21-08-11
Vr 5 augustus 2011 – Ridder Rune en ridder Finn

’s Ochtends wekt de regen ons uit onze slaap. Hoogst ongebruikelijk zo in de morgen, maar dan hebben we dat ook eens meegemaakt.
Omdat we volharden in de vakantiesfeer zetten we de parasol open om ons tegen het smossige weer te beschermen. De cirkel lijkt rond: smossig vertrekken naar la douce France en al even druilerig terugkeren. Het lijkt alsof de weergoden ons duidelijk willen maken dat onze tijd gekomen is. Weg uit dit paradijs!
Maar dat is buiten de wonderlijke regio gerekend waar we in vertoeven. Regen komt hier zeer snel maar is al even snel weer weg, net als de voortdurende vetes die Rune en Finn kunnen uitvechten. De ene minuut spelen ze broederlijk samen, een ogenblik later staan Romelus en Remus tegenover elkaar.
Terwijl mama de reisuitzet bij elkaar zoekt zodat ik die even later samen met de 25 kartons wijn en de 25 liter wijn in bibe kan opvouwen in de C8, trek ik met Rune en Finn naar het laatste wijndomein uit de buurt. De wijnboer van de vrouwenwijn waar Els zo verlekkerd op is, woont immers vlabij. Ik tel 36 euro neer voor 12 flessen. God, wat ga ik het hier missen!
Tegen dat de reisspullen in de auto zitten, haalt de zon de bovenhand. Ze trekt de thermometer al snel naar een aangename 28 graden. Niet slecht om de vakantie af te sluiten.
Zoals beloofd trekken we naar het grote meer vlakbij onze gite om de shock met de lange autorit van morgen nog iets groter te maken. Rune microgolfovent al een hele tijd over een tochtje op het meer per waterfiets. We trappen ons suf op de vergane-glorie-trappers van het meertje en schrikken enkele eenden op met ons eindeloze getrap.
Daarna genieten pa en ma rustig op een bankje na van de voorbije twee weken, terwijl de kinderen Romelus-en-Remus spelen aan de waterlijn. De tijd is voorbij gevlogen. Het lijkt wel of we ondertussen een half jaar weg zijn, en toch zijn het maar twee weken.
Twee verschillende vakantiebestemmingen combineren is op zich een zegen omdat je zo twee compleet verschillende werelden in één vakantie hebt. Anderzijds was de reden waarom we de twee regio’s combineerden in één vakantie compleet onterecht: er is immers meer dan voldoende te doen in de Loire en in de Lot-et-Garonne om er een volwaardige vakantie van twee weken, zelfs twee maanden aan te besteden.
Na een slaatje in de gite (want de ijskast moet nu echt wel leeg) trekken we naar het stadje waar we onze tweede vakantieweek begonnen: Tournon d’Agenais. Het bastidestadje is bevolkt door middeleeuwse figuren: kasteelheren, ridders, jonkvrouwen en narren. Ze zorgen voor een gezellige sfeer op het kleine plein. Zelfs de serveuses van de verschillende restaurantjes en bistrootjes zijn getooid in een middeleeuws plunje.
Rune en Finn worden uitgedaagd om in riddertenue elkaar te lijf te gaan. Finn gaat hier volgaarne op in, maar moet, ondanks redelijk wat uithalen naar Rune, toch het onderspit delven: zijn zwaard gaat genadeloos tegen de vlakte. Zoals het elk herengevecht betaamt, worden zowel heer Romelus als heer Remus tot ridder geslagen. Een fris ijsje is hun beloning.
’s Avonds zet ik me op ons terras voor de laatste keer aan de laptop voor het schrijven van een deel van het reisverslag, geaccompagneerd door een heerlijke rosé uit de Loire.
Ik zal het missen dit leven, ik kijk alvast uit naar de zomer van 2012.
15:26 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
20-08-11
Do 4 augustus 2011 – Mee het bad in

Gezien het late uur van aankomst gisteravond, blijven we langer dan voorzien in ons bed liggen. Het programma van vandaag zal ingekort moeten worden.
Ik kijk nog even op internet wat écht de moeite is, zodat er vanmiddag ook nog zwembadtijd voor de kinderen overblijft, en ik kom uit bij Château de Bonaguil nabij Fumel. Een oud dertiende-eeuws kasteel dat in de daarop volgende eeuwen verder werd uitgebreid zodat het nu groots uittorent boven de bosrijke omgeving.
Het wordt het laatste uitstapje van de vakantie want in één moeite heb ik ook het volledige programma van morgen geschrapt, zodat we rustig de tijd hebben om in te pakken en nog eens met de kinderen naar het grote meer van Montaigu-de-Quercy te trekken.
We zijn begonnen in een pittoresk kasteeltje (Château de Guignes) en eindigen nu ook onze vakantie in een kasteel, een indrukwekkende burcht bovenop een groot rotsmassief.
We struinen rond in de diepe kelders tussen de rotswanden, we klimmen tot het hoogste punt om te genieten van het weidse uitzicht. De akoestiek van kleine kamertjes, maar ook van de waterput testen we op z’n Paul Severs.
Na een lange middaglunch (niet omwille van het aantal gangen, wel omwille van de trage bediening) en het proeven en inkopen van de laatste twee kartons Cahors, is het pooltime.
Een zwemmer ben ik niet en zal ik nooit worden. Dat Rune en Finn waterkiekens zijn, hebben ze volledig van Els overgeërfd. Vandaag ben ik echter overstag gegaan en ben ik na redelijk permanent zeurderig verzoek van Rune (te vergelijken met het gezoem van een oude microgolfoven) mee het water in gegaan.
Onze Nederlandse buren waren er ook.
Tussen de soms wel lange verhalen van de Nederlandse buurman door (te vergelijken met het gezoem van een oude magnetron) kom ik toch nog aan ploeteren toe.
Ter compensatie gooi ik ’s avonds een extra handje ‘geburenkruid’ op de barbecue.
13:54 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
18-08-11
Wo 3 augustus 2011 – Van fake naar authentiek in 12 uur tijd

Rune en Finn lopen al een dikke week hoogzwanger van wat er vandaag op het programma staat: een bezoek aan Walibi nabij Agen. Een dag vol avontuur en massa’s waterattracties, dat kan niet anders dan een hit worden, aldus de website van het pretpark.
Toch raad ik aan dat mijnheer Walibi eens bij zijn Vlaamse collega’s G. Verhulst en H. Bourlon op stage gaat.
Rune blijkt ineens twee centimeter te klein voor attracties waarin hij zich in België ondertussen al een jaar de longen uit het lijf roept. Geen Vliegende Hollander dus en ook geen achtbaan. Tranen en droevige gezichten horen niet thuis in een pretpark, mijnheer Walibi, tenzij wanneer kinderen, ondanks de waarschuwende woorden van hun ouders, in hun uitbundigheid onderuit gaan als ze te snel van de ene attractie naar de andere rennen. Tranen en pruillippen zijn ook niet ver weg, mijnheer Walibi, als verschillende attracties niet blijken te werken of er onbemand en desolaat bijliggen. Geen vliegtuigjes dus, geen stoeltjesmolen en, ramp o ramp, ook geen boomstammen.
Toen ik twee jaar geleden voor het eerst mee naar Plopsaland ging, was ik op het einde van de dag zo mogelijk nog enthousiaster dan de kinderen, niet omwille van het pakje van Mega Mindy of de handshake met Piet Piraat. Wel omdat Plopsaland een pretpark is waar alles op punt staat: geen lange wachtrijen (toch niet die keren toen wij er waren), Studio 100-muziek van alle tv-figuren die in een klassieke uitvoering als muzak door de boxen in heel het park weerklinkt, prachtig geënsceneerde sprookjesdorpen en avonturengrotten, en ga zo maar door. Over alles hebben Samson en co nagedacht. De prijs is er wel naar, maar wat je krijgt in De Panne, daar ben je voor hetzelfde geld per kind na een uur mee rond op een kermis waar helemaal niks te beleven valt.
In Walibi heeft men nieuwe figuurtjes gemarketingd om de pretparkfamilie nieuw leven in te blazen: enkele hippe muzikanten die ook in levende lijve in het park rondlopen en zelfs rondrijden op een soort van quads, want zoals ik al zei: ze zijn hip. Ze hebben een even hip Engelstalig nummertje als kenwijsje, een popnummertje dat de eerste keer fris klinkt, maar na een tijdje begint te vervelen en zelfs gaat storen. Toch hoor je het overal. Bij elke attractie, maar ook tussen attracties in wanneer de hippe figuurtjes per quad aan een van de vele podiums aankomen, onmiddellijk een plastic gitaar erbij nemen en voor de elfendertigste keer het nummertje playbacken. In de 4D-cinema (met rook, extra lichteffecten en wind in de zaal) is zelfs een film van een kwartier rond het nummertje gebouwd.
Wat me nog het meest stoort is de dodelijke inefficiëntie van het personeel dat de attracties bemant en bejuffrouwt. Alle attracties hebben een aparte in- en uitgang en hebben een plaats waar de volgende wachtenden alvast kunnen gaan staan zodat ze onmiddellijk kunnen instappen wanneer de rest is uitgestapt, alleen: deze nochtans beveiligde wachtplaats wordt niet gebruikt. Voor elke rit wordt zo vijf minuten tijd verloren met het aantal mogelijke passagiers te tellen, ze rustig een plaatsje te laten zoeken, de veiligheidsbeugel te controleren, vast te stellen dat sommige wagentjes nog leeg zijn omwille van een verkeerde telling, opnieuw naar het begin van de wachtrij te lopen om alsnog twee tot zes extra mensen toe te laten. Wat is nu 5 minuten zul je denken? Wel voor een ritje dat zelf maar iets meer dan een minuut duurt is dat beestig veel. Als ze de wachtenden al een plaatsje laten zoeken tijdens de rit en het uitstappen van de vorige gillers, verliest men per rit 3 minuten minder. Is de rit te kort om dit alles te regelen, geen probleem: laat de mensen dan twee ritjes na elkaar maken, dan krijgt iedereen waar voor zijn tijd (en tijd is geld). Maar nogmaals, mijnheer Walibi, Gert en Hans zullen je dat allemaal in detail uitleggen.
Toch is het niet alleen kommer en kwel: de kinderen genieten net als wij van een prachtige zeeleeuwenshow en er zijn attracties die wel open zijn en geen wachttijd vragen.
Mijn maag keert vier keer rond haar as, net als de rest trouwens, wanneer ik samen met Rune in een grote hals-over-kop-molen zit waarvan alles lijkt los te zitten zodat je in alle richtingen kunt draaien en keren. ‘Nog een keer’ roept Rune en dus gaat zijn ouwe mee voor 8 maagomwentelingen op minder dan 5 minuten.
Er zijn waterspelletjes waarbij je elkaar en de toeschouwers kunt natspuiten. Mama kijkt met gretige pretoogjes wanneer ik samen met de kinderen voorbijkom met de waterspuitboot, want ook de toeschouwers kunnen terugspuiten. Iedereen kletsnat, dus.
Als we de tranen en pruillippen niet meetellen, blijkt uiteindelijk de dag voor de kinderen te zijn verlopen zoals ze vooraf hadden gehoopt en zelfs beter, dankzij de zeeleeuwen en de coole drinkbeker die ze allebei mee naar huis nemen. Missie geslaagd dus.
Iedereen is moe bij aankomst in de gite. We eten iets eenvoudigs en hebben niet direct grote plannen, behalve dan een wandelingetje naar de dorpskern van Thézac op de melodie van Paul Severs. Aan het eerste kruispunt merken we echter een bordje op dat Les Paysanneries niet in het landbouwdorpje plaatsvinden, maar zo’n 3 kilometer verderop.
Gezien het gevorderde uur volgen we de pijltjes verder met de auto. De hemel wordt ingenomen door grootse wolkenformaties waar de avondlijke zon kaarsrechte strepen door trekt.
Midden in de velden merken we een grote parking op. Daar is het te doen.
Net zoals gisteren in Dausse staan er lange tafels met daarrond het beste van het beste dat lokaal geproduceerd wordt in verschillende kraampjes. Een andere wijnbuur biedt er zijn rosé zelfs aan tegen 3 euro per fles. En het is zeer lekkere ‘vrouwenwijn’, volgens Els, en zij kan het weten want Els is…
De sfeer is zo mogelijk nog gemoedelijker dan gisteren, het weer is een stuk beter en wat we aan kleinigheden nog nuttigen, smaakt zoals het hoort. Tussen de meloenpartjes en een geweldige appeltaart door keuvelen we met enkele locals over de politiek in België, de vastgoedprijzen bij ons en hier, en andere romantische onderwerpen. We worden gecomplimenteerd met ons Frans, wat ook fijn om horen is gezien mijn koeterwaals. Ondertussen gaan de sfeerlichtjes aan boven de tafels, maar net onder de boomkruinen wat het plaatje echt schilderachtig maakt. Rune en Finn maken een tochtje op een ezel, een gràtis tochtje, mijnheer Walibi, en niet zoals daarstraks nog een bij te betalen tochtje zoals in jouw park.
Dit soort bijeenkomsten doen me iets: mensen te zien genieten van lekker eten en drinken en van elkaar, begeleid door fijne achtergrondmuziek van een live groepje accordeonisten. Els en ik dromen hardop van iets soortgelijks in Halle. ‘Halle proeft’ in navolging van ‘Halle zingt’, lijkt ons echt wel iets.
Een van onze buren aan tafel wordt door zijn vrouw naar de kassa gemaand. Om 22 uur begint immers ‘het spektakel’.
Of we ook komen kijken?
Ok dan, maar gezien de reeds lange dag vermoeden we dat Rune en Finn het niet al te lang zullen uithouden. Toch kopen we kaartjes en nemen we plaats op een grote tribune midden tussen de weiden en de bossen. Maar liefst 65 figuranten in authentieke kostuums, waaronder Luk, onze buurjongen, hebben een rol in dit grootse toneelstuk. Ze beelden het verloop van een dag op het platteland uit zoals die zo’n 100 jaar geleden pleegde te verlopen.
Rune en Finn kijken gefascineerd naar de schaapsherder met de redelijk actieve herdershond, naar de dronken postbode, naar het span stieren dat een oud werktuig voorttrekt. Er is zoveel te zien en te beleven dat het inderdaad een ‘spektakel’ is.
22:24 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
17-08-11
Di 2 augustus 2011 – Wijngaarden en slakken = wijngaardslakken

Voor het eerst sinds ons verblijf hier in Canel is de hemel bewolkt wanneer we ’s ochtends een klein ontbijtje nuttigen op het terras. Alles plakt. We zitten om 9 uur al een heel stuk boven de 20 graden en we beloven af te klokken op 33. Elke beweging is er een te veel.
Toch trekken we als ware sadomasochisten naar Penne d’Agenais. Een dorpje dat bekend staat om haar niveauverschillen. Ook voor de inwoners van Penne lijkt deze tweede augustus een dag te veel. Met veel moeite staat pas omstreeks 11 uur het terrasmeubilair buiten en zelfs dan schuift de ober nog liever zelf zijn voeten onder een tafeltje terwijl hij aan een koffietje slurpt, dan dat hij de rekening brengt.
De trompe l’oeil van een schilder die bovenop een ladder de naam van een decoratiewinkel staat te schilderen mist zijn effect niet. Vooral beginnend kunstenaar Rune is geboeid en probeert de ladder van de muur te trekken wat voor aardige fotomomenten zorgt. Wanneer we bij het buitenlopen van Penne nog eens langs de winkel passeren, zien we dat er eigenlijk niets echt is aan de winkel. De volledige marmeren bekleding, het bordje met de openingsuren aan de deur, tot zelfs de kleine brievenbus in de deur is geschilderd op de grote glaspartijen. Indrukwekkend dat we er zelfs twee keer in trappen.
Na de pannenkoeken met suiker, choco of vijgenconfituur (ja, die confituur past echt overal bij!) zoek ik verkoeling in de hangmat achter onze gite. De wind steekt geleidelijk op, wat zorgt voor een rustgevend geritsel van de bladeren, maar nog niet voor de verkoeling waar iedereen naar snakt.
Toch roept de plicht, er moet wijn geproefd worden in de Cahors, al is de hangmat wel erg verleidelijk voor ik aan de vinologische queeste begin. De vangst mag echter gezien worden. Geen graal, want we zijn sowieso tegen ‘postuurkes’ op de schoorsteenmantel, maar wel delicieuze wijnen. Ik stockeer alvast enkele pareltjes op dronk uit 2000 en 2003 en een aantal bewaarwijnen die nog een 15-tal jaar kunnen groeien in de kelder.
De ontdekking van de namiddag is echter opnieuw een rosé, deze keer van Domein D’Homs uit Saux. Niet alleen omwille van de opvallend karaktervolle smaak, wat je helemaal niet verwacht van een zomers wijntje, maar vooral omwille van de prijs. 2009 was een uitzonderlijk gunstig wijnjaar met zeer goede wijn tot gevolg, zeer veel zeer goede wijn. Rosé is niet direct een bewaarwijn, dus biedt de vriendelijke wijnboerin een vaatje van 10 liter rosé 2009 momenteel aan voor 20 euro. Dé deal van deze zomervakantie. Op Domein D’Homs alleen al sla ik drie kartons en één bibe in. Pas later bedenk ik me dat ik best apart vervoer naar huis begin te regelen voor de vele dozen en vaatjes. 2011 wordt een topjaar voor mijn wijnkelder, dat staat vast. Als attentie krijg ik nog een voortreffelijke magnum uit 2004 mee naar huis.
De kinderen zien er verfrommeld uit wanneer ik ze bij thuiskomst op het terras aantref. De namiddag met mama in het grote zwembad met zicht op oneindig heeft hen duidelijk deugd gedaan. Toch plakken ook zij, ondanks de duizenden liters water nog steeds door het drukkend warme weer.
Na konde te hebben gemaakt van mijn avonturen in de wijnvelden, trekken we naar Dausse, een spookdorp waar we vanmorgen op weg naar Penne, nog doorreden. Dausse is een van de honderden doorrijdorpjes in de letterlijke betekenis van het woord: eens je de dorpskern binnen bent gereden, sta je eigenlijk ook al onmiddellijk aan het bord ‘einde bebouwde kom’. Toen we daarstraks naar de dieselprijs van het lokale tankstation zochten, vonden we geen levende ziel in de buurt van de ouderwetse pompen waarop de prijzen waarschijnlijk nog in Franse francs staan aangeduid.
Toch trekken we naar Dausse omdat er vanavond, volgens de uitgebreide reisdocumentatie in de gite, een marché nocturne plaatsvindt, net zoals elke dinsdag in juli en augustus. Dausse staat daarmee niet alleen: elk gehucht in de Lot-et-Garonne heeft zo wel zijn avondfestiviteiten die vaak wekelijks terugkeren.
Met enig wantrouwen trekken we naar Dausse: zullen we er wel terecht kunnen met onze euro’s?
Om kwart voor 7, een kwartier voor het aangekondigde dorpsfeest, komen we aan op het plein waar verschillende marktkramers nog druk bezig zijn hun kramerij op te stellen. Het zijn weer de lokale producenten van alles wat zijn tijd in de velden heeft doorstaan of vroeger vier of twee poten had, die de plak zwaaien.
Toch kun je de sfeer bezwaarlijk ‘feestelijk’ noemen. Ok, er wordt gesoundcheckt. Ok, er staat lange rijen tafels en banken waar naar onze inschatting een volledige Lotto Arena kan dineren, maar mensen, die zijn er niet, behalve wij.
Sommige kraamhouders hebben hun waren ondertussen al helemaal uitgestald en op zich ziet de rijke keuze er meer dan goed uit. Er zijn escargots, artisanaal gemaakte pizza’s, geitenkaas, charcuterieplankjes, wijnen, vers fruit, taartjes, zelfgemaakt ijs en ga zo maar door.
Stilaan wordt het concept ons ook duidelijk: lokale producenten verkopen er hun waar tegen de prijzen zoals op hun domein (een fles rosé van onze wijnbuur kost er 4 euro!) en iedereen kan van alles proeven en samen genieten.
Klokslag 7 uur stroomt het volk toe, een Sportpaleis aan mensen duikt op van achter bomen, uit straatjes, steegjes en nog kleinere gangetjes. Op minder dan 10 minuten tijd is het gezellig druk in Dausse. Blijkbaar zijn de Fransen redelijk stipt in hun feestelijkheden. Niet alleen ‘locals’ vinden hun weg naar de enorme rijen banken, ook Engelsen, Vlamingen en de obligate Nederlanders schuiven gezellig aan.
Het moet ondertussen de vijfde keer zijn deze zomer dat Dausse culinair en muzikaal de bloemetjes buiten zet. De buurtbewoners kennen ondertussen de geplogenheden. Ze spreken met elkaar af en reserveren alvast een viertal tafels waardoor ze gezellig samen kunnen zitten. Mensen brengen eigen bestek en glazen mee omdat dat net iets feestelijker is dan de plastic werktuigen die je aan de verschillende kramen krijgt.
De sfeer is in geen tijd top. On s’amuse. Ook wij genieten van escargots, mosselen, een rijstschotel en een heerlijk ijsje.
Ik kijk op het klokje in de C8 wanneer ik mijn portier snel dichtsla: het is 20 uur. Op tijd van een uur is niet alleen het dorpsplein volgelopen, maar zijn er ook onheilspellende wolkenformaties verschenen. Op minder dan 5 minuten loopt het plein voor een tweede keer vol, deze keer met honderden liters regenwater. Iedereen schuilt onder de platanen die slechts een gedeelte van het hemelwater kunnen tegenhouden. Terugkeren naar de gite is de enige oplossing. De temperatuur daalt op een uur tijd 10 graden naar een aangename 21 graden.
22:51 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
16-08-11
Ma 1 augustus 2011 – Bien cuit

