntrip niet alleen hard werken is, maar bij tijden ook veel weg heeft van De Zevende Dag met internationale gasten.

Gelukkig vallen de dames even later in een vinologische plooi wanneer ze ons inschakelen als tolk. Mijn leerkrachten Frans en Engels van Sint-Jan van weleer lachen zich bij deze waarschijnlijk half kreupel: Tom, jij ... een tolk?

Toch, toch, ik heb het er niet slecht vanaf gebracht, al zeg ik het zelf. De dames willen twee chateaus bezoeken, hoe chiquer hoe liever met liefst een uitgebreid bezoek aan de kelders. En tien minuten later liggen de bezoekjes vast. 

Wij bezoeken geen Bordeaux-domeinen meer vandaag, want vandaag staat La Cité du Vin op het programma, een 'wijnpretpark', zo wordt het althans getypeerd, dat maar vorige week zijn deuren opende. Hollande is er zelfs een bordeauxkleurig lintje komen doorknippen.

Het gebouw ziet eruit als een grote stijlvolle wijnkaraf en staat vlak naast de Gironde, net buiten de oude binnenstad. 

Wie bij een 'wijnpretpark' denkt aan boomstammetjes die eindigen in een grote plas beaujolais, of een achtbaan in de vorm van een kurkentrekker, moet ik ontgoochelen. 

La Cité du Vin is meer een soort van Technopolis, maar dan over alles wat met wijn te maken heeft. 

De kaartjes bestelde ik vooraf online. Per half uur kunnen er 40 bezoekers binnen. Is dit om grote drukte te vermijden of omdat de organisatie nog verre van gerodeerd is, dat laat ik even in het midden.

We worden in elk geval koninklijk ontvangen. Alsof een nieuwe regering klaar staat om de eed af te leggen en wacht tot de vorst even tijd heeft gevonden om de excellenties sterkte toe te wensen, staat een leger fraai ogende jongelui ons op te wachten. Iedere medewerker is uitgedost in een fijn bordeauxgeruit hemdje om de stemming er al vanaf de draaideur in te krijgen. 

Niet alleen aan de ontvangstbalie, maar ook enkele meters verder in de inkomhal, en nog wat verder door, ook op de tweede verdieping en bij elke stand staan er bordeauxkleurige mensjes. En het meervoud staat er wel degelijk opzettelijk: de medewerkers staan telkens minstens in duo, maar weten zelf eigenlijk niet hoe alles precies werkt.

We krijgen een audiogids toegestopt, niet zo een bakelieten exemplaar met een mouchen oortelefoon eraan die meer niet werkt dan wel, maar een soort van smartphone met een hightech-headset die ook de omgevingsgeluiden nog doorlaat op plaatsen waar dat nodig is en met een scanner om op alle punten met een boogjes-icoon extra info op te roepen in de juiste taal.

Hoe de audioguide ingesteld moet worden, is voor een van de twee bordeauxkleurige hulpjes een raadsel. Gelukkig weet zijn collega het wel. We krijgen de headsets opgezet en worden gedropt in een grote interactieve ruimte. Ook al staan er twee bordeauxkleurige hemdjes in de buurt van de inkom, uitleg krijgen we niet. Dan gaan we zelf maar op ontdekking. We scannen een boogjes-icoon en krijgen bij een scherm een gortdroge Schooltv-uitleg over de verschillende manieren waarop wijnstokken kunnen groeien. 

De schermen zijn weliswaar geschikt tegen een soort van druivelaar en een filmpje duurt maar kort, maar toch zijn we niet in het minst geneigd om elk tv'tje af te gaan, want op die manier is er, snel gerekend, een uur voorbij en heb je gewoon naar een aflevering van Schooltv zitten kijken.

Veel fijner zijn de projecties in grote houten wijnflesdecors die je kunt sturen door met je hand het geprojecteerde scherm aan te raken. Ook hier zijn de filmpjes kort, maar er is tenminste een fun-factor, wat je toch van een wijnpretpark mag verwachten. 

De geurstolpen die je kunt activeren door op een soort toeter te knijpen, geven redelijk realistische geuren af. Ideaal om je neus te testen. 

Voor de rest zijn er heel veel digitale ensceneringen in het pretpark aanwezig. Scenes die worden nagespeeld met historische figuren, vertellers die een korte geschiedenis van Bordeaux doorlopen in aangepaste klederdracht, enz. De dialoogjes zijn redelijk flauw en bieden weinig meerwaarde, tenminste: voor ons als buitenlander werken komen ze niet over, mede door de Hollandse stem in onze hightech-oortjes. Ik beeld me in dat je verhalen van het Geluidshuis ook niet zomaar kunt vertalen en laten inspreken door de lokale Jan Becaus in het Hollands, Duits, Engels of Chinees zonder zowat alle charme te verliezen.

De bordeauxkleurige hemdjes komen we overal tegen en heel af en toe neemt er eentje het initiatief om naar ons toe te komen om ons te helpen. Dat we het icoontje anders moeten scannen, (draaiend met onze smartphonescanner) nee wacht, ok, het was toch goed. Veel plezier nog. 

Het moet gezegd dat de samenstellers van de permanente tentoonstelling in La Cité kosten noch moeite hebben gespaard en buiten de eigen navel van de Franse wijnindustrie hebben gekeken. Zo zijn er interactieve interviews met wijnbouwers van over heel de wereld en zijn er indrukwekkende luchtbeelden van wijngebieden in elk continent. 


Wie effectief de moeite doet om alle interactieve settings te doorlopen en de filmpjes uit te kijken, is zonder twijfel een volledige dag bezig en gaat daarna een pak slimmer en zonder twijfel als beter mens naar huis.

We doneren de audiogids bij de 3 (!) bordeauxkleurige collega's van de bordeauxkleurige audiogidsoverhandigers. Twee meter verder staat er weer een bordeauxkleurige medewerker die ziet dat we de audiogidsen kwijt zijn, maar niets doet behalve ons zien passeren. Gelukkig moeten we allebei nog even naar de wc en kon de man ons verder helpen, zo is zijn dag niet volledig nutteloos geweest.

Dat een medewerker niet weet wat het logische vervolg is van het bezoek aan de interactieve opstelling, is op zich al redelijk problematisch. Dat hij niet de minste moeite doet om schuifelende bezoekers verder te helpen wanneer ze overduidelijk blijk geven dat ze even niet weten wat de volgende halte in het pretpark is, is hemeltergend.

We dwalen wat rond op de gelijkvloerse en de eerste verdieping, maar merken dat er niet veel meer te doen valt. Er zijn verschillende degustatieruimtes die er troosteloos bij liggen, er is een prachtige cilindervormige wijnshop die heel wat parels bevat, maar anderzijds ook maar 5 minuten duurt om te bezoeken, en de vele andere ruimtes op de verdiepingen zijn gesloten of er is niets te zien. 

Het zal waarschijnlijk aan de recente opening liggen, maar de navigatie is duidelijk een werkpunt.

We stappen in de lift naar de 8ste verdieping en komen uit in een grote degustatieruimte met zicht op Bordeaux en de Gironde. Now we're talkin'!

Aan de lange toog staan er weer vier legioenen bordeauxkleurige mensjes klaar om de bezoekers van dienst te zijn. Enfin, 'van dienst'? Omdat niemand actie onderneemt, vragen we uiteindelijk zelf of we een glaasje kunnen drinken en wat de prijzen zijn. Even klinken op het nieuwe museum, 8 hoog in de wolken met zicht op Bordeaux lijkt ons immers een fijn tijdverdrijf.

Een van de bordeaux'tjes legt ons het concept uit: in de toegangsprijs is één glaasje wijn inbegrepen. We kunnen kiezen uit 20 wijnen. Elk legioen heeft dezelfde 20 wijnen klaar staan om de bezoekers snel te kunnen helpen. 

Of we ze vooraf ook kunnen proeven?

Aan de blik van de dame achter de stijlvolle toog is onmiddellijk op te merken dat ze zelf niet echt 'into wine' is en ook het concept van het museum dat opgebouwd is rond alle sensaties van wijn niet begrepen heeft. Enfin, het is niet de fout van het bordeaux'tje natuurlijk, maar een verkeerde inschatting van de inrichters van het museum. Wat een idee om mensen puur op basis van etiket te laten kiezen uit 20 wijnen uit verschillende landen! 

Omdat we ondertussen ver voorbij de middag zijn, lijkt het ons goed om nog even te lunchen in de taverne op het gelijkvloers voor we naar de Cognac rijden.

Alle tafels zijn bezet of liggen nog in puin van de vorige gasten. Op zich ook hier weer geen gebrek aan bordeaux'tjes, maar de service loopt voor geen meter. Bezoekers gaan door bij gebrek aan plaats en komen zelf tot aan de toog om hun gerechten te halen of te betalen omdat de diensters achterblijven. 

We zetten ons aan een rommelig tafeltje. De dienster brengt ons de menukaart en de wijnkaart. Ik kies voor een Georgische wijn, Belinda gaat voor Bordeaux. We zien even later twee glazen wit op de toog staan. 10 minuten later staan ze er nog tot de serveuse ze naast elkaar op onze tafel komt zetten zonder aan te geven welk glas welke wijn bevat, er is geen brood en ook de karaf water die we gevraagd hebben, moet nog in de Gironde gevuld worden. Wanneer we het bordeaux'tje terug aan tafel vragen, weet ze gelukkig de juiste witte wijn onmiddellijk te benoemen, al zou het even goed een zelfverzekerde gok geweest kunnen zijn.

De lunch op zich is behoorlijk en best betaalbaar. Het kader is schitterend en mits de nodige coaching van enkele mensen met horeca-ervaring valt er zeker een toplocatie van te maken die ook toegankelijk is voor mensen die het museum zelf niet bezoeken.

Tijdens het wachten op mijn Georgiër, heb ik voldoende tijd om alvast even te bellen naar de cognacboer die ons reeds twee jaar van godendrank voorziet, een cognac 'hors d'âge' waarvan de oudste wijn die erin verwerkt is, dateert van 1965. 

Geen antwoord.

Gelukkig dat de wijnen een tijdje op de toog staan te chambreren, zodat ik nog eens kan proberen.

Geen antwoord.

Een lichte paniek maakt zich meester. Ook van in de auto op weg naar de Cognac probeer ik een aantal keer om de man te bereiken.

Geen antwoord. 

We besluiten tegen beter weten in naar het domein te rijden in de hoop de man er alsnog te treffen. Tevergeefs, alleen een druk blaffende hond en een gesloten poort. 

Ik probeer nog eens te bellen, maar ook dat haalt niets uit.

Naar ons volgende verblijfsadres dan maar. 

Olivier en Tinne baten sinds drie jaar Les Mirandes uit in Montmoreau-Saint-Cybard. Na een huwelijksreis via tientallen b&b's in Frankrijk en een vijfjarig verblijf in Washington met de twee kinderen, stootte het koppel op een prachtig domein in de Charente. In totaal kunnen er 22 gasten verblijven. Hun cliënteel bestaat voor 95% uit Vlamingen die het geweldig toeven vinden op het oneindige landgoed.

Het verschil tussen Fransen die chambres d'hôtes runnen en Belgen is de oprechte hartelijkheid. Nog voor we de bagage uit de auto kunnen halen, vraagt Olivier of we geen zin hebben in een aperitiefje. Een pineau, lekker fris, het ideale aperootje als je vanop het grote terras uitkijkt op de vallei waar geen einde aan komt. Ook Tinne komt er gezellig bij zitten.

Om de twee dagen voorzien Olivier en Tinne ook een diner op het domein voor de gasten van de chambres, maar ook de mensen van hun gites sluiten er graag bij aan. Het is gezellig vertoeven aan de lange houten tafel waar 14 mensen kunnen genieten van het lekkers van de streek. Daar staat het koppel op: alles wat ze aanbieden moet uit de buurt komen. Een heel gezond principe met een geringe ecologische voetafdruk.

Op avonden dat ze zelf niet koken voor de gasten, doen ze er alles aan dat ook die avonden tot in de puntjes kunnen verlopen. Ze adviseren ons een van hun favoriete eetplekken in de buurt en Olivier zorgt zelfs voor de reservering.

Net voor we de bagage uit de auto halen, probeer ik nog een laatste keer te bellen naar de cognacboer. Als bij wonder hoor ik na drie beltonen 'allo?' aan de andere kant van de lijn. Of we nog konden langskomen vanavond? 'Pas de soucis, monsieur.'

Twintig minuten later staan we terug op domein Les Grandes Jouberteries in Péreuil. De man is hartelijk en biedt ons een cognac aan om te degusteren ook al hebben we niet echt tijd, want een half uur later worden we in het restaurant verwacht. We nemen elk een andere cognac zodat we kunnen vergelijken.

In totaal nemen we 15 flessen 'hors d'âge' mee en 3 Napoleon. Meer oude cognac heeft de man niet meer gebotteld staan omdat hij recent op een wijnbeurs had gestaan en de oude cognac als zoete broodjes verkocht had. Wat wil je? Een dergelijke godendrank voor 38 euro? Hij drukt ons geruststellend op het hart dat hij nog voldoende op vat heeft zitten voor de komende jaren.


We krijgen zijn gsm-nummer mee om communicatieproblemen in de toekomst te vermijden en hem altijd te pakken te krijgen als we in nood zitten. De rode telefoon met die ene knop uit de Batman-comics dus.

Met een beetje vertraging arriveren we in Villebois-Lavalette, een klein dorpje dat reeds van ver boven het landschap uitsteekt. De tiende-eeuwse vesting oogt een beetje als Carcassonne in miniformaat. Liesbeth leidt ons naar een pleintje dat volledig is ingenomen door een enorme markthal die er al staat sinds 1665. Het houtwerk is zondermeer imposant: huizenhoog in verschillende niveaus met gigantische dwarsbalken. Ben je in de Charente, dan moet je hier zeker even passeren.

In een uithoek van de markthal staan er enkele tafeltjes, voor de rest is het plein verlaten en ook de straten liggen er verlaten bij.

We nemen plaats aan ons tafeltje en horen rondom ons meer Nederlands dan Frans. Naast ons zit een koppel dat een gite heeft bij Olivier en Tinne. Hun gerechtjes van Le Lavalette zien er alvast veelbelovend uit. Belinda gaat voor een hoofdgerecht en een dessert, ik kan moeilijk kiezen en neem het driegangenmenu. Mijn ogen blijken echter te groot, want na het hoofdgerecht annuleer ik m’n dessert.

Het Bourgondische leven blijkt zelfs voor mij grenzen te hebben. 

20:35 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

18-06-16

Wo 8 juni 2016 - Spot on Bordeaux

IMG_8143.JPG

Als twee koningskinderen nemen we vanochtend plaats aan de ontbijttafel die voor ons is ingedekt. Geen rommel meer op tafel van vroege vogels die al eerder uit de veren waren. Een bakje hete koffie, croissants, vers brood, gekookte eitjes, kaas, zelfgemaakte confituur en yoghurt en een extra buffetje mochten we muesli, cornflakes of nog andere dingen willen. Voor minder gaat Vanessa niet.

Vandaag staat Bordeaux-stad op de reisplanning. Ook al rijden we pas om 10 uur door richting de hoofdstad van de regio, het verkeer golft nog steeds filegewijs. 'Filegolven', een nieuw woord van de verkeersredactie omdat ze 'accordeonfile' niet mooi genoeg vond.

Hoe dichter we Bordeaux naderen, hoe slechter de verkeerscirculatie. Verkeerslichten hebben veel weg van discolichten die knipperen op maat Stayin' alive. Op sommige plaatsen kunnen er net geen twee auto's doorrijden wanneer het licht op groen springt, de derde staat sowieso terug voor rood.

We stallen de Audi in een gigantische ondergrondse garage die gigantisch kleine parkeerplekken heeft. Alle auto's die we twee etages onder de grond zien staan, hebben krassen en blutsen in het koetswerk. Komt het niet door de enge parkeerplekken en de slecht aangegeven navigatie ondergronds, dan komt het zeker door de geënerveerde rijstijl van de gemiddelde Bordeauxlees die niet moet onderdoen voor de rijkunsten van taxichauffeurs in Istanbul die zich al toeterend een weg banen door het verkeer en hun rempedaal nooit raken.

Bij de toeristische dienst pikken we een kaartje op van de stad met een wandelroute erop die ongeveer twee uur duurt en ons langs het beste van het Unesco-erfgoed van de stad zal leiden. De straatnamen zijn goed leesbaar en dat maakt het navigeren des te gemakkelijker.

Wat onmiddellijk opvalt, is het vuil in de stad, de grote aanwezigheid van bedelaars en het feit dat iedereen, maar dan ook iedereen ofwel aan het bellen is of op z'n tablet zit te tokkelen, behalve dan de bedelaars en de straatartiesten die beiden excelleren in eenzelfde soort act, namelijk zo lang mogelijk stokstijf stil blijven zitten om geld in hun hoed te krijgen.

De wandeling loopt langs alle highlights van de stad. De majestueuze stijl van de Zonnekoning is typerend voor alle openbare gebouwen en ook alle burgerlijke huizen zijn even stijlvol opgetrokken. We passeren ondertussen via honderden winkeltjes en zo mogelijk nog meer eethuizen waar het eten bijna gratis wordt aangeboden in formulevorm.

Zelfs werklui die iets verder een woning aan het renoveren zijn, komen pauzeren op een van de vele terrassen in plaats van hun boterhammetjes op te eten in de camionette zoals dat bij ons gebeurt. Wij aanschouwen de lokale taferelen terwijl we nippen van een pastis en een glas rosé. 

Bordeaux is supermooi als het weer meezit. Aan de Gironde heb je een prachtig zicht op de stad en haar Louis XIV-panden. Jong en oud vertoeven op en rond de Mirror de l'eau, een plein in een plein dat enkele centimeters lager ligt dan de rest en onder water staat. Het weerspiegelt de omgeving, vooral wanneer 's avonds de oude gevels fraai verlicht worden. 

In Bordeaux kan dit gelukkig nog. Ons eigen dorp is sinds kort terug naar de middeleeuwen gekatapulteerd. Vanaf 23 uur gaat de straatverlichting onherroepelijk uit. Een besparingsmaatregel doorgevoerd onder het mom van 'ecologisch verantwoord'. Halle en de rest van de gemeente worden met één knip een duister hol. Alleen op enkele verkeersonveilige punten blijft er eenzaam een lampje branden, voor de rest moet je op de tast verder. 'Maar je auto of je fiets heeft toch licht, waarom moet de gemeente 's nachts dan nog licht voorzien?'

Echt? Menen de lokale politici dit nu echt?

Als een overheid anno 2016 niet eens hierin investeert, is er sprake van een failed state waarin de veel te hoge belastingen duidelijk verkeerd worden aangewend.

Omliggende gemeenten experimenteerden reeds met LED-verlichting en na de proefprojecten bleek dat ze in minder dan twee jaar de investeringskost zouden terug verdienen. Binnenkort zal Zoersel, na inzooming op Google Earth, dat ene donkere puntje zijn waar men opnieuw met paard en kar rijdt en zijn behoefte doet op een houten plank met een gat in.

Omdat we geen uitgebreid programma meer hebben vandaag, lunchen we uitgebreid bij Chez Eduoard. Opnieuw een zeer kwalitatief adres waar je heerlijk kunt eten voor een schappelijke prijs. Belinda neemt de meloen met porto en hesp als voorgerecht, ik stort me op 12 wijngaardslakken met gefrituurd paneermeel. Superlekker! Daarna volgen een tartaar van zalm met avocado voor de misses en mosselen met worst voor mij. Subliem lekker, zelfs. Surf en turf ten voeten uit. Het is broeierig heet. De garçons brengen tot 4 karaffen water en nog smelten we bijna weg. 

Het laatste domein dat we aandoen in de Bordeaux is Chateau Fonréaud in Listrac-Medoc. Al vanop de weg naast de kilometerslange wijngaarden is het ons duidelijk dat dit een grote jongen is. Een groot plechtstatig gebouw torent uit boven het groene gebladerte. Fonréaud produceert in die volumes dat bepaalde varianten van hun wijnen ook bij ons in de Colruyt en de Delhaize te vinden zijn. 

De tasting gaat door in een grote koele ruimte in een van de bijgebouwen. Zonder er zelf naar te vragen, worden we rondgeleid door de cave en krijgen we een degelijke uitleg.  Omwille van de uitgestrektheid van de wijngaarden is Fonréaud wel in staat verschillende wijnen op te leveren. De twee rode die we proeven, de Clos des Demoiselles en de Chateau Fonréaud zijn onmiddellijk een voltreffer. Omdat ik in de wijngids van onze gite had gelezen dat ze ook de beste witte wijn van de regio in huis hebben, vraag ik of ik die ook kan proeven. De Cygne de Fonréaud, is een witte wijn die ten onder dreigt te gaan aan zijn eigen succes, want de laatste tijd komen er steeds meer mensen voor de witte wijn naar het domein dan voor de rode wijnen van het huis die meer dan 95% van het volume voor hun rekening nemen. Toch kan het domein niet van het een op het andere jaar deze verhouding bijsturen. Wijn maken vraagt immers tijd.

De witte wijn is niet direct Belinda's meug, maar ik vind hem goddelijk. Uiteindelijk stockeren we drie kartons rood en één wit in de koffer. In tegenstelling tot voorbije wijntrips zit de koffer nog lang niet vol, ook al hebben we er al drie wijndagen opzitten. We zitten op dit moment zelfs nog maar op ground zero in de koffer en zelfs op dat niveau kunnen er nog kartons bij. 

Even later op ons terras nemen we ons voor om morgen in de Cognac en de dagen daarna in de Champagne onze schade in te halen. De zwaluwen trekken ondertussen van blijdschap haarspeldbochten in de lucht en scheren rakelings over de dakpannen. 

Omdat de eetadresjes in de buurt beperkt zijn, maar zeker ook omdat het gisteren zo lekker was in Les Landes, keren we vanavond terug naar de brasserie. We eten iets bescheidener dan gisteren en bestellen een voorgerechtportie verse calamares, osso bucco en reuzegamba's. Dit alles spoelen we weg met een halve liter rosé. De eindafrekening? 42,5 euro.

Leven als god in Frankrijk kan hier, en het hoeft zelfs niet duur te zijn ook.

19:06 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

16-06-16

Di 7 juni 2016 - Smelten als raketijsjes

IMG_8064.JPG

Net als gisteren nemen we redelijk laat plaats aan de ontbijttafel. De resten van een enthousiast ochtendmaal van gasten die wel op tijd uit hun bed zijn geraakt, staan nog steeds op tafel. De koffiekan, onze steun en toeverlaat in ochtendlijke uren, is leeg.

