16-08-14

Vr 1 aug 2014 - Bij Toutatis!

IMG_4479.JPG

Het openingsblad van elke Asterix-strip is de kaart van Frankrijk waarop het Romeinse rijk in al zijn glorie te bewonderen valt. Er is maar één plek waar Caesar niet door schijnt te komen: Gallië. Het dorp van Asterix en Obelix lijkt onoverwinnelijk ook al loopt er redelijk wat fout volk rond: van vechtlustige visboeren en valse barden tot dorpsleiders die zich zo goed voelen dat ze op een schild rond gedragen moeten worden.

Vandaag is het onze laatste dag in Normandië en na een week hebben we eenzelfde gevoel bij deze regio. Op zich stelt de regio niet meer of minder voor dan andere delen van Frankrijk, maar de Normandiërs hebben altijd al een streepje voor willen hebben op de rest en zijn er veelal nog in geslaagd ook. Saint-Malo speelde als republiekje in vroeger tijden Champions League met grote zeemachten terwijl het maar een caféploeg was. De Mont Saint-Michel, ooit begonnen als bedevaartsoord, werd in de eeuwen zo versterkt dat het de Engelsen kon buiten houden. En dan heb ik het nog niet over Hastings gehad.

Even typisch aan de Normandiërs is hun gave tot zelfrelativering. Als je ergens postkaartjes wil kopen, staat er zeker altijd een rek bij met grappige cartoons die de kleine kantjes van de Normandiërs in de verf zetten: de volstrekt lachwekkende traditionele klederdracht van de vrouwen, het wisselvallige weer en het gebrek aan deftige wijn. 

Vanmorgen zit ik in volle uitcheck-spits op de WiFi van het kasteel. In de grote inkomhal is het een af- en aanlopen van toeristen die het château als B&B hebben beleefd en na het ontbijt verder willen rijden. 's Ochtends ontbijten in de centrale eetkamer rond de veel te grote ovalen tafel met zicht op de eindeloze tuin, terwijl de butler een vers geperst fruitsapje voor je neus zet. Er zijn mindere plekken om te overnachten en de dag monter te beginnen.

Toch laat de graaf zich niet opjagen. Voor elke gast neemt hij de tijd en hij weet iedereen op de juiste manier aan te pakken, ook al kent hij de meeste mensen nog maar van de avond voordien. Engelse kinderen die hun eerste woordjes Frans hebben geleerd, geeft hij nog wat extra privéles. Een koppel op doorreis dat op één dag zowel Etretat als de bevrijdingsstranden wil bezoeken, brengt hij op andere ideeën omdat dat gezien het ver gevorderde uur niet meer gaat lukken. Hij stelt hen een perfect alternatief voor. Een ander koppel dat redelijk extatisch is over hun verblijf in het kasteel en met de graaf op de foto wil, belooft zeker nog terug te komen. "Bien sur," zegt de graaf zelfverzekerd, "mensen komen in hun leven 4 keer naar de Mont Saint-Michel: de eerste keer als kind, de tweede keer met hun lief of hun vrouw, de derde met hun kinderen en de vierde met hun kleinkinderen."

De man geniet duidelijk van deze va-et-vient en knipoogt af en toe naar me na een quote die hij zelf ook goedgevonden vindt. 

Gisteren gaf hij me een foldertje van een lokale producent van cider en calvados waar hij zelf vaste klant is. Omdat zijn reistips ons deze week nog geen enkele keer zijn tegengevallen hopen we dat de Cave de Mirande ons evenveel zal weten te bekoren.

Op de nabijgelegen appelboerderij in Saint-Aubin de Terregatte geeft echter niemand thuis. Op een kartonnetje aan de deur staat een alternatief adres om de calvados en de cider in te kopen: de bar tabac in het dorp. 

Aan de toog zit een man en een vrouw die duidelijk geen koppel zijn. Het is net 12 uur, maar ze drinken elk een glas wijn. De uitbater van de bar tabac ziet ons vieren binnen komen. Van tussen de rekken magazines en kranten vraagt hij wat we willen drinken. Ik toon hem de folder en geef aan dat de graaf ons de Cave de Mirande heeft aanbevolen. De man laat zijn twee andere gasten rustig keuvelen en maakt uitgebreid tijd voor ons. 

Of we kunnen proeven? 

Mais, bien sur, monsieur!