De temperaturen in Thézac blijven stijgen. Met meer dan 20 graden ontbijten we op ons zonovergoten terras. We zijn echter geen onmensen en denken ook even aan zij die in het thuisland op maandagochtend iets minder fortuinlijks te doen hebben: vloeken op de onheilsberichten van de verkeersinformatie, sakkeren op het weer, een file ingaan voor onbepaalde tijd zonder aanwijsbare reden, klagen over non-issues als regeringsmisvormingen, en uiteraard even later opnieuw stilstaan omwille van wegwerkzaamheden. Even denken we aan hen. Heel even.
Het is pas 10 uur wanneer we naar Agen vertrekken, een ritje van een uur. Zowat de verste uitstap in onze tweede week Frankrijk. De man die ons te woord staat in het Office du Tourisme is een combinatie van een nederige onderaan die verwonderd is dat zijn meester nog maar eens naar zijn favoriete buitenverblijf op weekend wil en een glibberige verkoper die met een eenvoudig stadsplannetje de stad wil highlighten als ware Agen Parijs of Rome.
Niet is minder waar, in Agen is, met uitzondering van een kanaal dat over de Garonne gaat, geen fluit te zien. Niets, maar dan ook echt niets. Datgene waarom Agen op het programma is geraakt, een boottochtje door de stad, blijkt niet eens mogelijk. Ondanks mijn cartooneske The A-team-T-shirt (een cadeau van twee geweldige muziekdocenten en topauteurs) valt mijn plannetje dus redelijk in duigen.
Ik ga jullie dan ook niet lastig vallen met uitzichtloze beschrijvingen van mistroostige straten, verlaten pleintjes, schreeuwlelijke kerkinterieurs en de eindeloze geur van poep op de stoep.
We keren zwaar misnoegd terug naar de gite. Hadden we deze voormiddag maar in de file gestaan. Of nee, zo erg was het nu ook weer niet: het weer zat mee (nog steeds geen enkele wolk aan de lucht), langs het kanaal was het fijn wandelen en de Italiaanse middaglunch was heerlijk: een hoofdgerecht en een ijsje voor 10 euro.
In de gite marineer ik alvast de zeediertjes voor de barbecue van vanavond, voor we naar Montaigu-de-Quercy rijden om er definitief verkocht te raken aan deze wonderlijke reisbestemming.
Reisgidsen over de Lot-et-Garonne vind je weinig (anders hadden we Agen waarschijnlijk vakkundig ontweken). Meestal is het de streek erboven of eronder die een Michelin-gids waard is, maar ik kan jullie verzekeren dat niemand ooit spijt zal krijgen van een vakantie in deze regio. Waarom? Heel eenvoudig … hier heb je alles, maar dan ook echt àlles: lekker eten en drinken, honderden sportmogelijkheden, een meer idyllische Zuid-Franse sfeer dan in het echte zuiden, prachtige dorpjes, eindeloze vergezichten als je van het ene dorp naar het andere dorp rijdt in plaats van de industriezones en winkelcentra die elders in Frankrijk vindt, eeuwige rust. Echt alles.
‘Ho, even!’ voel ik je aankomen. ‘Je zit toch best een heel stuk van de kust. Zee, strand en water is er dus niet, hé. I’ve got ya!’
Vergeet het. Ok, met de zee heb je een punt. Die krijg ik met de beste wil niet tot hier. Het alternatief is echter minstens zo aantrekkelijk. Vraag maar aan Rune en Finn. In Montaigu-de-Quercy ligt namelijk een groot meer met een zandstrand, grote waterglijbanen, duikeilanden, en andere toppers voor waterkiekens. Je parkeert vlakbij, je kunt er een glas gaan drinken zonder de hoogbouw aan een kustlijn en haar overvolle terrassen te moeten trotseren en als je het water ingaat, ben je er veilig dankzij de vele redders.
De temperaturen aan het meer lopen hoog op. Tot drie keer toe wordt de zonnecrème bovengehaald gedurende de twee uur die Rune en Finn ongetwijfeld als het hoogtepunt van hun vakantie ervaren. Elke dag opnieuw verleggen ze schijnbaar op dat vlak hun grenzen: zowel wat de ‘attracties’ als het eten betreft.
Iedereen keert bien cuit naar huis terug waar we een uurtje later zitten te barbecuen. Niets ‘bien cuit’ echter. Alles perfect gegaard. Al zeg ik het zelf. I love it when a plan comes together. Dan toch.
19:02 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
15-08-11
Zo 31 juli 2011 – The big splash

Het tweede deel van onze reis zal geheel anders verlopen dan het eerste gedeelte. Er zijn geen grote steden meer die op het programma staan, alleen nog kleine bastidestadjes. ‘Bastidedorpjes’ zou nog meer typerend zijn, gezien de beperkte oppervlakte en de weinige straten.
Tussen de oneindige zonnebloemvelden glooien we door het landschap naar Pujols. Een onooglijk pittoresk dorpje waar op zondagochtend een marktje georganiseerd wordt door al wie in de buurt van het dorp iets verbouwt, teelt of kweekt: fromagisten, pouletisten, vinisten, légumisten, ailisten, painisten (niet te verwarren met pianisten) en foiegrasisten.
De auto ruikt heerlijk naar ons basilicumstruikje wanneer we het domein rond de vierkantshoeve oprijden. Net iets anders dan de javelgeurige dennenboompjes die aan achteruitkijkspiegels bungelen en je smaak- en reukzin compleet om zeep helpen.
Het azuurblauwe zwembad is de hit van de namiddag. De vorige zwembadnamiddag heb ik deels gemist omdat ik toen de omgeving van onze vorige gite op vinologisch vlak onveilig maakte. Deze keer mag ik bevoorrecht getuige zijn van de zwembadkunsten van Rune en Finn. Tegen een eindeloos decor duikt de een na de ander het diep in, en opnieuw, en opnieuw, … Even later komen ook de Nederlandse buren van de andere gite, samen met Elsbeth en haar kinderen Oscar en Luc voetje per voetje het toch nog redelijk koude water in. Rune en Finn duiken, om het goede voorbeeld te geven, op hetzelfde moment nog even met een grote splash het water in.
Oscar (7) en Luc (9) zijn ondertussen drietalig: een Nederlandse moeder, een Engelse vader en een Franse school zorgen ervoor dat ze vlot switchen van de ene naar de andere taal.
Voor mij een droom. Ik heb nooit op een degelijke manier Frans of Engels leren gebruiken als omgangstaal, niet mondeling en al zeker niet schriftelijk. Duizenden woorden uit de Léxique Thématique, een thematisch opgezette woordenlijst Nederlands-Frans met uit het hoofd te blokken voorbeeldzinnetjes, heeft quasi mijn volledige middelbareschoolloopbaan achtervolgd. Ik heb het boek ritueel begraven in de tuin na mijn laatste examen. Ik haalde vlotjes mijn punten voor de woordenschattestjes, maar denk je dat ik zelfs nog maar een basis aan mondeling Frans heb geleerd? Pas de chemin! Enfin … no way! Voor Engels was het al niet veel beter, al is die taal een stuk gemakkelijk te hanteren gezien de veramerikaniseerde wereld waarin we leven. Duits was helemaal een lachertje. Ik kan me geen enkele kleine toets, grote toets of zelfs proefwerk herinneren waarop ik niet exact 80 % haalde. Toch kan ik met de beste wil van de wereld geen enkele zin in het Duits verklanken zonder op Jean-Marie Pfaff te gelijken, en het erge is dat ik het zelfs nooit gekund heb, ondanks die afgeronde 80,0 op 100.
Omdat we op algemeen kidsverzoek de middag hebben doorgebracht in een Mac Donald’s in de buurt van Pujols, is de avondmaaltijd sober. Alleen dagverse producten van de markt op een ondertussen bijna versteend brood. Toch zijn de smaken voortreffelijk. Combineer een keer geitenkaas met vijgenconfituur of met een combinatie van tomaatjes, zachte uitjes en basilicum. Met kookkunst heeft het niets te maken, wel met savoir-vivre. Toch één Franse uitdrukking die ik beheers.
Bij het dagelijks schrijven van dit reisverslag, zet ik voor het eerst de top 100 van Klara als achtergrondmuziek op. Want ook over de internetverbinding valt niet te klagen.
21:46 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
14-08-11
Za 30 juli 2011 – Strontjaloers

Frankrijk heeft qua verkeersinrichting een serieuze streep voor op België. Je kunt er nog ongedwongen over autostrades glijden en genieten van het voorbij drijvende landschap. In België heeft elk gehucht zowat zijn eigen oprit en zeker het aantal op- en afritten in stedelijke gebieden grenst aan het belachelijke. Ik daag je trouwens uit om landen te vinden naast België waar je vlak voor en vlak na tunnels, die van nature al voor een pak verkeersellende zorgen, op- en afritten vindt waarschijnlijk aangelegd om de chauffeurs wakker te houden.
In Frankrijk niets van dat. Zelfs het eindeloze tijdverlies aan rode lichten hebben ze zeer efficiënt opgelost door rotondes aan te leggen. De verkeersstroom bepaalt de voortgang, niet de timer die verkeerd ingesteld staat.
Naar het zuiden rijden in een weinig toeristische uithoek van Frankrijk lijkt dan ook een eitje, ondanks de slechte timing: vandaag is het verkeersweekend zwart ingekleurd in Frankrijk en Duitsland.
In totaal verliezen we echter twee uur vakantie alleen maar door enkele verkeerd afgestelde verkeerslichten op onze weg. Dan kom je eens een licht tegen en dan sta je vast natuurlijk. Ook chauffeurs die hun gaspedaal niet weten te onderscheiden van de twee andere zorgen ervoor dat je op wegen waar je 90 mag tegen 60 kilometer per uur voort tuft. Als professioneel filerijder kan ik op zo'n moment maar moeilijk mijn ergernis verbergen voor mijn reisgenoten. Rune en Finn merken er niets van omdat ze gebiologeerd naar Up kijken, Els heeft dan weer een zeer relativerende, zelfs relaxerende invloed.
Enkele dagen geleden heeft Els in perfect schoolfrans tickets gereserveerd voor Lascaux II. Montignac (het dorpje bij Lascaux, niet de pas overleden dieetgoeroe) ligt immers min of meer op de weg naar onze tweede gite.
Als we rond 9 uur kunnen vertrekken in de Loirestreek halen we de start van de rondleiding om 16.10 uur met de vingers in de neus. Althans, dat is het plan. Rode lichten, comachauffeurs, geflipte GPS-instructies en recent (her)aangelegde wegen en afritten die zelfs niet in de nieuwe Michelin staan, zorgen ervoor dat we maar net op tijd ter plaatse zijn.
Lascaux is op zich een fantastisch verhaal dat John Grisham, de broodschrijver van heel wat Spielbergfilms, moeilijk zelf zou kunnen bedenken.
Zo’n 17 000 jaar geleden leven gedurende twee millennia mensen in de regio van Lascaux en meer specifiek in de beroemde grotten. Ze zetten grote muurtekeningen en –schilderingen op de muren, creëren dieptezicht avant la lettre en gebruiken de contouren van de grotwanden om extra dimensies te creëren.
Stoemelings wordt het grottencomplex ontdekt door een groepje studenten die met hun hond op wandel zijn. Ineens is het beestje weg. Ze vinden het uiteindelijk terug in een schacht die uitkomt in de grotten van Lascaux. Bij hun eerste afdaling in de grot zijn de studenten al lang blij dat ze hun geliefde viervoeter heelhuids terugvinden. Pas na enkele dagen keren ze terug met hun zaklampen en gaan ze steeds verder de grot in. In de regio zijn grotten gevonden van 8 kilometer en langer. Lascaux is 'maar' 200 meter diep, maar wat er te zien valt, tart elke verbeelding.
Dertien jaar na de openstelling van de grot stellen wetenschappers vast dat de muurtekeningen en –schilderingen serieus lijden onder de steeds groter wordende meute bezoekers. Er treedt schimmelvorming op, de figuren geraken aangetast. Ze sluiten de grot voor het grote publiek.
Als alternatief ontstaat Lascaux II, een kunstmatig, uit beton opgetrokken kopie. Alle figuratieve tekeningen zijn minutieus overgenomen, de temperatuur wordt aircogewijs naar beneden getrokken naar 13 graden en de luchtvochtigheid wordt de hoogte in gedreven, zodat het lijkt of je effectief de grot zelf bezoekt. Het is een beetje als luisteren naar Helmut Lotti die een Elviske doet omdat het origineel is ondergegaan aan overdreven vetvorming.
Toch voel ik nog voor we de grot betreden een zekere excitatie die je je ongetwijfeld herinnert van spannende schoolreisjes. De oorzaak hiervan is Frans de Wever, mijn oud-docent geschiedenis uit de lerarenopleiding. Hij wist als geen ander oude tijden nieuw leven in te blazen zonder digitale schoolborden, videofilms (laat staan dvd’s of blu rays) of computeranimaties. Het enige wat hij nodig had was een lijvige cursus, aangevuld met een bundel kopieën (uiteraard niet eens in kleur) van bronnenmateriaal dat zijn verhaal kon staven.
Van mijn middelbaar herinner ik me geen fluit meer van de prehistorische tijden. Frans de Wever ging er echter vlotjes tot Allerheiligen op door in het eerste jaar van de lerarenopleiding. Ook al waren TD’s en cantussen daags (of is het ‘nachts’?) voordien pas gedaan ver na drieën, ’s ochtends om half 9 was ik paraat voor een stuk over het paleolithicum, over de moedergodinnen en over het leven in grotten. Het was de tijd dat ik Jean M. Auel las (een aanrader trouwens).
Het bezoek aan de grot gebeurt overigens volledig in De Wever-stijl. Hij koesterde een groots je m’en-foutisme tegenover alles wat met gezag en misplaatste autoriteit te maken heeft, toch zeker wat slecht betaalde museumwachters en would be-gidsen betreft, die hun autoriteit te pas en te onpas willen laten gelden door ‘tuttut’ te zeggen, gevolgd door het afwijsvingertje dat de lucht inschiet, wanneer een overtuigde bezoeker een foto (niet eens met flits) wil maken. Volledig in De Weveriaanse stijl fotografeer ik er dan ook lustig op los, ondanks de duidelijke instructies die de gids bij de start van de wandeling meegeeft.
Een kleine twee uur later rijden we Canel binnen, de hameau in Thézac, gelegen in de Lot-et-Garonne. Het landschap is er geweldig. Het is de perfecte symbiose van wat wij in de Vlaanders kunnen appreciëren op idyllische landelijke plekjes en de typische Zuid-Franse, mediterrane sfeer wanneer we op vakantie zijn, zonder de nadelen van de twee mee te moeten nemen. Canel en omgeving ligt er groen bij. De zonnebloemen en de wijngaarden zorgen voor de achtergrond. De temperatuur is 25 en meer zonder dat het broeierig warm is.
De gite is gelegen in een reusachtige vierkantshoeve met uitzicht op het einde van de wereld, en veel verder. Alles wat je kunt zien in de omgeving hoort bij de gite en is gedurende een week ons domein: de uitgestrekte weiden, de zonnebloemvelden, de wijngaarden, de vele rustpunten in de gigantische tuin, al het speelgoed in de grote schuur …
Ik word hier stil van. Een ongelofelijk gevoel van nederigheid overvalt je.
De eigenaars (een Nederlandse vrouw en een Engelsman) kochten het domein in 2002 voor 300.000 euro. Recent hebben ze het laten schatten. Het is nu het driedubbele waard. Strontjaloers ben ik.
In Canel zijn er twee gites die deze week allebei verhuurd zijn. Ze zijn prima verzorgd en duidelijk geënt op de Ikea-generatie: modern, comfortabel en met Ikea-goodies. Er is warempel een dvd-speler en een microgolfoven. Het bestek is identiek, net als de borden. Er staan drie flessen wijn klaar van de buren (2x rosé en 1x rood), die per toeval wijnboeren zijn die recent bedolven werden onder medailles in Parijs, er staat een volle zak houtskool klaar, net als aanmaakblokjes, een volledig kruidenrekje staat ter beschikking, net als de nodige oliën en azijn met notensmaak, in de kast staan gezelschapsspelletjes, kookboeken, documentatie over de regio en alles waar je nog aan kunt denken. Het verschil is gigantisch met de vorige gite-inrichting die met moeite de quotatie ‘veertiende-eeuws’ verdient.
Als afsluiter trekken we ‘s avonds naar de dichtstbij gelegen bastidestad: Tournon d’Agenais. Voor 16 euro per persoon genieten we er van een volwaardig driegangenmenu op het pittoreske dorpsplein waar vanaf 10 uur ’s avonds de sfeerverlichting aanspringt.
Bij aankomst in ons gehucht, waar in de verste verte geen openbare verlichting is, valt de sterrenhemel op ons neer. Het is van onze reis in Tunesië geleden dat we zo’n weelderig gestipt heldonker hemeldeken hebben gezien, we stonden toen wel midden in de woestijn.
12:44 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
13-08-11
Vr 29 juli 2011 – Houston, on a un problème!