De chambres d'hôtes van Chateau Franc Grace-Dieu zijn terecht hoog gequoteerd op booking.com en Tripadvisor, maar met een 'extra mile' zou het koppel dat de b&b's runt voor meer dan een ruime onderscheiding kunnen gaan. Iedereen valt momenteel voor de unieke locatie, maar de service blijft in gebreke. Zo heb ik het nog nooit meegemaakt dat de bedden niet verschoond worden en het water niet wordt bijgevuld op de kamer. De tafel afruimen en koffie voorzien, is nog zo'n basic verwachting die niet wordt ingelost.

Het koppel dat de chambres d'hôtes in goede banen moet leiden en af en toe een tasting organiseert, is eigenlijk meer een conciërgekoppel dat ervoor zorgt dat de boel tijdig geblust wordt als het gebouw in de fik vliegt.

Als verzachtende omstandigheid zucht de man dat hij reeds sinds 6 uur vanmorgen het werkvolk op het wijndomein aan het onderhouden is. Door het onweer en de felle regen van de voorbije nacht hangen de wijnranken er depressief bij en moeten ze opnieuw geknoopt worden aan de metalen lijnen tussen de palen. In de Cognac moeten sommige regio's er stevig van langs gekregen hebben vannacht. Sommige wijnboeren zagen hun volledige wijngaard verwoest door felle hagelbuien. 

Alle respect voor de werklieden die deze nobele daad tot zich nemen midden in de nacht, maar we moeten door. Voor ons staat er opnieuw een zware werkdag op het programma.

Glijden door de prachtige streek rond Saint-Emilion is ons eerste wapenfeit. De wijnranken zonnebaden in de ochtendlijke zon, hier en daar raccrocheert een wijnboertje de takken die halfstok hangen. De volgroene wijngaarden zetten de toon tot we de oprit van het eerste domein oprijden.

Chateau Léhoul in Langon is ons eerste adres en is meteen een voltreffer. We degusteren rosé, wit en rood en bunkeren drie kartons wit. De glazen zijn proper en de wijnboer is in tegenstelling tot de wijnchinees deskundig en bereid. Uiteindelijk zijn we even lang binnen bij Léhoul als gisteren in Saint-Sulpice de Faleyrens, de beleving is zoveel warmer en authentieker.

De toon is gezet. Als het zo doorgaat, schrappen we onze tussentijdse conclusies van gisteren. De kwaliteit is goed, de prijs en het proeven ook. Dit smaakt naar meer.

Maar ook vandaag geven twee van de drie wijnboeren verstek. Bij het tweede domein geeft er niemand present, het derde domein is niet te vinden ondanks veelvuldig heen-en-weer-gerij op de plaats van bestemming. Nogmaals, ik denk dat Liesbeth de mol is.

Zo gaan we er natuurlijk niet geraken.

Redelijk grumf zetten we dan maar ineens door naar Léognan. Op ons programma staat een wandeling van ongeveer 10 kilometer door de wijngaarden, uitgestippeld door de toeristische dienst. 

Léognan is een onooglijk dorpje van dertien in een dozijn en de horeca is er navenant. Welgeteld twee eetzaken zijn er. In de eerste zaak waar we binnenstappen, vragen we naar het menu, maar we begrijpen letterlijk geen enkel woord van wat de brave garçon beschrijft. Of hij het nog eens kan zeggen. Tweede poging, maar nog steeds lijkt het alsof hij Oekraïens praat.

We besluiten in de andere doordeweekse zaak op het terras te gaan zitten. Vlakbij het drukke rondepunt in het dorp, maar alles is beter dan je binnen op te sluiten met dit weer.

De brave man stelt ons het menu voor: een slaatje met kaas en charcuterie als voorgerecht en een steak met frieten als main course. Als je niet oppast, eet je in menuformules altijd friet, dus vragen we of we het slaatje ook als hoofdgerecht kunnen krijgen. Het slaatje stelt op zich niets voor, maar het vult en de rosé erbij smaakt.

Nog snel even naar de wc voor we aan de wandeling beginnen. Wanneer ik de zaak binnenstap, zie ik geen enkele binnendeur. Geen wc dus? De bonhomme zegt dat ik naar buiten moet gaan en de gevel moet volgen tot aan een steegje. Hebben ze hier geen wc? Moet je gewoon in een doodlopend groezelig steegje je ding doen? Alle deuren in het steegje zijn vast behalve de deur die uitkomt op de toog van de zaak. Terug naar binnen dus. De man volgt me naar het steegje en merkt dat de deur van de wc nog vast is. Hij terug naar binnen dus. Even later is de deur van de wc open die qua groezeligheid niet moet onderdoen voor het steegje. 

Na onze korte passage in het culinaire hol van Pluto trekken we onze wandelschoenen aan. Het kaartje van de wandeling heb ik bewaard op mijn smartphone net als de uitgeschreven routebeschrijving. 

Het eerste deel van de route loopt via een troosteloze woonwijk. Na ongeveer een kilometer komen we uit op een drukke weg, de hoofdbaan richting Bordeaux, een weg die we redelijk lang moeten volgen. Bij tijden scheuren de auto's je bijna uit je wandelschoenen. Wat een verschil met de uitgestippelde routes van de vele wandelclubs bij ons waar om te beginnen de routes volledig uitgepijld zijn, geen gehannes met kaarten of beschrijvingen dus. De routes lopen steevast langs rustige wegen en slechts heel af en toe moet je een drukke weg over. 

Volgens de beschrijving moeten we ergens aan de rechterkant van de route du Bordeaux, een weg die - je raadt het nooit - in Bordeaux uitkomt, naast een 'grillade' rechts aanhouden. Grillades komen we genoeg tegen, maar welke moeten we nemen? Afstanden staan niet in de beschrijving en de resolutie van de kaart is even basic als die van Pong, het eerste pingpongcomputerspelletje uit de jaren 70. Elke letter op de kaart is een pixel groot en dus onleesbaar.

Net voor we finaal uit onze wandelsokken worden gereden, zien we een grote smeedijzeren poort met ernaast een weggetje. Het eerste rustige stuk van de wandeling. Ons geluk is echter van korte duur want na enkele honderden meter is de weg afgesloten met een zware balk. Een bord 'privédomein' brengt alle malafide wandelaars op andere ideeën en laat hen naar het Pong-kaartje grijpen. Daarop staat inderdaad 'interdit' op de plaats waar we gehinderd worden in ons gezwind gestap. Een alternatieve route is echter niet aangeduid op het kaartje. Naar de beschrijving dan maar. Daarin staat te lezen dat in 2009 de eigenaar van het domein een klacht had ingediend omdat er zoveel passage op zijn pelouse was en dat er zelfs gepicknickt werd onder zijn eeuwenoude bomen. Spontaan denk ik terug aan graaf Lippens die begin jaren 90 de frigoboxtoeristen uit zijn Knokke wilde houden. Sindsdien is de wandeling dus onderbroken en heeft de toeristische dienst de kans gehad om het kaartje aan te passen. 

In de beschrijving staan er gelukkig twee alternatieven. Twee alternatieven die nergens toe leiden omdat de aangegeven straatnamen niet in de buurt te vinden zijn. Het kwik klimt ondertussen moeiteloos naar 30 graden, en niet alleen omdat we ons danig beginnen frustreren in de gammele navigatie.

Uiteindelijk geraken we dankzij Google maps terug op de route en zien we na 500 meter eindelijk de eerste wijnranken van de 'wandeling tussen de wijnranken' opduiken. 

Maar ook in de verdere beschrijving van de route zijn de opgesomde straten zelden te vinden en van wat we mogen afleiden van de Pong-kaart, moeten we gewoon de drukke weg naast de chateaus van Pessac Léognan volgen.

We hebben er al lang geen zin meer in. We lopen terug richting de auto als twee raketijsjes die al aan hun derde kleur toe zijn. De zon is verschroeiend en er is geen wolk om ze tegen te houden.

Met alle ramen open sjokken we richting Castelnau-de-Médoc, zo'n 30 kilometer ten noorden van Bordeaux. Daar ligt onze tweede uitvalsbasis. We passeren onderweg een grillade aan de rechterkant van de weg met ernaast een doodlopend wandelpad, maar we zien in het dikke uur dat we onderweg zijn vooral veel rode lichten.

Fransen zijn geniaal in het aanleggen van ronde punten die ervoor zorgen dat er vaart blijft in het verkeer. Schoenmakers blijf bij jullie leest. Ga niet zoals in België alles volplanten met verkeerslichten zoals jullie de weg naar Bordeaux tot een verkeersinfarct hebben herleid. Rode lichten die slecht afgesteld staan in combinatie met lintbebouwing, ook iets dat waarschijnlijk vanuit België is komen overwaaien, zorgen voor gefrustreerde chauffeurs die rare dingen beginnen doen.

Na een dik uur rijden we de honderden meters lange oprijlaan van Chateau de l'Isle op. Het kasteel met een score van 9,4 op booking.com ligt in een groene oase en is meer dan 300 jaar oud. 

Vanessa, de dame die ons ontvangt, staat persoonlijk garant voor de goede reviews. Ze laat niets aan het toeval over en heeft duidelijk de voorbije jaren geïnvesteerd in het meest warme welkomstnest voor bezoekers dat je je kunt inbeelden. 

De kamers moeten niet onderdoen voor de slaapplaatsen van de vele kleinkinderen van Albert II. Een degelijk hemelbed, een klein privésalon in de kamer, een uitgebreide badkamer met regendouche, dat is de basis. 

Geef de gasten ook nog een apart salon met een eigen Nespresso, een dvd-collectie, allerhande gezelschapsspelen en vooral veel boeken over wijn, en ze beginnen nog iets meer te glunderen. Kleed de gangen, de traphal en andere plaatsen in het kasteel aan met oude schetsen, kaarten van de Bordeaux en andere curiosa en het geheel krijgt een ziel. Voeg tot slot dure geurige zeepjes toe in de badkamer en plaats theekopjes met bloemetjesmotieven in het privésalon en alle vrouwelijke bezoekers die het vaakst reviews schrijven gaan finaal overstag.

In elke kamer ligt ook een persoonlijk samengestelde gids met praktische info en nuttige adresjes in de buurt. De 'buurt' is groot, op zijn Frans, want er staan ook eetadresjes in die 70 km van de gite liggen. 'Neem gerust de gids mee als je op uitstap trekt, dan heb je ineens goede adresjes bij de hand,' raadt de dame ons aan. 

Naast de gids met praktische info, ligt er ook een eigen wijngids in het Frans en het Engels met de persoonlijke favorieten van de dame, elk voorzien van de nodige commentaar.

We besluiten morgen een van haar favorieten aan te doen. Binnenlopen bij enkele wijnboeren zit er niet in. In deze regio werken ze hoe langer hoe meer met rondleidingen die vaak betalend zijn. Omdat ze ook hier meestal maar één wijn per chateau hebben, is de kans klein dat je alleen terecht komt op wijnen die je effectief lekker vindt en hun hoge prijs met plezier overschrijft op de rekening van de wijnboerderij. We nemen ons voor om in België eens uitgebreid bordeaux te gaan proeven en wat inkopen te doen en nu vooral te genieten van de gite.

De dag sluiten we af in brasserie Les Landes in het dorpje. We beginnen met een correcte karaf rosé en schakelen daarna over op een betaalbare Lalande de Pomerol van maar 22 euro. Het eten is supervers en lekker: een uit de kluiten gewassen carpaccio met een kleine salade die apart wordt geserveerd, een steak tartaar, mee een van de beste die ik ooit gegeten heb, en superverse calamares voor Belinda.

Gelukkig blijft de tweede constante, die van de goedkope, maar kwalitatieve eetadressen, aan deze kant van Bordeaux ook overeind.

07:16 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

15-06-16

Ma 6 juni 2016 - De wijnchinees van Saint-Emilion

IMG_7946.JPG

Het ochtendlijke blauw boven de wijngaarden rond Saint-Emilion is het eerste wat we zien als we de gordijnen van onze kamer opentrekken. 

Beneden in de ontbijtruimte staat ons een naar Franse normen copieus buffet op te wachten. Naast croissants, brood en confituur ligt er ook kaas en lekkere hesp uitgestald. 

Onze tafelgenoten zijn een Brits koppel dat op terugweg is van hun buitenverblijf in Spanje naar Engeland. Ze bereiden zich voor op de moeder der volksraadplegingen, een voor Europa cruciale stemdag met maar één vraag: moet de Brexit er komen of niet? Zonder dat we er ook maar enigszins op aansturen, begint de vrouw allerhande argumenten op te noemen en selectief stukken geschiedenisles op te hoesten alsof ze zelf even alles op een rijtje wil zetten om haar ja-stem te motiveren: het is genoeg geweest, de Brexit moet er komen. Haar man luistert aandachtig, maar knikt zorgvuldig mee op momenten dat zijn vrouw even een kleine twijfel laat uitschijnen en steun nodig heeft, vooral wanneer het gaat over de mogelijke gevolgen.

Praten over de grondvesten van de Europese Unie, de te snelle uitbreiding en de verschillende recente crisissen, het is eens iets anders dan praten over het weer.

De voorspellingen zien er overdag op dat vlak vandaag trouwens subliem uit. De temperatuur zal op onze tweede vakantiedag nog verder klimmen naar meer dan 28 graden, maar vanavond zal er waarschijnlijk gedonder van komen.

Na het ontbijt starten we onze vinologische werkzaamheden met een controle van de duizenden wijnranken rond het domein. We wandelen van onze chateau naar Saint-Emilion tussen de wijngaarden. De wijnboeren haken de takken van de ranken aan de metalen lijn tussen de paaltjes van elke rij en doen hier en daar wat snoeiwerk. Anderen rijden af en aan met hun vreemdsoortige tractoren die alleen in wijngebieden gebruikt worden. 

De druiven aan de ranken stellen momenteel nog niets voor: het zijn nog babydruifjes die niet eens in hun peutertijd zijn terecht gekomen. Onwaarschijnlijk dat ze binnen drie maanden de basis zullen vormen voor exclusieve wijnen die de komende jaren in de talloze wijnboetieks in Saint-Emilion verkocht zullen worden. 

Aan wijnzaken is er in Saint-Emilion geen gebrek. Overal kun je proeven en zaken doen, als je een beetje uitkijkt. De meeste wijnhandelaars bieden een proefpakket aan met drie wijnen voor een schappelijke prijs. 

Wij ploffen na de wandeling neer op een terrasstoel in de hoop snel en goed gehydrateerd te worden en bestellen elk een 33'er bruiswater. Het bruiswater moet hier wel van subliem goede kwaliteit zijn, want de Saint-Emilioner die ons de rekening brengt van dit armoe-bacchanaal geeft zonder blozen de rekening van 9 euro erbij. 

Saint-Emilion is zeer duur, toch wat drank betreft. Je zou denken dat in het middelpunt van de regio de lokale restaurateurs een inspanning zouden leveren om de bezoekers verliefd te laten worden op de wijnen zonder hen af te schrikken door een te hoge prijs, maar dan redeneer je, net als ik, te kort door de bocht. Een glas rode wijn, niet eens van een exclusief huis, vind je niet onder de 6 à 7 euro. Flessen starten niet onder minimaal het vijfvoud hiervan. 

De maaltijden daarentegen zijn superdegelijk en spotgoedkoop. We genieten vanmiddag van een riante tapasschotel en een groot stuk foie gras mi-cuit in L'Absolu. Als drank houden we het bij enkele karaffen water, want vanmiddag staan er redelijk wat domeinen op het programma.

Wanneer we naar de gite terugwandelen, smelten we bijna weg. Tijd dus om tot de orde van de dag over te gaan en het degusteren aan te vatten.

Wijnproeven in Frankrijk is hard werken. Het begint met het vinden van de wijndomeinen zelf. Bij het eerste geplande wijndomein gaat het al mis. Hoezeer we ook rondrijden in en rond het gehucht dat aangegeven staat in de Guide Hachette, de vele pijlen met wijndomeinen naast de weg wijzen overal naartoe, maar niet naar de Chateau die we zoeken.

Op naar het tweede dan maar. Via een indrukwekkende oprijlaan bereiken we het plechtstatige domein waar een minikasteel uittorent boven de omliggende wijnvelden. We parkeren de auto op de parking en zoeken ons een weg naar de degustatieruimte. Tevergeefs. Even later komt een dame ons zeggen dat er niet geproefd kan worden zonder reservatie want anders kunnen ze zich er niet op organiseren. Vreemd, in alle andere regio's is dit ogenschijnlijk geen probleem en maken de wijnboeren met plezier tijd voor je om je het beste van hun domein te laten degusteren, ook al staan ze er bij momenten alleen voor.

Bij het derde geplande domein, Chateau Les Vieux Maurins in Saint-Sulpice de Faleyrens, hebben we wel prijs. Wanneer we onze auto tot vlakbij de degustatieruimte rijden, staat een oosters type ons op te wachten in zijn miniveranda: een wijnchinees. 

De man op leeftijd sjokkelt richting een hangar iets verderop, stopt een sleutel in een kastje en laat zo de elektrische rolluiken van de degustatieruimte omhoog glijden. Er is een toog voorzien en een degustatietafel. Een volledige muur wordt ingenomen door rekken met wijnflessen waarop kartonnen hoedjes hangen van de Guide Hachette. We zitten goed!

Of we enkele wijnen kunnen degusteren. 

De man sjokkelt naar zijn magazijn en komt terug met een flesje van 37 cl. Één flesje.

"We hebben maar één wijn," zegt de wijnchinees. En die andere dan, denk ik. Pas dan valt het me op dat het allemaal dezelfde namen zijn op de bordjes, en dat alleen de jaargangen verschillen. Maar dan nog, waarom maar één jaargang aanbieden als je even later van de oriëntaal te horen krijgt dat de wijnen per jaar nogal kunnen verschillen? Even later valt mijn oog op de prijslijst. Daarop staat nog een andere wijn, namelijk een die eik heeft gezien. 

Of we die ook kunnen proeven? 

Een ja of nee krijgen we niet, alleen de boodschap dat de wijn dezelfde is en dat de smaak iets verschilt omdat hij op houten vaten heeft gelegen.

Werkelijk? Daar waren we zelf nooit op gekomen.

Enfin, één wijntje dan maar. We krijgen twee vieze bolvormige glazen voorgeschoteld en hij zet er voor zichzelf ook eentje klaar. Niet dat er lippenstift of zo ophangt, maar de rand van de glazen is donker van kleur geworden en er hangen tranen op van een vorige onzorgvuldige spoelbeurt. Smakelijk is anders. Hij schenkt enkele druppels bordeauxkleurig vocht in elk glas en verwacht dat we met deze 3 millimeter uit ons dak gaan. In andere regio's vullen de wijnboeren een glas tot de helft om er vervolgens mee te walsen en het daarna weer ruim te vullen. Pas dan heb je immers de geur van de wijn in het glas en voldoende mogelijkheid tot proeven. Bij de wijnchinees mag het duidelijk niets kosten. 

De wijn op zich is niet verkeerd, maar het is anderzijds ook geen topper. Uit beleefdheid nemen we een karton mee, ons eerste karton in de Bordeaux.

Na de 1 op 3 in de Saint-Emilion is de Pomerol aan de beurt. Zorgvuldig werden twee adresjes vooraf geselecteerd uit het rijke aanbod van de Guide Hachette, maar uiteindelijk blijkt opnieuw het lokaliseren van de wijndomeinen een probleem. De voorbije jaren hadden we ook wel af en toe een domein dat onvindbaar bleek door de onnauwkeurige plaatsbepaling, maar wat we hier meemaken is ongezien. 

Liesbeth weet geen blijf met de coördinaten van Chateau Pavillon Beauregard en stuurt ons richting Chateau Beauregard. Pas wanneer we goed en wel binnen staan en de eerste wijn op de prijslijst zien staan aan 57 euro beseffen we dat we echt verkeerd zitten.

En ook het tweede domein in Montagne is in de verste verte niet te vinden.

1 op 5 dus.

Op het moment dat ik redelijk misnoegd onverricht terzake naar ons domein wil terug rijden, komt Belinda met een subliem idee op de proppen: laat ons de Saint-Emilion opzoeken die we gisteravond gedronken hebben op restaurant. 

Zo gezegd, zo gebeld en een minuut later ligt onze afspraak vast. Ik tik vervolgens Chateau Coutet in, maar Liesbeth geeft opnieuw niet thuis. Volgens mij is Liesbeth de mol.

Ze geeft wel een 'lieu-dit-coutet' aan. Ok, that will do. 

De route die Liesbeth voorstelt, eindigt op een met steenpuin verharde zandweg. De vlag op het schermpje van de gps staat geplant tussen een vervallen schuur en een braakliggend stuk land. Geen Chateau te zien.

Redelijk gefrustreerd door de magere vangst van de dag rij ik de zandweg op. De weg wordt steeds smaller en lijkt te eindigen op een stenen muurtje. Net voor het natuurstenen muurtje draait de weg opzij om uiteindelijk uit te komen op de binnenplaats van een domein waarvan het hoofdgebouw in de verste verte niet lijkt op het chateau van de website van Chateau Coutet. Net op het moment dat we het middenplein oversteken komen (denken we) de eigenaars in een klein autootje aangereden. We zwaaien vriendelijk en zetten onze missie verder. Over minder dan 5 minuten moet er immers geproefd worden.

We arriveren net binnen de tijd. De zoveelste nazaat van het familiebedrijf dat nu al vier eeuwen biowijn produceert in Saint-Emilion ontvangt ons hartelijk. De glazen staan netjes uitgestald en zijn proper. Maar ook hier valt de beperkte hoeveelheid wijn op die we kunnen proeven in een glas. Één klein teugje en weg is de wijn. 

Toch laten we ons de 2011, de 2012 en tot slot de 2010 welgevallen. We nemen uiteindelijk twee kartons mee en krijgen er nog een flesje 2010 bij als presentje.

Om half 7 staat er nog een rondleiding op het programma op ons eigen wijndomein van Franc Grace-Dieu. De man die de gites runt, is de gids van dienst. Omdat er nog andere gasten van over het water de tour volgen, is Engels de voertaal. Engels op zijn allo allo's. We begrijpen bij momenten amper waar de brave man het over heeft ook al is het proces van wijn maken ons niet onbekend. De rondleiding eindigt in de fraaie degustatieruimte van het domein. Opnieuw worden kleine bolvormige glaasjes gevuld met druppels wijn als ware het diamanten. De wijn was opnieuw niet verkeerd, maar 20 euro voor 'niet verkeerd' is minstens de helft te veel.

Wanneer we 's avonds in Saint-Emilion dineren maken we een tussentijdse balans op. 

  1. In tegenstelling tot andere regio's hebben de wijnboeren hier slechts één wijn, in het beste geval nog een variant op eik gelegen.
  2. Een wijnproeverij verloopt armetierig met weinig kans tot doorproeven.
  3. De wijnen zijn prijzig, maar springen er niet boven uit. Je betaalt de naam, of beter de regio, niet de kwaliteit.
  4. Omdat elke wijnboer maar één wijn heeft, kun je niet aan cherry picking doen.