Cider wordt gemaakt van verschillende appelrassen. De appels worden met de hand geplukt en rijpen daarna drie a vier weken verder. Het sap fermenteert rustig op eiken vaten gedurende 3 à 4 maanden. In tegenstelling tot de champagne of andere schuimwijnen worden er geen bubbels toegevoegd. De belletjes ontstaan volledig natuurlijk. 

We krijgen een typische cider-tas die het midden houdt tussen een koffietas en een soepkom. De cider heeft in de neus een geuze-achtige toets, maar smaakt veel zachter. We nemen zes flessen mee als alternatief aperitiefdrankje de komende weken.

De calvados wordt gedistilleerd uit de cider en blijft jarenlang op eiken vaten bewaard. Daarin evolueert de calvados verder tot een topproduct. We proeven een 'calva' van 20 jaar. Hij kan volgens de uitbater nog gerust enkele decennia liggen, maar hij gaat niet meer in positieve zin evolueren. Eens uit het vat en op flessen getrokken, blijft de smaak dezelfde. Opnieuw nemen we een aantal flesjes mee waar we op koude winteravonden nog veel plezier van zullen hebben. 

Tot slot proeven we ook de 'Pommeau de Normandie' een aperitiefdrankje dat ook 30 maanden eik heeft gezien. Het is een combinatie van cider en calvados. Lekker fris geschonken opent dit perspectieven bij een verrassende maaltijd. 

Bij het afrekenen complimenteer ik de uitbater met zijn fijne selectie Franse wijnen die hij ook verkoopt in zijn bar tabac tegen zeer democratische prijzen. Hij gaat bewust niet voor de grote namen, maar een ietwat geoefend oog merkt dat de man duidelijk weet waar hij mee bezig is. 

Tja, ik ben nogal een wijnliefhebber, zegt de man. 

Ik wens mijn collega en zijn gasten nog een fijne dag en we zetten opnieuw koers naar de kust. De visnetbelevenissen van gisteren moeten overgedaan worden, vinden de kinderen. 

We hebben nu een visnet en zijn vlakbij de zee ... Please!

Onder het motto 'Je ouders zijn ook maar mensen' ervaren Rune en Finn dat het veronderstellingsvermogen van de eerstvolgende trap in hun bloedlijn ook wel eens mis kan zijn. Op zich zat er nochtans een logica in: als we nu eens terugkeren naar het stuk van de baai waar je struikelt over de restaurants met fruits de mer en de handelaars in oesters en dáár gaan vissen met het visnet. Daar moet toch redelijk wat te vinden zijn? 

Niet dus.

Het met lege schelpen bedekte strand van Cancale is verlaten. De bootjes liggen een beetje schuin aan een grote dobber in het water. 

Bij de eerste stofzuigbeurt van de bodem oogst Rune alleen zeewier en stukken schelp. Ook bij de volgende beurten blijkt er niet echt zeeleven in het water te zitten.

Helemaal leeggevist door de zelfstandigen uit de baai?

Terwijl de kinderen zich op een andere manier recreëren op het strand door met stenen dammen te maken, ga ik bij een lokale oesterboer twaalf oesters nr 1 halen. Met een grote wrikarm die eindigt in een stompe, platte punt worden ze open gedrukt tegen een oesterhouder. De jonge dame die mijn bestelling opneemt, maakt onze bestelling klaar in een kleine minuut. 9,5 euro voor 12 uitstekende oesters. 

Omdat de kinderen na een tijdje klaar zijn met dammen en het weer aangenaam blijft, rijden we terug naar het kasteel. Het is de laatste dag dat ze in het grote verwarmde zwembad kunnen en dus leven de kinderen zich al snorkelend en bommetjes gooiend uit. 

Het is duidelijk: deze week hebben we wat het weer betreft serieus boven onze stand geleefd in dit mistroostige stuk Frankrijk. Enkele dagen geleden vonden we nog een postkaartje met daarop een kaart van Frankrijk met overal donderwolken, behalve in Normandië. Als onderschrift stond er: "Attention. Risico op mooi weer." 

Beter kunnen we dit eerste deel van onze vakantie niet samenvatten. 

Met een witte wijn uit Uzès klinken we op de aperitiefhapjes en met een Château de Bregançon uit de Var genieten we van onze laatste avond op het terras. 

De auto is weer in geen tijd ingeladen en dus kunnen we morgen beginnen aan deel 2 van onze vakantie in het mooiste land ter wereld.

12:06 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.