Wassen, zwemmen, proeven en puzzelen. Dat zijn zowat de codewoorden vandaag.
We staan een dag voor een lange trip naar onze volgende gite en Els gooit alles wat ze nog op, onder en tussen zetels, bedden en tuinmeubilair vindt in de wasmachine. Finn zoekt net op tijd veiliger oorden op. Zo komen we morgen met versgewassen textiel aan in Thézac.
De kinderen doen vandaag hun eretitel ‘Waterkieken in de orde van de ondergedompelde opblaashaai’ alle eer aan. Na de middaglunch en een spelletje jeu-de-boule duiken ze voor de eerste keer in het blauwe diep. Mama wordt professioneel door haar drie venten het water ingekieperd en vanaf dan is het golfslagbaden tot Rune en Finn als honderdjarigen uit het zwembad komen: de fut is op, de rimpels blijven.
Ondertussen trek ik met de Guide Hachette du Vin door de regio om een paar toppertjes te bezoeken.
Wat me telkens weer opvalt, is de gastvrijheid van de wijnboeren. Ineens staat je daar met je korte broek, je zonnebril en een wijngids onder je arm op een voor jou vreemd wijndomein. Zelfs een blinde wijnboer merkt direct dat je van een andere planeet komt, België in mijn geval.
‘Des touristes, pfffff’, dat lijkt me een logische reactie als je gestoord wordt, terwijl je aan het bottelen bent, samen met je vrouw, zoals in het eerste wijnhuis van de middag in de Bourgeuil-regio. Meer volk kun je als kleine wijnboer niet inhuren, omdat de tijden nu eenmaal veranderd zijn. Il y a trop de vin! De wijnzee wordt zelfs vanuit Europa ingedijkt en toch doen de gastvrije wijnboertjes er alles aan om je in optimale omstandigheden te laten proeven van hun bordeaukleurige goud.
Ik voel steeds een zekere gêne wanneer ik na een proeverijtje meestal maar één karton meeneem. Niet dat de wijn niet ok is, maar er is zoveel te proeven in de regio en volgende week is er nog een week. Omdat ik ondertussen al menig wijnhuis van binnen heb gezien (schol trouwens, Amy!), weet ik niettemin mijn schaamtegevoel te relativeren. Andere, vooral Franse wijnliefhebbers houden het tijdens proeverijen louter bij proeven en gaan zelfs met lege handen naar huis.
Daar sta je op zo’n moment dan als wijnboer. Je bent eerst naar binnengelopen om je handen te wassen om vervolgens samen met je gasten naar een speciaal daarvoor ingerichte ruimte op je domein te trekken. Het licht gaat aan. De flessen worden ontkurkt. Geuren en smaken benoem je zoals niemand ze uit je glazen kan halen omdat niemand beter dan jij weet wat je met druiven kunt doen. Telkens weer die oprechte blik, Wat denk je ervan?, ook al is het grof geschat de vijfhonderdste toerist-in-short die dit jaar al op je domein is verschenen, maar toch zoek je die bevestiging. Nadat je vier tot soms wel tien van je wijnen hebt laten proeven, wuift de toerist je vriendelijk gedag en rijdt hij bij de buren binnen om nog eens wat wijn te drinken.
De voorbije dagen kregen de kinderen aangepaste druivensapjes, werden er verse pruimen voor hen geplukt, was er een speel-en-ontdek-hoekje voorzien. Koste nog moeite werd gespaard. Ook bij mijn proeverijnamiddag is niets te veel. Zelfs al heb je dan maar, naar mijn normen, een bescheiden aankoop gedaan, toch vinden de wijnboeren achteraf nog extra tijd om je hun cave te laten bekijken of om je door het zenuwcentrum te gidsen van hun wijnproductie.
Dé ontdekking van de namiddag is Chateau de Ligré. Bij het uitstippelen van de wijnroute van deze namiddag heb ik het domein als een soort van verplicht nummertje opgenomen. Al creëert men er maar heel eenvoudige tafelwijntjes, dan nog zou elke fles die in Zoersel wordt geopend herinneringen oproepen aan een fijne tijd in Ligré en de Loirestreek.
Tafelwijntjes heeft men inderdaad op het domein, toch als je het etiket mag geloven. De smaak typeert echter veel meer. Het gaat redelijk snel crescendo en we eindigen met een vieilles vignes uit 2003 die nog gerust een jaar of 10 kan hebben. Even ter info: tien liter (een vaatje dus) van de vin de table heb je voor 39 euro en je kunt er zeker van zijn dat iedereen op je barbecue de tijd van zijn leven heeft, (zeker) ook de wijnliefhebbers. De vieilles vignes en wat eraan vooraf gaat zijn ongekende pareltjes.
Het inkoopgedrag is dan ook te weinig gelimiteerd (een vaatje van 10 liter, drie kartons en een kistje), toch ten opzichte van de aanwezige kofferruimte van de C8 en de reeds gestockeerde kartons in de woonruimte van de gite die ook ergens in de auto moeten passen tussen het vakantie-uitzet. Willen we de kinderen ook nog meenemen naar de Lot-et-Garonne om daar nog enige kartons wijn extra in te slaan, dan moet er serieus gepuzzeld worden. Bijna een uur wordt er gemeten en gepast. Kan alles erin? Uiteindelijk, mits wat truken van de foor, klikt de kofferdeur dicht. Morgen nog wat kleinigheden op de achterbank tussen de kinderen in en we zijn weg voor deel 2.
De avond sluiten we zoals gebruikelijk af op ons terras met een flesje vieilles vignes, gesponsord door de gastvrije wijnboerin van Chateau de Ligré, om onze vakantie in de Loire te beklinken.
13:56 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
12-08-11
Do 28 juli 2011 – Bestialiteiten

Het eerste deel van de vakantie nadert zijn einde. Rune en Finn hebben het tot nu toe schitterend gedaan. Het is toch altijd een beetje afwachten. Gaan ze de lange autorit naar de gite nog wel pikken, ook al glijdt Ice Age en de nieuwe Shrek voor hun ogen voorbij op de tv’tjes van tante Nadine? Gaat Finn, gezien zijn op zich al meegaande karakter, het gemis van een buggy niet te veel laten voelen aan zijn medereisgenoten? Wanneer komt het moment dat ze het programma van pa en ma niet meer enthousiast blijven volgen?
Tot nu toe compleet onterechte vragen. Hopelijk houden we het zo de komende jaren.
Onze uitstap van vandaag staat, met uitzondering van een korte stop in Saumur voor het proeven van wat bubbeltjes, volledig in het teken van de kids.
We trekken naar de zoo van Doué-la-Fontaine. Het unieke van dit dierenpark is dat de meest ‘kooien’ en domeinen zijn uitgehouwen in de aanwezige natuursteen. Waarschijnlijk dé win-win-deal die de uitbaters konden sluiten met lokale aannemers die op zoek waren naar natuursteen in de meest zuivere vorm. ‘Als jij de steenmassa eruit haalt volgens ons plan, mag jij de natuursteen hebben. Wij stoppen er daarna onze neushorens, pinguïns, beren en leeuwen in.’
Zo gezegd, zo gekapt. Het duurt zo’n 5 uur om het volledige parcours af te leggen. Met een weinig eerder geziene energie lopen de kinderen van het ene domein naar het andere. Alle dieren hebben er de ruimte om hun ding te doen. Niet het opeengepakte gevoel dat je bij de gemiddelde stedelijke dierentuin krijgt.
Wat me ook telkens verbaast, zijn de specifieke interesses van kinderen. Geef hen een bruineberengezin, gieren die in volle vrijheid lopen en vliegen tot op minder dan 30 cm van je vandaan, gibbons die Tarzangewijs slingerkunstjes doen en op het applaus van hun publiek rekenen en indrukwekkende jachtluipaarden die zich een hoedje schrikken wanneer Rune zijn luidste grom bovenhaalt, toch is het de ‘Afrikaanse kinderboederij’ waar Rune en Finn tussen de geitjes kunnen lopen en de beestjes kunnen strelen die op het einde van de dag de topbelevenis blijkt. In de shop van het dierenpark krijgt Finn een niet breekbare drinkbeker (het adjectief is in zijn geval niet optioneel) en Rune zijn driehonderdste knuffel: Waljos wordt de mini T-Rex gedoopt.
‘s Avonds steken we voor het eerst de barbecue aan na een deugddoende zwempartij. Een glas of twee rosé erbij en een geleidelijk ondergaande zon (maar veel trager dalende temperaturen). Meer hoeft dat echt niet te zijn.
Zelfs Kniebelknabbelknuisje stelt vast dat het zonder bemoeienissen vandaag best gelukt is. Zou ze er iets uit leren?
20:57 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
11-08-11
Wo 27 juli 2011 – De Apocalyps

Geloven doe ik niet, maar ik heb wel respect voor zij die het wel doen, al was het maar voor de schitterende kunst die al millennia lang uit de verschillende godsdiensten voortvloeit.
Als de getuigen van Jehovah voor de deur staan, nochtans niet bekend van grootse kunstescapades, laat ik de werkmannen op rust, de brave huisvrouwen of de soms wel zeer jonge pubers hun verhaal vertellen tot op het moment dat ze mij willen diets maken dat de duivel voor de deur staat, dat we dus moet geloven en ernaar handelen, dat we alles wat we tot nu toe weten moeten afzweren in functie van het hogere, ‘hun hogere’. Op dat ogenblik, en soms zijn ze dan al zo’n 20 minuten bezig, kan ik het echt niet laten om met hen in gesprek te gaan (een discussie wil ik het niet noemen). Niet dat mijn waarheid te verkiezen is, maar laat ons op z’n minst respect hebben voor elkaars ideeën en niet proberen om elkaar te overtuigen in functie van een instituut. Geloven is meer dan ok, er een godsdienst van maken heeft in het verleden alleen maar voor miserie gezorgd, nu nog steeds trouwens.
‘Bijgeloven’ doe ik al zeker niet. De astro-tv-seances zijn een aanfluiting voor elk logisch denkend mens, voor alles waar we eeuwenlang samen in volwassen geworden zijn. Astrologische sessies zijn op zich al beschamend genoeg binnen de muren van een huiskamer, laat staan dat strijkend of afwassend Vlaanderen er ’s ochtends baat bij heeft om de kaarten te zien lezen van je eigen buurvrouw. Ga dan naar een bruine kroeg en speel er met de kaarten voor het plezier, voor de babbel.
Waarom vertel ik dit nu allemaal in een wat op zich geestig reisverslag zou moeten zijn?
Soms betrap ik me erop dat er lijnen of patronen in een dag zitten die waarschijnlijk louter berusten op toeval, maar die je toch aan het denken zetten.
Neem nu vanmorgen. Ik ga naar de SuperU in Chinon voor inkopen. De winkel is iets voor 9 nog gesloten, dus ga ik alvast tanken in het SuperU-benzinestation dat op het einde van het parkeerterrein van de winkel ligt. Ik plaats me aan pomp 4 en zoek de betaalterminal. Die staat bij pomp 2. Ik volg daar alle instructies maar kan niet selecteren dat de diesel bij pomp 4 eruit moet lopen. Miserie dus. Ik zet de auto dan maar aan pomp 2 en gooi de tank vol. Even later merk ik op dat er een kleine file staat aan het betaalloketje aan de uitrit van het benzinestation. Omdat ik toch al betaald heb, rijd ik achteruit de parking van de SuperU op, die ondertussen het bordje ‘ouvert’ aan de deur heeft hangen. Druk gesticulerend komt de loketdame uit haar hokje gesprongen en gooit zich voor de C8, op zich vreemd als je op dat ogenblik achteruit rijdt, maar soit. Blijkbaar heeft ze bij het verplaatsen van de auto de betaaltransactie via ‘carte bleue’ geannuleerd om de een of de andere reden, en dus heb ik nog niet betaald voor de volle tank. Of ik mee naar het loket wil komen om alsnog te betalen?
Geen probleem.
Het loket is echter van de bewoonde wereld afgesloten. Haar sleutels liggen nog netjes waar ze ze heeft laten liggen toen ze buiten stormde en de veiligheidsdeur hermetisch achter haar gesloten werd. Om een lang verhaal kort te maken: het duurt een half uur voor de gerant van de SuperU vaststelt dat de reservesleutel van het loket ontbreekt, en dus dringend bijgemaakt moet worden, en voor hij zich bedient van MacGyveriaanse hulpmiddelen om het slot van de veiligheidsdeur te openen, zoals daar zijn: een andere sleutel (‘Que?’ zou zelfs Manuel in Fawlty Towers vragen), een bankkaart, een korte schroevendraaier en uiteindelijk een lange schroevendraaier.
Na een krachtig ‘Eureka’ van de gerant en een kort applaus van de ondertussen 15 mensen die staan aan te schuiven om te betalen, zwaait de veiligheidsdeur open en kan ik eindelijk mijn beperkte inkopen aanvatten en al even snel afronden.
Ok, wat is hier nu zo speciaal aan? Niks natuurlijk.
Toch is het vreemd dat net vandaag ook de SPG (in het Vlaams: de GPS) het laat afweten. Hij stuurt ons in het heenrijden in een wijde bocht rond Angers en bij het terugkomen herkent hij zelfs de tolwegen niet meer. Niet veel later rijden we door een bosrijke omgeving waar de eerste 20 kilometer geen enkele afslag te bespeuren valt. ‘Probeer nu om te keren’, ‘Draai hier linksaf’ en andere fijne instructies fluistert de vrouwenstem ons in het oor terwijl we tegen 130 over de Franse autostrades scheuren. Op sommige momenten geeft het ding een vertraging aan van meer dan 4 uur! Uiteraard is er dan nog altijd de wegenkaart als buffer, maar wil het nu net niet lukken dat we die vandaag voor de eerste dag op rij niet mee hebben genomen?
Toeval? Ik geloof het amper. Zeker als je weet dat een van de highlights van vandaag de Tenture de l’Apocalypse is in de versterkte burcht van Angers. Is het een teken voor mijn ketters bestaan?
Ik waan me opnieuw aan mijn voordeur en de laatste passage van Jehova’s getuigen bij het aanschouwen van het 100 meter lange wandtapijt dat de meest vreselijke taferelen toont uit de Apocalyps, figuratief geïnspireerd door de oorlog waar de Fransen op dat ogenblik met de Engelsen in verzeild waren geraakt. Wil je mensen doén geloven, dat zijn dit soort metaforen gefundenes Fressen.
Rune stapt de volledige 100 meter af ter verificatie van de lengte van dit indrukwekkende wandtapijt dat in de tijd versneden raakte en zo’n 100 jaar geleden opnieuw bij elkaar werd gepuzzeld. Op de doos van de puzzel stond waarschijnlijk de boodschap ‘Past niet in de doos’. Finn laat de gedetailleerde wandtapijten aan zich voorbij gaan.
De salamanders in de bloemrijke kasteeltuin kunnen hen echter allebei bekoren. Ze vliegen over de kiezelpaadjes, duiken onder in de weelderige borders en lopen zelfs over je hand.
De rijke bloemenpracht en groene zones van de kasteeltuin zetten zich overigens verder in de rest van de stad. Angers bestaat voor een derde uit groen en dat zie je. Op een schaal van 0 tot 10 staat Orléans voorlopig eenzaam op 0 en Angers op 10. Ik kan me moeilijk een stad inbeelden waar parken, tuinen en andere plantrijke rustpunten meer aanwezig zijn dan Angers, zelfs de ruimte tussen de tramsporen is ingezaaid. Misschien een aandachtspuntje voor de Patrick Janssensen en andere visionairen op het vlak van ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling: voorzie groene rustpunten, zorg voor speeltuigen, leg petanquebanen aan, en doe nog veel meer kleine investeringen, liever dan alleen maar de grootse monumentale projecten, om een stad echt leefbaar te maken. Het kost een stuk minder en het rendement is veel groter.
Aan de ondertussen zonovergoten fontein in het verlengde van de kathedraal is het fijn vertoeven. De trappen tussen de fontein en de kathedraal doen denken aan Montmartre al is het hier een stuk minder toeristisch.
Bij het oversteken van een kruispunt roep ik Finn al zingend bij me met de Paul Severs-verzen ‘Kom bij mij, ja ja ja, dicht bij mij, zie je niet mijn verdriet’. Een nieuwe zomerse wandelhit is geboren, zeker met de Lee Toweriaanse armbewegingen die we erbij bedenken.
20:06 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
10-08-11
Di 26 juli 2011 – Moet er nog look zijn?