Een andere conclusie die we reeds na een dag kunnen maken, is dat lunchen en dineren in deze regio zeer goedkoop is, tenminste als je een karaf water bij het eten bestelt in plaats van een lokaal druivenextract. De prijzen voor een glas wijn beginnen op 7 euro, wat onverantwoord veel is voor een gewone lunch. Noem ons wereldvreemd, maar is onze verwachting onterecht dat horecazaken net hier hun lokale specialiteiten zouden moeten promoten (met de steun van de wijnboeren zelf) om voor een totaalbeleving te zorgen? Nu worden er rosés uit de Provence en rode landwijntjes uit andere regio's besteld omdat de lokale producten onbetaalbaar zijn voor velen. 

We beseffen echter dat we de lokale horeca geen geweten kunnen schoppen en druipen af naar onze Chateau. Nog voor we goed en wel geparkeerd zijn, schuift het wolkendek onherroepelijk dicht. Nog geen vijf minuten later dondert de regen met bakken uit de lucht. Lichtflitsen en luid gedonder zorgen voor de finishing touch. 

09:14 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

13-06-16

zo 5 juni 2016 - Snel opkomend hoogwater

gps.jpg
Een dik grijs wolkendek plakt op de zompige Halse bodem. De voorbije weken zijn er enkele olympische zwembaden geloosd op elke vierkante meter zandgrond in de buurt. En dan mogen we nog van geluk spreken. In West-Vlaanderen, dat op zich gedoemd is om ten onder te gaan aan het opwassende zeewater, traden de voorbije week rivieren buiten hun oevers en stonden hele dorpen blank. In Duitsland werden auto's en zelfs zware brandweerwagens meegetrokken door het kolkende water dat in een rotvaart langs de gevels scheurt van de huizen die ooit een pittoresk plein ommuurden.

De mist is kenmerkend voor de situatie waar ons land zich in bevindt. Voor het eerst in decennia zijn er regeringen aan het roer die niet gehinderd door verkiezingskoorts beleid kunnen voeren, maar ten onder gaan aan partijpolitiek. De maatregelen die uiteindelijk genomen worden, zijn, hoe mager ook, voer voor een ongezien politiek gestuurd volksprotest in de Brusselse straten. Wanneer we op wijntrip vertrekken, zijn de cipiers aan hun 40ste stakingsdag bezig. Ze werden in die tijd afgelost door agenten die ondertussen ook aan het staken zijn geslagen en nu door het leger worden gecompenseerd. Gelukkig dat het leger nog niet volledig is afgeschaft, want het is zowat de enige groep die wettelijk gezien niet mag staken. Het zou er nogal aan toegaan als de Donald Trumps van deze wereld zonder het zelf goed te beseffen een Derde Wereldoorlog in gang steken op een blauwe maandag. Hopelijk zijn onze militairen voldoende getraind om ook met treinen te rijden, een busregeling uit te werken en wiskunde te onderrichten, want ook het spoor, De Lijn en de leerkrachten staken.

Het gebrek aan staatmanschap om de genomen maatregelen ook zo te verdedigen dat de volledige Belgische bevolking een aha-erlebnis krijgt, zorgt ervoor dat politieke commentatoren ons land ondertussen typeren als een 'failed state'. Tel daarbij de steeds groter wordende angst voor terreur na de aanslagen in Parijs en nog dichterbij in Brussel en Zaventem en je weet geheid dat opnieuw extreme stemmen de bovenhand zullen halen in het maatschappelijke debat.

De mist schept vanmorgen dus een redelijk treffend kader om het land voor een week te verlaten om de Franse wijnboeren te ontdoen van hun wijnoverschot. 

De gps geeft 950 kilometer aan. Toch best een eind rijden naar de Bordeaux bedenk ik me. Als je naar het zuiden rijdt, zit je rond de 1000 kilometer met je voeten in de Middellandse Zee. 

Het is de vijfde wijntrip in evenveel jaren en de eerste keer dat Bordeaux mee in het programma zit. Vraag nochtans aan een kind van 6 om de naam van een Franse wijn op te noemen en het zal waarschijnlijk als eerste bordeaux zeggen. De tijd dat ik geregeld nog een flesje bordeaux dronk was in de tijd dat we naar proeverijen bij Magnus gingen. Bordeaux stond toen voor kwaliteit, maar vooral ook voor 'duur'. De afspraak was toentertijd dat iedereen van ons gezelschap naast zijn eigen aankopen ook een fles excellente wijn kocht om na de proeverij met iedereen te degusteren. En die 'excellente wijn' was steevast een bordeaux. 

Het was een tijd dat de gemiddelde prijs van een fles wijn in mijn bescheiden wijnkelder zo'n 200 Belgische franken bedroeg. De 500 waarvoor je destijds een Lalande de Pomerol kon kopen, waren er dus serieus over, maar occasioneel moest dat wel eens kunnen.  

VinoCell, mijn favoriete wijn-app waarmee je vlot je wijnkelder kunt beheren, geeft ondertussen 13,4 euro als gemiddelde prijs aan. 

Ik kan me niet inbeelden dat de wijnboeren van de Bordeaux de voorbije jaren niet-geïndexeerd en commercieel naïef zijn doorgekomen en verwacht me dus aan redelijk forse prijzen de komende dagen. En dan is het maar de vraag of de naam de prijs bepaalt of de kwaliteit.

Enigszins sceptisch start ik dus aan de reis, anderzijds besef ik dat je het als wijnliefhebber niet kunt maken om de Bordeaux steeds te negeren.

Het is zondag. De Franse wegen liggen er verlaten bij en we kunnen dus aardig tempo maken. Toch komen we een uur later aan dan de gps initieel had aangegeven. 

Enkele tientallen kilometers voor Parijs verschijnt het eerste knipperlicht op het schermpje van de gps. Liesbeth, de hakkelende gps-stem, kondigt 'snel opkomend hoogwater' aan. 

Belinda en ik kijken elkaar verbaasd aan. 'Snel opkomend hoogwater'? Zou de zondvloed er in deze onchristelijke tijden dan toch nog eens van komen? En straffer nog: dat die ingenieurs van Audi dit soort verkeersstoring reeds voorzien hebben in de configuratie van hun gps? Het zijn echt wel übermenschen, die Duitsers.

Hoe dichter we Parijs naderen, hoe uitdrukkelijker Liesbeth ons probeert te behoeden voor natte voeten. De verkeersstoring verschijnt liefst drie keer onder elkaar op het gps-schermpje. Met de recente beelden uit Duitsland in gedachte, kunnen we alleen maar hopen dat alleen onze voeten nat zullen worden. De Seine is de voorbije dagen buiten haar oevers getreden en heeft een groot stuk van de kaaien blank gezet, ook het plein aan de voet van de Eiffeltoren staat volledig onder water. De geplande uitzendingen van Roland Garros en het EK op groot scherm aan de voet van de 300 meter hoge kolos zijn intussen opgeborgen.

Een file begint zich te vormen. We beelden ons auto's in die aan het begin van de file door schuimende metershoge golven worden opgeslokt. Wanneer we drie kwartier later op de plaats van het onheil zijn aangekomen, blijkt de file gewoon het gevolg van ramptoerisme op het viaduct boven de Seine.

In de buurt van Orléans begint Liesbeth voor een tweede keer te hakkelen. 'Door de actuele verkeerssituatie werd de route aangepast.' Één zinnetje en op slag komt er een uur reistijd bij. De oorzaak, daar hebben we het raden naar. De Franse verkeerslezer die op eenzelfde tempo het verkeersbulletin erdoor jaagt als een Texaanse veilingmeester de biedingen bij een veeverkoop, helpt ons geen meter verder. 

De aangepaste route leidt ons volledig door Orléans. Omdat ik nergens een indicatie van ellende zie op de weg voor ons besluit ik verder te rijden, tot we door een paternoster van verkeerskegels alsnog van de autostrade worden gestuurd en een omleiding van meer dan 50 kilometer moeten volgen. Nergens is er op het gloednieuwe stuk autostrade waarnaar we worden afgeleid een afrit te bespeuren. Het verschil met Vlaanderen waar elk gehucht zijn eigen op- en afrittencomplex heeft, kan niet groter zijn.

Uiteindelijk geraken we ook Orléans en Tours voorbij. Op snelwegvlak blijft deze regio weinig aantrekkelijk om door te rijden. Het Frankrijk-gevoel ontbreekt er volledig. Geen restanten van oude kerkjes langs de weg, of meetkundig perfect aangeplante wijngaarden, niets. Zelfs geen toeristische borden die je doen smachten om een afslag te nemen. Heel anders dan de Autoroute du Soleil die een aaneenrijging is van tot de verbeelding sprekende plaatsnamen en attracties. Wat wel zalig is, is het absolute gebrek aan verkeer op deze drievaksbanen waardoor je algauw een significant stuk van de verloren reistijd kunt goedmaken.

Hoe dichter we bij onze bestemming komen, hoe blauwer de hemel kleurt en hoe meer het kwik richting zomer schuift. Wanneer we aankomen bij Chateau Franc Grace-Dieu klokken we af op 26 graden, een temperatuur die we tot voorbij 9 uur vanavond zullen aanhouden.

Op de plek waar nu Chateau Franc Grace-Dieu staat, lag in de middeleeuwen een cisterciënzerabdij. Op het domein omgeven door 15 hectares wijngaarden zijn ook vier stijlvolle chambres d'hôtes ingericht. Al vanaf het moment dat je de oprijlaan met cipressen oprijdt, weet je dat het goed zit. Alles is tot in de puntjes verzorgd en smaakvol ingericht. 

We rijden voor de eerste keer naar Saint-Emilion, een klein, schattig dorpje waar de eigenaars van instagram waarschijnlijk aandelen van hebben gekocht: zó fotogeniek vind je ze maar zelden. 

Ook L'Envers du décor, het restaurant waar we dineren, lijkt uit een fotoalbum te komen. Ondanks de vertraging onderweg zijn we bij de eerste klanten van de avond.

We krijgen een plekje op het grote terras dat ommuurd is door eeuwenoude architectuur en prompt volgen ook de kaarten: de menukaart en de wijnkaart. Beter gezegd: de menufiche en het wijnboek. De keuze in gerechten is beperkt, wat we verre van een probleem vinden omdat de kans dan substantieel groter is dat er gewerkt wordt met verse ingrediënten. Aan het wijnboek valt echter niet te beginnen: het aantal chateaus is duizelingwekkend, net als de prijzen. Mijn vrees wordt al vanaf seconde 1 bewaarheid: hier kennen ze hun prijzen. Om alvast de toon te zetten: de eerste wijn op de kaart kost 475 euro. Het blijkt weliswaar een magnum te zijn, maar toch. Verder bladerend in het grote wijnboek zie ik gelukkig ook meer betaalbare wijnen staan, maar bij gebrek aan bordeaux-kennis kunnen we niet anders dan terugvallen op de garçon. We vragen een degelijke wijn van maximum 40 euro en krijgen een Chateau Coutet, Saint-Emilion Grand Cru uit 2008, een erg lekker exemplaar dat perfect pairt met de lamskotelletjes en de steak.

We sluiten af op het terras van ons domein-voor-twee-dagen met een flesje Gaillac dat we vanmorgen nog snel hebben ingeladen om droogte te vermijden. Het inslaan van een extra wijnvoorraad voor slechtere tijden staat immers morgen op het programma.

Op een onhebbelijke auto na die voorbij scheurt aan het begin van de oprijlaan, is het enige geluid in de omgeving dat van krekels die collectief vakantiemelodietjes tjirpen. 

09:30 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

15-08-15

Vr 7 aug 2015 - Weinig app-laus in Poitiers

De drukkende warmte en het oncomfortabele bed zorgen ervoor dat ik vannacht geen oog dicht doe, letterlijk dan. Hoe ik me ook draai, ik geraak niet in slaap. In de overtuiging dat soezen beter is dan opstaan, blijf ik liggen. Als de wereld rondom je stil is, hoor je alles: de krekels die blijven tsjirpen tot een stuk in de nacht, de vogels die wakker worden en dit onmiddellijk met hun soortgenoten willen delen, een warmteonweer dat opkomt, verschillende keren luid uithaalt om dan met uitdovend gegrommel in het niets te verdwijnen.

Het onweer brengt een koelte in de ochtend, maar ook dan vind ik geen moment m'n slaap.

Met kleine oogjes neem ik een douche. De kinderen zijn allemaal op en hebben goed geslapen. Ook Belinda heeft eindelijk nog eens een goede nacht gehad.

Het is de eerste dag met doenbare temperaturen, ook in de zon. Bij momenten oogt het wolkendek dreigend, maar het lost alleen een beetje gemiezer.

De kinderen hebben de Joepie ontdekt die bij in het zomertijdschriftenpakket zit dat Belinda heeft gekocht voor naast het zwembad.

De rubriek met vragen en antwoorden over seks en relaties is gefundenes fressen voor de oudste kinderen van het gezelschap die op de vooravond van hun puberteit staan. Wanneer is het tijd voor je eerste keer? Doet het pijn? Welk voorbehoedsmiddel gebruik ik best? Finn en Lars horen het Rune allemaal enthousiast voorlezen in de auto op weg naar Poitiers en kunnen niet anders besluiten dan 'Bah, vies!' Lune blijft zedelijk stil bij deze expressieve voorleessessie.

Ons eerste bezoek aan Poitiers was met de geflopte lichtshow niet echt een hoogvlieger. De fraai uitgegeven toeristische brochure van Poitiers belooft ons echter een magistraal bezoek door de 'hoofdstad van de romaanse kunst'. Vooraf heb ik twee apps geïnstalleerd: een gratis audiogids en een speurtocht door de stad op maat van kinderen begeleid door een digitale privédetective.

Ook al ligt de duur van elke uitleg binnen de grenzen van het aanvaardbare, ik laat de audiogids voor wat hij is. Een eerste luistermoment is saai, terwijl er met de voorgevel van de Notre-Dame meer te doen valt volgens mij.

Het interieur van de kerk is heel druk door de vele polychrome patronen die op de zuilen zijn aangebracht. Nog nooit zag ik een romaanse kerk zo uitbundig versierd. Ook het invallende licht door het glasraam achteraan in de kerk werpt kleur op de zwart-witte tegels van het koor. 

Het contrast met de gotische cathédrale Saint-Pierre kan niet groter zijn. De kerk straalt niets uit, heeft geen ziel. Ze is bombastisch maar saai, qua constructie en inkleding. We zijn er buiten nog voor we goed en wel binnen zijn.

Tot nu toe hebben we weinig aan de apps gehad die ik vooraf heb gedownload. Ook de tweede app, 'Portée Disparue', bleek bij de start niet bruikbaar omdat het stadsplannetje dat we moesten volgen geen enkele straatnaam bevatte en veel te schematisch was getekend om effectief te kunnen volgen. Tijdens onze lunch in bistrot Le Gil leg ik het plannetje van de app naast het echte stratenplan om een en ander op elkaar af te stemmen. Ik vind zelfs het startpunt van de tweede zoektocht niet eens. De idee om met een app de stad te verkennen aan de hand van audiovisueel materiaal op verschillende locaties is zeer origineel, alleen is het wel balen dat je niet eens weet hoe je moet wandelen. Gelukkig is het eten wel dik in orde en origineel gebracht tegen een zeer schappelijke prijs.

Poitiers weet zich goed te verkopen aan de toeristen met fraai uitgegeven brochures, apps en twee (?) toeristische diensten op het plein voor de Notre Dame, maar voor zover wij de stad hebben leren kennen, is de enige echte trekpleister de Notre-Dame zelf. Buiten dit historische stuk is er bijzonder weinig ambiance in de straten.

Na een fabrieksijsje en een bezoek aan een replica van het Vrijheidsbeeld dat een even grote invloed op ons nalaat als het kleine pissende ventje in Brussel op een bus selfiestick-Japanners, trekken we terug naar Breuil Mingot met opnieuw de Joepie als bezighouder. 

De Joepie bevat dezer dagen meer dan alleen gossip over tieneridolen en als stijladvies gecamoufleerde reclame voor kleding- en prulariawinkels. De kids laten hun creativiteit volop gaan bij het moderne sprookje met invullijntjes dat een pagina in het jongerenmagazine inneemt. Bij elk invullijntje staat wat ze op de lijntjes moeten invullen. Zo ontstaat voor iedereen een eigen maf verhaal over zijn of haar BFF, met Robbe als voorlezer van dienst.

Dat ze het echt leuk vinden, blijkt wanneer we nog een korte stop maken bij de supermarkt voor een paar inkopen voor vanavond en morgen: iedereen wil in de auto blijven zitten om te luisteren naar de sprookjes van de anderen. 

De pastasalades voor morgen worden klaar gemaakt, de auto ingeladen. Voor de laatste keer wordt de barbecue gloeiend heet gezet en duiken de kinderen in het koele water. 

De vakantie zit erop. Een week complete 'zen' en dat met vijf kinderen, ik had het enkele jaren geleden nooit kunnen denken. Plannen worden gesmeed voor komende vakanties en de rest van de toekomst. Positieve vibes die energie geven.

16:44 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

13-08-15

Do 6 aug 2015 - Bijtgrage handtassen in Civaux

reisverslagen

 

De hemel lijkt op een kudde schapen die ergens in een Iers heuvelland staan te grazen. Toch is het ook vanochtend drukkend warm. 

Initieel zou vanaf donderdag het weer keren en daarom staat het bezoek aan de Planète des Crocodiles pas ten vroegste vandaag geprogrammeerd. Niemand gaat immers vrijwillig wanneer het buiten meer dan 35 graden is de hitte van een serre met reptielen opzoeken. Als het frisser is buiten, met zelfs kans op regen, zal de glazen koepel best aangenaam zijn. Dat was althans het plan wanneer we het weekprogramma opstelden.

Ook vandaag schuifelt de thermometer echter gestaag richting 35 graden. De Planète des Crocodiles staat reeds van in het begin van de vakantie op het verlanglijstje van de kinderen en omdat we Poitiers niet willen bezoeken als het zo warm is, zetten we toch koers richting Civaux.

De koeltorens van de kerncentrale van Civaux suggereren hun aanwezigheid al van op tientallen kilometers afstand. Het is de enige plek aan de horizon waar nieuwe schapen aan de kudde worden toegevoegd. 

Van dichtbij lijken de wolkenmakers tot aan de hemel te reiken. De gigantische koepels van glas waarin meer dan 200 krokodillen en alligators verblijven, valt erbij in het niets. Net als het nabijgelegen tropisch zwembad en het duikbassin, profiteert ook de Planète des Crocodiles van het warme water dat de kerncentrale voortbrengt, zelfs nadat het via de koeltorens is gepasseerd. 

Onze vrees wordt bewaarheid: het is beklemmend warm binnen, zeker op plaatsen waar de zon vrij spel heeft. We zijn niet de enigen die het warm hebben. Iedereen blijft hangen in de schaduw van bananenbomen en cacaoplanten die een tropisch biotoop moeten creëren voor de reptielen die er levenloos bijliggen met hun bek wijd open, wachtend om gevoederd te worden.

Na een korte intro door een van de dierenverzorgers trekken de kinderen allemaal een plastic doktershandschoen aan. Ze mogen de nijlkrokodillen voederen. De beesten hebben een all inclusive Civaux geboekt, dat is duidelijk: ze krijgen de kipfilets zo in hun spitse bek gegooid. Finn gooit iets te enthousiast en zijn kipje belandt op de rug van de krokodil. De lichaamsbouw van het beestje laat het niet toe om er zelf naar te happen, maar ook de andere dieren zijn niet direct geneigd tot veel activiteit vanmiddag. 

Even later zijn de alligators aan de beurt. Zij worden door de verzorger zelf uit hun kot gelokt en moeten al meer moeite doen. Aan een flexibele haak hangt hij kippenbouten die hij met een stok en een lange kabel in de alligatorput laat zakken. Eerst moet hij de bouten nog laten dansen voor de stompe bek van de beesten, maar even later is hun instinct toch uit zijn winterslaap gekomen en beginnen de kaken naar het kant-en-klare vlees te happen. 

Het leidt tot redelijk indrukwekkend uithalen van de alligators. Deze Australische beestjes staan bekend als menseneters. Elk jaar sterven er meer dan 100 mensen door aanvallen van bijtgrage Australische handtassen. Door de stok omhoog te trekken, verplicht de verzorger de dieren om soms tot een meter boven het water uit te komen. De eerste keer dat dat gebeurt schrik je je een ongeluk, want ze vallen razendsnel aan zoals de raptors in Jurassic World.

Na een verplicht bezoek aan de souvenir-shop waar bergen plastic en pluchen prullaria staan uitgestald en waar Lune en Finn hun elfendertigste knuffelbeestje kopen van hun zakgeld, snakken de kinderen naar de koelte van het zwembad. 

Ook al is het de voorlaatste dag van de vakantie, de kinderen zijn elkaar nog lang niet beu. Ze bedenken telkens nieuwe spelletjes of varianten op spelletjes die ze eerder al speelden. Ze spelen alleen of in teams, bedenken verschillende rollen per spel en ook de kreten die ze hierbij maken, zijn op z'n minst origineel te noemen. 

Van aan de waterkant stijgt plotseling het geluid van een sirene op. Finn is gestoken door een wesp. Rune ontfermt zich direct over zijn broer, alle dagdagelijkse strubbelingen vergetend. Het is ernstig, geen krokodillentranen (sorry voor de flauwe woordspeling, nvdr), maar tranen van pijn en angst. Tussen de uithalen van Finn door, wordt mijn aandacht afgeleid door een luid gebons. De zebra staat met z'n vuist op het raam van de keuken van het kasteel te kloppen. That does it. Ze mogen een gepeperde recensie verwachten op Tripadvisor en 'kindvriendelijk' zal er niet echt in voorkomen.

Het ijsblokje dat Belinda op de plaats van de steek legt, mist zijn verdovende werking niet. Even later is Finn opnieuw in z'n plooi en duikt hij terug het water in zoals het een waterkieken betaamt.

10:15 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

12-08-15

Wo 5 aug 2015 - Halle Proeft op verplaatsing

reisverslagen

Onbeperkt tabletten. Dat moet zowat de ultieme vakantiedroom van onze kids zijn. Het digitale snijplankje is niet meer weg te denken uit hun leven. Ze staan ermee op en gaan ermee slapen, als ze niet af en toe op onze timings zouden stoten. 

GameMeneer is een van hun helden. De Nederlandse jongen heeft ondertussen 350.000 volgers op zijn youtube-kanaal en belooft elke dag om 20 uur een nieuw filmpje over Minecraft en andere games die hot zijn bij kinderen. Als je kinderen een T-shirt willen van een of andere Nederlandse knul met jeugdpuisten, dan is de wereld er redelijk verknipt aan toe.

We willen dat de kinderen aan voldoende slaap toe komen. Vandaar de regel dat er pas vanaf half 9 gegamed mag worden, vandaag zelfs pas vanaf 9 uur gezien het late aankomstuur gisteren. Anders zouden sommigen er zeker hun wekker voor zetten om vroeger te kunnen starten.

Iedereen valt vanochtend laat uit z'n bed. Een dagje Futuroscope is blijkbaar erg vermoeiend. 

De siëstamodus waarin iedereen gedijt, is die van een relaxte zondagochtend die langzaam voorbij glijdt en moeiteloos overgaat in de namiddag. 

Deze namiddag staan er geen activiteiten op het programma waardoor de kids hun zwemtijd optimaal kunnen benutten. Onder de naaldbomen zitten twee ouders te lezen met een half oog op het opspattende water. Het zwembad ligt er verleidelijk bij gezien de bloedhete temperaturen. Deze namiddag geeft de thermometer 43 graden in de zon aan. De wind is volledig gaan liggen en de wereld lijkt te smelten op z'n Dali's. Toch blijft het water fris aanvoelen en verkiezen we de klammigheid boven het koude chloorwater.

In Vivonne, een dorpje op zo'n half uurtje cruisen van de gite, vindt vanavond een marché des producteurs plaats. Lokale telers, kwekers en bouwers bieden er hun producten aan tegen een schappelijke prijs, meestal tegen de prijs van op het domein. De gemeente zorgt voor tafels en stoelen en de schepen van feestelijkheden wordt daar gedurende de hele avond via de micro uitgebreid voor bedankt, een mooie precampagne voor de volgende lokale verkiezingen. 

We arriveren min of meer op het geafficheerde startuur en er heerst al een gezellige drukte aan de kraampjes. De eerste drie rijen tafels zitten vol, maar het is duidelijk dat ze in de loop van de avond nog een half dorp verwachten. Ik tel nog zo'n 15 min of meer lege rijen.

Samen met de kinderen wandelen we eerst langs de kraampjes om een idee te krijgen van het aanbod. Er heerst bij het merendeel weinig enthousiasme over het aanbod op de marché. Ik kan begrijpen dat geitenkaas, escargots en vreemd ogende stukken vlees niet direct appetizers zijn voor de jonge soort, maar er zit zeker voor ieder wat wils tussen. 

Lars en Rune zijn de fijnproevers van de bende. Ze willen alles proeven en kunnen ook echt genieten van een lekker gerecht. Finn zegt standaard dat hij iets niet lekker vindt als het niet in zijn shortlist van lasagne, friet of mosselen staat, maar draait iedere keer bij wanneer hij effectief aan het eten is en breidt hierdoor systematisch zijn smaakuniversum uit. Lune is een van de grootste afnemers van Boursin-kaas ter wereld, toch per kop gerekend, en is gek van Italiaans eten, vooral spaghetti alla carbonara, maar past net als Finn voor alles wat onbekend is of ooit eens onbemind was. Ze maakt echter veel meer bombarie van iets dat haar niet zint van eten dan wie ook van de kinderen. Robbe is mister fastfood en eet met lange tanden. Hij lust weinig tot niets en kan ook helemaal niet genieten van eten dat niet vooraf gefrituurd werd. Toch maakt hij er geen circus van; eten is voor hem een taakje net als de tafel dekken en afruimen op maandag.

We kopen bewust geen frietjes omdat ze pas nog friet hebben gegeten en ook zaterdag staan er goudgele stokjes op het programma als beloning voor een rustige terugrit. We halen enkele bordjes met rauwe groentjes, een braadkip en een volledig brood om te starten. Niet direct een binnenkopper bij de kids op het eerste zicht, maar iedereen eet ervan, al dan niet na wat tegenpruttelen. Bij een wijnboer koop ik een flesje druivensap voor de kinderen. Even later volgen escargots, oesters en mosselen voor de liefhebbers. Ze krijgen geld mee om zelf een dessert te kopen en komen even later terug met flan en appelcake. 

Ondertussen is het park volledig dichtgeslibd; er is geen zitplaats meer vrij en ook aan de kraampjes is het drummen. 

Al gauw staan er enkele lokale Fransozen aan onze tafel met de vraag of ze mee mogen aanschuiven. De kinderen zijn ondertussen gaan spelen en we zien hier dus ook geen graten in. De oudere man van het gezelschap zit nog maar net op de bank of hij offreert ons elk al een glas rode wijn. De sfeer is direct gemoedelijk, al drinken we toch eerst onze witte wijn op die we in een kraampje vonden voor 5,4 euro. Niet slecht voor een wijn met twee sterren in de Guide Hachette en een coup de coeur van de jury. 

Samen komen met vrienden, maar ook nieuwe contacten maken, daar gaan de Franse marktjes over. Eten en drinken is hiervoor een ideaal kader. 

Dat was ook de reden waarom we samen met Fries en Leentje dit jaar voor de eerste keer Halle Proeft hebben georganiseerd. Halle is van de drie Zoerselse deelgemeenten sowieso de meest bruisende met de avonden Parkplezier in de zomer, de stratenloop, de volksspelen, de 6 uren van Halle mountainbike, enz. Maar er was nog niet echt een evenement waarbij niet de sport of de muziek centraal staat, maar wel het genieten van lokale proevertjes en gerechten. 

De opkomst overtrof onze verwachtingen en die van de meer dan 20 standhouders. Op een bepaald moment hebben we 1500 aanwezigen geschat. Over heel de namiddag en avond geteld moeten er meer dan 2000 proeflustigen op afgekomen zijn.

Een van de fijnste commentaren achteraf was dat er ook heel veel mensen aanwezig waren die anders zelden naar evenementen in onze deelgemeente komen omdat sport of muziek hen weinig zegt. 

We hebben met Halle Proeft een eigen invulling gegeven aan het concept van de Franse avondmarktjes. Niet alleen producenten, maar ook de lokale horeca en verenigingen stonden met een stand rond de kiosk op ons dorpsplein. We hebben geprobeerd om het aanbod op de verschillende stands min of meer op elkaar af te stemmen en de prijzen zo democratisch mogelijk te houden zodat er aan zoveel mogelijk stands geproefd kon worden. Op de Franse marktjes zie je dat de prijzen elk jaar stijgen waardoor een stukje vlees eten met het gezin voor sommigen ongetwijfeld niet meer mogelijk is en dat is jammer. De dranken zijn nog wel steeds goedkoop, zowel aan de algemene drankstand als bij de wijnboertjes die consequent de prijs van op hun domein blijven vragen.

Iets voor negen gaan we de kinderen zoeken die ondertussen op het nabijgelegen speelpleintje aan het socializen zijn met Franse leeftijdgenootjes. En dat lukt blijkbaar zeer goed, zelfs voor Lune die amper drie woorden Frans spreekt. Ze wist vanavond zelfs een pakje friet af te troggelen bij enkele jongens uit de Vienne.

We rijden naar Poitiers en parkeren in de ondergrondse aan de Notre-Dame-la-Grande, een romaanse kerk uit de elfde eeuw. Volgens de toeristische brochure van Poitiers is er elke avond in de zomer een lichtspektakel op de voorgevel van de Notre-Dame, 'een magische polychrome lichtshow opgebouwd rond zeven thema's: mineraal, planten, huwelijk, Radegund, byzantijns, lapis lazuli en puur pigment'.

Eerder zag ik dit soort projecties al in Gent en Reims. In combinatie met aangepaste muziek wisselen de taferelen zich af; je kijkt je de ogen uit. 

Ook al zijn we er op het uur dat in de brochure vermeld staat, er is weinig animo op het pleintje voor de kerk. Heb ik me vergist van kerk? Ik spreek een lokale hangmijnheer aan en die bevestigt dat we op de juiste plek zijn. Wanneer het precies begint, weet hij niet. 

De toeristische dienst blijkt gelukkig nog open. De dame met op haar badge de vlag van het Verenigd Koninkrijk spreekt me in haar beste schoolengels aan, ook al begin ik netjes in het Frans en weet ik me redelijk verstaanbaar uit te drukken. Jammer toch dat ik direct herleid word tot Amerikaan omdat mijn tongval niet dezelfde is als die van de Poitierse aan de balie. We zijn blijkbaar een uur te vroeg. Ik wijs haar op de brochures die ook in haar boetiekje staan en ze zegt prompt dat het fout in de brochure staat. Case closed, denkt ze bij zichzelf. Next!

Er zit niets anders op dan ergens een terrasje te doen. Elk nadeel heeft zo z'n voordeel.

Iets voor half elf zoeken we een goed plekje uit op het pleintje voor de kerk dat ondertussen al goed volgelopen is. De voorgevel van de kerk is ondertussen verlicht. Het spektakel kan elk moment beginnen. 

Na 10 minuten kijken de kinderen ongeduldig mijn richting uit. Wanneer begint het nu?

Ik steek het op Franse stiptheid en zeg dat ze nog even geduld moeten hebben. Inwendig grommel ik en maak ik snode plannen om de jongemeid van de toeristische dienst over haar toonbank te trekken en ze origami-gewijs haar foldertjes te laten plooien tot allerhande boerderijdieren.

Vijf minuten later valt het licht uit en begint iedereen te applaudisseren. 

(...)

Dat was het? Zijn we daarvoor vroeger terug gekomen van de marché des producteurs? Hebben we hiervoor zo lang gewacht?

Even later zit ik op ons terras de foto's van de kerk te bekijken en merk ik dat er verschillen zijn in de belichting op gedeelten van de voorgevel. Blijkbaar zaten de 7 thema's in een stilstaande projectie die op zich niet veel voorstelt. 

Ik zet mijn hoop op ons bezoek van vrijdag om de Notre-Dame in al haar glorie te bewonderen.

15:33 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

11-08-15

Di 4 aug 2015 - Bwaaaaaaaaah!

v5rlcs9a7lrcq4v7nd67uqvue2jvdbug3rkj7orfah65ndtvf.jpeg

Futuroscope werd opgericht in de buurt van Poitiers. Het pretpark ligt op een twintig minuten van ons kasteeltje en staat op de shortlist van de kinderen.

Al van op grote afstand vallen de imposante gebouwen en constructies op die het park typeren. Het gegil dat je doorgaans op achtbanen hoort, heb je hier niet.

Futuroscope is dan ook een ander soort pretpark. Elke attractie, met uitzondering van de kinderwereld, is indoor, wat het pretpark veel minder afhankelijk maakt van het weer. De meeste attracties zijn 3D- of 4D-avonturen die je in een fantasiewereld werpen, zoals de wereld van Le petit prince of een wilde achtervolging in een stad in de toekomst. Op andere momenten koers je op een racecircuit of door smalle straatjes in een Frans dorpje. Ook al weet je dat je naar een scherm zit te kijken, je plakt geregeld tegen de rugleuning van je stoel en Lars wordt er zelfs misselijk van. 

Het is het best georganiseerde park dat ik al bezocht heb. Zitplaatsen in attracties worden zo optimaal mogelijk benut, dankzij de medewerkers die bezoekers erop aanspreken en goed weten waar ze mee bezig zijn. Bij het begin van elke attractie staat de wachttijd digitaal aangegeven en op verschillende plaatsen staan er overzichtsborden van het park met de wachttijden, zodat je de snelste keuze kunt maken. Via een app hou je alle wachttijden in de gaten en zie je ook hoelang je in elke attractie bezig bent en bij de meeste attracties is er een free WiFi-zone.

In de wachtrij van de attracties zijn er meestal ook zoethoudertjes voorzien om het wachten zo aangenaam mogelijk te houden, van projecties op een bewegende waterwand, en bewegende constructies aan het plafond, over een hink-stap-spel, tot zelfs een volledig konijnenmuseum bij de Lapins Cretins

Wachten wordt op die manier een belevenis. Het mag wel, want wachttijden van 30 minuten en meer zijn meer regel dan uitzondering. 

Om de kosten een beetje te drukken heeft Belinda sandwiches gemaakt. Die verorberen we in de wachtrijen om zo weinig mogelijk tijd te verliezen. Ook al is het park open tot middernacht, het zal niet mogelijk zijn om alle attracties te bezoeken. 

Het is weer gruwelijk warm vandaag. De waterkraantjes die her en der verspreid staan in het park zijn meer dan welkom om de nodige verfrissing te brengen. Ook dat heb ik nog in geen enkel park meegemaakt. 

Pas tijdens de show van illusionist Bertran Lotth valt het me op hoe groot de gebouwen van de attracties zijn. Het aantal zitjes in iMagic moet niet onderdoen voor de Warande in Turnhout. En toch zijn ook hier alle zitjes in geen tijd optimaal bezet. 

Maar goed ook dat Bertran wat ruimte heeft voor zijn show, want de illusies die hij uit zijn mouw schudt zijn redelijk straf, hij aarzelt ook niet om net iets spectaculairder dan zijn collega's uit de hoek te komen. Samen met zijn assistente kleedt hij een grote kooi aan met een ondoorzichtig doek. De kooi wordt rond gedraaid door de assistente en even later trekt hij samen met zijn assistente de doeken open zodat de volledige scène door het doek wordt ingenomen. Wanneer het doek naar beneden valt, staat er een helikopter in de kooi, de wieken tot in de côté cour en de côté jardin. En dat in slechts enkele seconden. Onwaarschijnlijk. Later in de show doet hij de truc min of meer opnieuw maar dan zonder doek. Geen twee tellen later staat er een sportvliegtuigje op de scène. 

The Raving Rabbits, een animatiereeks op Nickelodeon, is tot vandaag voor mij onbekend terrein. Destructieve ADHD-konijnen die de wereld danig op z'n kop zetten en ergerlijk veel lawaai maken, is niet direct my cup of tea. Een constante eigenlijk bij al die Nickelodeon-figuurtjes: ze zijn luid, hyperkinetisch en slecht gedubd.

Nu, veel gedub hebben die lapins cretins niet nodig. Verbaal komen ze niet verder dan 'Bwaaaaaaaaaaa!' Een universele kreet blijkbaar om de totale ondergang aan te kondigen.

Hoe dwaas ook, de kinderen willen ondanks de wachttijd van meer dan een uur toch de konijnen zien. Ook Robbe, bijna klaar voor het secundair onderwijs, is fan, waarschijnlijk zelfs de grootste van de vijf.

Na een dikke 50 minuten mogen we binnen ... verder aanschuiven. We schuifelen verder door een konijnenmuseum met parodieën op grote kunstwerken met de Rabbits in de hoofdrol. Even later staan we met z'n zevenen voor een camera te roepen, wat best een leuke foto oplevert van ons gezinnetje. 

Eindelijk is het aan ons. We gaan klaar staan voor een wc-deur en stappen binnen in de wereld van de konijnen. Drie wagentjes staan klaar, en zoals bij ongeveer elke attractie zetten we ook hier onze 3D-bril op. De Rabbits laten een wasmachine ontploffen en schieten hierdoor terug in de tijd. De wagentjes schuiven langs verschillende taferelen uit de geschiedenis en ver daarvoor. De wasmachine ploft neer in de ijstijd, bij de Grieken, bij de indianen en zelfs bij Beethoven op z'n piano. De scènes zijn hectisch maar verschrikkelijk grappig. 

Na de tweede scène loopt het mis: de wagentjes blijven staan. In Jurassic Park zou een mens hier zenuwachtig van worden, voor hetzelfde geld zit er even later een T-rex op het dak van je Land Rover te beuken. Hier is het gewoon wachten op de technieker van dienst. Eerder vandaag was La machine à voyager dans le temps ook al een tijdje buiten gebruik door technische problemen. De attractie is een van de nieuwste van het park en heeft blijkbaar last van kinderziekten.

Het licht in de tunnel gaat aan. De magie lost op. De sensoren worden zichtbaar. De bordkartonnen enscenering ook. 

Het valt me op dat het laatste wagentje waar Rune en Finn inzitten nog deels in de tunnel staat waardoor ze de laatste scène maar gedeeltelijk konden zien. Wanneer de technieker komt vertellen dat het nog een kwartier zal duren, wijs ik hem op de situatie en vraag ik hem of we de attractie opnieuw kunnen doen na afloop.

Hij ziet hier geen graten in en zal zijn collega verwittigen. Bij aankomst is echter niemand op de hoogte. Toch maakt ook de eerste de beste collega die ik hierover aanspreek er geen probleem van om ons nog een keer de rit te laten maken. Omdat de Rabbits zo druk door de scènes schieten, zie je een tweede keer heel wat dingen die je tijdens een eerste rit niet zijn opgevallen. Geluk bij een ongeluk dus dat we met een technische panne zaten.

Ons laatste wapenfeit is de klank- en lichtshow op het water. In een grote arena, gebouwd rond een enorme waterpartij, zitten we ons met duizenden te vergapen op het spektakel. 

Grote muren van water worden uit het wateroppervlakte gespuwd. Hierop komen metershoge grote projecties tot leven die een verhaal van goed en kwaad vertellen. Dansende en musicerende kikkers, redelijk fout uitgedoste mannelijke vlinderfiguren en militaristisch ogende slechteriken die begeleid worden door vuurkolommen die hoog boven het water een zuilengalerij van vuur vormen.

Zeer indrukwekkend allemaal. Als kers op de taart volgt er nog een vuurwerk van een tweetal minuten dat volledig synchroon loopt met de muziek. Prachtig gewoon. En om 23 uur begint gewoon nog eens dezelfde show voor de nachtmensen en voor iedereen die er niet genoeg van kon krijgen.  

Futuroscope is niet goedkoop. 42 euro voor een volwassene en 35 euro per kind. Tel daarbij nog eens 7 euro voor de parking en je bent een kleine citytrip kwijt op een dag. Het park is anderzijds een absolute must om te doen als je in de buurt bent. Trek er een volledige dag, inclusief de avond voor uit. Het is een totaalervaring die je minstens een keer in je leven moet beleven. 

00:34 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

10-08-15

Ma 3 aug 2015 - De kwaliteit van wc-papier zegt veel ...

De nacht was een aaneenrijging van power naps, met dat verschil dat we helemaal niet uitgeslapen zijn. Het veel te harde minibed, het ochtendlicht dat te vroeg binnen schijnt en de warmte van de kamer maakt doorslapen godsonmogelijk. 

Thuis genieten we al een tijd van airco op de kamers. Soms is het voldoende om de airco even op te zetten tijdens het tandenpoetsen voor je gaat slapen en na vijf minuten is de kamer lekker fris, op andere momenten laten we de koeling de hele nacht door blazen. Het verschil met deze equivalent van een serre zijn we niet meer gewoon.

De jongens zijn al betrekkelijk vroeg wakker vanmorgen, Lune houdt nog haar schoonheidsslaapje. 

Met Rune, Finn en Lars ga ik het proviand voor de dag inslaan. Een belangrijke aankoop want vanmiddag staat de langverwachte hotdog-wedstrijd op het programma. Door de luidsprekers klinkt Johnny Cash. We besluiten om iedere keer we een bocht tegen komen of ergens moeten afslaan keihard 'Jihaaa!' te roepen en ondertussen een lassobeweging te maken. Met alle rondepunten die we tegen komen is het een ge-Jihaaa dat het een lieve lust is. Al snel blijkt dat we onze ambitie moeten bijstellen. We spreken af dat we het nog één keer gaan doen, straks als we met iedereen in de auto zitten op het moment dat we de oprijlaan van het domein afrijden. 

Ondertussen gaan de conversaties in de Dacia over het al dan niet mogen plaatsen van windmolens in je tuin tot de prijs van bouwgronden in België. Tja, de kinderen worden duidelijk een jaartje ouder. 

Wanneer we de grote metalen poort van het kasteel voorbijrijden, zien we een man druk gesticuleren achter de poort met de bedoeling dat we vaart zouden minderen. De man in de zwart-witte polo ziet er chique uit, dat moet de man des huizes zijn. Enigszins verwonderd door zijn drukke armbewegingen - we reden amper 40 en er was niet het begin van een stofwolk te zien - nemen we de zakken sandwiches en de extra Weense worsten mee naar onze vleugel.

Na het ontbijt rijden we richting Cave du Haut-Poitou in Neuville-de-Poitou om onze wijndegustatie van gisteren in te halen en een consumptievoorraadje in te slaan voor de week. De cave is een immens complex, een ordegrootte die anders de voorselectie van de wijntrip niet zou overleven. Maar de poorten zijn gesloten, ook al gaf de app van de guide Hachette aan dat de cave op maandag te bezoeken is. Steeds vaker blijken de openingsdagen en -uren van de wijndomeinen niet meer kloppen met de realiteit. Dan proberen we deze namiddag maar een ander domein in de buurt, maar ik ga zeker vooraf even bellen of ze effectief open zijn.

Voor de kinderen is er geen probleem, zij duiken onmiddellijk terug het water in, terwijl ik een ander wijndomein zoek in de gite. 

Na een kwartier wordt er op de deur geklopt. Vreemd ... de deur is los, de kinderen kunnen binnen. 

Isabelle staat aan de deur. Ze heeft een blad in de hand waarop ik mijn handtekening herken. 

Ze toont me schuchter het blad dat onwennig trilt. Met haar rechterwijsvinger schuift ze over het blad tot ze bij een rode tekst in een kader komt. Isabelle duidt de eerste regel aan. 

"Zwemmen kan van 8.30 tot 12.30 en van 15 tot 18 uur"

Ze hort er allerlei redenen uit waarom dit zo is bepaald, maar geeft zelf al onmiddellijk de nodige soepelheid aan. "Als het een keer 18.15 uur is, is dat uiteraard ook geen probleem."

Een ander verhaal dan wat ik te horen krijg aan het zwembad. De man met de zwart-witte polo was blijkbaar al komen briesen tegen de kinderen dat ze te luidruchtig waren. Ook al verstaan de oudste kinderen nog maar een mondje Frans, de boodschap was hen duidelijk geworden. 

Inderdaad, ik heb de basisvoorwaarden van de gite ondertekend bij de boeking, maar dat is een half jaar geleden. Is het zoveel moeite om dit soort zaken even te herhalen bij de rondleiding in de gite of, nog beter, om een soort van welkomstmap te voorzien met alle do's en don'ts, als dit effectief zo belangrijk is?

In de gite is er geen welkomstmap te bespeuren, alleen een stapeltje folders van mogelijke attracties in de buurt. Toch zou een map wel welkom zijn, alleen al maar om te begrijpen hoe de jetdouche werkt, waar je met je afval naartoe moet, enz. 

Soit, we maken er ons niet druk in. We vinden het zelf wel uit. Trouwens, nu staan er belangrijker zaken op het programma, zoals de hotdog-wedstrijd.

Deelnemers: Finn, Lars, Rune en Robbe

Reporters van dienst: Belinda (video) en Tom (foto)

Supporter van achter een Jommekes-strip: Lune

Iedere deelnemer krijgt zes hotdogs met ketchup. Wie alle hotdogs binnen speelt in twee minuten wint. Lukt het niemand om ze allemaal op te eten, dan wint de deelnemer die het meeste heeft gegeten. 