Telkens ze hun nieuwe afvalkalender krijgen, duiden de Toursianen, de Toursers, de Toursiërs, enfin de inwoners van Tours, 26 juli onmiddellijk aan als jaarlijkse look- en basilicumdag. Een heus feest begot voor deze twee zeer aanwezige ingrediënten in de keuken ten huize Sleeuwaert-Vloemans.
Toen we enige tijd in Turnhout resideerden, zo’n 10 jaar geleden, kregen we een keer van Joris en Sonja een knoflookkookboek cadeau. Voor Joris was het een herinnering aan op dat ogenblik reeds lang vervlogen studententijden toen we bij onze looksaus geregeld ook een pita durfden te bestellen. De dagen na een bezoek aan de Turnhoutse Egyptenaar konden we blijven genieten van de lookgeur die ondertussen haar weg had gevonden in het beddengoed en de gordijnen. Als eerbetoon aan deze studentikoze escapades had Els destijds een volledig diner samengesteld waarbij in de verschillende gangen maar liefst 11 bollen look verwerkt waren, voor 4 personen. Het begrip ‘schutkring’ kreeg de daaropvolgende dagen voor elk van ons vieren een persoonlijke betekenis.
Het is dus evident dat ook wij onze opwachting maken op de jaarlijkse markt waar geregeld muziek weerklinkt, de geuren je langs alle kanten tegemoet waaien en de ene lokale specialiteit na de andere wordt voorgesteld. We houden ons aankoopgedrag nog redelijk onder controle en gaan met vier verschillende soorten worst en een flesje zonnebloemolie naar huis. Rune krijgt een nieuwe petanquehoed en een eenvoudig horloge, net als zijn bhoeh.
Finn is goed ter taal op zijn 4-en-half, vooral dan in het creëren van eindeloze vers verzonnen grappen al dan niet met pointe, het leggen van nuances in wat hij zegt, het opjagen van zijn broer en het krijgen van zijn zin. Het enige wat nog niet echt wil lukken, is het uitspreken van de ‘r’. Finn kennende gaat hij binnenkort alleen nog zinnen bouwen met woorden zonder ‘r’. Liever dat, dan dat hij zal moeten leren om de ‘r’ deftig of op z’n Frans (op z’n Birgit van Mols, dus) uit te spreken.
Regenen doet het niet vandaag, alle uitgelezen en drie keer geverifieerde koffiedrap ten spijt, tenzij je die paar muggenpisjes als regen zou willen bestempelen, maar dan ben je echt aan het muggenziften.
‘Mamie Bigoude’, een restaurant-crêperie waar we stoemelings terecht komen, krijgt van ons een dikke 18 op 20. Man man man, een potje correct gegaarde mosselen met een speciaal voor de feestdag bedachte knoflook-basilicum-saus voor 11 euro 90. Voor een menu gourmande moet je wel 17 euro 90 neertellen. Je krijgt er dan nog een cider bij die elke Tournesiër, elke … enfin je weet wel, standaard bij zijn lunch degusteert of ook gewoon als vieruurtje nuttigt. Verder zit in die prijs ook een stevige espresso met drie huisgemaakte desserts inbegrepen. Jongens toch. Alleen al de mosselen met verse frietjes zijn zo’n verrijking, zelfs voor iemand die wekelijks zijn portietje Zeeuwse nuttigt, dat menig visrestaurant aan onze kust zich terecht zorgen moet maken. Ik geef mijn mosselpotje daarom met graagte terug aan de keuken, zo netjes schoon gemaakt dat het opnieuw in de berging kan. Ook Finn geniet van zijn eigen potje, al is de kilo voor hem nog net iets te veel.
De Cathédrale St.-Gatien is onze laatste stop in Tours voor we naar Amboise rijden. Als je ooit Tours bezoekt, passeer dan zeker even via deze immense kathedraal en doe de moeite om de verschillende waterspuwers aan de buitenkant eens goed te bekijken. Er zitten echt geestige figuren tussen.
Gezien de redelijk lang uitgelopen lunch is onze planning een beetje in het water gevallen, en nee, oud (weer)vrouwtje, ik bedoel nog altijd niet de regen die je voorspeld hebt.
In Amboise is er alleen tijd voor het Chateau de Clos-Lucé, ofte het park Leonardo da Vinci. De Italiaanse grootmeester zelve werd destijds door Frans de Eerste, die van Chambord, gevraagd om zich te vestigen in Frankrijk, in het Loiredal, meer bepaald in Amboise, om zich aldaar nuttig te maken voor de Franse staat. Leonardo bracht in zijn reiskoffer alvast enkele schilderijtjes mee die Frans met ongedekte cheque aankocht voor het Franse rijk (of hiermee zijn ego bedoeld werd of effectief de natie, is niet echt duidelijk). Hoe dan ook, de Mona Lisa, een van de doeken in Leonardo’s koffer is nog steeds dé trekpleister in het Louvre.
Toch is Da Vinci meer dan een schilder van mysterieuze vrouwen. Dat blijkt zeer goed uit de verschillende uitvindingen die in het park te vinden zijn. Ze werden in Da Vinci’s tijd nooit gebouwd en bestonden tot voor kort alleen maar op tekenpapier. Toch werden ze ten behoeve van het Amboise toerisme een keer ‘for real’ uitgevoerd. Rune en Finn ervaren de wereld van Da Vinci als een pretpark waar ze in, op, onder of met de toestellen kunnen spelen. Het respect voor de man groeit bij ieder nieuw ’zot idee’: de helikopter, de nieuwe versie van de sjadoef en de schroef van Archimedes (manieren om water naar hoger gelegen gebieden te brengen), de tank, de mitrailleur, de ophaalbrug, de parachute, en ga zo maar door. Een mens zou er veel geld voor over hebben om met de wetenschap van nu nog eens een café gourmand met de man te kunnen drinken om hem enkele actuele problemen voor te schotelen. Wie weet …
De dag eindigt in het zwembad waar lustig gesnorkeld wordt en aan betonspringen wordt gedaan. Een nieuwe discipline waarin Finn de te kloppen atleet is voor de spelen in Londen van volgend jaar.
22:07 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
09-08-11
Ma 25 juli 2011 – Zachtjes tikt de regen …

We leven sinds 5 dagen zonder contact met de bewoonde wereld: geen internet, geen tv, geen mail, facebook of iets anders. Het is een beetje Expeditie Robinson maar dan op een hoger cultureel en culinair niveau, en het gaat ons overigens zeer goed af, dank u. Er wordt ook niemand weggestemd op een eilandraad of zo, hoewel het serieus kriebelt wanneer het oude vrouwtje vanmorgen weer kniebelknabbelknuisje-gewijs aan ons schuifraam staat. Of we morgen de deur op een kier kunnen laten staan omdat dan iemand langs zal komen voor de lave-vaisselle en ze heeft maar één sleutel van de gite.
Het enige bericht dat ons van de verre buitenwereld tot nu toe bereikte, kwam van een Franse ratel-maar-door-presentator die ons zaterdag het droeve nieuws bracht dat Amy nu in het rijk van Kurt, Jim en andere addicts verkeert. Ik zal eerstdaags zeker nog een glas op haar gezondheid drinken in een of ander wijnhuis.
Ook weerberichten, die profetieën die op niet veel meer gebaseerd zijn dan de voorspellingen van helderziende koffiedrap-lezers, blijven van ons verstoken. En da’s maar goed ook. Elke dag nemen we zoals hij komt. Zo-ook vanmorgen.
Quand il pleut, il pleut.
En dus heeft de maandagvoormiddag veel weg van een lazy Sunday afternoon. Kaartjes schrijven naar het thuisfront; voor het eerst neemt Rune een deel voor zijn rekening. Knex-constructies bouwen. Foto’s sorteren en er een kleine 200 (van de ondertussen bijna 600) in de prullenbak slepen.
Voor je ’t weet, is het middag en is het tijd om richting Loches te vertrekken. Het smossige weer achtervolgt ons tot net buiten de stadskern, maar staakt dan voorlopig het wateren. Omdat de Fransen na 14 uur niemand meer ontvangen op hun terras, toch niet voor iets hartigs, schuiven we onmiddellijk onze voeten onder een tafeltje vlakbij de middeleeuwse stadskern van Loches voor een eenvoudig lunchmenuutje.
Het terras zit vol en de serveuse loopt nerveus en haastig rond. Het zweet parelt op haar voorhoofd, haar nekhaar heeft net een buitje gehad. Het is dus wachten op onze bestelling. De weergoden hebben minder geduld en laten het terras genieten van het ietwat vochtiger weer dat we richting Loches voorbij zijn gereden. De Britse toeristen geven er al snel de brui aan: tze bill, please roepen ze op hun Allo Allo’s. Na enige tijd hebben we de zweethut voor ons alleen en komt er vaart in de bediening. Toch ontsnappen ook wij niet aan een vlucht naar binnen, waar de rust geleidelijk aan terugkeert.
Na het ijsdessert klaart het op. Voor de rest van de namiddag voelen we geen druppel meer tijdens onze wandeling door de oude stadskern. De kerk, het kasteel en de donjon herleven tegen een prachtig decor van grootse wolkenformaties.
Op de trappen van de donjon tonen Rune en Finn hun eindeloze energie. Ze stijgen en dalen als de beurskoers van Dexia en kijken ondertussen verwonderd naar (en in) de kanonnen, de kerkers, de folterkamer, de gevangenkooi en nemen zich voor om voortaan als engeltjes door het leven te gaan bij het zien van al deze represaillemaatregelen.
De avond wordt afgesloten op het terras. De wolkenformaties zijn er nog steeds, de wind steekt stilaan op maar je voelt dat er verbetering op komst is, en als je het zelf nog niet zou vermoeden, dan is er nog altijd het oude (weer)vrouwtje dat van haar koffiedrap heeft afgeleid dat het morgenvoormiddag nog zal regenen, maar dat het daarna mooi weer zal blijven tot maandag.
O ja, nog even de resultaten meegeven van de voetbalmatchen van vanavond:
Papa/Finn – Rune: 2-3
Papa – Rune: 1-3
19:00 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
08-08-11
Zo 24 juli 2011 – Vide grenier

Die ochtend komt de ontnuchtering. Bij het zetten van de tafel is het zoeken naar twee glazen die hetzelfde zijn, ook de bestekbak is een meltingpot. De microgolfoven moet duidelijk nog uitgevonden worden. De kindertv op zondagochtend schiet eraan over, de bijhorende ochtendsoes voor pa en ma dus ook: het scherm is meer ruis dan beeld en de dvd-speler heeft wel verdacht veel weg van een gold old VHS (daar sta je dan met je dvd-collectie). Er is geen enkele zetel in de woonkamer waarin het prettig zitten is; wie zich hier goed in weet te nestelen, klust in de weekends ongetwijfeld bij in de klokkentoren van de Notre-Dame. De barbecue, een krel dat je doorgaans gratis bij 10 kilo potgrond krijgt bij het begin van het buitenseizoen, is gevuld met houtskool en staat tot aan de rand onder water.
Het verschil met Chateau de Guignes is gruwelijk groot. Het volledige interieur is compleet verouderd, maar de marktprijs van de gites is wél geïndexeerd. De Huisdokter, dat VT4-programma dat eigenlijk op een vrouwenzender thuishoort, zou hier een stevige kluif aan hebben. Alles eruit en de nouveau zou met grote zekerheid de conclusie zijn.
In de SuperU koop ik me een goedkope Bialetti, omdat ik echt geen zin heb om met een stuk antiek koffie te zetten. De verleiding is groot om ineens voor 50 euro een nieuwe basisuitzet van borden, glazen en bestek aan te kopen (want meer hoeft dat niet eens te kosten), maar ik kan me gelukkig inhouden.
Wanneer ik samen met de jongens terugkom op het domein, heeft Els de tuintafel in een zonnig deel van onze kloostertuin gezet. Het zicht op de restanten van de oude muren van het twaalde-eeuwse klooster is prachtig. Wat een decor. Nu weet ik opnieuw waarom we voor deze gite gekozen hebben, maar begrijp ik ook waarom de fotootjes van het interieur postzegelgroot op de site stonden en niet aanklikbaar waren.
Wat van bestek en keukengerei (behalve mijn gloednieuwe koffiepot) op tafel staat, heeft veel weg van het eerste het beste samenraapsel uit de betere kringloopwinkel. Toch smelt de frustratie waarmee de dag begonnen was al snel weg. Op tafel staat een eenvoudig ontbijtje. Boven ons doet de zon er alles aan om door de wolken te breken en het lukt haar zelfs aardig. Op de achtergrond klinkt een fijne selectie Franse klassiekers uit de laptop.
Een uurtje later zijn we in Chinon waar een vide grenier aan de gang is, bij ons beter bekend als een garageverkoop. De grootste rommel krijgt een prijs en geraakt meestal nog verkocht ook, wat telt is immers het sociale gebeuren: het brengt volk op de been. Toch zou ik met wat ik vanmorgen in mijn keukenkast vond van een kale reis terugkomen op zo’n vide grenier.
Opnieuw bekruipt me de gedachte om het mevrouwtje een compleet nieuwe uitzet aan de hand te doen, deze keer voor 10 euro. Een dvd-speler inclusief de SCART-kabel ligt er ook voor 10 euro, maar ik durf hem niet mee te nemen omdat ik niet weet of onze tv in de gite al een SCART-aansluiting heeft. Wat wel meegaat naar de gite (en later naar België, of de restanten ervan) is een fraaie collectie vinyl-singles met onder andere Pour un flirt van Michel Delpech, het nummer dat we bij toeval nu al elke dag één keer gehoord hebben.
Dat we vandaag Chinon bezoeken, heeft alles te maken met de middeleeuwse festiviteiten in het kasteel van Chinon die dit weekend plaatsvinden. Het concert met oude muziek van gisteravond hebben we gemist omdat op dat ogenblik werd uitgelegd hoe we de gordijnen in onze gite moesten open en dicht schuiven. Toch is de namiddag (want ondertussen zijn we al na twaalven) een hit.
Het kasteel is een trefpunt voor middeleeuwse kostuumgezelschappen, acteurs, vertellers en muzikanten. Er is voor elk wat wils. De allerjongsten mogen zelfs meerijden tussen de bulten van een kameel. Rune gaat er graag op in. Finn is opnieuw de eeuwige twijfelaar, en dus schuiven we niet aan voor hem. Zodra Rune het hoogtepunt van zijn vakantie heeft beleefd (of er moet nog iets redelijk strafs gebeuren), wil Finn ook, maar de karavaan is dan al aan zijn laatste ronde toe.
De standaarduitrusting van het kasteel mag overigens ook gezien worden, toch voor wie kickt op de nieuwste multimediale snufjes in een musealistische context: videoprojecties op alles wat los en vast zit, grote touchscreens, interactieve demo’s die starten als je met je museumgids voorbij een sensor komt. Ja, voor mij is dat ‘kicken’, lieve vrienden.
Chinon zelf is trouwens ook een aanrader, al gaan we er redelijk snel door met uiteenlopende doelen. De kinderen willen absoluut het zwembad, inclusief de schuifaf en de springplank aan de gite uittesten en ik, ik wil me gaan verdiepen in de Chinon, de wijn welteverstaan.
21:06 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
Za 23 juli 2011 – Verschil moet er zijn