De jongens starten fluks aan de wedstrijd en beginnen al vanaf seconde één te proppen. Een kapitale fout, zo blijkt, want het kauwen verloopt hierdoor even moeizaam als joggen door een drassige polder in het Verdronken land van Saeftinghe. Robbe heeft een extra handicap met de beugel die op zich al heel wat van zijn speelveld in beslag neemt. 

Naarmate de seconden verder tikken, daalt het aantal broodjes per minuut. De deelnemers die eerder hadden gepleit voor een hotdogwedstrijd van een uur zijn blij dat we enige nuchterheid hebben toegepast op het wedstrijdreglement en kijken uit naar de iPad die na de twee minuten met passend geblaf een halt zal toeroepen aan deze vreetwedstrijd.

Lars wint met enkele centimeter hotdoglengte van Rune. Brons is voor Finn. Robbe eindigt laatst maar met complimenten van de jury omwille van zijn eethandicap.

Na een telefoontje met een tweede wijndomein weet ik dat we er terecht kunnen vanaf 14.30 uur. Het domein La Tour Beaumont ligt in Beaumont, op zo'n 20 minuten rijden van onze gite. We worden hartelijk verwelkomd door de gastvrouw die ons doorheen de degustatie leidt. In de koele degustatieruimte is er een kinderhoekje voorzien, alleen is dat niet voorzien op vijf kinderen. Zonder morren zoeken Finn en Lune een ander plekje in de ruimte op. 

De dame neemt haar tijd en laat haar volledige assortiment aan rosé, wit en rood proeven. De Sauvignon coeur de tuffeau 2014 en de Gamay rouge 2014 vallen het meest in de smaak. De laatste is een eenvoudige rode wijn die slechts 4,4 euro per fles kost. Hij kleurt zeer licht en lijkt meer op een hele donkere rosé dan op een rode wijn. Fris gekoeld moet hij zalig zijn. We leggen hem bij thuiskomst dan ook direct in de ijskast.

Voor we doorgaan offreert de dame ons nog om even in de cave te gaan kijken waar de inoxen tonnen staan waarin de wijn ligt te rijpen, de wijn gebotteld wordt en de flessen geëtiketteerd. Op zich geen moeite om het even aan te bieden, maar het gebeurt wel. Net als de toeristische foldertjes die ze verzamelt en uitdeelt aan de bezoekers van de degustatieruimte. 

De dame heeft meer commerciële feeling en klantgerichtheid in haar kleine teen dan het koppel dat de gites van het kasteel runt. 

Een belangrijke indicator of een eigenaar van een verblijf het zuiver voor het geld doet of de gasten zich van bij het begin welkom wil laten voelen, is het toiletpapier dat je op de wc vindt. Heb je lekker zacht toiletpapier van eenzelfde soort in het kleinste kamertje, dan getuigt dat van een basisbezorgdheid voor je bips en een respect voor je als gast. Vind je een mandje met vier verschillende soorten wc-papier dat gewrongen zit tussen de waterbak van de wc en de muur en dat gevuld is meer vier verschillende soorten en kleuren wc-papier, gaande van schuurpapier nummer 360 tot zacht fluweel, dan proberen de uitbaters zo veel mogelijk geld uit te sparen om er zoveel mogelijk aan over te houden en zijn de gasten hiervoor een noodzakelijke bijkomstigheid. Zeker als van de vier rollen er al twee rollen door vorige bezoekers gebruikt werden. 

Uitbaters van gites of chambres d'hotes doen er goed aan zelf gedurende enkele dagen of weken de ruimte te betrekken om te zien of het plaatje klopt: werkt alles, is alles wat je nodig hebt voorradig, zijn er zaken die beter kunnen? Je vrienden vooraf uitnodigen met de vraag om superkritisch te zijn, is ook een goede graadmeter.

Mochten Isabelle en de zebra dit vooraf gedaan hebben, dan hadden ze gemerkt dat er lichtknoppen los hangen, dat het echt wel onhandig is om in de hobbit-badkamer binnen te geraken zonder je hoofd te stoten, dat de ventilatie in de wc van het hobbit-huisje evenveel lawaai maakt als een opstijgende Airbus op London Heathrow, maar dat de ventilatie van de badkamer dan weer stuk blijkt, dat de helft van de stopcontacten in de hobbit-slaapkamer niet werkt, dat een douchegordijn wel handig zou zijn om een zondvloed te vermijden in de hobbit-badkamer, dat een halogeenstraler aan de tafel buiten niet echt gezellig is en dat ze beter werk zouden maken van de sfeerverlichting op het terras waarvoor de kabels bloot liggen maar al een hele tijd niets mee gebeurd is getuige de spinnenwebben, dat kussens het zitten in de lounge en op de strandstoelen een stuk comfortabeler zouden maken, en ga zo maar door.

Enfin, je kunt je eraan ergeren tot je een halve kilo weegt, of je trekt je terug onder de naaldbomen naast het zwembad met een boek, of in Belinda haar geval een e-book. 'De grenzeloze', een thriller van Jussi Adler-Olsen, is het eerste e-book dat ze leest. De leeservaring blijkt optimaal, alleen de drukkende hitte is er te veel aan. Maar dat kunnen we Steve Jobs natuurlijk moeilijk verwijten. De temperatuur klimt deze namiddag tot bijna 40 graden en het is bij momenten zo goed als windstil. 

Het is zo warm dat de kinderen liever een slaatje eten dan barbecue. Need I say more?

Kaartjes schrijven is een ritueel dat ondertussen ook aan een upgrade toe is. Sinds kort gebruiken we de postcard-app van De Post. Je selecteert een foto, voegt tekst toe en je kunt de foto als postkaart versturen naar het thuisfront. 

We selecteren een foto van de vijf waterkiekens en laten hen de tekst verzinnen. Wat volgt is een stroom aan 'rijmen en dichten om je ... te lichten'. 

"Het is hier superheet,
dus hebben we al veel gezweet.
Gelukkig is er heel wat fris water
en ondanks de buurman z'n gesnater,
hebben we het record bommetjes springen gebroken.
Daarom gaan we nu lekker koken."

Lars is redelijk enthousiast over het resultaat.

Lars: "Oh, ik ga dat tekstje direct op mijn blog zetten!"

Ik: "Heb jij dan een blog?"

Lars: "Nee ... Wat is dat eigenlijk een blog?"

Het zijn van die Monty Python-achtige gesprekken die Lars typeren in hart en nieren. 

Even later horen we getik op de dakpannen. De eerste regendruppels van een brede regen- en onweerszone die eindelijk verkoeling brengt. 

11:33 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

09-08-15

Zo 2 aug 2015 - Bommetje!

blog.jpg

De zondagochtend helt al bijna over naar zondagmiddag wanneer we wakker worden. 

We hadden geen wekker gezet. Het kindergestommel beneden, het binnenvallende zonlicht door de dakraampjes of iets anders zou ons wel wekken, dachten we. Niets van dat.

Toch heb ik vannacht niet goed geslapen. Het hobbit-huisje blijkt ook over een hobbit-bed te beschikken, ons bed. Heel smal, maar vooral heel kort, met een hoog voeteneinde waar ik net tegen zit met mijn voeten als ik in een iet of wat comfortabele houding wil slapen. Verschillende keren ben ik wakker geworden vannacht. Om 7.45 uur kijk ik op het schermpje van de iPhone. Het kalf is verdronken, denk ik. Van slapen zal niets meer in huis komen. Belinda slaapt nog als een roos. Om haar niet te wekken, ga ik in soes-modus over. En plots zijn er dik twee uren verstreken.

Voor de kids hadden we zoals steeds cornflakes ingeslagen, voor een eerste hongertje voor de echt vroege vogels of als volwaardig ontbijt, maar niemand bleek na de barbecue van gisteren nog honger te hebben de dag nadien. Een dag die ook voor hen pas begint omstreeks 8.45 uur. Finn die anders al om 7 uur rondspringt in huis bleek zelfs niet als eerste wakker. De plons van gisteravond heeft hen duidelijk deugd gedaan, 

Van het geplande ontbijt en het bezoek aan een wijndomein om een weekvoorraad in te slaan, zal dus niets meer in huis komen. Een brunch dan maar. 

Het is warm op het terras. De zon brandt al enkele uren enthousiast boven het landgoed. 

Gedurende het jaar zijn de kinderen in dezelfde weken bij ons. Van 0 naar 5 kids in huis en omgekeerd, in enkele minuten. Zowel voor de kinderen als voor ons is het in het begin altijd even wennen, maar al heel snel vallen de dingen opnieuw in hun plooi.

In de zomervakantie zijn de kinderen door omstandigheden slechts een dikke twee weken samen bij ons.  In de andere weken zijn ofwel Rune en Finn bij ons, ofwel Robbe, Lars en Lune, ofwel zijn we met z'n tweetjes.

Vanmiddag aan tafel zien we weer hoe goed de kinderen het met elkaar kunnen vinden en hoe ze op elkaar zijn ingesteld. Rune is de levensgenieter, de bedenker en de knutselaar die in Lars zijn metgezel heeft gevonden. Robbe is, zonder er zich bewust van te zijn, the leader of the gang die zich eigenlijk niets aantrekt van wat anderen over hem denken, maar toch een groot gevolg heeft, thuis en op school. Lars leeft geregeld in een parallel universum waar roze eenhoorns de macarena dansen op een regenboog, en de anderen vinden dat meer dan ok en fantaseren rijkelijk met hem mee. Lune en Finn zijn onafscheidelijk, al zullen ze dat zelf nooit toegeven, en leven voortdurend in een dynamiek van aantrekken en afstoten. Beiden zijn ze de jongsten en waarschijnlijk daardoor proberen ze voortdurend de aandacht van de anderen te krijgen, wat hen meestal ook lukt ... op welke manier dan ook. 

Het gras rond het zwembad is ginger van kleur door de wekenlange hitte in de regio en de niets ontziende zon die haar stralen etmalenlang op de arme grassprietjes heeft gebeukt. Zelfs de grote naaldboom waar we verkoeling onder zoeken verliest sneller dan anders zijn naalden. 

De kinderen kiezen heel de namiddag voor het diepe sop dat zeer koud aanvoelt. De voorbije week was het veel kouder en dat heeft de temperatuur van het water serieus naar beneden getrokken. Toch trekken de kids er zich weinig van aan. Het aantal 'bommetjes' (of 'boemeltjes') dat deze namiddag in het water terecht komt, moet niet onderdoen aan het luchtbombardement op Dresden dat de stad toentertijd volledig heeft vernield. 

Wij houden ons intussen in stilte bezig onder de grote naaldboom met het doorklieven van de betere lectuur: een pretpakket aan tijdschriften voor (en door) vrouwen. Treffende bijblijvers als 'Onze redactrice ging naar de parenclub', '1 pina colada = 6 gin tonics', 'Ganz geil. Zo versier je een Duitser' en de test 'Heb jij een gezonde geest in een gezond lichaam?' zorgen ervoor dat we na de vakantie weer een stevig mondje kunnen meepraten.

Een zwoel briesje maakt de tropische temperaturen draaglijk. De zwaluwen trekken scherpe kringen in de azuurblauwe lucht en scheren rakelings over het zwembad waar de kids ondertussen tikkertje in het water spelen.

Na een apero aan het zwembad en een bord pasta is het spelletjestijd. Onder het motto 'we spelen een spel vanavond' is het vandaag tijd om Boonanza te leren kennen.

17:57 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

08-08-15

Za 1 aug 2015 - De truc met de Dacia

reisverslagen

De paasvakantie was droogzwemmen, de komende week wacht het diepe sop: kun je met vijf kinderen en twee volwassenen een week op reis met één auto? Dat is de hamvraag die ons bezighoudt momenteel.

De dakkoffer lijkt minder vol dan bij onze trip naar Dinant en dat baart me zorgen. Ook de kleine koffer van de Dacia zit nog niet overvol. Twee opties dus: ofwel zijn we binnen ergens een plooibox of twee vergeten zodat we de komende dagen voortdurend naar de winkel moeten, ofwel zijn we ondertussen zo goed geworden in inpakken dat ons stilaan een plekje op het olympische podium toekomt.

De tweede optie lijkt de meest waarschijnlijke. 

Toen ik in het vijfde leerjaar met de CM naar Wodecq trok, had mijn moeder al dagen vooraf stress om mijn kartonnen koffer in te laden. Het ding was veel te klein en ook zeer onhandig. Ik zat toen meer in met de beschildering van de doos. In die tijd moest iedere prille tiener eenzelfde kartonnen koffer meenemen op dit soort ziekenkas-reizen, ongetwijfeld vanuit een of ander gelijkheidsprincipe. Om de pil een beetje te verzachten mocht iedere jongere zijn doos beschilderen, zodat je je eigen koffer betrekkelijk snel zou kunnen terug vinden in de berg kartonnen dozen. 

Hoe vaak mijn moeder ook probeerde, ze kreeg mijn spullen niet in de zwarte doos met de rode streep. Eerst de grote spullen, dan de kleine. Dan eerst de kleine. Dan in verschillende lagen. Het paste nooit allemaal tussen de zes kartonnen wanden. 

Toen ik thuiskwam van de ziekenkas-reis had ik niet alleen alle spullen terug mee, maar ook een sprei van het kampement waar we logeerden.

Alle speelgoed van de kids zit in een plooibox, basic keukengerei neemt niet eens een box in beslag en omdat Belinda ook de garderobe van iedereen heeft beperkt tot het hoogst noodzakelijke past alle schoeisel van een gezin van 7 in minder dan een halve Ikea-zak. Opnieuw een record, denk ik.

Het inladen van de auto was gisteren in geen tijd gepiept. 

In een dik uur zijn we vanmorgen vertrekkensklaar. De kinderen springen nog wat op de trampoline, terwijl de laatste spulletjes en de frigozak worden ingeladen. We vertrekken iets later dan gepland, maar compleet zonder stress. 

Het voorbije jaar is er bijzonder veel veranderd. Na het gewoel van de eerste maanden blijft nu vooral rust over. Ik heb het gevoel dat de puzzel nu compleet is, al hadden we zelf nooit kunnen denken dat het dekseltje zo goed op het potje zou passen. Ook het samenwonen met z'n zevenen een week op twee, is iets dat ik nooit meer kwijt wil. Iets wat mensen in onze omgeving hoe langer hoe meer beginnen te zien. Dat ik er zo ontspannen en gelukkig bij loop, hoor ik vaak. Dat het zo goed matcht tussen de kinderen. En ik kan ze geen ongelijk geven.

Het is onze eerste grote vakantie samen, in het buitenland. We zetten koers naar een kasteeltje in de buurt van Poitiers in de Loirestreek. Een locatie niet te ver weg, maar ook niet vlakbij.

Geen tv-schermpjes meer in de auto om de lange reistijd te verzachten voor de kids, maar een pak Urbanus-strips, enkele verzamelboeken van de Delhaize, 5 tablets en een klein beetje slaaptekort na een vermoeiende week zorgen ervoor dat we zonder veel vragen en klagen de eerste 400 kilometer kunnen afleggen. De obligate boterhammen met ei worden tijdens de lunchstop afgewisseld met twee soorten pastasalades die nog lekker fris zijn gebleven in de Iglo-koeltas.

We rijden niet de kortste route vandaag, maar wel de route met de laagste kans op file. Parijs laten we met een wijde boog naast ons liggen. We golven in het heuvelrijke landschap via Amiens en Rouen over Le Mans naar Poitiers. Zo'n 100 kilometer meer, maar behalve een wachtrij voor een péage in heropbouw, kunnen we steeds blijven rijden.

De Dacia Lodgy is een vinnig autootje ondanks de draak van een dakkoffer die erop gemonteerd is. Iedereen heeft meer dan voldoende ruimte en ook het mediacenter ziet er prima uit. De offline Spotify-lijst wordt gewoon via Bluetooth door de boxen van de Lodgy gejaagd. De tijd van de kabeltjes is duidelijk voorbij.

En de kids, die kunnen zich ondertussen al niets anders meer inbeelden. Ze zetten de Bluetooth van hun tablets aan, connecteren en spelen samen in een 'wereld'. Waar is de tijd van de Bumba-filmpjes die tot vervelens toe gespeeld werden op de tv'tjes van tante Nadine

Iets voor vijf rijden we via een oprijlaan het kasteeldomein op in Breuil Mingot, een gehucht van Poitiers. Le chateau du Vaumoret is een zeventiende-eeuws kasteel dat de huidige eigenaars sinds 1988 aan het renoveren zijn. Het heeft een centrale binnenplaats: het oudste deel van het kasteel wordt bewoond door de eigenaars, de rechtervleugel is nu ingericht met chambres d'hôtes en de linkervleugel bestaat uit twee gites die voor de komende week de onze zijn.

Een betaalbare gite vinden voor 7 personen bleek niet zo evident. We kozen daarom voor twee aaneengeschakelde kleinere gites met in totaal voldoende ruimte voor iedereen. Belinda en ik nemen de kleinste gite, het hobbit-huisje. Naast een kleine keuken en een kleine badkamer is er ook een kleine slaapkamer, bedoeld voor kleine mensjes blijkbaar, want de oude draagbalken hangen op de eerste verdieping op twee doorgangen onhandig laag, zodat je steeds serieus moet bukken om je hoofd niet te stoten. De gite van de kinderen is een stuk groter, met naast de slaapkamers ook twee eigen salons, een badkamer met jet-douche en een aparte wc.

Isabelle, de eigenares, gidst ons kort maar krachtig van kamer naar kamer en toont ons ook de grote tuin waar een uitgestrekt zwembad fraai afsteekt tegen de oude kasteelmuren. Uiteraard ligt er ook een petanquebaan op het domein, net als een voetbalveld en een basketplek. 

Terwijl Rune, Lars, Finn en ik op zoek gaan naar proviand richten Belinda, Robbe en Lune de kamers in. 

De supermarkt waar we ons eerste vakantiegeld achterlaten, blijkt achteraf gezien een joekel te zijn, met een eigen winkelcentrum en restaurants erbij. Hoe gigantisch het ding ook is, niets staat er logisch bijeen. Rijen kuisproducten staan tussen de rayons met voedingsmiddelen. Producten die je niet nodig hebt, staan op wel drie plaatsen verspreid over de winkel, terwijl wat je zoekt niet te vinden is. De kids gaan mee op queeste en vinden uiteindelijk bijna altijd wat ze zoeken. Al bij al lopen we meer dan een uur rond om een basic boodschappenlijstje af te werken. Ondertussen bereiken elektronische noodkreten me van het thuisfront: "de barbecue wil niet aan". Ook dat nog.

We harken de laatste spulletjes bijeen en rijden terug richting château. De oude, wankele barbecue blaast ondertussen een flauwe rookpluim de Franse lucht in. Belinda heeft de oldtimer dan toch in gang gekregen.

Na de barbecue duiken de kids nog even in het zwembad. Het water is koud, maar dat kan de jonge soort niet deren. 'Bommetje!'

De vakantie is begonnen.

23:00 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |  Facebook

24-08-14

Vr 8 aug 2014 - Angoulème gestript

1.jpg

It's raining old wives. (vrij naar Geri Halliwell)

De hemelsluiswachter van dienst veegt dik zijn voeten aan zijn job vanmorgen. De regen valt zonder ophouden met bakken uit de lucht. Er zit dus niets anders op dan binnen te eten.

De minuscule lichtblauwe puntjes die af en toe door het wolkendek glinsteren en de hoop doen groeien dat er beterschap op komst is, worden met een grote bordveger weg geveegd, als we naar de auto spurten. Een kleine zondvloed neemt Péreuil in de tang. De buitenkanten van de steile weg naar Blanzac staan volledig blank. We rijden relatief traag naar beneden en hebben het gevoel dat we door een carwash rijden tegen 90 per uur. Het water golft metershoog wanneer de autobanden ermee in contact komen en tegelijk stroomt de rest van het water voor ons uit naar de hoofdweg die ondertussen veel weg heeft van een grote zwemvijver.

10 kilometer verder is er van waterellende geen sprake meer. De bordveger is hier ook geweest, maar heeft het asgrijze wolkendek meegepakt in plaats van de hoopgevende lichtpuntjes.

We zijn op weg naar Angoulème, een internationaal centrum voor het stripverhaal, net als Charleroi en Brussel. Ook hier hebben straatkunstenaars grote muurschilderingen aangebracht in de stad. Op verschillende plaatsen nemen ze een volledige gevel in beslag die een trompe-l'oeil-effect creëert met de omgeving. Stripfiguren zoeken blijkt al snel een uitdagende bezigheid voor de kinderen. 

Angoulèmezen die niet houden van het beeldverhaal kunnen maar beter ergens anders gaan wonen. Zelfs alle straatnaambordjes hebben ondertussen de vorm van een tekstballon gekregen. Hergé en Goscinny hebben er ondertussen hun eigen straat. De stad ademt strips, strips en nog eens strips.

Bij de toeristische dienst halen we een stadsplannetje waar op de achterzijde extra uitleg staat bij alles wat er te zien valt in de stripstad. 

We wandelen naar de oude stadswallen die de stad al sinds de tijd van de Romeinse overheersing beschermen. Ze zijn herbouwd en uitgebreid na de middeleeuwen, maar in de 18de eeuw werden ze overbodig en hinderden ze de verdere ontwikkeling van de stad, dus werden ze verlaagd en werden stadspoorten afgebroken.

De groene tuin aan de voet van de wallen is volgens de Michelin een aanrader. Ook de stadsbrochure heeft het over 'kronkelende wandelpaden, bloemrijke borders, muziekkiosken, een beeldentuin en een geurentuin.' In hun opsomming zijn ze echter ook een paar andere 'troeven' vergeten zoals hondenwei, rustplaats voor landlopers en openbaar toilet. De groene tuin is vooral een vuile tuin. Blijf dus boven in de stad, aan de stadswallen ben je niets verloren.

Het eerste monumentale gebouw op onze weg is de Saint-Pierre kathedraal, een grote romaanse kathedraal wat redelijk uitzonderlijk is. De mooi gebeeldhouwde voorgevel zit in de schaduw en valt maar moeilijk rustig te bekijken door het drukke verkeer aan de voet van de kerk. De voorgevel is trouwens zowat het enige dat nog authentiek is aan de kerk. In de 19de eeuw werd ze grondig gerenoveerd door Paul Abadie jr. die torens toevoegde en het interieur aanpaste aan de smaak van die tijd.

De Abadies (er was namelijk ook een Paul Abadie sr.) hebben het huidige uitzicht van de stad bepaald. Zo was het huidige stadhuis vroeger de residentie van de graven van Angoulème. Senior heeft maar twee torens van het oorspronkelijke gebouw overgelaten. De rest werd afgebroken en heropgebouwd in zijn eigen 19de-eeuwse smaak. 

Ook het gerechtshof werd gebouwd door senior in neoklassieke stijl. Het klooster dat er stond moest ervoor wijken. De gevel van de Saint-André kerk beviel senior evenmin en dus werd ook die in dezelfde eigentijdse stijl herbouwd. 

Architecturale geschiedenisvervalsing 

Bij Chez Paul krijgen we een verzorgd driegangenmenu voor 22 euro: lekkere vissoep, gegrilde zalm en tiramisu of chocolademousse. De wijn uit Aix-en-Provence past er als gegoten bij.

Na de lunch zijn we het stripmuseum van Angoulème even snel weer buiten als binnen. De contante temperatuur van 19 graden zorgt weliswaar voor een aangename koelte, maar de collectie spreekt ons minder aan dan we verwacht hadden. Het museum zal ongetwijfeld het hoogtepunt zijn voor de échte Franse stripliefhebber, maar wij worden niet wild van de oude opengeslagen strips, de interviews met tekenaars op de vele tv-schermpjes en de stripleeshoekjes. Omdat Rune en Finn de Franse en internationale strips nog minder kennen is de computerhoek het enige wat hen interesseert. En laat net die constant bezet zijn.

Iets meer dan een half uur later laten we Angoulème achter ons. Binnenkort wordt de stad een vaste stopplaats van de Thalys tussen Parijs en Bordeaux. Op een volledig nieuwe bedding zal de tgv tussenin snelheden tot 360 km per uur kunnen halen. De stad zal ongetwijfeld een boost krijgen in stadsontwikkeling en toerisme en wordt zo rechtstreeks verbonden met haar Belgische zusterstripstad Brussel.

Na de zoveelste zondvloed trekken we voor een laatste keer naar Blanzac voor een uitvoering van De 4 seizoenen van Vivaldi. 12 euro betalen we voor ons vieren. Een koopje. In de oude romaanse kerk kunnen we op de vierde rij plaatsnemen. De rijen voor ons zijn gereserveerd voor de vrienden en familieleden van de muzikanten. Achter ons geraken slechts twee extra rijen gevuld. Om maar te zeggen dat de opkomst niet direct spectaculair is.

De clavecimbeliste neemt bij aanvang het woord en stelt het gezelschap voor. Het Orchestre de Chambre Antonio Vivaldi is een gezelschap van professionals die hun scholing hebben gehad in de Ecole Nationale de Musique d'Angoulème, maar er spelen ook amateurs mee. Ze lijkt te willen zeggen dat we dus geen topuitvoering moeten verwachten, maar dat ze toch hun best gaan doen. 

Tijdens 'de lente' bekruipt me bij momenten een zeer onhebbelijk gevoel. De uitvoering oort expressionistisch en klinkt geregeld vals. Nadat de lente in de radijzen is gevallen, vallen de ogen van Finn toe. Rune is wel aandachtig en hoort het gezelschap zich herpakken tijdens de zomer en de herfst. 'De winter' is opnieuw rampzalig: de eerste violist glijdt geregeld uit en wisselt van tempo terwijl dat niet altijd zo bedoeld is. Ijzelvorming, waarschijnlijk.

Een overdreven luid applaus van de vrienden en familie haalt Finn uit zijn slaap.

Tijd om naar de gite terug te keren. Morgen vertrekken we om 6 uur terug naar huis.

14:02 Gepost in Algemeen | Commentaren (1) |  Facebook

22-08-14

Do 7 aug 2014 - Laat ons eens een cognacvat maken

cognacvat.jpg

Zachtjes tikt de regen op het lichtkoepeltje van de keuken. (vrij naar Rob de Nijs)

Normaal word ik nooit wakker van dit soort hinderlijke geluiden en val ik uit de lucht als Els 's morgens vertelt over hevige donderknallen, hinderlijk straatgeluid of de kinderen die haar uit haar slaap hebben gehouden. Vannacht is het anders. Ik kan de slaap niet vatten en lijk heel de nacht te soezen in plaats van in een diepe slaap terecht te komen. 

Ook dat is redelijk uitzonderlijk. Meestal slaap ik nog voor ik mijn hoofdkussen raak.

Ik vrees ... dat ik uitgeslapen ben. 

Niet dat ik vermoeid aan de vakantie ben begonnen, maar de voorbije twee weken hebben we geen enkele keer de wekker gezet of ons ochtendritme aangepast aan de kinderen. Het was eigenlijk twee weken aan een stuk weekend. 

Jullie weten waar de cornflakes staat. Gelieve pa en ma niet wakker te maken. 

Ook vanmorgen ontbijten we pas echt rond half elf na een rustgevende regendouche en de dagelijkse rit naar de bakker voor een baguette

De regenwolken zitten ondertussen ergens voorbij Angoulème en we zien terug blauwe stukken hemel wanneer we naar de buurman wandelen. Domaine des Grandes Jouberteries is het domein waar Dominique meestal zijn pineau en cognac haalt. Het ligt het dichtst bij de gite. De apero die we maandag op het terras proefden, kwam van dat domein en smaakte naar meer.

De wijnboer komt zijn werkruimte buiten als we halverwege de oprit staan. We zijn de sensor aan de brievenbus gepasseerd. Voor de man het teken dat hij zijn proefglaasjes nog eens mag bovenhalen en even kan stoppen met etiketteren. 

Een echt enthousiaste verkoper is hij niet. Hij is redelijk afwachtend in het begin. Zodra de man merkt dat we onze smaakbeleving zo precies mogelijk willen verwoorden, ook al vinden we niet direct de juiste woorden, snelt hij verbaal ter hulp. Het ijs is gebroken. 

De wijnboer heeft het domein een hele tijd terug overgenomen van een andere wijnmaker. Omdat hij ook diens vaten heeft overgeërfd kan hij nu pareltjes laten proeven die je zelden ergens anders vindt, toch bij de kleine boertjes. De oudste pineau is 28 jaar oud en de oudste cognac 30 jaar. De cognac is een eigen assemblage van cognacs waarvan de oudste dateert van 1965. 37 euro betaal je voor enkele decennia recente geschiedenis op fles. 

Met enige trots toont hij ons zijn heiligdom. De oude verweerde vaten met decennia oude godendrank liggen contemplatief geschrankt. Ze hebben een zwarte schijn die veroorzaakt wordt door de alcoholdampen die microscopische schimmels doen gedijen. Als je in de regio rondrijdt en je ziet vuilzwarte gevels, dan is dat meestal een teken dat er in de gebouwen cognac wordt bewaard. In totaal vervliegt jaarlijks in de cognacregio het equivalent van 27 miljoen flessen cognac. De nog nieuw ogende cognacvaten die we maandag in Jarnac zagen achter de grote glazen wand van Courvoisier zijn puur decoratief en gevuld met water, volgens de wijnboer die echt op dreef begint te komen.

6 flessen cognac mee en 5 flessen pineau, dat is de eindbalans op het domein. De wijnboer geeft nog een extra fles pineau blanc vieux réserve mee om samen met Dominique op te drinken op het terras. Een aanbod waar we met graagte op ingaan. 

Na een snelle hap stappen we om stipt 14 uur het Office du Tourisme van Jarnac binnen. Een dikbuikige bonhomme met een brede glimlach staat ons op te wachten. Vanmorgen net voor het ontbijt had ik onze komst bevestigd voor Le circuit du chêne. Hij vraagt ons waar we geparkeerd staan. 

Waarom wil hij dat nu weten?

"Ik rij met een witte Citroën", zegt hij.

Ok, en wij met een Audi, en de twee andere koppels met een Ford en een Renault, blijkbaar. Wat is dat hier? Een garage? Het autosalon?

"Ik rij voorop. Suivez moi." De man verlaat het Office du Tourisme en gebaart ons hem te volgen. We rijden blijkbaar naar een andere locatie, niet met een minibusje, maar met onze eigen wagen. Dat is nog eens een originele excursie. 

In de buurt van het echte productiecentrum van Courvoisier ligt de eerste stop. De witte Citroën draait het terrein van een houtzagerij op. 

"Bon," zegt de man, "deze excursie bestaat uit vier etappes: hout zagen, tonnen maken, cognac maken en uiteraard gaan we ook proeven." Een brede lach verschijnt op zijn gezicht.

Hij leidt ons naar tientallen joekels van eiken stammen die liggen opgestapeld links op het terrein. De bomen komen van de vele parken en kasteeltuinen die de overheid bezit. De meeste kastelen zijn immers in bezit van de staat die ook instaat voor het onderhoud van de vele hectares groen er rond. 

Vroeger werd het hout verkocht op openbare verkopen. Er werd een hoge prijs geroepen voor een lot bomen die door de afroeper per afroep werd verminderd. De eerste die zijn hand op stak, kreeg het lot voor de afgeroepen prijs. Een verkoop per 'onderbod' dus, in plaats van per 'opbod'. Tegenwoordig moeten geïnteresseerden hun bod per gewone post doorsturen naar de overheid die de koop toekent aan de hoogste bieder. Weer een stuk charme kapot geadministreerd. 

We wandelen verder naar de werkplaats. Een van de arbeiders trapt een enorme kliefmachine in gang en brengt met een elektrische lift een boomstam van meer dan een meter hoog tot onder de kliefbijl. Met een enorme kracht wordt het houtblok in tweeën gespleten. De man trekt met alle macht aan een van de helften zodat hij het stuk nog eens kan splijten. Vanaf dan begint het precisiewerk: de blokken worden gedraaid onder de bijl om er zo veel mogelijk stukken uit te halen die daarna naar de zagerij kunnen. Een belangrijke taak, want voleiken hout is duur. Gemiddeld kost een kubieke meter onverwerkte eikenboom 500 à 600 euro. Verspilling moet dus vermeden worden.

In de zagerij zien we een man de stukken in vier bewegingen in rechte planken zagen. Hij heeft nergens merktekens op zijn machine staan en toch slaagt hij er door ervaring in om op het zicht steeds planken van 33 millimeter dikte over te houden. Ongeveer de helft van de gekliefde blok valt bij het snijden weg en wordt verkocht als stookhout. Voor de geïnteresseerden: een bundel van ongeveer een kubieke meter 'afvalhout' kost 10 euro en wordt als je dat wil in je aanhangwagen gedropt door een van de arbeiders. Een boertje dat net na ons het terrein komt opgereden, laat zijn remorque volladen met tien bundels. 10 kuub hout voor 100 euro. Die man zit er warmpjes in deze winter. 

Nadat het eikenhout is gezaagd, wordt het buiten gestapeld om in weer en wind te kunnen 'drogen'. Na ongeveer drie jaar is het geschikt om er wijnvaten van te maken. Uiteindelijk zal de tonnenmaker beslissen welke planken hij zal gebruiken. 

"De regio telt maar liefst 60 tonnenateliers waar op eenzelfde manier wijnvaten worden gemaakt zoals we nu gaan zien in etappe nr 2. Per jaar worden er 500 000 vaten per jaar gemaakt hier in de Charentes." 

Onze gids wordt er al even euforisch van als ik en lacht zijn gezelschap aanstekelijk toe. We hebben nog maar de eerste stap achter de rug en de namiddag kan voor mij al niet meer stuk. Met een dergelijk klein gezelschap van zo dichtbij de productie kunnen meemaken overklast op een half uur alle geleide bezoeken die ik ooit heb meegemaakt. Vaak overlaadt een gids je met eindeloos veel data, namen en andere historische blabla die je een minuut later al terug vergeten bent. Zinloos dus. 

Uiteindelijk blijft over wat je zelf waarneemt. De eikengeur die op het terrein en zeker ook in de werkplaats hangt, zal ik nooit meer vergeten. 

We volgen de witte Citroën naar de tonnenmakerij. De eikengeur dringt zich via de airco van de auto binnen nog voor we de auto geparkeerd hebben. In het open atelier staat een ton over een kleine vuurkorf waarin eiken blokken gestookt worden. Hoe heter de temperatuur wordt gebracht, hoe meer tannines de wijn zal bevatten die erin zal rijpen. Een wijnboer geeft de tonnenmaker daarom aan waarvoor hij de tonnen wil gebruiken.

Het hout van een wijnvat voor Cognac, Bourgogne, Bordeaux of andere wijnen is op zich hetzelfde, maar de manier waarop het wordt gemaakt en ook het formaat van de vaten verschilt van wijnstreek tot wijnstreek.

De werkman van het atelier demonstreert hoe hij een ton samenstelt met losse geschaafde planken, hoe de ringen erop worden geklopt en hoe ze vervolgens afgedicht wordt. Door de ton rond de vuurkorf te zetten en tegelijk het hout langs buiten vochtig te houden trekt de ton samen. De half openstaande ton trekt hij daarna met een kabel dicht aan de onderkant terwijl ze over het vuur blijft staan. Opnieuw wordt de ton nat gemaakt langs de buitenkant en worden de ringen vastgeslagen. 

Op één werkdag kan de werkman ongeveer 8 vaten afwerken. Een titanenwerk waarmee hij ongetwijfeld een plekje bij Sinte Pieter zal verdienen. 

De goedlachse man die ons al heel de tijd rondleidt in de wondere wereld van de productie van wijnvaten blijkt zelf de cognac- en pineaumaker van dienst te zijn voor etappe nr 3. In de distilleerruimte doet de eigenaar van Domaine Moine Frères het volledige productieproces van de cognac uit de voeten. 

Daarna neemt hij ons opnieuw mee naar buiten, naar de opslagplaats van de wijnvaten voor een test. Met een pipet neemt hij cognac uit een vat. Hij vraagt ons om hem te vergelijken met een andere cognac die reeds vooraf stond ingeschonken. De wijn uit het vat is veel donkerder van kleur, lijkt veel ouder en ruikt in elk geval veel meer geconcentreerd dan de lichtere brandewijn die al was ingeschonken. Opnieuw komt de brede glimlach van de bonhomme naar boven. "Het is dezélfde cognac!" roept hij uitgelaten. De oranjebruine cognac komt uit een nieuw vat dat langer doorbrand werd bij de productie. Daardoor geeft het vat meer smaak af aan de cognac en krijgt de brandewijn ook een donkerder kleur. 

Genoeg gepraat, er moet geproefd worden. 

De man schenkt de ene na de andere pineau en cognac in en voor de kinderen heeft hij druivensap voorzien. 

Het moet gezegd: de man weet wat cognac maken betekent. Zijn XO die twintig jaar vatrijping heeft gehad, smaakt goddelijk, maar ook zijn VSOP is zeker gezien zijn prijs een must have in je vitrinekast.

Even na 5 uur rijden we zijn domein uit. Meer dan drie uur heeft de rondleiding geduurd en ze was van begin tot einde boeiend. Het gedeelte over het productieproces van de cognac bevatte wel net iets te veel vakjargon om alles goed te kunnen vatten, maar het enthousiasme van onze ervaringsdeskundige maakte alles goed. Van 15 juni tot 15 september trekt de man er van maandag tot en met donderdag met een groepje geïnteresseerden op uit. Voor de prijs hoef je het alvast niet te laten: volwassenen betalen slechts 6 euro per persoon. Wat mij betreft dé aanrader als je een keer de cognacregio bezoekt.

19:20 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

21-08-14

Wo 6 aug 2014 - Mannen blijven oermensen

bbc.jpg

Orson Welles joeg in 1938 een ware paniekgolf door de Amerikaanse radiotoestellen met zijn hoorspel 'War of the Worlds'. Hij ensceneerde op een briljante manier de landing van gevaarlijk buitenaards leven op Amerikaans grondgebied. In tijden dat de radio zowat het enige informatiemedium was, kwam dit 'nieuws' als een dreun aan bij de bevolking. Volgens de radiolegende hebben verschillende mensen zich tijdens de uitzending van het leven beroofd. Liever dat dan te sterven door buitenaards tuig. 

Luisterverhalen op de radio waren ooit wat soaps nu zijn op de televisie. Door de beeldcultuur zijn de hoorspelen volledig verdwenen van de radio. 

Tot het Geluidshuis begon met een nieuwe reeks luisterverhalen voor klein en groot in de reeks Heerlijk Hoorspel. Een fijne keure aan Vlaamse BS'en (bekende stemmen) werd naar de studio gesleept om klassieke sprookjes, maar ook nieuwe verhalen in te blikken. Zelfs Jan Becaus doet een gastoptreden als verslaggever bij een huwelijk. Ondersteun de stemmen met een geweldige geluidsband en je krijgt Pixar voor je oren.

Rune en Finn zijn sinds enkele dagen verslingerd aan De Bremer Stadsmuzikanten, De Zevenmijlslaarzen en andere luisterverhalen die door hun headsets klinken. Tijdens het eerste deel van de reis zaten ze doelloos recht voor zich uit te kijken naar de kleine beeldschermpjes, maar nu er op die schermpjes niets meer te zien valt tijdens de luisterverhalen kijken ze opnieuw naar buiten wanneer we door het glooiende landschap rijden. 

We zijn op weg naar Saint-Aulaye, een dorpje aan de Dronne, waar waterpret en boomklimmen de trefwoorden voor vandaag zullen worden, alleen weten de kinderen dat nog niet. 

Ongeveer halfweg rijden we door Verteillac. Het dorpje is op maniakale wijze versierd met papieren slingers en bloemen uit papier-maché. Een traditie die bij ons in de regio ook wel in ere wordt gehouden als een koppel het 50 jaar met elkaar uithoudt, maar gelukkig voor de buurt beperkt het 'roosjes vouwen' zich dan tot het decoreren van enkele sierboompjes. 

In Verteillac is het volledige dorp onder handen genomen door de crea-club. Van de spits van de kerktoren zijn lange blauwwitte linten gespannen naar de huizen en straten errond. Alle pleintjes, parkeerterreinen en wegen zijn overwoekerd door dezelfde snel groeiende papierplant die bloemen in alle mogelijke kleuren heeft. Ondanks de kleurenkitsch ziet het dorp er zeer feestelijk uit.

Sinds 1903 wordt elk jaar in een ander dorp de Félibrée gevierd, een ode aan de traditie van de troubadours die ook van stad tot stad rondtrokken en aan de Occitaanse taal. Dit jaar is Verteillac aan de beurt. Het kleine dorpje krijgt tijdens de zomermaanden tienduizenden extra kijklustigen over de vloer die komen genieten van defilés in oude klederdracht, grote maaltijden, spektakels en andere manifestaties. 

De kinderen lijken even meer onder de indruk van de polychrome straten dan van het spannende verhaal in hun hoofdtelefoons.

In Saint-Aulaye is het zoeken naar Arbor Parc. Nergens in het dorp staat het recreatiedomein aangeduid. Dat voorspelt niet veel goeds. Ook Liesbeth vindt het park niet bij de nuttige plaatsen in haar lijstje. Het zal toch niet waar zijn. 

Ik zoom de kaart van de gps uit om de Dronne te vinden en rij richting de dichtstbijzijnde plek op de rechteroever. Op twee straten van de Dronne hangt aan een verkeersbord een klein bordje met het logo van Arbor Parc. We zitten in elk geval juist, maar zijn er toch niet gerust in, want als we zo vlakbij zitten, zou de wegsignalisatie toch opvallender moeten zijn, niet?

Onze vrees blijkt onterecht. Het park bestaat, is zelfs open en ziet er nog goed uit ook. 

Tijdens de zomervakantie van vorig jaar beleefden de kinderen een hoogdag toen we in Givry in de Bourgogne voor het eerst de bomen inklauterden om een touwenparcours te volgen, inclusief death rides van op tientallen meters boven de grond. Finn was toen nog net te jong om met de rest van het gezin de gevorderdenpiste te volgen, al ontbrak het hem niet aan lef in die tijd. 

Deze keer mag hij wel alles meedoen. Ook al is Arbor Parc minder groot en spectaculair dan Acrogivry, de kinderen zijn in hun nopjes. Om moeke gerust te stellen: alles gebeurt veilig. Iedereen heeft een veiligheidsbeugel, een mousqueton, die gedurende het parcours niet los komt van de ligne de vie, de levenslijn.

Gelukkig maar, want Finn is op een bepaald moment iets te ijverig in het volgen van zijn oudere broer en smijt zich tussen twee bomen in de diepte. 

Rune was vlot aan de overkant geraakt met zijn déval'cable, een soort van katrolgeleiding die je eenvoudig op de levenslijn haakt en waar je je veiligheidsbeugel in klikt als je naar beneden rolt. Finn was vergeten om ook de katrolgeleiding op de kabel te klikken. 

Even later hangt hij zes meter boven de grond te bungelen, midden tussen twee bomen. De veiligheidsbeugel alleen is duidelijk net iets minder geleidend dan de katrolgeleiding. Dat is bij deze aangetoond.

Een van de medewerkers van het park die zit te lunchen, ziet boven zijn boterhammen ineens 30 kilo kind hangen op een weinig gebruikelijke plek en snelt ter hulp. Hij trekt veiligheidshandschoenen aan en klautert via een verkorte route omhoog. De man bevestigt een speciale beugel aan de levenslijn en laat zich afzakken tot bij Finn. Finn moet hem vasthouden terwijl de medewerker zich terug omhoog trekt. 

De tweede poging lukt een stuk vlotter en ook de grote death ride is niet het minste probleem voor de kleinste Sleeuwaert.

De fastfoodlunch op het terras van de snackbar van de nabijgelegen camping hebben de klimmers wel verdiend. We installeren ons met een broodje kebab met frieten aan de rand van het overdekte terras met uitzicht op het zandstrand aan de Dronne. 

Het weer versombert en de lucht kleurt dreigend donkerblauw. "Nog even en het regent," zeg ik terwijl ik nog iets om te drinken haal. Mijn woorden zijn nog niet koud of de regen striemt uit de hemel. 

Het weerhoudt Rune er niet van zelf te gaan zwemmen. Finn trekt ook zijn zwembroek aan, maar is minder overtuigd van het idee. Toch sterft hij liever dan aan Rune te moeten toegeven dat hij liever met pa en ma onder het afdak blijft zitten. 

Beide kerels trekken heroïsch naar het frisse rivierwater en gaan voetje per voetje dieper in het nat. Aan Runes gezicht te zien, heeft ook hij de temperatuur van het water onderschat. Toch sterft ook hij nog liever dan aan Finn en aan zijn pa en ma te moeten vertellen dat hij de dip toch niet ziet zitten. 

Mannen ...

Rune waagt zich aan de oversteek. Op zich mag de 40 meter geen probleem zijn, maar het koele water en de lichte stroming maakt het er niet eenvoudiger op. Ook Finn zien we even later alleen nog met zijn hoofd boven water uitkomen, dapper op weg naar de rechteroever. 

Beiden halen zonder moeite de andere kant en komen ook vlot terug.

Gelukkig voor de jongens stopt het stilaan met druppelen en komt de zon erdoor. Rune zwemt nog enkele keren naar de andere kant, maar Finn houdt het voor bekeken. Hij heeft zijn punt gemaakt: hij durft volledig in het water en geraakt heen en terug. Op het strand begint hij dammen te bouwen en even later volgt Rune zijn voorbeeld. 