Na een rijkelijke nachtrust in een even vorstelijke suite en een keizerlijk ontbijt, SPG’en we ons richting Chambord. Ongetwijfeld het meest indrukwekkende kasteel van de Loirestreek. Wat vooral opvalt langs de buitenkant naast de grootsheid van het ding, zijn de schoorstenen. Chambord heeft er maar liefst 282!
De uitbaters van dit stukje werelderfgoed mogen er gerust op zijn: de schoorstenen voldoen nog steeds. Zo blijkt uit het inspectieverslag van de heren R. en F. Sleeuwaert.
Ook de trap met dubbele omwenteling krijgt een driesterrenbeoordeling en wordt in een uitgebreid fotodossier gedocumenteerd.
Chambord is grotesk mooi, een beetje zoals de Sint-Pietersbasiliek in Rome. De grootsheid overvalt je, het unieke van het gebouw zal echt niemand betwisten, maar moet dat nu allemaal zo decadent? Zeker bij de basiliek in Rome kun je je die vraag stellen. Toch moeten ook wereldlijke leiders als Frans I duidelijk niet onderdoen. In totaal is hij nog geen maand ter plaatse geweest. Gelukkig hebben ook andere (half)goden nog ten dele gebruik gemaakt van Chambord, tot Louis XIV toe. Toch was er nooit meer dan 2000 man tegelijk in dit immense gebouw. Waarschijnlijk een gebrek aan parkeerplaats voor de 2000 koetsen, me dunkt, want ik neem aan dat de heren in die tijd nog niet al koetspoolend naar een feestje gingen en een BOB bestond toen ook nog niet.
Blois is dan weer een heel ander kasteel. Over de eeuwen heen hebben telkens weer nieuwe hoge omes verschillende stukken vernieuwd, afgebroken en uitgebreid waardoor Blois de ideale plek is voor een lesje bouwkunst: aan de ene kant is het chateau middeleeuws, aan de andere kant staat een volledig classicistische vleugel.
Toch is het ons in Blois niet in de eerste plaats om het chateau te doen. We wandelen door de aangename oude binnenstad met zijn grote niveauverschillen, hoge trappen, weidse zichten over honderden meters oude daken en aantrekkelijke groene pleinen (heel iets anders dan Orléans).
Op het programma staat ook het Maison de la magie Robert-Houdin, een eerbetoon aan Jean-Eugène Robert die de grote inspirator was voor de veel bekender geworden Houdini. De niets vermoedende voorbijganger blijft ongetwijfeld kijken naar de reusachtige drakenkoppen die elk uur uit de verschillende ramen aan de voorgevel naar buiten komen. Vergelijk het een beetje met die kerk in Praag waar elk uur een mannetje naar buiten komt om met een hamer op een klok te kloppen, maar dan veel groter en indrukwekkender, toch zeker voor de kleine soort.
Het maison zelf heeft een collectie optische illusies, er worden geregeld shows opgevoerd en in de gang staat altijd wel een of andere goochelaar zijn publiek te verbazen. De kinderen vallen van de ene verbazing in de andere.
Na Blois is het anderhalf uur rijden voor we in Ligré aankomen. Tel daarbij een ‘quick’ diner onderweg en de nodige inkopen in een grootwarenhuis en we komen net voor de duisternis valt de oprit van de gite opgereden.
Een oud vrouwtje, de eigenares van het oude klooster, komt de poort open doen en maakt ons wegwijs.
Omdat we Rune en Finn niet zomaar in een vreemd bed willen leggen zonder dat ze zelf kunnen zien waar de nooduitgangen zijn voor ’s nachts (slaapkamer papa en mama en wc, niet noodzakelijk in die volgorde), besluiten we om de ondertussen ingedommelde schatjes te wekken om ze al even snel de nacht in te laten gaan in hun nieuwe bedje.
De eigenares staat erop ‘nog kort wat uitleg te geven’ zodat we morgen ongehinderd onze vakantie kunnen verder zetten. Nobel, ware het niet dat de korte rondleiding bijna een uur duurt.
Alle lichtknoppen worden gedemonstreerd. Er wordt vakkundig uitgelegd dat een van de keukenstoelen niet zo stabiel meer is, omdat er een dikke Duitser bijna doorheen is gegaan. De oude kast in de keuken wordt opengetrokken om het rijke patrimonium aan potten, pannen, glazen, borden, keukengerei en andere spullen vast te nemen, te benoemen en vervolgens weer netjes terug te plaatsen. De vaatwasser wordt op inactief geplaatst omdat de vorige huurders hebben gemeld dat er telkens een zekering uit vliegt als het eerste programma begint. O ja, de zekeringkast zelf wordt uiteraard ook nog eens ten gronde overlopen, terwijl de dame vakkundig uitlegt dat er een meter op het elektriciteitsverbruik staat (per dag krijg je 8 kWh, wat je meer verbruikt moet je betalen), hoeveel er aangerekend wordt per verbruikte kWh, hoe dit alles genoteerd dient te worden, enz. om vervolgens het hoofdstuk elektriciteit voor beginners af te sluiten met de dooddoener: ‘niet dat er iemand ooit al over de daglimiet is gegaan, hoor’. Bonk, weer 10 minuten vakantie voorbij. In de badkamer toont ze trots het ruime assortiment kleerhangers in de opbergruimte. Het badlinnen wordt toegelicht: het rode badlinnen is voor de ouders, het groene voor de kinderen. Ik moest plots denken aan de oude Man bijt hond-afsluiter met de ondertussen legendarisch geworden uitspraak ‘het rode washandje is voor de poep, hé jongen.’
Enig inschattingsvermogen voor de lichaamstaal van haar nieuwe huurders, en al zeker niet voor de (terecht) steeds lastiger wordende kinderen, is haar duidelijk compleet vreemd. Enfin, het is te laat om van ons oren te maken en dus trekken we de schuifdeur achter haar dicht wanneer ze een voet buiten zet en doen we de deur snel op slot (op de manier zoals zij het ons stap-voor-stap-voor-stap heeft uitgelegd).
00:00 Gepost in Algemeen | Commentaren (1) | Tags: reisverslagen |
Facebook
06-08-11
Vr 22 juli 2011 – Over sterke vrouwen en oriëntatie

Een paar visioenen, enkele frappante daden, maar vooral het feit dat ze qua geslacht serieus afweek van de gemiddelde vechtersbaas uit die tijd, meer had Jeanne d’Arc niet nodig om de mythologische status te verdienen die ze nu heeft.
Jeanne d’Arc is alom tegenwoordig in Orléans. Na een bezoek aan twee wijnhuizen in Maureau-aux-Préz rijden we de oude vestingstad binnen over de Pont George V. De stad krijgt momenteel een bypass vlak voor de kathedraal waar een nieuwe tramlijn wordt aangelegd.
De klok die tentoongesteld wordt aan de ingang van de kathedraal heet Jeanne d’Arc, voor het Hôtel Groslot staat een standbeeld van Jeanne d’Arc, net als iets verder op de Place du Martroi. Ook de metalen munten die de straten van het oude stadsgedeelte sieren, zijn een ode aan Jeanne. Laat ons ook de vele bistrots, muziek- en andere winkels, straten, pleintjes, steegjes, goten en regenpijpen niet vergeten die naar de heilige Jeanne zijn vernoemd. Gewoon maar om te zeggen dat de Maid of Orleans echt wel een O.M.D.-hitje verdiend heeft.
Toch bruist Orléans niet als stad. Heeft het met het net niet druilerige weer te maken? Met de periode van het jaar (naar verluidt zijn de Fransen zelf vanaf hun nationale feestdag tot medio augustus met vakantie)? Met de saaie straten waar de mooie vakwerkhuizen en de nog oudere natuursteengevels snakken naar een beetje groen?
Patrick Janssens zou er als ex-marketingboy een stevige kluif aan hebben, als hij na de A van Antwerpen ook de O van Orléans in de markt zou willen zetten.
Van de stad van Jeanne trekken we door naar Meung-Sur-Loire, een oud stadje in de buurt van Orléans. We parkeren de C8 op een klein pleintje en kronkelen langs gezellige waterloopjes naast de oude kerk en het aanpalende kasteel. Ook al belooft het chateau redelijk wat verrassingen in de publicaties, we zien af van een bezoek. Morgen staan immers Blois en Chambord op het programma en we zouden niet willen dat de kinderen al dezelfde desavouatie krijgen bij het zien van een teveel aan kastelen als Elio di Rupo dezer dagen.
Na een speelpauze op het lokale speelplein loodst Rune ons feilloos terug naar de auto. Rune is op een jaar tijd enorm gegroeid. Het lezen en rekenen doen hem duidelijk deugd, hij geniet hoe langer hoe meer van samen met anderen te zijn, een nieuwe wereld is opengegaan en zijn interesseveld verruimt nog elke dag.
Vandaag lijkt het alsof hij voor zichzelf heeft bepaald: ik ben de gids vanaf nu. De zekerheid die hij vertoont, is een pose, zo blijkt uit de soms twijfelende blikken, maar toch weet hij, elke keer hij een keuze heeft gemaakt, met stevige pas een nieuw straatje in te slaan tot we opnieuw aan de auto staan. Hem zien genieten van zijn eigen groeiende volwassenwording is een van de fijnste ervaringen die je als vader kunt hebben.
Op de weg naast ons chateau spelen we ’s avonds ons eerste oefenspelletje jeu de boules, zònder petanquehoed en mét plastic oefenballen. Mama wint overtuigend. De tweede sterke vrouw van de dag.
Even later schuiven we aan bij de familie Bouhier in ons chateau. Beiden zijn sinds april met pensioen en de chambres d’hôte zijn open sinds juni dit jaar. Toch ontvangen ze ons als volleerde uitbaters die veel meer aan hun gasten geven dan ze er ooit van terug kunnen krijgen, financieel dan. Daar is het hen echter slechts ten dele om te doen. Ze willen een ‘bezigheid’ nu ze op rust zijn en daarom zijn ze vanaf 7 uur ’s ochtends tot ’s nachts in de weer om hun gasten te verwennen. Er zijn drie suites waarvan wij er twee aaneensluitende innemen, de andere is op dit moment niet verhuurd. Toch lopen de zaken goed, want er is redelijk wat interesse en wie er al geweest is, is al teruggekomen of komt nog terug. En ik kan ze geen ongelijk geven.
Neem nu het diner vanavond. We starten met een aperitiefje op basis van kersen en een lokale witte wijn, begeleid door verschillende aperitiefhapjes gemaakt van streekproducten. De trend is daarmee gezet: een van de uitgangspunten van hun chambre d’hôte is namelijk dat ze hun gasten ten volle willen laten kennismaken met wat hun regio te bieden heeft. De gastvrouw weet ons elke dag te overladen met specifieke, actuele brochures over de dorpjes en steden die we willen bezoeken en de suites zijn gedecoreerd met tientallen foto’s uit de buurt. Ook op tafel verschijnt het ene streekproduct na het andere: kersen, groenten van eigen kweek, paté, wijn, mosterd, kaas en ga zo maar door. De gastvrouw is sterke vrouw nummer 3 van de dag. Drie-en-half uur met de gastheer en gastvrouw doorbrengen in een amicale sfeer terwijl de ene gang na de andere voor je neus verschijnt en dat voor 25 euro voor een volwassene en 10 euro voor een kind. Om het geld is het duidelijk niet te doen. Als je dus eens lekker wilt relaxen in een uniek kader tijdens je verblijf in de Loirestreek of tijdens een tocht naar het zuiden, dan is Château de Guignes absoluut een aanrader.
23:29 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
05-08-11
Do 21 juli 2011 - Allons enfants de la patrie …

21 juli. Nationale feestdag. Exact 4 jaar geleden zong Leterme zich de onsterfelijkheid in door de Marseillaise in te zetten vlak voor hij naar het Te Deum ging. Sindsdien verkeert ons Belgenlandje in een crisis die gisteren zelfs de koning op zijn 21 juli-toespraak tot lichaamstaal wist te bewegen waarvan niemand had kunnen vermoeden dat de oude man er nog toe in staat zou zijn. Vanuit zijn kasteel zorgde hij 4 jaar na Leterme opnieuw voor schitterende tv.
Een mens wordt er moe van en begint zelfs stilaan apathisch tegenover onze politieke klasse te staan. Het geloof in de politiek zit op een dieptepunt. Ratingbureaus trekken ondertussen met permanente rode stift dikke strepen door de financiële plannen van steeds meer Europese landen. Ministers (van lopende zaken) blijven ondertussen mooie ideeën lanceren, hoewel ze eigenlijk weten dat er noch budget, noch de politieke wil, laat staan de politieke bevoegdheid voor bestaat om ze ook maar voor de helft te realiseren. Opeens zien regeringen het licht (uitgaan) na Fukushima. Spelende kinderen worden als ‘overlast’ beschouwd. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Je wordt er niet vrolijk van, maar het lijkt de ver-van-mijn-bed-show en dus berust ik in de gedachte dat er gelukkig twee weken radio-, tv- en internetstilte voor de deur staan.
Met Leterme in het achterhoofd trekken we naar la douce France, voor de vierde keer op rij.
Na de Provence, de Languedoc en de Var is nu een dubbele bestemming ons doel: in de eerste week een gite in de Loirestreek in een oud klooster, in de tweede week een gite in een grote vierkantshoeve in de Lot-et-Garonne. In beide regio’s hebben ze, bij toeval, schitterende wijn.
De eerste gite is pas beschikbaar vanaf zaterdag, maar om bovenvermelde redenen lijkt het ons nuttig om reeds vroeger het land, of wat ervan overschiet, te verlaten.
Met de koning in het achterhoofd nestelen we ons voor twee nachten in een achttiende-eeuws kasteel, in een chambre d’hôte in Tavers, vlakbij Orléans, voor we aan onze eigenlijke vakantie beginnen.
Het weer is er alvast Belgisch bij aankomst. Geen drash nationale, maar wel het eeuwige noch vis noch vlees-weer waar we in België nu al drie weken genoeg van hebben. Gesmos, koud, af en toe een opklaring, dan weer wat warmer.
Toch klagen we allerminst. Het ontvangst is hartelijk en de twee suites zijn adembenemend, zowel van grootte als qua luxe en dat voor 40 euro meer dan een ordinaire Formule 1 voor 4 personen. Hier kom je echt tot rust.
Na een korte verkenning van de grote tuin rond ons chateau, trekken we naar Beaugency, een oud stadje vlakbij, waar het heerlijk vertoeven is. Bij zonnig, zomers weer moet dit echt de max zijn. De smalle straatjes, de oude natuurstenen huisjes, de restanten van een roemrijk verleden, de weelderige bloemen aan de gevels, de ambiance aan de Loire waar het uitgeregende strand ongetwijfeld the place to be wordt voor alle omliggende gemeenten.
Wat ons ook goed bevalt, is ons diner in ‘L‘idée’. Voor de prijs van een gewone bistro krijg je er net dat ietsje meer. Ook aan de kinderen is gedacht. Niet dat er zoveel keus is voor de kleine soort (ofwel is het vis, ofwel is het vlees), het eten is zeer lekker en redelijk onverwacht als kindermenu. Doorgaans is het kippetje friet of hamburger friet om onze noorderburen te paaien wanneer zij met hun minderjarig gevolg zuidwaarts keren. Hier staat er echter steak met aardappeltjes en knolselder op het menu, rijkelijk maar niet overdadig voorzien van een subliem lekkere saus.
Finn, en in mindere mate ook Rune, verdrinkt thuis onder goedkeurend toezicht van pa en ma steevast sommige delen van zijn bord in de ketchup, zolang hij maar van alles iets eet. Hopelijk leren ze stilaan de dosis rode drap te verminderen, zodat geleidelijk aan de ware smaak naar boven komt. Althans, dat is de idee.
Ketchup en mayonaise zijn al helemaal niet te vinden in ‘L’idée’, wel dus een heerlijke saus die uitnodigt om alles op te eten wat er op je bord ligt en ook het broodmandje (enfin, dan toch de inhoud ervan) moet eraan geloven, alleen maar door toedoen van Rune en Finn.
In de moderne badkamer gaan de kinderen daarna op zijn René Frogers drie keer uitgebreid in bad. Niet veel later vallen de luikjes van de kids dicht en stort ik me op de nieuwste editie van Het Belgisch labyrint van Geert van Istendael.
22:33 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
04-07-10
11 juni – Klaar voor de terugreis

Val de Gilly ligt er nog even vredevol bij als vorige week. Opnieuw komt een vriendelijke dame de deur openen van de degustatieruimte. Wanneer ik vertel dat ik op twee weken tijd nergens betere rode wijn heb gedronken dan op hun domein en al zeker niet voor die prijs, is de dame duidelijk gecharmeerd. Ze laat me de rode wijnen nog eens proeven zodat ik een weloverwogen keuze kan maken. Met 2 bibes en 4 kartons rode wijn rij ik opnieuw langs Grimaud naar huis met het Requiem van Mozart, uitgevoerd door Collegium Vocale, redelijk hard. Het zit erop. De twee weken zijn voorbijgevlogen, soms letterlijk dankzij de windstoten.
We zijn klaar om morgen terug te keren: we hebben voldoende wijn mee om 2010 en de eerste helft van 2011 door te komen, we hebben de auto alvast ingeladen en ook qua ‘mee zijn met wat in de Nederlanden gebeurt’ hebben we onze achterstand ingehaald.
Sinds begin deze week hebben we immers een internetverbinding in ons natuurdomein, wat ons reeds enkele dagen de mogelijkheid geeft om de politieke situatie in Vlaanderen en Nederland te volgen, mails te lezen, Facebook-statussen te controleren, enz. Toch hebben we ons heel de tijd kunnen inhouden en is pas gisteravond voor het eerst de mailbox gelicht.
Een kleine 300 mails werd op minder dan een half uur geskipt wegens achterhaald of onzinnig. Met een goed glas wijn naast een zwembad is het blijkbaar eenvoudiger om het kaf van het koren te scheiden.
Op die manier komen we morgenavond zorgeloos aan en rest ons alleen nog het uitpakken van de koffers, het aanvullen en op orde brengen van de wijnkelder, het zomerklaar maken van ons terras, het inhalen van twee weken De Morgen en De Standaard die ongetwijfeld samen een halve meter innemen, het selecteren van foto’s uit de bijna 1000 kiekjes die we hebben genomen om er een fotoboek over samen te stellen, het uitbrengen van een overtuigde stem en het afbreken van verkiezingsborden. En zo … kunnen we kort daarna opnieuw in een dagelijks werkritme vallen dat zoals gezegd nog enkele maanden azuurblauw gekleurd zal zijn met oranjebruine tinten, al was het maar omwille van de zonnebril uit Cannes.
13:22 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
03-07-10
10 juni – De rest is het best