Uitgezwommen zijn ze nog niet. We zijn nog maar net terug in de gite of ze gaan opnieuw kopje onder. Die mannen gaan vannacht goed slapen, dat is zeker.

Vanavond eten we niet in ons huisje, maar in Nonac op de Marché des producteurs de Pays in Nonac, een dorpje vlakbij Blanzac. 

Net buiten het dorp is een weiland vrijgehouden als parking. Ze verwachten duidelijk veel volk, want er staan ook grote open tenten waar al gauw zo'n 700 man kan zitten. 

Al van ver zien we de rookpluimen van de barbecue de hoogte in gaan. De kerkmuren zijn af en toe volledig ingenomen door de wit satijnen sluier van de vuren. 

Twee grote barbecues staan gloeiend heet en zijn klaar om de volledige veestapel van het dorp te laten sissen. Iets verder stookt een jonge boer continu grote blokken hout in een enorme kuip om af en toe met een riek verse houtskool bij op de barbecues te kunnen gooien. De temperatuur van de grills blijft zo constant, maar vooral zeer hoog. Het vlees schroeit snel en genadeloos dicht in enkele seconden tijd. 

Ook wij hebben onze zinnen gezet op een lekker stukje vlees en gaan eerst naar de markt voor de nodige inkopen. Een marché des producteurs is in de eerste plaats een markt waar je alle lekkers uit de regio kunt kopen tegen de prijzen van het domein. Kost een geitenkaasje twee euro bij de boer, dan betaal je geen cent meer op de markt. Hetzelfde geldt voor het brood, het vlees van de slager en de wijnen van een cognac- en pineauboertje uit de buurt. 

Wat zo'n marché echt de moeite maakt, is dat je je aankopen ook ter plekke kunt opeten, samen met je vrienden en je familie. Het vlees kun je zelf bakken of laten bakken op de grote barbecues, de roséwijn krijg je gekoeld mee en is dus op dronk en ook de wijngaardslakken worden vers voor je klaar gemaakt in grote pannen. Voor geen geld eet je lekker en veel. Heel veel.

Zelf twijfelen we eraan een groot stuk vlees te delen of elk een stuk te nemen. We kiezen voor het laatste. Hoe verder de avond vordert, hoe groter de stukken vlees op de barbecues worden, ook al zijn wij al lang volgegeten. Op de kop, de staart, de poten en de uier na, lijkt er soms een volledige koe op te liggen. 

Grote vuren en hompen vlees trekken in hoofdzaak mannelijke toeschouwers aan. Dat is vanavond niet anders. Terwijl de vrouwen en kinderen onder de tenten de boel écht organiseren, slaan de mannen trots met hun vlakke hand op het nog niet gegrilde vlees en volgen er niet minder dan oerkreten met een Franse r als hun stuk rund is uitgesist. De holbewoners worden even later als ware helden ontvangen in de grot omdat ze vanavond een mammoet hebben gevangen. 

20:55 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

20-08-14

Di 5 aug 2014 - Zomerhoeden en andere koopjes in de Charentes

IMG_4732.JPG

Barbezeuil, de naam van het dorpje klinkt als een chanson van Aznavour. De ochtendmarkt op dinsdag houdt iedereen weg van de grote supermarktketens. We proberen niet te drummen in de massa om onze ogen de kost te geven. Hier gebeurt het: scharenslijpers met een indrukwekkend arsenaal keukenwapentuig, visverkopers die de kop van een zwaardvis in hun kraam hebben liggen en hoedenverkopers die alleen al door hun aanwezigheid de zomerse temperaturen met vijf graden laten stijgen. 

Al meer dan een week loop ik zonder zomerhoed rond in Frankrijk, simpelweg omdat ik hem in allerijl vergeten ben toen we vertrokken. De komende dagen voorspelt Dominique (die blijkbaar ook weerkundige talentjes heeft) temperaturen tegen en zelfs boven de 30 graden. Mijn uitdunnende haarlijn is hier niet tegen opgewassen.

De hoedenkraam die niet toevallig aan de kerk van Barbezeuil staat, behoedt me voor een pak narigheid. De aflaat van 9,5 euro staat me nog goed ook. 

Mijn oog valt op een vitrine met koopjes. Het is de glaspartij van een immokantoor dat vastgoed verhandelt tegen dumpingprijzen. Een eeuwenoud huis met een gelijkvloers van 185 m2 en nog twee verdiepingen erboven, dat recent werd gerenoveerd met respect voor het oorspronkelijke karakter en ook nog eens 490 m2 aan bijgebouwen heeft op een terrein van meer dan 5000 m2 met zicht op het andere einde van de wereld, kun je er aftikken op 265.000 euro. Wil je zelf de handen uit de mouwen steken, dan vind je in de regio genoeg eigendommen op enorme percelen voor 30.000 euro. In België koop je daar in het beste geval een stuk weiland voor. 

M'n droom om in Frankrijk ooit iets te kopen om er ook effectief te gaan wonen, blijft in mijn achterhoofd zitten. Momenteel zit die iets verder weg omwille van veel te interessant werk en een te boeiend sociaal leven, maar ooit, ooit komt het ervan. 

Om nog wat extra zout in de open vastgoedwonde te strooien, moet ik nog langs de vitrines van drie andere makelaars passeren op weg naar de auto. Heel de Charentes lijkt te koop. 

Hoe aanlokkelijk de prijzen hier ook mogen zijn, ik zou hier niet kunnen gedijen, toch niet permanent.

No wines, no glory.

IMG_4732.JPG

In de gite vind ik eindelijk tijd om een basisprogramma voor de komende dagen uit te stippelen, terwijl Rune en Finn kopje onder gaan. Het is net na twaalven en de thermometer geeft al 25 graden aan. De Charentes geniet van een microklimaat dat te vergelijken valt met de Provence. 

Naar Franse normen is 50 kilometer vlakbij. Zelfs Bordeaux, dat op 80 kilometer ligt, is ondertussen ook voor Dominique en Tania een buurgemeente geworden. Tijdens het jaar zit ik al genoeg in de auto om er nog van te genieten als we met vakantie zijn, hoe prachtig de regio ook moge zijn. Ik hou de bestemmingen voor de komende dagen dan ook in de buurt van de gite op enkele tientallen kilometers.

Deze namiddag is er behalve een cognac- en pineau-tasting niets gepland. De kinderen blijven achter hun torpedo's duiken en Els ziet een namiddagje naast het zwembad ook wel zitten. Ik trek er dus alleen op uit.

Alle wijngaarden die we in de regio tegenkomen dienen maar één doel: grondstof leveren voor cognac en pineau de Charentes. Pineau is een drank die gepromoot wordt als aperitief, maar daar vind ik hem te zoet voor. Je smaakpapillen geraken compleet gedesoriënteerd als je te zoet begint. Bij een doordeweekse wijnproeverij worden de pineaus, porto's en muskaatdrankjes bewust ook tot het einde bewaard. Het liefst begin ik een proeverij met een frisse pint. Maar goed, cognac voldoet natuurlijk ook.

Domaine Le Maine Giraud in Champagne-Vigny is een groot complex waar naast een tentoonstellingsruimte en een museum rond een of andere Franse dichter ook een wijndomein is gehuisvest. Jaarlijks krijgt het complex zo'n 10.000 bezoekers over de vloer die allemaal eindigen in de degustatieruimte van het wijndomein. 

Op de poort hangt een briefje: "Door onverwachte omstandigheden kunnen de rondleidingen in het museum en de tentoonstellingsruimte niet gegarandeerd worden. U kunt wel vrij het museum bezoeken en ook de degustatieruimte is permanent geopend."

Omdat het geklieder van een lokale kunstenaar me maar weinig interesseert en de poëzie in de taal van Molière me net iets te hoog gegrepen lijkt, ben ik blij dat ik toch zal kunnen proeven. 

De degustatieruimte is echter verlaten, net als de rest van het enorme complex. In het museum zie ik licht branden, maar toch aarzel ik om het gebouw binnen te gaan en er vrij rond te lopen op zoek naar iemand die enkele flessen wil decapsuleren voor mij.

Net op het moment dat ik toch mijn stoute schoenen aantrek en de deur van de traphal naar het museum wil openen, merk ik een jongeman op in een andere deuropening.

Kan ik de wijnen van het domein proeven?

Bien sûr, monsieur.

Ik loop met hem mee naar de degustatieruimte. Hij knipt het licht aan. Honderden flessen in allerlei vormen en groottes staan uitgestald als trofeeën na een geslaagd jachtseizoen. Terwijl hij de degustatieglaasjes neemt, verontschuldigt hij zich voor de omstandigheden waarin ik zal moeten proeven. De man vertelt dat er normaal een rondleiding in het distilleergedeelte zou vooraf gaan aan de proeverij. Die kan vandaag niet doorgaan omdat de eigenaar van het wijndomein in shock is door een zelfdoding in de familie. Gisteren heeft zijn oogappel zich van het leven beroofd. 

Dat het domein überhaupt nog open is vandaag vind ik al merkwaardig in die omstandigheden. Dat hij zich verontschuldigt voor eender welk ongemak dat ik zou kunnen leiden hierdoor, maakt me ongemakkelijk en brengt me compleet van m'n melk.

De man etaleert niettemin een reeks proefglaasjes op de tafel waarop de cognacs reeds staan uitgestald. In tegenstelling tot een klassieke wijnproeverij krijg je voor elke wijn die je proeft een nieuw glaasje. 

We starten met de cognacs omdat je smaakpapillen 'maagdelijk' moeten zijn volgens de man. De cognacs gaan crescendo in kwaliteit, in aantal jaren vatrijping en ook in prijs. 

Daarna volgen de pineaus die qua prijs een heel stuk lager uitkomen, maar kwalitatief bij de beste zijn die ik al geproefd heb. 

Ik bunker een breed gamma in en rij terug naar de gite waar de tijd is blijven stilstaan, sterker nog: ik waan me 24 uur terug in de tijd. Rune, Finn en Julie zitten te 'loomen' en Els zit aan het zwembad met reislectuur.

Een zeer bevreemdende namiddag.

Bij de barbecue gaat de eerste fles noodwijn open die ik vanmiddag in de Super U heb gekocht omdat onze huisvoorraad er sinds gisteren door is. De Tautavel komt uit La Clape in de Languedoc van een domein dat ik vorig jaar bezocht tijdens de wijntrip. De rode wijn komt tot zijn recht bij de perfect gegrilde steak en lapjes spek. Er is dus nog hoop in deze wijnsahara.

19:50 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

19-08-14

Ma 4 aug 2014 - Et alors?

DSC03674.JPG

Bij de laatste check van het dagprogramma merk ik dat zowat elke locatie in Angoulème op maandag gesloten is. Blijkbaar is niet zondag, maar maandag de rustdag voor iedereen in het Mekka van Franse strip. Aan de deuren van het stripmuseum zitten wachten tot het dinsdag wordt, lijkt ons niet echt de gedroomde daginvulling voor een vakantiedag. 

Volgens de Groene Michelin is in Cognac wel alles open. Op naar Cognac dus.

De gemillimeterde wijnranken op weg naar Cognac liggen erbij alsof ze net een wellnesskuur hebben ondergaan. De buitenste takjes bijgeknipt en de kiezelbodem tussen de rankenrijen nog eens opgeroffeld. Laat nu die druiven maar groeien. De patronen die de rijen wijnranken op de heuvelruggen leggen, brengen het mooiste van de wiskunde en het lekkerste van de wijnkunst samen. 

We parkeren de auto op de Place de la Salle Verte, aan de oever van de Charente, vlakbij het Musée des Arts du Cognac. Volgens Michelin is dit dé vertrekbasis voor een grondige inwijding in 's werelds bekendste brandewijn. We moeten zeker twee uur voorzien volgens de Groene. Twee uur die we, als we het positief zien, in elk geval winnen, want het museum blijkt dicht. 

In de daarnaast gelegen Espace découverte en pays du Cognac brandt wel licht, al valt ook hier weinig passage te bespeuren, en dat voor (en ik citeer de Michelin): 'de onontbeerlijke inleiding op uw ontdekkingsreis door Cognac en de cognacstreek.' 

De vier medewerkers van de Espace staan ons op te wachten als jonge welpjes die hun moederleeuwin met een stuk gnoe zien terugkomen na een uitstap van de vrouwengilde. De jongste van het gezelschap, een jongeman in zwarte jeans met een geklede vest erboven, is de eerste die ons verwelkomt. Volgens de pikorde in de kudde, mag hij ons nu rondleiden in het ontdekkingscentrum waar eigenlijk niks te ontdekken valt.

Hij brengt ons tot voor een maquette van de regio waarop minigebouwtjes licht geven als hij op de juiste knoppen van de legende drukt. Alles, werkelijk àlles in Cognac en in de regio blijkt de moeite. Dat de regio per vierkante kilometer het hoogste aantal romaanse kerken en abdijen ter wereld telt, klopt uiteraard, maar dat ze allemaal de moeite waard zijn om er langs te gaan, is redelijk kort door de bocht. Dat zullen we deze namiddag ondervinden. 

De uitleg blijft duren. Er komt werkelijk geen einde aan de bewieroking van de regio. Bij een volgende bijdruk met correcties van de bijbel kunnen ze best overal 'Aards paradijs' vervangen door 'Cognac en omgeving'. 

Hoe langer we luisteren, hoe meer we afgeleid geraken. Rune begint de schaalaanduiding af te passen op de omtrek van de maquette om de oppervlakte van de regio te berekenen. Ik heb meer oog voor de enthousiaste ontdekkingsreiziger zelf die nog steeds over voldoende speeksel schijnt te beschikken. De kraag van zijn vest zit dubbel aan de rechterkant, op de afgebleekte stof zitten honderden witte spikkeltjes. De beginnende stoppelbaard verraadt zijn jonge leeftijd. 

Finn moet naar de wc. De drie overige welpen verdringen zich voor het klapdeurtje naar de bezoekersruimte om hem als eerste de weg te wijzen. Het moet dodelijk zijn om onnodig overtallig een centrum te bestaffen waar niemand komt en waar ook niks te zien valt. 

De jongste welp toont ons nog de bibliotheek met boeken over de Cognac en een winkeltje waar een vijfde medewerker de honneurs waarneemt. De spinnenwebben in haar haar wijzen op enige inactiviteit. 

Voor we de Espace buiten wandelen, ritsen we nog een foldertje mee waarop een wandeling staat uitgetekend door de stad. Ze brengt ons langs alle hoogtepunten van de stad. Nu ja, hoogtepunten? Akkoord, er zijn een paar cognac-huizen aan de kade, maar die zijn ommuurd en voor de rest is er een brug en een oude stadspoort te zien. 

Cognac is verre van interessant al rijdt er wel een toeristentreintje door. We komen het drie keer tegen tijdens de wandeling met telkens dezelfde mensen erop. Elke keer het voorbij rijdt zien we de droefenis in de ogen van de toeristen groter worden. Helemaal achteraan zit een mollige meid van een jaar of twintig. Ze is met haar even mollige ouders die op de bank voor haar zitten op reis en verveelt zich duidelijk te pletter. De laatste keer dat ik haar zie passeren, zit ze troosteloos voor zich uit te staren door de plastic achterruit van het treintje, verscholen achter de witte opplakletters. Ik moet spontaan aan Dumbo denken.

Cognac is behalve het toeristentreintje compleet desolaat. Er zijn geen terrassen, winkels zijn gesloten, het volledige openbare leven ligt stil. Het is maandag. 

Vergeet dus wat ik gisteren schreef over de zondagse rust. Ik heb me duidelijk van dag vergist. Maandag komen ze hier in deze regio met geen stokken hun huis uit. En Ségolène Royale maar moeite doen om toeristen naar hier te lokken. Nu ze er zijn, is alles dicht. 

We verlaten de stad redelijk gefrustreerd en volgen het advies van de welp uit de Espace. In plaats van Liesbeth de kortste route te laten berekenen, rijden we langs de Charente stroomopwaarts. Op die weg moeten we pareltjes van de romaanse kunst tegenkomen, maar ook dolmen, Romeinse ruïnes en ander fraais. Ik hoor het hem nog zeggen. 

Verschillende dorpjes rijden we binnen, maar we zijn er al even snel weer weg. De romaanse kerkjes zijn aan de buitenkant soms wel mooi, maar verschrikkelijk kitcherig ingekleed aan de binnenkant, zonder respect voor het authentieke karakter. De dolmen blijkt er één te zijn en de Romeinse ruïne doen we zelfs niet aan omdat het een met gras bedekte heuvel blijkt te zijn die 'een goede indruk geeft hoe groot het Romeinse theater vroeger was', aldus de Michelin.

Het is kwart over twee. We krijgen stilaan honger. 

Jarnac, de geboorteplaats van François Mitterand lijkt ons wel een geschikte locatie voor een terrasje. Het dorpje ligt idyllisch aan de oever van de Charente. Het grote cognac-huis Courvoisier heeft een moderne vleugel die uitkijkt op het water. Door de hoge ramen zie je de wijntonnen met cognac metershoog opgestapeld.

Het plaatsje is naast enkele watersporters uitgestorven. Er is geen levende ziel op straat. Vreemd. Zo moet de wereld er dus uitzien na een nucleaire ramp.

Na lang struinen vinden we een terras dat open is. Het valt op dat niemand zit te eten. Het is ondertussen half drie en dus vragen we met een bang hart of we nog iets kunnen krijgen, desnoods iets kleins. Désolé, monsieur.

Het enige wat in het dorpje nog aan eetbaars te krijgen is, vinden we in een krantenwinkeltje: een Nuts.

Grommel...

En dat is niet alleen het geluid van mijn maag. 

Eten, of beter, uitgebreid aperitieven zal iets voor op ons terras zijn. We nemen de kortste route, want de drie mannen van het gezelschap hebben ondertussen echt wel honger. Na een stop in de Super U kunnen er bij het flesje rosé van Val de Gilly aangepaste tapas geserveerd worden. 

Dominique komt even later met twee flesjes pineau de Charentes op de proppen. Ze komen van het domein dat het dichtst bij de gite ligt. Het aperitieven krijgt verlengingen, en we hebben er niks op tegen. We spreken af dat ze straks bij ons maar mee een flesje wijn moeten komen kraken. Het worden er uiteindelijk drie.

Ondertussen geeft dochter Julie de kinderen een snelstoomcursus loombandjes maken. Rune en Finn zijn al langer mee met de nieuwste rage in kinderland, maar zien nu een professional aan het werk. In geen tijd maakt ze een potloodgreep, een driedubbele visgraat en een triple link. De jongsten van het gezelschap kijken hun ogen uit.

Na de pasta met spinazie komen Dominique en Tania buurten tot na middernacht. De volledige wijnvoorraad gaat eraan. 

In de nachtelijke stilte fonkelt finaal de wolkenloze sterrenhemel.

21:07 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

18-08-14

Zo 3 aug 2014 - Het is rustdag voor iedereen.

1.jpg

Met alleen een straffe espresso achter de kiezen, tik ik Aubeterre-sur-Dronne in als bestemming. Liesbeth heeft niet veel te doen tijdens het rijden, want er valt weinig te navigeren. Het is rustdag voor iedereen. 

Aubeterre ligt aan de Dronne, een riviertje dat voorbestemd is voor allerhande watersporten die me van nature uit de kriebels geven. Opnieuw: het is rustdag voor iedereen. Ik ontsnap dus met veel plezier aan een paar uurtjes dobberen in een kano.

Volgens het overzicht van de lokale marktjes moeten we vandaag in Aubeterre zijn. Het is de enige zondagsmarkt in de regio.

Op het dorpspleintje heerst er een gezellige drukte, maar die komt eerder van de overvolle terrassen dan van de markt. Er staan, ruim geteld, 10 kraampjes. Waarschijnlijk denken de andere marktkramers ook: het is rustdag voor iedereen. 

Met twee baguettes onder de arm verkennen we de rest van het pittoreske dorpje. Aubeterre is niet het dorp waar je gezien de hoogteverschillen vlot met de auto overal geraakt en dus voetgangers kunt hinderen. Toch ken ik weinig dorpen waar zoveel oude wegeltjes als wandelsteegjes en -trapjes zijn ingericht. Ze brengen je overal waar je zijn wil, zonder dat je ook maar een keer gehinderd wordt.

De Eglise Saint-Jacques is zo'n vergeten pareltje. De middagzon werpt alles wat ze in haar mars heeft op de sobere romaanse gevel waardoor de arcaden en de beeldrijke kapitelen tot leven komen. Binnenin is het opvallend licht voor een romaans kerkje. Het grote moderne glasraam achter het altaar begeleidt het zonnige exterieur naar binnen. 

Aubeterre heeft nog een tweede opvallende kerk. De monolithische Saint-Jean werd in de 12de eeuw volledig uitgegraven in de kalkrotsen van de kasteelheuvel. De centrale ruimte is maar liefst 27 meter lang en 20 meter hoog. De zuilen zijn ronduit indrukwekkend. 

We hebben de voorbije jaren al tientallen kerken en kathedralen bezocht, maar deze is echt uniek. In plaats van op een open plek tonnen steen aan te rukken om er een godshuis mee op te trekken, moest men bijna 1000 jaar geleden in Aubeterre evenveel tonnen kalksteen weghalen om een dergelijke kerk over te houden. Dezelfde kunst om uit een blok marmer een David te halen.

Na een smoothie en een bordje foie gras-tapas op een zonnig terras met zicht op de Dronne rijden we terug naar Péreuil voor een champagnebrunch. 

De namiddag glijdt voorbij zonder dat we het goed en wel beseffen. De kinderen dagen elkaar uit aan de zwemkom, mama leest een boek, papa tikt een reisverslag. De zon draait overuren al werpt een voorbijschuivende wolk af en toe wat schaduw. De bijen in het bloemperkje achter onze tuinstoelen zijn hyperkinetisch. Blijkbaar is het niet voor iedereen een rustdag. Bij tijden wanen we ons op het circuit van Le Mans. Zoveel drukte maken die beestjes.

Om de namiddag even te breken maken Els en de kinderen rond het domein een wandeling. Bij de eerste regendruppels keert Finn vroeger dan gepland terug naar de gite. Niet omdat zijn haar zou gaan kroezelen (een genetische eigenschap via moederskant), want zijn snit is veel te kort. Tien minuten later hoor ik een zacht snorrend geluid. Finn ligt zalig languit in de bakoven. Siësta-time. Het is rustdag voor iedereen. 

Ondanks alle wilde plannen om er een compleet rustige zondag van te maken, hijs ik me op mijn door testosteron ondersteunde schild en begin ik aan de heroïsche voorbereiding van de barbecue. De houtskool wordt deskundig op z'n Homer Simpsons nat gesproeid met brandalcohol en in de fik gestoken. De gevulde slakjes beginnen al te pruttelen in de kruidenboter nog voor ze effectief op de rooster liggen, de tournedos schroeit heerlijk dicht bij een tweede bakbeurt en de met roquefort gevulde champignons zorgen voor de finishing touch.