De voorlaatste dag op het domein. Om te vermijden dat we een halve voorraadkast en een groot deel van de ijskast mee naar huis moeten nemen, maakten Els en ik gisteravond een beperkt boodschappenlijstje om wat er nog is aan te vullen zodat we de komende dagen op een deftige en zelfs culinaire manier kunnen overleven. Als snel bleek dat alleen voor de barbecue van morgenavond nog brood en vlees gekocht moest worden. Voor vandaag is er niets nodig, dus in tegenstelling tot de voorbije dagen kopen we geen etenswaren op de markt.
Ons marktbezoek in Le Lavandou heeft dan ook meer te maken met de verjaardag van moeke die er stilaan zit aan te komen. We kopen een pak lokale producten die voor een fijne zuiderse sfeer zullen zorgen op haar terras, want ook in België moet het ooit eens zomer worden.
De marktkramen worden driebiggetjesgewijs bijna weggeblazen. Het lijkt erop dat we de vakantie afsluiten zoals we hem hier gestart zijn: met een stevige permanente wind die geregeld nog eens extra uithaalt. Het geluid van opzwepende commerçanten en marktbezoekers die druk gesticulerend hun woorden kracht bijzetten, wordt dan ook bij elke extra rukwind onderbroken door het gekletter van goedkope prullaria die tegen de straatstenen donderen. Andere marktkramers lijken geen last te hebben van de forse uithalen van de wind, zelfs hun dunnen sierflessen blijven kaarsrecht naast elkaar staan terwijl iets verder een volledig kraam met zomershorten voor 5 euro tegen de vlakte gaat.
Rune krijgt op de markt zijn eigen petanquehoed en is apetrots op deze alvast vestimentaire stap voorwaarts in zijn persoonlijke ontwikkeling.
Toch durven we het niet aan om hem de hoed overdag te laten dragen. Onze ervaring met een van de vliegers gisteren en de niet aflatende stroom van ontgoocheling die Finn daarop losliet, doen ons vermoeden dat Rune minstens even onder de voet zou zijn als de wind zijn hoedje metershoog zou opnemen en ergens op een terras van een appartement zou neergooien.
De boodschappen worden daarom eerst uitgeladen in de koffer voor we op zoek gaan naar een plek om iets te eten. Na de lunch kuieren we wat rond in de fijne straatjes rond de kerk van Le Lavandou. Het bulkt er van de fonteinen, maar ook de terrasjes en koopwarenkraampjes zijn zoals gebruikelijk goed vertegenwoordigd.
Centraal in het dorpje liggen onder enkele rijen platanen verschillende petanquebanen. Sinds Rune de kunst van het jeu-de-boulen onder de knie heeft, intrigeert het spel hem mateloos, zeker wanneer ook ‘grote mensen’ dit als tijdverdrijf spelen en hier enorm in opgaan. De senioren die het ene balletje na het andere met een grote nauwkeurigheid neergooien op het okerbruine veld alsof het een precisiebombardement in Dresden betreft, kunnen dan ook op heel wat jeugdige belangstelling rekenen. Sinds vandaag weten we overigens dat het kleine balletje een cochonet heet.
Voor we opnieuw richting ons domein rijden, passeren we nog even langs Domein de la Sanglière, een domein waar Swa en Bertus eerder al onder de indruk waren geraakt van degelijke wijnen. De wijnen zijn er inderdaad zeer lekker, maar de prijs is evengoed mee geëvolueerd. Daarom is mijn besluit zeer overtuigd: morgen keer ik terug naar Val de Gilly om er nog eens te nippen van de rode wijnen en een extra voorraad in te slaan.
Vanavond vindt de finale van Mijn Restaurant plaats in Vlaanderen, en ook hier tegen een achtergrond van groen bedekte heuvels waar wijngaarden aanlokkelijk staan te pronken worden hogere registers open getrokken. De ‘restjes’ uit de ijskast en de voorraadkamer vormen samen een drie-, en afhankelijk van de recensent, mogelijk zelfs een viersterrengerecht. Als voorgerecht mosseltjes op de barbecue met look, kaas en peterselie. Als hoofdgerecht warme worteltjes en overheerlijke groene asperges op een bedje van correct gegaarde rijst, begeleid door een citron-beurresaus. Zet er nog een lekker glas witte wijn naast en Peter Goossens … kom maar op met die helikopter.
20:47 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
02-07-10
9 juni – Daar vliegt de vlieger

Het oogt somber buiten. Wolken hangen bijeen gepakt boven de vallei al probeert de zon er met een ochtendlijke ambitie door te breken, wat we ten zeerste weten te appreciëren. Ondanks het wolkenpak is het net als elke ochtend perfect mogelijk om buiten te eten. De thermometer staat al boven de 20°. Het is zelfs nog iets warmer dan op andere dagen.
Wanneer we naar Sainte-Maxime rijden, houden we halt bij het wijnhuis in Plan De La Tour waar ik maandag een eenvoudig wit wijntje had gekocht. Het was de enige wijn die me tijdens de proeverij was bijgebleven en aangezien ik nog niet al te veel wit godenvocht had aangekocht, bedankte ik de dame aan de degustatietoog met de aankoop van een bag-in-box van 5 liter. Na 24 uur koelen trok ik gisteren het vaatje open omdat onze bag-in-box met witte wijn uit Aix zijn laatste drup had gegeven.
Onmiddellijk viel op dat de wijn redelijk troebel oogde en hij had een nogal vreemde geur. Ook de smaak was zeer sterk. Ik begon mijn smaakpapillen zwaar in vraag te stellen, niet omdat ik de vreemde smaak proefde, want Els reageerde net hetzelfde, wel omdat ik die bij de wijnproeverij niet had opgemerkt. Of, er moest iets mis zijn met de bag-in-box.
Ik trek dus mijn stoute schoenen aan vanuit de idee: een non heb je, een oui kun je krijgen, tenzij je in Hertoginnendal vergadert.
Met een gekoelde bibe loop ik het wijnhuis binnen en probeer ik de dame aan de degustatietoog in mijn beste Frans uit te leggen dat ik vermoed dat er iets mis is met de wijn. Ze gooit me een blik toe, zoals de andere wijnhandelaar uit Plan de la Tour me maandag initieel had gegund: Weer zo'n toerist die denkt dat hij iets van wijn kent en de interessante kan komen uithangen. ‘Attend, ik roep er even de sommelier bij’, zegt ze als ware het bedoeld als afschrikking: je kunt nog vluchten.
Met tegenzin gaat ze in het magazijn kijken, loopt ze even naar buiten en probeert ze verschillende binnenlijnen uit. Zonder resultaat. Als een deus ex machina stapt de sommelier even later plots binnen. Hij neemt een glas, kijkt naar de kleur. ‘Sans soucis’ is het enige wat hij zegt. Hij ruikt aan het glas. ‘Sans soucis.’ Proeven van het glas doet hij niet, hij merkt dat er iets is misgelopen en doet teken naar de dame dat ze me een ander vaatje mag geven. Hij legt daarna rustig uit wat er mogelijk is gebeurd: waarschijnlijk is er lucht in de zak van het vaatje terecht gekomen en is ook bij het afsluiten van de bibe een fout gemaakt; daardoor is de wijn blijven evolueren en is hij overdone geraakt. Met een nieuw vaatje trek ik naar de auto en prijs ik mijn smaakpapillen.
In Sainte-Maxime wachten Alessandro, Isabeau, Patrick en Veronique ons op. Er staat te veel wind en er is net iets te weinig zon om onmiddellijk in te gaan op de wilde zeeplannen van de kids. Als alternatief worden de vliegers boven gehaald. De vliegers zijn zeer eenvoudig qua concept: gewoon het touwtje afrollen en de vliegers in de lucht proberen te krijgen, zonder eerst een meccano-plan te moeten volgen om houten staafjes en touwtjes met elkaar te verbinden.
Na een paar duikvluchten die steevast in het zand eindigen, krijgen Patrick en ik het vliegeren stilaan in de vingers en proberen we enkele basic ervaringen te delen met de kinderen die de tijd van hun leven ervaren. Het is ook wel redelijk indrukwekkend om een driejarige een vlieger in de lucht te zien houden die tientallen meters boven hem rondcirkelt zoals een roofvogel in deze streken doorgaans een hagedis of een pad al cirkelend in de gaten houdt alvorens ongenadig toe te slaan.
’s Middags lunchen we lekker in L’Amiral, een van de vaste adresjes van Patrick en Veronique. De kinderen steppen zich moe op het uitgestrekte terras voor de zaak. De zon is ondertussen weer volop van de partij, zodat we zelfs de schaduw moeten opzoeken.
Het geluk is slechts van korte duur. Tegen de tijd dat we het strand opzoeken is het weer gekeerd. Wind zet op, de wolken trekken hun gordijnen toe en de temperatuur daalt naar een 25°. Toch kan dit de pret voor de kinderen niet drukken. Ook Els denkt er goed aan te doen de vliegers opnieuw boven te halen, maar heeft nog maar net de eerste luchtwaardig gemaakt of een rukwind gaat er met de vlieger vandoor. Enkele tientallen meters verder plonst het ding het woelige zeewater in.
Licht gezandstraald keren we terug naar ons domein waar een eenvoudige broodmaaltijd ons opwacht, nadat we kort even onder de douche zijn gegaan. Vers brood, een stukje schapenkaas, nog wat tomatentapenade van gisteren. C’est tout.
Voor het slapengaan oefent Rune nog wat woordjes. Hij begint, nu het eerste leerjaar in zicht komt, interesse te krijgen voor teksten en taal in het algemeen. Hij wil begrijpen wat er staat, wil weten welke klanken er achter letters schuilen. Elke avond mag hij 8 woordjes kiezen die we stap voor stap met hem opbouwen. Wat hoor je? Welke klanken en letters ken je al? Rune schrijft ze op. Apetrots heeft hij ondertussen 24 woorden en namen geschreven en kent hij min of meer de helft van het alfabet.
14:57 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
01-07-10
8 juni – Zien en gezien worden in Saint-Tropez

Saint-Tropez doet aan vanalles denken: aan Louis de Funès en zijn gendarmes, aan boten die liefst zo opzichtig en groot mogelijk zijn en aan bruingebrande lichamen die met grote zonnebrillen over de dijk flaneren.
Klopt allemaal. Zonder fout. Waar echter niemand aan denkt, zijn bromfietsen. Saint-Tropez stikt ervan. Het verkeersinfarct van Sainte-Maxime naar Saint-Tropez in de voormiddag en omgekeerd in de namiddag is bij de locals zo’n gemeengoed dat ze liever investeren in gemotoriseerd lawaai op twee wielen dan elke dag, zoals wij, met een slakkengang vooruit te bollen. En dan zijn we momenteel nog in het laagseizoen. In de zomermaanden sta je gewoon een volledige dag stil tussen de badplaatsen, vandaar dat malafide bootbedrijfjes er niet beter op gevonden hebben om je tegen belachelijk hoge prijzen van strand naar strand te varen. Nu, de gemiddelde Sainte-Maximiliaan en Saint-Tropeziër is kapitaalkrachtig genoeg om er geen belegde boterham minder voor te eten, dus maak je daar geen zorgen over.
Met moeite vinden we een parkeerplaats in het stadje dat we ons veel groter en luxueuzer hadden voorgesteld. Saint-Tropez is niet groots aan land, maar wel op zee. Hoe groter de boot, hoe belangrijker je bent en, zo blijkt ’s middags tijdens de lunch, hoe fouter je kledingkeuze is, toch wat de rijke oude stinkerds betreft die er met een jonge, liefst zwarte, dame op uit varen en flaneren langs de vele terrasjes.
Want dat is Saint-Tropez: zien en gezien worden. Mensen die zich kleden en opmaken om te flaneren. Andere, maar soms ook dezelfde mensen die zich nestelen in een zetel, jawel, een zetel op een terras. Alle terrasstoelen en ook de terraszetels op luxueuzere terrassen zijn gericht naar de promenade langs het water.
Cultureel heeft de stad naast de citadel weinig te bieden, maar dat verwacht ook niemand van Saint-Tropez. Toch is het een aanrader om dit hoogste punt te beklimmen want je hebt er een groots zicht op de stad, de baai en enkele andere badplaatsen.
Voor de rest biedt Saint-Tropez dat wat je ervan verwacht: veel winkels, kunstgalerijen en terrasjes. De markt op de Place des Lices is zeker ook een aanrader, net als de ambachtelijke ijsjes op de dijk.
Wat een verplicht nummertje was op ons programma, zeker omdat de badplaats maar een half uur van ons domein verwijderd ligt, valt uiteindelijk reuze mee, zodat we tot voorbij drie uur in de stad flaneren.
Het is aangenaam vertoeven in Saint-Tropez en de straatjes lijken, in tegenstelling tot wat je ervan verwacht, eerder gecopypaste uit een authentiek Provençaals dorpje dan uit een grote stad in de regio.
Wanneer we op het domein aankomen, duiken Els en Rune onmiddellijk in het water. Finn houdt het bij pootjebaden op de trapjes van het zwembad. Ikzelf lees verder in Encore Provence, want zwemmen is niet direct my cup of tea.
Het moet ondertussen een kleine 20 jaar geleden zijn dat ik nog eens een zwembad gefrequenteerd heb om er zelf de borst nat te maken. De oorzaak hiervoor ligt hem in een redelijk traumatische ervaring in SunParks. Zoals elk jaar verbleef ik in mijn puberteit met mijn ouders in een bungalow in Nova Park in De Haan. Toen niet zo ver van het bungalowpark, waar ik als 12-plusser nog maar weinig vertier vond, een SunParks opende, was ik niet weg te slaan uit het waterpretpark. Tot ik op een dag in het golfslagbad op een moment dat er geen golven waren aan de kant aan het zwemmen was. Het gebeurde wel meer dat het pas aangeplante groen aan de ‘oever’ bladeren verloor die in het water terecht kwamen, maar drie blaadjes die zo’n frivool trio vormden en samen in het water dreven, vond ik echt wel opvallend, tot ik dichter kwam. Het waren geen blaadjes die net voor de golven eraan kwamen zorgeloos ronddobberden zo’n halve meter van mijn neus, maar drie drolletjes. Gewoon gortig. Op dat ogenblik trekt je puberale redeneervermogen overtuigd aan de alarmbel. Sinds die ervaring in SunParks beschouw ik zwembaden als openbare toiletten met als enig verschil dat er meer water bij komt kijken.
Het is dan ook een redelijke overwinning te noemen dat ik vandaag de sprong in het diepe gewaagd heb, alhoewel ‘sprong’ is misschien iets te dichterlijk overdreven. Trapje per trapje daal ik af ik het veel te koude water, op vraag van zowel Rune als Finn. Het is verschrikkelijk koud en alle zin om effectief ‘ten onder’ te gaan ontbreekt me.
20 jaar op het droge hebben ervoor gezorgd dat de zwemfinesse volledig is verdwenen. ‘Baksteenslag’ lijkt me dan ook de meest correcte benaming voor de zwempogingen die ik onderneem. Rune, die ondertussen heen en weer zwemt, staat duidelijk een eind verder dan zijn ouwe.
Na goed een half uur in het water komt stilaan een zekere routine in de zwembewegingen en begrijp ik ten volle waarom zwemmen een sport genoemd wordt voor je hele lichaam.
Wanneer de kinderen in slaapstand gaan, breekt de papa-en-mama-tijd aan op ons terras. Een kleine selectie tapas moet eraan geloven. Het is fijn vertoeven in de Provence.
21:45 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
29-06-10
7 juni – Encore Provence

Aangezien het vandaag op het vlak van geplande uitdeurse activiteiten even rustig is als de voorbije drie jaar op het vlak van staatshervorming zijn voorbij gedreven in Belgenland, besluit ik van de gelegenheid gebruik te maken om de aanwezige wijnvoorraad gericht uit te breiden.
Twee adresjes in Plan de la Tour zelf zorgen ervoor dat de zomer in Halle in Provençaalse sfeer kan verlopen. Een vin quotidien, zowel in blanc als rosé worden in 5 litervaatjes ingeslagen. Hoewel het gewone landwijntjes zijn, wil ik de gemiddelde grootwarenhuiswijn van 7 euro en meer per fles er gerust naast zetten.
De fijne bijkomstigheid van het persoonlijk aankopen van wijn in het zuiden, is dat je thuis op je terras bij elke slok opnieuw herinneringen kunt ophalen aan de veel te korte tijd die je ter plaatse hebt doorgebracht en de wijnproeverij in het bijzonder.
Ook deze wijnproeverij is weer bijzonder: door mijn gebrekkig Frans kom ik over als de eerste de beste toerist die er zijn alcoholprobleem nog wat groter komt maken. Het is maandagochtend: de man die van tussen de grote wijnvaten komt, schenkt met zichtbare tegenzin zijn eerste glaasje in en is karig qua commentaar. ‘Waarschijnlijk weer een Hollander die een half uur mijn tijd komt opeisen en daarna met amper één fles van de goedkoopste vin de pays het hazenpad kiest, terug naar zijn sleurhut’ zie ik hem denken.
De eerste witte wijn is niet direct mijn meug en ik zeg hem dat ook. Hij is zichtbaar nog meer geïrriteerd. ‘Wat denkt die Hollander wel?’ Hij gaat verder met het vullen van bag-in-boxen rechtstreeks van het vat en bedient ondertussen een oude man die met enkele lege 5 literflessen komt aangestrompeld.
Bij de laatste witte wijn en bij de rosé ben ik duidelijk wel onder de indruk en hoewel hij me niet constant in de gaten houdt, merk ik aan zijn reactie een gevoel van ‘daar heb je niet van terug, hé’. De volgende rosé is echt bingo, een zachte wijn met een vleugje muskaat. Heerlijk gewoon, al heb ik het vermoeden dat het vooral een vrouwenwijn is. In mijn beste schoolfrans knoop ik opnieuw het gesprek aan: ‘Die muskaattoets maakt het heel fris, een typisch vrouwenwijntje, niet?’ Hij stopt zijn werkzaamheden en is verrast dat ik de muskaat herken.
Op dat ogenblik keert het gesprek en vertelt hij opeens veel rustiger dan ervoor, zodat ik hem zou kunnen begrijpen, dat de wijn ook zeer geschikt is bij grillades en dat het een van zijn best verkochte wijnen is. Het gesprek evolueert in positieve zin, hij maakt tijd om alles ten gronde toe te lichten. Ik sluit af met de bestelling: 2 keer 5 liter van de muskaatrosé, 5 liter van de normale rosé en 5 liter van de beste blanc. Het duurt even voor ik het door heb, maar hij haalt bij de afrekening een ander blaadje boven met de tarieven van de wijn. Ik krijg de wijnen mee aan het tarief van 2009. Niet dat het gigantisch veel verschil maakt, maar de geste is gezien de moeizame start zeer fijn om ervaren. Hij begeleidt me naar de auto en wenst me nog een fijne vakantie. De handdruk is oprecht.
Meer dan 20 jaar geleden schreef Peter Mayle zijn bestseller Een jaar in de Provence. Mayle beschrijft zeer kleurrijk zijn belevenissen gedurende zijn eerste jaar in de Provence. Het is een echte aanrader voor wie een trip naar hier plant. Ik heb ervan genoten tijdens onze eerste week in de Provence, twee jaar geleden in Laudun nabij Orange.
In de namiddag begin ik aan Encore Provence van Mayle en kan me onmiddellijk herkennen in de beschrijvingen van de couleur locale en de typische Provençaalse savoir-vivre, ook al merk je dat het zijn vierde boek is over de Provence en de man stilaan leeggeschreven raakt.
De rest van de namiddag glijdt voorbij en voor we het weten staat de barbecue te smeulen. Van het aangekondigde regenweer komt weer niets in huis. De weergoeroes in Frankrijk zijn duidelijk van een even bedenkelijk allooi als hun Vlaamse tegenhangers. Een zonnige avond op het terras met in de late avond mosseltjes met look en peterselie op ons mini-barbecuetje waar geen houtskool maar wijnranken voor de warme gloed zorgen. En voor de rest de bedenking dat er meer van dat mag komen. Encore Provence dus.
22:13 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
28-06-10
6 juni – Lazy Sunday, en niet alleen in the afternoon

Op mijn tocht voor ovenvers brood heb ik vanmorgen twee compagnons de route. Rune en Finn genieten mee van de ochtendlijke puurheid van het Massif des Maures. Van de ergernis dat we in the middle of nowhere zitten en het gereken hoe lang het duurt eer je in de bewoonde wereld terechtkomt, blijft nog maar weinig over. Bij onze aankomst precies een week geleden zaten de omstandigheden niet direct mee: we hadden er een lange autorit opzitten, de rally duurde langer dan gepland waardoor we de omgeving van het domein niet op konden en als klap op de vuurpijl duurde het bijna een uur in het donker voor we het domein gevonden hadden. Een week later lijkt een rit naar het dorpje zo voorbij, zijn we gewend geraakt aan de soms scherp kronkelende wegen en meer nog: we raken elke dag nog meer betoverd door de eindeloze zichten en de ongerepte natuur.
Gepakt met een gesneden brood, een baguette, enkele beignets en een fijn lokaal ontbijtdessertje komen we een klein uur later opnieuw aan op Les Claudins. De laptop zorgt zoals steeds voor een aangepaste opener van weer een stralende dag: Dos Cervesas por favor van Tom Waes. Het is dé hit van onze vakantie hier. Rune, en ondertussen ook Finn, zingt het nummer naadloos mee en we zijn van plan om er volgende week ook gebaren bij te verzinnen. Voor de rest speelt de muziekbibliotheek in Windows Media Player ad random. Alsof God (die hier ook ergens in de buurt moet wonen) ermee gemoeid is, worden alleen loungie en rustige Franse songs geselecteerd tijdens ons ontbijt: Gilbert Bécaud, Michel Delpech, Gerard Lenorman, noem maar op, ze passeren allemaal de revue.
Vandaag voeren we uit wat we gisteren beslist hebben: we schrappen redelijk drastisch in ons programma. Antibes met het zeedierenpark wordt geskipt wegens veel te duur en het waterpark doen we niet omdat het gesloten is. Ook door de planning van de komende dagen zijn we gisteravond met de zeis gegaan: Nice, Monaco en Montecarlo zijn allemaal voor een latere keer. Elke dag zat zo stampvol dat we waarschijnlijk over een week met reisstress waren thuisgekomen.
Wat komt er dan in de plaats hoor ik je denken? Wel, daar kan ik kort in zijn: zo goed als niets. We hangen rond aan het zwembad, komen er eindelijk toe om meer dan 10 pagina’s te lezen in een boek en spelen nog wat met de ballen.
Het enige wat we vandaag buitenhuis presteren, is kuieren op een brocantemarkt midden tussen de wijngaarden aan de voet van Grimaud. We zijn er niet alleen. De parking, wat niet meer is dan een braakliggend wijnterrein, staat afgeladen vol met ik schat zo’n 500 auto’s. Tel per auto een drietal personen en je hebt een beeld van de drukte die een brocantemarkt op het Provençaalse platteland teweeg brengt. Meer dan 1000 kooplustige vlooienfetisjisten, kruimelkenners en rommelzoekers zijn er tegelijk op zoek naar de koop van hun leven. Naast de antiek- en brocanteverkopers die ook professioneel hiermee bezig zijn, mag iedereen die beschikt over een oud tafellaken of een sprei waar het koopwaar op uitgestald kan worden, een standje opzetten. Veel mensen komen er eerst wat spullen van de hand doen en gaan daarna met het pas verdiende geld op zoek naar nieuwe snuisterijen, zo ook Veronique, de moeder van Alessandro die een echte kenner en liefhebber is van dit soort marktjes.
Er staan heel veel mooie en authentieke dingen tussen, maar jammer genoeg ontbreekt het ons aan ruimte in de auto om deze tuinprullaria mee te nemen naast onze kinderen, onze bagage en de aangekochte kartons wijn. Toch steekt één bordje me de ogen uit: een oud straatnaambordje met de naam ‘Impasse de l’église’. Dat zou mooi hangen bij het begin van onze oprit. In alle betekenissen lijkt het me de beste plaats om het bord een nieuw leven te geven, alleen weet de verkoper ook de marktprijzen redelijk goed naar boven af te ronden: quatrevingt-dix. Ik laat het bordje voor wat het is en bedenk me dat ik voor dat geld zo’n 40 liter excellente rode wijn van Val de Gilly kan kopen.
Voor de rest, zoals gezegd, drijft de zondag rustig voorbij, net zoals de wolken die ’s avonds proberen om onze dagelijkse afspraak op ons terras te bemoeilijken met gespetter. Het blijft echter bij enkele goed geprobeerde druppels.
Morgen zal de dag ook op siesta-modus verlopen aangezien Finn de nacht ingaat met 39,9° koorts.
19:51 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
23-06-10
5 juni – Cannes, the sequel

6 jaar geleden deden we Cannes al een keer aan, het was een van de stops tijdens een geslaagde cruise in de Middellandse Zee. We waren toen nog met z’n tweetjes, al maakte Rune, die 3 maanden later geboren zou worden, onbewust ook al alles mee.
We maken er een punt van exact dezelfde weg af te leggen als zoveel jaar geleden en starten dan ook met de overdekte markt. Vorige keer bleef het bij het opsnuiven van de couleur locale omdat het nu eenmaal weinig zin heeft om je eigen groenten, vlees en kaas mee aan boord te nemen als je in all inclusive nog 10 dagen voor de boeg hebt. Nu slaan we een voorraadje verse producten in en doen we ons te goed aan olijfolie en kazen.
Eens papa al deze delicatessen in de kofferbak heeft gestopt, is het al tijd voor een snelle lunch. Ook die vindt plaats op exact dezelfde plaats als 6 jaar geleden, namelijk in de Mc Donalds. Toen was het een gebrek aan culinaire bagage die ons richting Big Mac dreef, nu zijn het de kinderen die erop staan om op frietjeszaterdag hun gerief te krijgen. En, laat ons eerlijk wezen, papa en mama kunnen er ook nog steeds van genieten. Heel de week al proberen we zo gezond mogelijk te eten en ook de kinderen krijgen steeds iets anders dan de steak hachée met frietjes die overal als kindermenu te krijgen is. Eén keer écht zondigen per week mag wel.
Cannes is nog steeds de stad van ‘zien en gezien worden’. Hoe opzichter je bril is, hoe korter je rokje en hoe drukker je in de weer bent met je iPhone (een gsm op zich is niet voldoende), hoe beter je past in het straatbeeld. Wil je als Cannesiaan (of is het Cannesiër?) aanvaard worden door de burgerlijke stand, moet je aan een aantal voorwaarden voldoen: je moet ten minste 6 meter boot hebben, over minimum twee buitenverblijven beschikken en op z’n minst al eens met Paris Hilton op stap zijn geweest tijdens een van de filmfestivals. Anders kun je het wel schudden.
Begeleid door het gejoel van een pas voltrokken huwelijk in het stadhuis zetten we onze tocht verder. Na een stevige klim bereiken we het Musée de la Castre. Finn is voor de laatste keer in all inclusive mee op reis en geniet er zichtbaar met volle teugen van. De armen achter het hoofd, compleet ontspannen, kan hij het wel hebben als papa zich een ongeluk berg op duwt, terwijl mijnheer ligt te zonnebaden in zijn buggy.
Het museum heeft nog niets van zijn charme verloren. Voorhistorische gebruiksvoorwerpen en kunstwerken van over de hele wereld staan er prachtig uitgelicht tentoongesteld met respect voor de eigenheid van elk voorwerp. Veel conservatoren mogen hier een staaltje aan nemen. Dit is top.
Jammer genoeg is een van de ‘attracties’ van het aanpalende instrumentenmuseum in onbruik geraakt. Bij ons vorig bezoek konden we de instrumenten uit de verschillende werelddelen laten weerklinken door op een knopje te drukken bij het instrument. 6 jaar later staan de knopjes er nog, alleen is er geen enkel knopje meer dat effectief werkt.
We eindigen ons bezoek aan Cannes met gekuier door de winkelstraat waar in tegenstelling tot het imago van de stad producten worden gesleten tegen spotprijzen. Ik doe mezelf een nieuwe zonnebril cadeau voor 5 euro. En, het moet gezegd, een bril kleurt je leven. Mijn nieuwe zonnebril heeft een oranjebruine schijn, maar biedt optimaal bescherming tegen iets te ambitieuze zonnestralen. Mijn kijk op de wereld verandert en verbétert met de aankoop van een brilletje van 5 euro, de wereld ziet er voortaan zomers en zuiders uit. Ik val in herhaling, maar ‘het leven kan simpel zijn’.
00:40 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
22-06-10
4 juni – En ja, we denken ook aan het thuisfront

4 juni is de dag van het schoolfeest in Pierenbos, de dag van de braderij waarop ijverig geflyerd dient te worden voor de verkiezingen van 13 juni en wij … wij trekken van chateau naar chateau, bezoeken de abdij van Thoronet en ontspannen op het zonovergoten terras van ons huisje. Het kan dus duidelijk ook anders.
Om het thuisfront hiervan op de hoogte te brengen, versturen we naar goede gewoonte kaartjes naar vrienden, familie en collega’s. Enig gevoel voor leedvermaak is hierbij niet afwezig. Toch menen we het heel oprecht aan iedereen die we aanschrijven: ‘Mensen, er is meer.’ Doorgaans houden we zelf de Zuid-Franse modus tot het einde van de zomervakantie vol om daarna opnieuw in een dagelijks ritueel te vervallen.
Tijdens het kaartjesschrijven komen Eddy en Ingrid nog even langs. Aangezien hun kofferbak al redelijk vol zit, onder andere met de wijnsuggesties van Val de Gilly die ik hen aan de hand had gedaan (het een plezier is het ander waard), komen ze hun overblijvend proviand dat de reis naar België moet missen, inruilen tegen een glas witte wijn. We delen adressen uit en spreken af om in de zomer nog eens af te spreken.
Valt het op dat ik vandaag niet veel zin heb om te schrijven?
00:03 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
20-06-10
3 juni – “Hallo, iemand een dierenverzorger gezien?”

De temperaturen flirtten de voorbije dagen met de 30° en de zon was dan ook prominent aanwezig. Mijn ondertussen sterk uitgedunde haarsnit stelt qua bescherming tegen de provençaalse zon niet veel meer voor. De voorbije jaren heeft de tand des tijds even genadeloos zijn werk gedaan op mijn hoofd als de boomkappers die het regenwoud met een gestage regelmaat uitdunnen ter wille van de rijke westerlingen die graag een terrasvloer in tropisch hardhout hebben.
Tijd dus voor een gepast hoofddeksel. Op het marktje van Plan de la Tour, naast de 12 petanquevelden die er op dat uur nog verlaten bij liggen, vinden we al snel enkele mooie modellen van zomerse hoeden die hier standaard zijn in het straatbeeld, alleen: een geschikte maat vinden is niet evident. Met een hoofdomtrek van 63 cm is het ook voor de verkoper even krabben onder zijn hoed. Niettemin vinden we een aardig exemplaar dat onmiddellijk in gebruik wordt genomen.
Even later trekken we zigzaggend over de steeds mooier wordende heuvelwanden naar het Parc Zoologique bij Fréjus. De dame aan de ticketbalie weet ons te vertellen dat we maar liefst 47 euro mogen neertellen om binnen te mogen. Volgens de aankondiging kunnen we ons in het park verwachten aan een grote diversiteit aan dieren waar je met de auto tussen mag rijden. Een soort Beekse Bergen dus, denken we.
Mis! Waar je net over de Nederlandse grens effectief tussen de dromedarissen en de buffels kunt rijden met serieuze risico’s voor alles wat los en vast zit aan je wagen, is hier het ‘rijden tussen de dieren’ beperkt tot ‘rijden tussen de dierenkooien’. Waar je in een normale zoo wandelt, is hier voldoende ruimte voorzien om het parcours met de auto te doen, that’s it, meer is er niet. Als je de autotour volgt, merk je op sommige plaatsen wel dat het er ooit anders moet hebben uitgezien, getuige de zones tussen de verschillende ‘reservaten’ die dieren niet kunnen oversteken, maar geen probleem vormen voor de gemiddelde Cardoen-auto. Alleen … er zitten geen beesten meer in de reservaten. Ze zijn opgesloten in troosteloze hokken. Vaak druk bevolkt, soms eenzaam en alleen in een veel te groot hok. ‘Diep droevig’ zouden Peeters en Matthysen dit ‘dierenverhaal’ noemen.
Jaren geleden was een reportage over de Olmense Zoo met onverzorgde kooien en verwaarloosde dieren een reden om de boel er tijdelijk volledig te sluiten en orde op zaken te stellen. Ik hoop dat de Kobe Ilsens en de Erika Van Tielens van deze wereld hier snel eens binnenvallen om een uitgebreide reportage te maken over hoe het niet moet. Misschien vinden zij dan wel een bewaker of een dierenverzorger voor een goed undercovergesprek. Wij hebben buiten de dame aan de kassa die ons 47 euro aftroggelde geen levende ziel in werkplunje gezien tijdens ons bezoek aan het park dat toch zo’n 1,5 uur heeft geduurd.
Met de hoed in de hand bereiken we Les Arcs waar het ons opvalt dat petanque geen vrijblijvend tijdverdrijf is. Verschillende ploegen met elk een eigen outfit nemen het tegen elkaar op. Competitiesport dus met pastis als doping.
In tegenstelling tot Grimaud lijkt de oude stad van Les Arcs onbewoond en compleet verlaten. Ik kan me dan ook inbeelden dat dit de ideale locatie is voor de communiefoto’s van de lokale 6- en 12-jarigen.
In Vidauban rijden we voorbij het dorpsplein en je raadt het nooit: ook daar zijn ze aan het jeu-de-boulen, en niet met de spreekwoordelijke twee man en een paardenkop, maar met verschillende ploegjes (weliswaar zonder competitie-outfit) en een schare fans die van aan de kant ijverig het verloop van het spel becommentariëren.
Als je zo kort na elkaar drie keer een pak volk op een plein met balletjes ziet gooien, kun je niet anders dan even nadenken over wat je zelf op dat moment van de dag zou doen, als je niet met vakantie zou zijn. Het antwoord is eenvoudig: werken, stress kweken, koffie drinken om alles ‘te blijven zien’. En even later vraag je je af: wie doet het nu fout: wij of de jeu-de-boulers? Frankrijk is een grootmacht die in Europa en zelfs in de wereld niet genegeerd kan worden, op de wereldranglijst van noem maar wat staat Frankrijk steevast mee bovenaan en, ik moet het nakijken, maar ik vermoed dat de levensverwachting hier ook een stuk hoger ligt.
Els en de kinderen duiken het zwembad in. Tijd voor papa om nog eens een fijn selectietje te maken van de lokale specialiteiten. De oogst is weer indrukwekkend, toch wat de kwaliteit van de wijnen betreft. Qua prijs zijn de bezochte domeinen te hoog geprijsd, waarschijnlijk mede door de sterren en andere prijzen die ze behaalden in bekende wijngidsen. Hoe verklaar je anders dat een wijn van 6,5 euro naar 9 euro stijgt in één jaar tijd, terwijl het niet over een beter jaar gaat? Niettemin rij ik met een uniek lekkere rosé van 15 euro (voor 5 liter) en twee dozen rode wijn een kleine twee uur later de oprit van ons domein op.
Na de vooravondtraditie van het jeu-de-boulen met de kinderen, begeleid door een heerlijke wijn uit Aix, en na de mini-barbecue worden we uitgenodigd door Eddy en Ingrid, het koppel uit Herselt dat ons de weg wees naar Grimaud en Les Arcs. Drie roséflessen wisselen het tijdelijke voor het eeuwige en ook de rijkelijke tapas met streekproducten vallen heel goed in de smaak. Morgenavond is het al hun laatste avond op het domein want ze hebben maar voor één week geboekt. Ik hoop dat we even vlotte en gastvrije buren treffen volgende week.
10:58 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
18-06-10
2 juni – Noteer in je to do-lijst: ‘Domaine du Val de Gilly is the place to be’

Sainte-Maxime is de eerste stop van de dag. Een lokale politieagent staat er nodeloos het verkeer te regelen op een traject waar je tegelijk blindelings kunt rijden, je Facebook-status kunt aanpassen op je mobiele telefoon en je stoppelbaard van de voorbije dagen kunt trimmen. Die heeft wel even tijd, bedenk ik me en dus vraag ik hem in mijn beste Frans waar de brocantemarkt precies is. ‘De brocantemarkt? Die is op vendredi’, zegt de wegsignalering van vlees en bloed. Het concept ‘plaatsbepaling’ is hem dus niet geheel bekend. Ik probeer opnieuw en daarna nog eens en tot driemaal toe beweert hij dat we twee dagen te vroeg in de badplaats zijn gestrand en antwoordt hij niet op de vraag. Ondertussen hoopt het verkeer zich nodeloos op dat zonder zijn toedoen anders al in Narbonne of verder had gestaan. Gelukkig draait een dame haar raampje open en wijst ze ons de weg naar de brocantemarkt. Op amper 200 meter van zijn verkeersinfarct begint namelijk de wekelijkse markt, we moeten gewoon de weg naast het strand volgen. Mijn geloof in de arm der wet heeft de zoveelste deuk opgelopen. ‘Meer blauw op straat’, maar daarmee is het dan ook gezegd.
In Sainte-Maxime komen we bekend volk uit Beverly Halls tegen. Alessandro, een klasgenootje uit Runes klas is er met zijn ouders en zijn zusje Isabeau op vakantie, net in dezelfde periode als wij. We treffen hen op het strand en genieten samen van de kinderen die de tijd van hun leven hebben. We spreken af om volgende week woensdag opnieuw af te spreken op het strand. Even agenda’s gelijk zetten en gsm-nummers uitwisselen, het direct gevolg van een ontmoeting met Belgen. Onmiddellijk wordt alles geregeld. Dit in tegenstelling tot de Franse aannemers die hun wasmachine en onze oven komen herstellen. Heel de dag niet gezien of gehoord.
Na de lunch bereiken we Port Grimaud waar we met een elektrisch bootje de haven verkennen. Rune en Finn zijn even kapitein van onze eigen Scheve Schuit, en dat laatste mag redelijk letterlijk genomen worden. Ofwel zijn we het echt niet gewoon om te varen, ofwel reageert de boot standaard met een serieuze vertraging op onze manoeuvres, maar we krijgen de boot in het begin helemaal niet waar we hem willen krijgen. We waterkuieren op een gemoedelijk tempo door de opgespoten betonnen variant van Venetië waar de ene boot al wat groter uitvalt dan de andere, maar allen op hun beurt maar klein bier zijn tegenover de boten die we in Cannes en Saint-Tropez zullen zien.
Na de haven volgt het bergdorp Grimaud zelf. Wat ben ik blij dat we de raad van onze buren gevolgd hebben. Grimaud is prachtig. Enge straatjes die uitkomen op kleine, weelderig bebloemde pleintjes met ongeveer op elke hoek van de straat een fonteintje of een bankje onder een oude plataan. Die mannen van Vlaanderen Vakantieland zouden hier pas echt hun ogen uitkijken.
We klimmen tot het hoogste punt van het dorpje: het kasteel van Grimaud. Vanop het kasteel heb je een inspirerend zicht op de Middellandse Zee en de sterk beboste heuvels in de regio. Zet er hier en daar een oude molen of een klein schuurtje bij en het plaatje staat er. En zelfs dat hoef je niet te doen: de molen en het schuurtje staan er gewoon.
Grimaud heeft echter nog veel meer te bieden: wijn bijvoorbeeld. Een tweede reden waarom ik onze buren dankbaar ben; zonder hen waren we nooit in de omgeving van Grimaud geraakt en had ik dus nooit het wijndomein van Val de Gilly aangestipt in mijn Guide Hachette du Vin.
Om een lang verhaal kort te maken: Domaine du Val de Gilly heeft topwijnen tegen spotprijzen. Ik ben er duizend procent zeker van dat de wijnen die ik heb meegebracht bij een blinde proeverij meer dan het dubbele worden ingeschat per fles. De rode wijn gaat crescendo qua smakenpallet, naarmate de prijs stijgt, maar die komt nooit hoger dan 8,3 euro. Niet slecht voor wijnen die volgens de dame van de proeverij moeiteloos 10 tot 12 jaar kunnen liggen en ‘amelioreren op de fles’.
Wanneer ik vraag of ze de rode wijn ook in bag-in-box hebben val ik twee keer zwaar achterover. Niet alleen is de kwaliteit van de bag-in-box-wijn te vergelijken met de op een na beste wijn van het domein omdat ze van de goedkopere niet veel meer hebben, ten tweede kost een box van 5 liter, hou je vast 13,5 euro. 13,5 euro! Hallo? In de Colruyt heb je met moeite 3 liter melk voor deze prijs.
Het kost me veel moeite mijn aankoopgedrag niettemin te beperken, want er komen nog domeinen en chateaus. Toch maak ik me de belofte terug te keren, want in mijn persoonlijke Michelin heb ik voor dit domein een extra sterrencategorie bedacht.
Na een mosselmaaltijd sluiten we de avond af met de buren op ons terras. De witte wijn uit Aix wordt aangesneden, net als het brood van de lokale bakker dat heerlijk smaakt bij de tapas uit Toulon. Of hoe de wereld toch eenvoudig in elkaar kan zitten.
19:52 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
17-06-10
1 juni – De temperatuur loopt op in de Var

12de-eeuwse muziek van Léonin lijkt wel gemaakt om je te begeleiden langs de soms steile heuvelruggen op weg naar Plan de la Tour. Op iets meer dan een half uur rijden, stijgt de temperatuur met drie graden, zodat we rond de middag een kleine 30° optekenen in Toulon.
Toulon is een grootstad die haar lokale charme heeft weten te bewaren. We starten dan ook met de dagelijkse markt op La Fayette en slaan groenten, fruit, tapenades, olijven en nog van dat lekkers in. Een bord tapas en antipasti aan de haven stillen onze honger of is ‘onze goesting’ beter verwoord?
In Toulon schuifelen we zonder doel door de authentieke straatjes en steegjes van de oude binnenstad. Pastelkleurige gevels met houten luikjes, was die op de vensterbank hangt te drogen en straatlantaarns die in het midden van de straat meewiegen met de weinige wind. Combineer dat met de vele pittoreske pleintjes waar platanen standaard aanwezig zijn en lachende gezichten. Dit is het beeld waar reportagemakers van Vlaanderen Vakantieland naar op zoek zijn als ze een Zuid-Franse stad bezoeken.
Even later zoeken we het hogerop wanneer we met de télépherique de hoge heuvels rond Toulon beklimmen en genieten van het uitzicht over de grootstad.
Ook Finn zoekt intussen hogere oorden op. Hij voelt heet aan. Hoeveel koorts hij precies heeft, weten we niet op dat moment maar dat hij koorts heeft, weten we zeker. De geplande wijnproeverij in Puget-Ville in de namiddag valt dan ook redelijk snel in het water.
Na een uur zijn we terug op het domein en vragen we aan de eigenares naar een dokter in de buurt. In Plan de la Tour stappen we de kleine, maar redelijk drukke wachtkamer binnen. Het is onmiddellijk duidelijk: iedereen kent er iedereen en spreekt elkaar aan. Ook wij worden al snel bij de gesprekken betrokken, mede door de toenaderingspogingen van Finn naar de ‘locals’; ondanks zijn 40,1° koorts weet hij de aanwezige dames te charmeren en betrekt hij ze in zijn spel met een plastic strandbal. Mét effect trouwens: een vriendelijke dame laat ons even later voorgaan bij de dokter. De dokter zelf heeft een organisatorisch probleem. Stapels papier en andere kantoorspullen zijn laat het op zijn Frans zeggen ‘aléatoir’ geschikt. Voor de rest is de dokter qua gadgets mee, getuige zijn iMac en iPhone.
De diagnose is snel gemaakt: een ‘angine’. Normaal verketteren we antibiotica maar het beetje egoïsme dat ons eigen is, verkiest toch deze stormkuur boven een vakantie op standby-modus gedurende enkele dagen. Wanneer we afscheid nemen van de vriendelijke dokter krijgen Rune en Finn een snoepje; ondenkbaar bij ons, standaard hier in de Provence. De beugelbende, de anti-gaatjes-in-je-melktanden-brigade en een pak overbezorgde moeders zou in Vlaanderen onmiddellijk Kind & Gezin optrommelen. In Frankrijk gaat het er even anders aan toe en primeert het gezond verstand: naar de dokter gaan is nooit plezierig, noch voor het zieke kind, noch voor zijn broer die ook braaf moet zijn in de wachtkamer en in de praktijk, dus is een snoepje niet meer dan gepast.
Bij de apotheker in Plan de la Tour worden we al snel aangesproken door een dame die ook in de wachtkamer zat. Ze was oprecht bezorgd: ‘Alles gaat toch goed met jullie kind?’ Even later op het dorpsplein wil ook de dame die ons liet voorgaan bij de dokter weten hoe het met Finn is. Een dergelijke hartelijkheid lijkt evident, maar in deze drukke tijden komt het maar weinig voor. Zet er het panorama bij van het marktje met platanen voor het gemeentehuis waar het enige geluid op de achtergrond bestaat uit een borrelende fontein en enkele locals die hun verhaal doen terwijl ze met hun armen staan te dirigeren, en je weet dat het hier gewoon buitengewoon wonen moet zijn.
Ook de buren op het domein waren ‘gealarmeerd’ door de eigenares en komen onmiddellijk informeren wanneer we jeu-de-boulen naast onze gite. Het koppel uit Herselt is maar een week op het domein en verkent vooral de streek in de onmiddellijke omgeving. Met een redelijk gedetailleerde stafkaart weten ze hun dagindeling redelijk goed in te schatten. ’s Avonds beslis ik met de toeristische raadgevingen van het koppel en hun stafkaart om alvast Grasse en omgeving van de planning te schrappen en Grimaud er met stip op te zetten. Morgen zullen we zien of we er goed aan hebben gedaan hun raad te volgen.
22:59 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
16-06-10
31 mei – Beestig Fréjus

De Zuid-Franse modus slaat genadeloos hard in en we zijn duidelijk alle gevoel voor tijd kwijt. Het ontbijt heeft dan ook redelijk veel weg van een brunch, toch wat het uur betreft waarop we ons een licht ontbijtje gunnen.
Daarna zwalpen we over de wondermooie heuvelruggen richting Saint-Raphael, een badplaats nabij Fréjus.
Op zich is er in Saint-Raphael niet zo gek veel te zien, maar er is een strand en voor drie Kempenzonen en een wilde boerendochter is dat meer dan voldoende om in extase te geraken. We parkeren ons op een terras op het strand met de zee op minder dan 20 meter. De rosé is een origineel glijmiddel voor het zomerse slaatje en de mosseltjes. De zee en de zeemeeuwen lijken gefotoshopt als we even wegkijken van ons bord.
Daarna is het playtime aan de vloedlijn. Rune is meesterbakker van zandtaartjes en kan niet genoeg zeewater verwerken in zijn creaties, Finn is in tegenstelling tot vorig jaar een pak terughoudender om in de zee te springen en houdt het bij het geven van instructies aan Rune over de verwachte hoeveelheden water voor zijn zandcreaties.
Het fijne aan kinderen is dat je leert om keuzes te maken. In een duister verleden probeerde ik een overdosis te krijgen van elke stad die ik bezocht. Elk onooglijk plein, elke baksteen die op een of andere manier gelinkt kon worden aan onze Romeinse voorvaders, elke lantaarnpaal die volgens de Michelin een ster waard is om te bekijken, àlles wilde ik gezien hebben. Twee kleuterklaskids van 3 en 5 laten je dat gewoon niet toe en dwingen je om keuzes te maken. In Fréjus staat dan ook alleen het klooster van de kathedraal op het programma. De drie andere pagina’s uit de Michelin zijn voor later of nooit meer. Heerlijk.
De jonge gids die ons rondleidt in het baptisterium en de kloostergang is uit het juiste hout gesneden. Omdat we omstreeks drie uur de rondleiding aanvatten, zijn we minstens zijn 7de groep van de dag en toch lijkt hij net als wij nog steeds verwonderd door het verhaal dat hij kan en mag vertellen. Alsof hij voor het eerst de tombe van Toetanchamon betreedt, is hij oprecht mee verwonderd door het opzet van de kloostergang.
Het houten plafond werd omstreeks 1350 voorzien van 1200 schilderijtjes die in globo onder te verdelen zijn in drie categorieën: het geloof, het dagelijkse en het bestiarium. Vooral het laatste spreekt tot de verbeelding: zwaar bebaarde monniken met een lange nek aan het lijf van een gans, een non op wieltjes met een slakkenhuis, en ga zo maar door. Op zich is het al vreemd dat dit soort creaturen de kerkelijke zuivering hebben doorstaan, wat het echt bijzonder maakt, is dat de schilderingen in bijna 700 jaar nooit gerenoveerd zijn en toch de tand des tijds wonderwel hebben doorstaan.
25 cm zijn voldoende om de dag op een voortreffelijke manier af te sluiten. Papillotjes van vis op de grill sluiten de geslaagde dag af na een spelletje jeu-de-boules.
22:06 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
30 mei – Geluk in een potje van 25 centimeter

Zondag rustdag. En dat mag redelijk letterlijk genomen worden. Uitslapen en in de late ochtend al zigzaggend op zoek gaan naar een brood, dat is zowat het enige productieve dat we betekenen voor de lokale bevolking.
De rest van de dag kleurt zich met het verkennen van de met babydruifjes bedekte heuvels rond ons huisje, het opfrissen van de Franse woordenschat van Rune en het in gang steken van de barbecue.
Omdat de appartementjes nagelnieuw zijn, ontbreken hier en daar nog enkele zaken die standaard bij een vakantie horen; een barbecue bijvoorbeeld. Gelukkig had ik vooraf nog even geïnformeerd naar het al dan niet aanwezig zijn van een ‘braaiplek’ en had Els een portable barbecue gekocht. Stel je er op zich niet te veel van voor: een pot van ongeveer 25 cm diameter die in een handige met ritssluiting voorziene groene fluotas past. Enige sceptische bedenkingen waren me voor de afreis naar Frankrijk niet geheel vreemd en ik had me al snel de bedenking gemaakt: als het niet lukt dan kopen we ons het goedkoopste barbecuestel in de lokale Gamma en laten we het daarna achter als sponsoring in natura.
Mijn scepsis was echter compleet onterecht: met de hulp van het pompje waarmee we anders plastic dolfijnen, zwembanden en ander zwembadgedoe leven inblazen lukt het wonderwel om ook het barbecuepotje gloeiend heet te krijgen. Nippend aan een goed glas rosé met op de achtergrond de groene heuvelrug bekleed met wijnranken is de bescheiden barbecue een gelukzalige culinaire feestelijkheid.
Het duurt dan ook niet lang voor we bezoek hebben. De Nederlandse buurman komt even informeren of onze ‘wifi’ wél werkt, want de zijne ‘doet het niet’. Van het een komt het ander en al snel wordt het vaatje roséwijn gedecimeerd. Het lijkt de Groninger wel te bevallen.
00:10 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
15-06-10
29 mei – Rosé all over the place

4 kilometer file om de dag goed in te zetten. Radio Trafic FM, een zender gespecialiseerd in de mobiele miserie van de Fransoos, meldt dat het aanschuiven is in beide richtingen. Na goed een half uur bumperkleven zien we de oorzaak van ons verplicht zen-moment: enkele pallets roséwijn die verspreid liggen over zes rijstroken, netjes verdeeld over de richting Orange en de weg naar Marseille. Even verder aan de kant staat de vrachtwagen met klapband in de berm geparkeerd.
In Lançon-de-Provence doen we onze eerste geplande stop aan: een wijnproeverijtje op domein La Cadenière, een van de toppers uit de wijngids die ik me vorig jaar in de Languedoc had aangeschaft met de beste Franse wijnen onder 15 euro. De rode prestigewijn staat getipt als beste wijn uit de Aix-regio, dus dat moet geproefd worden.
Het proeven van wijnen op Franse domeinen en chateaus heeft op zich iets vreemds over zich. Beeld je in dat je in België de eerste de beste boerderij binnenstapt en vraagt om de melk, een stukje rundsvlees of wat biowijn te proeven. In veel gevallen zul je van een kale reis terugkomen.
Bij de Franse wijnboeren gaat het er heel anders aan toe. Zelfs de kleine boertjes die maar enkele duizenden flessen per jaar produceren, krijgen geregeld volk over de vloer. Toeristen met een drankprobleem die hun smaakpapillen willen uitdagen, waar we onszelf gemakkelijkheidshalve toe rekenen, maar evengoed de lokale jeu-de-bouler die zijn jerrycan van 10 liter er na enkele spelletjes weer heeft doorgejaagd en ‘van het vat’ komt kopen. Met twee bag-in-boxen (rosé en wit) en een karton rode Prestige zetten we onze zuiderse tocht verder richting Aix-en-Provence.
Aix, de stad van de mooie, nog normaal gebleven mensen en van Cézanne. De man wordt door de lokale toeristische dienst zelfs bedankt voor bewezen diensten met een eigen wandelroute door de stad. Met goudkleurige knoppen die in de voetpaden zijn verankerd, worden de toeristen van de ene fontein naar de andere geleid en trekken ze over gezellige pleintjes, langs sfeervolle terrasjes.
Het natuurhistorisch museum is geen vast onderdeel van de Cézanne-route. Waarschijnlijk omdat de link tussen Cézanne en de gemiddelde australopithecus even groot is als de link tussen Jean-Marie Dedecker en het concept ‘eerst nadenken en pas dan spreken’. Nog meer waarschijnlijk is dat de Aixiaanse dienst voor toerisme liefst het museum een stille dood laat sterven door er zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan te geven. Geheel terecht overigens. In tegenstelling tot zijn tegenhanger in Brussel is dit museum een voorbeeld van hoe het niet moet: stoffige (en dat mag je letterlijk nemen), aandoenlijk uitgewerkte replica’s van beesten en vondsten die ons mannen naar mijn eigen bescheiden mening met enkele potten plasticine waarheidsgetrouwer kunnen boetseren dan de handwerkmannen die dit bij elkaar hebben geknutseld. Afbreken die handel, dan kan die verwelkte dame aan de balie voortaan ten minste één kassa in de lokale hypermarkt sneller laten gaan.
Voor de rest is het fijn vertoeven in Aix, zeker wanneer je na een wandeling van een uur of twee even de benen vers bloed geeft op een loungie terras. Het zonnige weer dat zich voor het eerst dit jaar openbaart, brengt het beste in de Aixiaan naar boven en dat mag je nogal letterlijk nemen bij de jonge dames, die afgaande op mijn niet volledig wetenschappelijk onderbouwd onderzoek redelijk goed vertegenwoordigd zijn als demografische groep in de Zuid-Franse stad.
Naar ons huisje in Plan de la Tour kunnen we nog niet. Een rally met gepimpte tweepersoonsautootjes langs de enge heuvelruggen is blijkbaar een jaarlijkse traditie. Straten worden afgezet en administratief medewerkers van de regionale politie worden voor een weekend gepromoveerd tot gemachtigd verkeersopzichter. Een crash van een van de deelnemers met de camionette van de lokale groenteboer zorgt tegen valavond voor een tweede oponthoud. Op zich allemaal pittoresk, ware het niet dat twee kinders op de achterbank stilaan beginnen te snakken naar een bed en de spreekwoordelijke wol om onder te kruipen. Tel daarbij dat deze regio in Frankrijk zowat de enige plek ter wereld is, Botswana en Zuid-Oost-Niger uitgezonderd, waar huisnummers facultatief zijn qua positionering. Eindeloos zigzaggen is het enige wat ons rest om de stek te vinden waar we de nacht zullen doorbrengen. Na zowat een uur slalommen komen we aan op Domain les Claudins, waar de Nederlandse gastvrouw ons welkom heet. Omdat het kraanwater er niet drinkbaar is, heeft ze twee flessen bronwater en een fles rosé koud gezet in de frigo.
00:49 Gepost in Algemeen | Commentaren (0) | Tags: reisverslagen |
Facebook