Drink daarbij een zomerse wijn uit de Gaillac, een streek waar ze ook niet verlegen zitten om een wijnrankje of een zonnebloempje meer of minder, en de avond is al geslaagd nog voor hij begonnen is. 

We eindigen de avond dieprood in de Cahors met een Domaine D'Homs, een wijndomeintje dat we dit najaar zeker nog eens zullen aandoen.

22:44 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

17-08-14

Za 2 aug 2014 - Fawlty Towers in de Charentes

IMG_4567.JPG

De tafel staat binnen gedekt voor vier wanneer ik met de dagelijkse baguette terug kom van Saint-James. Volgens de thermometer van de Audi is het 15,5 graden buiten. De zachte regen, gaat af en toe over in miezerig weer om even later weer alle sluizen open te gooien.

Het is de eerste keer dat we binnen moeten eten in een week. Hoogst uitzonderlijk volgens de graaf en de gravin. De ochtenden zijn meestal somber, koud en nat, maar naarmate de dag zich op gang trekt, klaart het op. 

We nemen afscheid van het koppel in de grote inkomhal van het kasteel. Een statiefoto wordt voor het nageslacht ingekaderd.

Volgens Google maps is het 4 uur en 30 min rijden naar de volgende gite. We schrikken van de reistijd, omdat we vanuit Zoersel op 8 uur tijd aan de poort van de gite zouden staan en we zitten nu toch al een heel stuk in Frankrijk. 

Liesbeth, onze gps-mevrouw, ziet het nog somberder in. Ze geeft nog een uur extra reistijd aan als we de oprijlaan van het kasteeldomein afrijden. Dit weekend is een van de drukste weekends van het jaar in Frankrijk. De filekaart van Bison futé kleurt zwart op de Route du Soleil nog voor Lyon, maar ook op de snelwegen ter hoogte van Parijs en richting Bordeaux staat alles al lekker aan te schuiven. 

Liesbeth, genoemd naar kersvers minister Liesbeth Homans, rekent zich suf op alternatieve routes en verandert voortdurend de aankomsttijd. "De-e rou-te werd ver-an-derd om-wille van de ac-tu-e-le verkeers-si-tu-atie," kokhalst Liesbeth de woorden uit de luidsprekers. Alleen het Antwerps accent ontbreekt, anders zou je zweren dat Homans ooit zelf de gps-stem als vakantiewerk heeft ingesproken. 

Ze stuurt ons door het centrum van Nantes omdat de weg naar Bordeaux al vanaf daar vast zit. De laatste 200 kilometer bollen we zelfs volledig op departementale en nationale wegen omdat de tolwegen afzien door een verkeersindigestie. Er zal door heel wat chauffeurs vanavond stevig veel wijn geconsumeerd worden in de Bordeaux-regio om al die verloren uren te verdrinken.

In de laatste 50 kilometer stijgt de temperatuur van 16 graden naar 23,5. De donkergrijze wolken kleuren wit en zien eruit als grote toefen crème fraîche tegen de stralend blauwe lucht. De wijngaarden met cognacdruiven en de eindeloze zonnebloemvelden zonnebaden plots in de brandende augustuszon.

We arriveren 20 minuten vroeger dan Liesbeth vanmorgen had ingeschat en we zijn ondertussen ook nog een half uurtje aan de kant gaan staan voor de beste autoparkinglunch die er bestaat: boterhammen met ei. Al bij al hebben we dus vlot gereden ondanks de soms zware regenvlagen.

Een drukkende warmte overvalt ons alsof na een mosselmaaltijd in een chique mosselrestaurant de garçon een wasmand vol warmvochtige doekjes over je tafelgenoten uitkapt. In de schaduw is het 27 graden, in de zon is de gevoelstemperatuur vulkanisch op de geelwitte kiezel.

Dominique en Tania, de eigenaars van de gite staan ons al op te wachten. Twee jaar geleden kochten ze dit huis op 6000 m2 samen met enkele aanpalende akkers die ze nu verpachten aan lokale boeren. Het zicht op de prachtige patronen die de rijen wijnranken over het heuvelige landschap trekken en op de miljoenen zonnebloemen was een koopje. 

In Frankrijk een nieuw leven opbouwen was al langer een droom van het koppel en toen ook Julie, de prille tienerdochter, onmiddellijk positief reageerde op het zotte idee van pa en ma, werden verschillende Franse immo's ingeschakeld. Oorspronkelijk waren ze van plan om gewoon hier te komen wonen en werken, tot de makelaar influisterde dat er in de regio behoefte is aan gites. Dominique heeft het eerste jaar het huis grondig opgefrist en de vroegere stalling verbouwd tot gite. Julie kon zo haar laatste jaar basisonderwijs nog in België afwerken. Vorig jaar zijn ze met z'n drieën naar de Charentes verhuisd.

Dominique leidt ons trots rond in zijn gite. De oude stalling is voorzien van alle comfort en werd smaakvol ingericht. In de oude bakoven is een tweede slaapplaats voorzien met een dubbel bed. Dat wordt de uitvalsbasis voor Rune en Finn deze week. 

Op een tafeltje in de keuken liggen foldertjes en kaartjes met info over lokale marktjes en bezienswaardigheden in de buurt. Er ligt ook een Nederlandstalige Guide Michelin die erg van pas zal komen, want ook deze tweede week hebben we niet voorbereid. 

Dat we geen moeite zullen moeten doen om de week vol te krijgen, is duidelijk. Vanavond kunnen we alvast in de buurt beginnen met optredens uit het programma 'Les nuits romanes', een initiatief van het departement om de verschillende dorpen in de toeristisch interessante zomermaanden te doen leven. Op het eerste blad van de folder staat een breed glimlachende Ségolène Royale die met trots een rijk programma voorstelt, telkens in een romaans kader. 

Ondertussen komt een indrukwekkende zwartgrijze wolkenformatie dichterbij. Wanneer we de gite terug buiten komen en Dominique ons de sleutel geeft, vallen de eerste druppels. We kunnen nog net een paar spullen uit de auto pakken voor de hel boven Péreuil voor de derde keer vandaag losbarst. Een combinatie van de laatste minuten van Ouverture 1812 van Tsjaikovsky en een met vuurwerk ingeknalde 4th of July. 5 minuten duurt het en er staat 10 centimeter water in lager gelegen delen van de voortuin. 

De wolkbreuk is maar van korte duur en brengt de gevoelstemperatuur naar aangename waarden. 

Alsof ze nog niet genoeg water hebben gezien, proberen Rune en Finn het niet verwarmde zwembad uit. Eerst met hun grote teen, al snel volgt de rest. Als je ze zo bezig ziet in en rond het water, valt op hoe groot ze ondertussen geworden zijn. Het platte is er echt wel af. 

Dat ze niet meer zonder elkaar kunnen, zullen ze allebei staalhard ontkennen, zelfs al richt je urenlang een felle bureaulamp op hun gezicht. Je zou het niet durven vermoeden als je ze mekaar tot op het vervelende toe ziet treiteren, tot een van de twee enkele tellen later zit te janken en bij pa en ma komt zeuren om de ander de schuld te doen krijgen. Toch is het zo. 

Na hun eerste dip in het 140 centimeter diepe zwembad, gaan we op zoek naar eten in Blanzac centrum aan de Eglise Saint-Arthemy. Dat mag niet zo moeilijk zijn, want op de aankondiging van 'Les nuits romanes' staat 'possibilité de restauration rapide (prévoir ses couverts).' 

Uiteraard zijn we goed voorbereid. We hebben kartonnen bordjes en plastic bestek mee in onze rugzak. Ondertussen mag je ons ervaringsdeskundigen noemen wat het bezoeken van avondmarktjes betreft. In veel Franse regio's kun je er lekkere streekproducten proeven. De gemeente zorgt voor tafels en stoelen en soms ook voor muzikale begeleiding, de lokale boertjes voor natjes en droogjes en het publiek doet de rest. We zijn al verschillende keren redelijk scheef thuis gekomen van dit soort marktjes waarvan je weet wanneer ze beginnen, maar nooit wanneer ze eindigen. 

We parkeren de auto vlakbij het dorpsplein en gaan te voet richting de romaanse kerk. Het is ondertussen half 8, een half uur na de aangekondigde start van de restauration rapide. Aan de kerk zijn enkele technici aan het soundchecken, maar verder is het plein verlaten. We weten ondertussen ook wel dat Fransen niet al te goed reageren op neerslag, van welke orde dan ook. Is er 's avonds een optreden en regent het in de vooravond, dan mag je er redelijk zeker van zijn dat de boel wordt afgeblazen. Valt er twee centimeter sneeuw, dan houden ze preventief de scholen dicht wegens te risicovol. 

Dat er nu gesoundcheckt wordt, is dus hoopgevend na de drie pittige onweders, maar culinair gaan we niet aan ons trekken komen. Dat is wel duidelijk. Er staat geen enkel kraampje. Alleen vlak voor een bakker zien we wat beweging, maar om nu ook vanavond nog brood te eten? Nee, daar bedanken we voor. 

Dominique, Tania en Julie hebben zich duidelijk ook mispakt aan de aankondiging en lopen al even hongerig rond op het dorpsplein. 

De pizzeria is het enige alternatief omdat het enige restaurant van Blanzac overkop is gegaan. De eigenaar en tevens chef van de zaak had er de laatste maanden niet zoveel zin meer in en kookte alleen wanneer hij zin had, of er nu reservaties waren of niet.

De would-be Italiaanse eettent ziet er sjofel uit. Een volledig menu voor 11 euro. Er zijn grenzen aan bodemprijzen, denk ik dan. Volgens Dominique zijn de pizza's er best wel ok, dus wagen we de sprong. 

Het heeft al een tijdje niet meer geregend en de Frank en Sabine in ons zeggen dat het voor de rest van de avond droog zal blijven. We kiezen een plaatsje uit op het terras. Omdat net een Brits viertal op hetzelfde idee was gekomen, zien we een restauranthulp met een emmer, een vod en een handdoek naar buiten komen.

De scène die zich dan afspeelt, lijkt wel gepikt van Fawlty Towers. De man met de emmer heeft duidelijk te veel gedronken en heeft binnen van de Franse Basil en de Franse Sybil compleet tegenstrijdige instructies gekregen. Mag er vanavond ook buiten gegeten worden of is het alleen voor een drankje dat je op het terras terecht kunt? De Franse Manuel gaat uit van wel, maar het blijkt niet zo te zijn, terwijl hij wel het ene na het andere gezelschap zegt dat je buiten kunt eten. 

Ijverig begint hij de tafels en de stoelen droog te vegen. Na de eerste tafel is alles wat maar iets of wat absorptievermogen heeft, compleet doorweekt. De man vindt er niets beters op dan de vod en de handdoek uit te wringen in de emmer om vervolgens, je raadt het nooit, zowel de vod als de handdoek in de emmer te soppen om tafel twee droog te krijgen. En dat gaat zo maar door. 

Ik merk dat hij nog een andere handdoek aan zijn riem heeft hangen en bied aan om hem te helpen. Met de droge handdoek krijg ik voor ons vieren de tafel en de stoelen droog. De man bedankt me voor mijn hulp en sopt mijn handdoek bij in de emmer want hij heeft nog enkele tafels te gaan. 

Iets eten in de pizzeria zal niet lukken vanavond. Binnen is alles réservé en buiten kunnen we niet eten. Omdat we op z'n minst iets willen drinken, bestel ik een fles Fronsac en voor de kinderen een frisdrank.

De kinderen zijn hun drukte van de middag nog niet kwijt en ook aan de stroom van zinloze vragen komt maar geen einde. Zo wil Rune nu al weten wat we morgenavond zullen eten, terwijl we niet eens weten wat we vanavond nog zullen vinden. De jongens hebben qua autonoom functioneren, nog een weg te gaan.

We sturen de kinderen op pad, enerzijds om even rust te hebben, anderzijds zodat ze op het plein kunnen gaan kijken of er ondertussen al iets te eten valt. 

Na enkele minuten komen ze met enkele kubieke meters witte rook terug. Hallelujah, er kan gegeten worden op het plein! En volgens de kids zullen we het ons niet beklagen: "Er is friet, er is worst en er is pizza."

Bij gebrek aan een beter alternatief, nemen we de rest van de Fronsac mee naar de banken onder de platanen. 

De plaatselijke boulanger werkt zich ondertussen uit de naad om de hongerigen te spijzen. Alles waar de kinderen euforisch over waren, gaat door zijn handen. De bakker is vanavond friturist en pizzabakker van dienst. Omdat hij tegelijkertijd ook het plein moet voorzien van drank, parelt het zweet op zijn voorhoofd. Af en toe ontstaat spontaan een riviertje dat langs zijn slaap naar beneden kronkelt. Zijn uitgerokken T-shirt is even nat als de vodden van Manuel. 

De halve Fronsac is er snel door dus bestellen we nog enkele flesjes rosé aan vier euro per fles. Geen toppers, maar op caféterrassen heb ik al vaker veel slechtere gedronken. 

Ondertussen maakt La Compagnie 3x Rien zich op voor hun 'fantaisie acrobatique'. De drie acrobaat-muzikanten dollen met elkaar en verwonderen het publiek. De kinderen kunnen het ondertussen goed vinden met Julie en zijn samen enthousiast over wat ze te zien krijgen. 

Ook het optreden van Doolin, een gezelschap dat Keltische muziek brengt voor het portaal van de romaanse kerk, valt in de smaak. We zitten na een tijdje nog als enigen aan de tafel met uitzicht op de kleurrijk verlichte kerk, terwijl iedereen met zijn stoeltje naar het optreden is geschuifeld.

We zijn dan ook de enigen die zien dat Ségolène Royale nog een extra potje geld heeft gevonden voor de avond. Plastic bekers worden klaargezet met vers fruit en drankjes, plateaus worden aangerukt met toastjes bedekt met foie gras, paté, zalmsla, enz. Na het optreden kan iedereen zich nog te goed doen aan al dit lekkers. 

Het geld is blijkbaar nog niet op in dit stuk van Frankrijk. Ik zal de nieuwe minister-president verwittigen dat er hier nog wat te rapen valt. 

"Bourgeois organiseert luchtbrug met Charentes" beeld ik me als krantenkop in.

17:02 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

16-08-14

Vr 1 aug 2014 - Bij Toutatis!

IMG_4479.JPG

Het openingsblad van elke Asterix-strip is de kaart van Frankrijk waarop het Romeinse rijk in al zijn glorie te bewonderen valt. Er is maar één plek waar Caesar niet door schijnt te komen: Gallië. Het dorp van Asterix en Obelix lijkt onoverwinnelijk ook al loopt er redelijk wat fout volk rond: van vechtlustige visboeren en valse barden tot dorpsleiders die zich zo goed voelen dat ze op een schild rond gedragen moeten worden.

Vandaag is het onze laatste dag in Normandië en na een week hebben we eenzelfde gevoel bij deze regio. Op zich stelt de regio niet meer of minder voor dan andere delen van Frankrijk, maar de Normandiërs hebben altijd al een streepje voor willen hebben op de rest en zijn er veelal nog in geslaagd ook. Saint-Malo speelde als republiekje in vroeger tijden Champions League met grote zeemachten terwijl het maar een caféploeg was. De Mont Saint-Michel, ooit begonnen als bedevaartsoord, werd in de eeuwen zo versterkt dat het de Engelsen kon buiten houden. En dan heb ik het nog niet over Hastings gehad.

Even typisch aan de Normandiërs is hun gave tot zelfrelativering. Als je ergens postkaartjes wil kopen, staat er zeker altijd een rek bij met grappige cartoons die de kleine kantjes van de Normandiërs in de verf zetten: de volstrekt lachwekkende traditionele klederdracht van de vrouwen, het wisselvallige weer en het gebrek aan deftige wijn. 

Vanmorgen zit ik in volle uitcheck-spits op de WiFi van het kasteel. In de grote inkomhal is het een af- en aanlopen van toeristen die het château als B&B hebben beleefd en na het ontbijt verder willen rijden. 's Ochtends ontbijten in de centrale eetkamer rond de veel te grote ovalen tafel met zicht op de eindeloze tuin, terwijl de butler een vers geperst fruitsapje voor je neus zet. Er zijn mindere plekken om te overnachten en de dag monter te beginnen.

Toch laat de graaf zich niet opjagen. Voor elke gast neemt hij de tijd en hij weet iedereen op de juiste manier aan te pakken, ook al kent hij de meeste mensen nog maar van de avond voordien. Engelse kinderen die hun eerste woordjes Frans hebben geleerd, geeft hij nog wat extra privéles. Een koppel op doorreis dat op één dag zowel Etretat als de bevrijdingsstranden wil bezoeken, brengt hij op andere ideeën omdat dat gezien het ver gevorderde uur niet meer gaat lukken. Hij stelt hen een perfect alternatief voor. Een ander koppel dat redelijk extatisch is over hun verblijf in het kasteel en met de graaf op de foto wil, belooft zeker nog terug te komen. "Bien sur," zegt de graaf zelfverzekerd, "mensen komen in hun leven 4 keer naar de Mont Saint-Michel: de eerste keer als kind, de tweede keer met hun lief of hun vrouw, de derde met hun kinderen en de vierde met hun kleinkinderen."

De man geniet duidelijk van deze va-et-vient en knipoogt af en toe naar me na een quote die hij zelf ook goedgevonden vindt. 

Gisteren gaf hij me een foldertje van een lokale producent van cider en calvados waar hij zelf vaste klant is. Omdat zijn reistips ons deze week nog geen enkele keer zijn tegengevallen hopen we dat de Cave de Mirande ons evenveel zal weten te bekoren.

Op de nabijgelegen appelboerderij in Saint-Aubin de Terregatte geeft echter niemand thuis. Op een kartonnetje aan de deur staat een alternatief adres om de calvados en de cider in te kopen: de bar tabac in het dorp. 

Aan de toog zit een man en een vrouw die duidelijk geen koppel zijn. Het is net 12 uur, maar ze drinken elk een glas wijn. De uitbater van de bar tabac ziet ons vieren binnen komen. Van tussen de rekken magazines en kranten vraagt hij wat we willen drinken. Ik toon hem de folder en geef aan dat de graaf ons de Cave de Mirande heeft aanbevolen. De man laat zijn twee andere gasten rustig keuvelen en maakt uitgebreid tijd voor ons. 

Of we kunnen proeven? 

Mais, bien sur, monsieur!

Cider wordt gemaakt van verschillende appelrassen. De appels worden met de hand geplukt en rijpen daarna drie a vier weken verder. Het sap fermenteert rustig op eiken vaten gedurende 3 à 4 maanden. In tegenstelling tot de champagne of andere schuimwijnen worden er geen bubbels toegevoegd. De belletjes ontstaan volledig natuurlijk. 

We krijgen een typische cider-tas die het midden houdt tussen een koffietas en een soepkom. De cider heeft in de neus een geuze-achtige toets, maar smaakt veel zachter. We nemen zes flessen mee als alternatief aperitiefdrankje de komende weken.

De calvados wordt gedistilleerd uit de cider en blijft jarenlang op eiken vaten bewaard. Daarin evolueert de calvados verder tot een topproduct. We proeven een 'calva' van 20 jaar. Hij kan volgens de uitbater nog gerust enkele decennia liggen, maar hij gaat niet meer in positieve zin evolueren. Eens uit het vat en op flessen getrokken, blijft de smaak dezelfde. Opnieuw nemen we een aantal flesjes mee waar we op koude winteravonden nog veel plezier van zullen hebben. 

Tot slot proeven we ook de 'Pommeau de Normandie' een aperitiefdrankje dat ook 30 maanden eik heeft gezien. Het is een combinatie van cider en calvados. Lekker fris geschonken opent dit perspectieven bij een verrassende maaltijd. 

Bij het afrekenen complimenteer ik de uitbater met zijn fijne selectie Franse wijnen die hij ook verkoopt in zijn bar tabac tegen zeer democratische prijzen. Hij gaat bewust niet voor de grote namen, maar een ietwat geoefend oog merkt dat de man duidelijk weet waar hij mee bezig is. 

Tja, ik ben nogal een wijnliefhebber, zegt de man. 

Ik wens mijn collega en zijn gasten nog een fijne dag en we zetten opnieuw koers naar de kust. De visnetbelevenissen van gisteren moeten overgedaan worden, vinden de kinderen. 

We hebben nu een visnet en zijn vlakbij de zee ... Please!

Onder het motto 'Je ouders zijn ook maar mensen' ervaren Rune en Finn dat het veronderstellingsvermogen van de eerstvolgende trap in hun bloedlijn ook wel eens mis kan zijn. Op zich zat er nochtans een logica in: als we nu eens terugkeren naar het stuk van de baai waar je struikelt over de restaurants met fruits de mer en de handelaars in oesters en dáár gaan vissen met het visnet. Daar moet toch redelijk wat te vinden zijn? 

Niet dus.

Het met lege schelpen bedekte strand van Cancale is verlaten. De bootjes liggen een beetje schuin aan een grote dobber in het water. 

Bij de eerste stofzuigbeurt van de bodem oogst Rune alleen zeewier en stukken schelp. Ook bij de volgende beurten blijkt er niet echt zeeleven in het water te zitten.

Helemaal leeggevist door de zelfstandigen uit de baai?

Terwijl de kinderen zich op een andere manier recreëren op het strand door met stenen dammen te maken, ga ik bij een lokale oesterboer twaalf oesters nr 1 halen. Met een grote wrikarm die eindigt in een stompe, platte punt worden ze open gedrukt tegen een oesterhouder. De jonge dame die mijn bestelling opneemt, maakt onze bestelling klaar in een kleine minuut. 9,5 euro voor 12 uitstekende oesters. 

Omdat de kinderen na een tijdje klaar zijn met dammen en het weer aangenaam blijft, rijden we terug naar het kasteel. Het is de laatste dag dat ze in het grote verwarmde zwembad kunnen en dus leven de kinderen zich al snorkelend en bommetjes gooiend uit. 

Het is duidelijk: deze week hebben we wat het weer betreft serieus boven onze stand geleefd in dit mistroostige stuk Frankrijk. Enkele dagen geleden vonden we nog een postkaartje met daarop een kaart van Frankrijk met overal donderwolken, behalve in Normandië. Als onderschrift stond er: "Attention. Risico op mooi weer." 

Beter kunnen we dit eerste deel van onze vakantie niet samenvatten. 

Met een witte wijn uit Uzès klinken we op de aperitiefhapjes en met een Château de Bregançon uit de Var genieten we van onze laatste avond op het terras. 

De auto is weer in geen tijd ingeladen en dus kunnen we morgen beginnen aan deel 2 van onze vakantie in het mooiste land ter wereld.

12:06 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende